'Ook Europa heeft baat bij een stabiel en welvarende Sahel'

Corruptie en klimaatuitdagingen blijvende voedingsbodem voor jihadisme in Mali

© Arne Gillis

 

Op zondagnacht, omstreeks drie uur, verzamelen zwaarbewapende mannen zich nabij Sobame Da, een dorp in het centrum van Mali nabij Bankass tegen de grens met Burkina Faso. Het is bevolkt door etnische Dogon, een gemeenschap van boeren en traditionele jagers. Nadat de gewapende mannen het dorp omsingelden, richten ze een ware slachting aan. Mannen, vrouwen en kinderen worden met machetes gedood, hutten in brand gestoken en zij die zich verstoppen levend verbrand. Wanneer de Malinese veiligheidstroepen het dorp bereiken vinden ze er slechts dood en verwoesting en zijn de daders verdwenen. Het dodental wordt geraamd op 95 slachtoffers maar kan nog oplopen omdat nog steeds mensen worden vermist en de verkoolde lichamen moeilijk van elkaar te onderscheiden vallen.

De aanslag is het meest recente dieptepunt in een escalerend conflict waarbij Dogon en Peul (ook soms Fulani genoemd), een etnische gemeenschap van semi-nomadische herders, elkaar steeds vaker viseren. De aanval op de Dogon is mogelijk een vergelding op de aanval op Ogossagou, een dorp van de Peul enkele weken terug, waarbij 157 slachtoffers het leven lieten. Alle aanwijzingen van de aanslag op Ogossagou leiden naar Dan Na Ambassagou, een zelfverdedigingsmilitie van de Dogon. Ze beschuldigen de Peul van het sympathiseren met en steunen van de islamitische militanten, die op hun beurt verantwoordelijk zijn voor verschillende aanvallen op de Dogon-gemeenschappen.

De Peul daarentegen klagen over discriminatie en het gebrek van bescherming voor hun gemeenschap. Meermaals werden vanuit de Peulgemeenschap beschuldigingen geuit aan het adres van de overheid, die verweten wordt de Dogonmilities te ondersteunen. Alvast bewezen is dat het Malinese leger in het verleden Dan Na Ambassagou meermaals inschakelde als proxy in een poging meer controle te verwerven in het centrum van het land.

De politieke gevolgen van de aanvallen blijven niet uit. In de nasleep van de bloedbad in Ogossagou herschikte de pas herkozen president Keïta zijn regering, om de kritiek van de internationale gemeenschap te sussen. Belangrijker nog is het bevel tot ontbinding van Dan Na Ambassagou. Of met die beslissing de problemen van de baan zijn, is hoogst onwaarschijnlijk. De overheid en het Malinese leger zijn momenteel onvoldoende aanwezig in de regio om Dan Na Ambassagou te dwingen zich te ontbinden. Door de afwezigheid van de overheid ziet de Dogon-gemeenschap de milities als enige bescherming tegen het geweld en de aanval van afgelopen zondag op Sobame Da zal de steun aan de militie alleen maar versterken.

Etnische spanningen in het centrum

De Nigerdelta in het centrum van Mali is altijd al van levensbelang geweest voor zowel de landbouwers (Dogon, Bambara), de vissers (Bozo) als de herders (Peul). Hoewel er altijd wrevel was tussen de verschillende gemeenschappen, waren voorgaande generaties steeds in staat afspraken te maken over wie wanneer toegang kreeg tot het water. Door bevolkingsgroei en droogte beginnen de historische overeenkomsten tussen de etnische gemeenschappen stukje bij beetje te ontrafelen.

