Meer minderheden aan de unief? Begin op de schoolbanken

‘Onderwijs kan een pad zijn naar sociale rechtvaardigheid maar kan ook bestaande ongelijkheden vergroten’

The Verbatim Agency for American Education (CC BY-NC 2.0)

Nergens is de leerkloof tussen leerlingen met een migratieachtergrond en leerlingen wier beide ouders in België zijn geboren groter dan in Vlaanderen. Dat blijkt uit onderzoek van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Het is een probleem dat het Nederlandstalige onderwijssysteem in ons land al jaren achtervolgt.

Maar het blijkt geen louter Belgisch fenomeen. Vergelijkend onderzoek van de OESO wijst uit dat leerlingen van wie de ouders elders werden geboren, gemiddeld slechtere schoolresultaten behalen dan leerlingen bij wie dat niet het geval is. Onderzoek van de Europese Commissie wijst dan weer uit dat leerlingen met een migratie-achtergrond dubbel zo vaak vroegtijdig de school verlaten dan leerlingen uit de meerderheidsgroep.

‘Als we meer achtergestelde groepen willen aanmoedigen om naar de universiteit te gaan, moeten we hun onderwijservaringen tijdens het middelbaar verbeteren’

Slechtere leerresultaten van minderheden hebben verreikende gevolgen voor hun toekomst. ‘Dat leerlingen uit kansarme milieus en etnische minderheden het op school niet zo goed doen als leerlingen uit bevoorrechte milieus is de voornaamste hinderpaal die hun toegang tot hoger onderwijs belemmert’, zegt Claire Callender, professor in hogeronderwijsbeleid aan Birkbeck University en University College London. ‘Als we dus meer achtergestelde groepen en dus ook etnische minderheden willen aanmoedigen om naar de universiteit te gaan, is de allereerste uitdaging dat we hun onderwijservaringen tijdens het middelbaar moeten verbeteren.’

Een belangrijke factor daarbij, zegt Callender, is dat leerlingen met een migratie-achtergrond vaker naar “slechte scholen” gaan: scholen die hun leerlingen niet goed onderwijzen. Onderzoek van de OESO geeft ook aan dat leerlingen doorheen de OESO- en EU-landen slechtere leerresultaten behalen wanneer zij naar scholen gaan met een hoge concentratie aan leerlingen met een migratie-achtergrond.

Hogere studieschuldenberg voor minderheden in VS

In de VS herhaalt dit fenomeen zich op universitair