Momenteel heeft Mali één van de snelst groeiende bevolkingen ter wereld, met bijna de helft van de bevolking onder de 15 jaar (UNFPA). De huidige instellingen beschikken niet over de middelen om de bevolkingsgroei op te vangen. De toename van de bevolking in het zuiden creëert overigens de nood om nieuwe landbouwgronden te ontwikkelen. Door irrigatie en indamming stroomopwaarts worden de vruchtbare overstromingsgebieden in de Delta van centraal Mali kleiner. De gevolgen worden nog verder vergroot omdat Mali sterk te lijden heeft onder de klimaatverandering waardoor het land sneller opwarmt in vergelijking met het globaal gemiddelde. De droogte dwingt de Peul op eerdere tijdstippen hun kuddes naar het water te leiden waardoor gewassen en kweekvijvers van Dogon en Bozo worden vertrappeld. Tel daarbij de oprukkende woestijn in het noorden van het land en de daarbij horende neerwaartse druk op het centrum en men begrijpt dat de gemoederen verhit raken.

© Arne Gillis

 

Machteloze staat

De etnische spanningen tussen de Peul en de Dogon zijn niet nieuw, maar worden doelbewust aangewakkerd door de islamisten van JNIM, een nieuw gevormd consortium bestaande uit onder meer Ansar Dine, Al-Qaida in de Islamitische Maghreb (AQIM) en Katiba Macina, met haar charismatische Peulleider Amadou Koufa. De jihadisten willen een einde maken aan de corrupte staat die volgens hen een overblijfsel is van het Franse kolonialisme en in de plaats daarvan hun versie van de Sharia invoeren.

Dat deze boodschap steeds meer resoneert heeft te maken met verschillende onderliggende factoren. Corinne Dufka, directeur voor West-Afrika bij Human Rights Watch legt de vinger op de wonde: ‘Een grote drijfveer van onveiligheid is meteen iets waarover de internationale gemeenschap niet wil praten omdat het te gevoelig ligt. Ik spreek over de diepgewortelde corruptie die zich op elk niveau van de maatschappij afspeelt en welke de sociaaleconomische rechten van de Malinezen ondermijnt’.

‘Een overheid die haar burgers niet kan beschermen en waar de daders vrijuit gaan, verliest haar gezag’

David Dembélé, hoofdredacteur van de Malinese krant Depêches du Mali wijst ook op de straffeloosheid die heerst in het land. ‘De reactie van de overheid op het aanhoudende geweld is ronduit laks te noemen. Onderzoek naar de daders levert zelden resultaten op en veroordelingen blijven uit.’ Dembélé vat het samen als volgt: ‘Een overheid die haar burgers niet kan beschermen en waar de daders vrijuit gaan, verliest haar gezag.’

De frustratie ten aanzien van de overheid vormt de ideale voedingsbodem om radicale ideologieën te verspreiden. De achtergestelde Peul, die omwille van hun semi-nomadisch bestaan sowieso al minder toegang hebben tot onderwijs en vaak diep gelovig zijn, vormen de uitgelezen doelgroep om te rekruteren. De Islamisten proberen daarbij op alle mogelijke manieren de staat verder te ondermijnen. Zo worden er niet alleen dodelijke aanslagen gepleegd op de VN-veiligheidstroepen en op de Malinese strijdkrachten, maar hele dorpen worden onder embargo geplaatst. Ambtenaren, leerkrachten en andere gezagsdragers worden in het beste geval verjaagd, in het slechtste geval bekopen ze het met hun leven.

De Dogon, die hun eigen traditionele religie beleven, zien het islamisme als een bedreiging en vormen als reactie op het machtsvacuüm hun eigen zelfverdedigingsmilities zoals Dan Na Ambassagou. De kloof tussen de verschillende etnische gemeenschappen wordt door het aanhoudende geweld als maar groter.

Startkabels voor het Malinese Leger

Tegen deze complexe achtergrond nemen de Belgen sedert 2013 deel aan de VN-vredesmissie MINUSMA. De vredesmissie, die bestaat uit meer dan 13.000 soldaten afkomstig uit verschillende landen, heeft als doel om Mali te stabiliseren en het politieke proces te begeleiden. Momenteel levert België een detachement “Jagers te Paard” die voor MINUSMA in de streek rond Gao verkenningsopdrachten uitvoeren.

Ondanks de steun die het Malinese leger van de VN-Blauwhelmen van MINUSMA en de Franse operatie Barkhane ontvangt, slagen noch het Malinese leger noch de internationale troepen er voorlopig in de situatie onder controle te krijgen. Dit is onder andere het gevolg van een jarenlange verwaarlozing van de regio rond Mopti door de Malinese overheid. Maar ook de internationale actoren hebben steken laten vallen. Te lang is de internationale aandacht enkel gericht geweest op het stabiliseren van het noorden van Mali en vervolgens op de implementatie van het vredesakkoord van Algiers uit 2015. Dit liet Amadou Koufa toe zich terug in de regio te vestigen waarvan hij in 2013 nog door de Fransen was verdreven. Ondanks eerdere berichten van zijn dood door Franse luchtbombardementen, is hij nog steeds in leven en gaat het kat en muisspel gewoon door.

© Arne Gillis

 

Akkoord voor vrede en reconciliatie in Mali

In mei 2015 werd er onder toezicht van de internationale gemeenschap in Algiers een akkoord gesloten tussen de Malinese overheid en twee coalities van gewapende groeperingen, met name het CMA (Coordination des mouvements de l’Azawad) en het Platform. Het CMA, bestaande uit onder meer het MNLA (Mouvement national pour la libération de l’Azawad), streeft voor de onafhankelijk van Azawad, wat ruwweg overeenkomt met Noord-Mali. Het waren onder andere de strijders van het MNLA die samen met de islamisten van Ansar Dine in 2012 grote delen van Mali wisten te veroveren, maar al snel werd het MNLA door Ansar Dine aan de kant geschoven. Enkel na de interventie van de Fransen waaraan ook het Belgische leger deelnam, konden de rebellen worden teruggedrongen.

Het akkoord van 2015 is een poging geweest de islamisten, door de internationale gemeenschap als terreurgroepering bestempeld, verder te isoleren. Sinds de ondertekening van het akkoord is er op het vlak van de uitvoering echter weinig vooruitgang geboekt en van ontwapening is er voorlopig op enkele uitzonderingen na geen sprake. Over het akkoord, dat zonder veel voorbereiding tot stand kwam, bestaat er te weinig consensus tussen de verschillende partijen over de interpretatie ervan. Ook binnen de coalities heerst er verdeeldheid en houdt elke splintergroep er wel een eigen agenda op na. Bovendien is de regio economisch gezien sterk afhankelijk van smokkel in wapens, mensen en drugs. De uitvoering van het akkoord zou een versterking van de grenzen impliceren alsook een terugkeer van het Malinese leger. De milities zijn dus gebaat bij een status quo.

De Belgische Generaal-Majoor Jean-Paul Deconinck, die als force commandant van april 2017 tot oktober 2018 de leiding had over het militaire gedeelte van MINUSMA, legt uit waarom het zo moeilijk is controle te verwerven: ‘De oppervlakte die we moeten controleren is enorm, als je wil krijg je er iedereen in kwijt. Zelfs per vliegtuig heb je verschillende uren nodig om van de hoofdstad naar het noorden te reizen. Dit stelt de nodige logistieke problemen. Stel dat de blauwhelmen van MINUSMA gedurende enkele weken in de regio van Koro opereren. Pech gehad want de volgende aanslag zal in Bankass gebeuren. Beslissen we om Bankass te beveiligen dan kunnen we niet meer aanwezig in Koro, enzovoort. De beschikbare troepen van MINUSMA en het Malinese leger samen zijn simpelweg onvoldoende om de regio op een degelijke manier te beveiligen.”

Vanuit Bamako vult Majoor Carl Decraene aan: ‘In feite is MINUSMA in haar huidige vorm niet aangepast om tegen terreurorganisaties op te treden. Het heeft het mandaat van een vredesmissie terwijl het land een opstand kent. Het type missie en het mandaat zou eigenlijk moeten worden herdacht om aan de huidige uitdagingen een antwoord te bieden.’

Ondanks de beperkingen is de aanwezigheid van de Blauwhelmen van levensbelang voor de lokale bevolking gezien de Malinese overheid in bepaalde regio’s volledig afwezig is. Momenteel is het Malinese leger niet bij machte om zelf haar gezag te herstellen. Bovendien is de regio rond Mopti van strategisch belang doordat het de toegangspoort vormt tot het zuiden van het land. Daarnaast krijgt het conflict ook meer en meer een regionale dimensie omdat JNIM ook zeer actief is buurland Burkina Faso, terwijl Islamitische Staat (ISGS) zich roert in de streek rond Gao en over de grens met Niger.

‘Dat is als een auto proberen te herstellen terwijl die tegen hoge snelheid rijdt’

MINUSMA kan echter de taken van het Malinese leger niet permanent overnemen. Om de capaciteit van het Malinese leger herop te bouwen loopt er sinds 2013, parallel aan MINUSMA, de Europese Trainingsmissie (EUTM), waaraan ook België deelneemt. Daarbij wordt zowel ingezet op de opleiding van individuele troepen als op de vorming van een efficiëntere commandostructuur.

Langdurig engagement noodzakelijk

‘Maliens tout court’

Een sprankel van hoop tegen deze uiterst complexe en moeilijke achtergrond komt voort uit de assen van Ogossagou. In navolging van de gruwelijke aanval van maart is er het initiatief ‘Maliens tout court‘ ontstaan, opgericht door Ibrahima Diawara. Met zijn diverse etnische achtergrond belichaamt Diawara de mogelijkheid tot verbinding tussen de verschillende gemeenschappen. Via sociale media heeft hij met zijn boodschap van vrede en vereniging op korte tijd al steun uit diverse hoeken weten te verzamelen. Een belangrijke lichtpunt in donkere tijden.

Vanuit de lokale bevolking klinkt groeiende kritiek op de Europese missie omwille van de beperkte resultaten die het na zes jaar kan voorleggen. Volgens experten is het gebrek aan begeleiding tijdens de operaties meteen ook de zwakte van de Europese missie. Het ‘non-executive’ mandaat van EUTM geeft dan wel specifieke training aan de Malinese soldaten maar laat niet toe dat de Europese instructeurs mee op het terrein gaan om de Malinezen in praktijk te coachen. Generaal Bart Laurent, die aan het hoofd stond van EUTM in de tweede helft van 2017 legt uit: ‘Dit is het mandaat waarbinnen wij werken en dat door de Europese lidstaten werd beslist. Het is niet aan de Belgische militairen om mee te vechten. We zijn hier enkel om de Malinezen op te leiden.’

© Belgische defensie

Brigadegeneraal Bart Laurent

Een theoretisch les over de mensenrechten weerhoudt de Malinese soldaten echter niet om zichzelf schuldig te maken aan martelingen en executies van “terreurverdachten” klinkt de kritiek verder. Laurent benadrukt: ‘Je mag het hele proces niet beoordelen op die enkele rotte appels. We proberen met de beperkte Malinese middelen die voor handen zijn een leger te (her)vormen terwijl er een conflict woedt. Dat is als een auto proberen te herstellen terwijl die tegen hoge snelheid rijdt. Het is een proces van lange adem en er zullen waarschijnlijk nog meerdere jaren nodig zijn vooraleer het leger zijn taken naar behoren zal kunnen uitvoeren.’

Deconinck onderstreept hierbij nogmaals het strategische belang van de regio voor Europa en de noodzaak van een lange termijn strategie. ‘Niet alleen de Malinezen zijn gebaat bij een stabiel en welvarende Sahel maar ook Europa. Als we niet willen dat de regio de nieuwe broeihaard wordt van terreur en er zich nieuwe vluchtelingenstromen richting Europa ontwikkelen, dan zal er een langdurig engagement nodig zijn om de Malinese instituties verder op te bouwen.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift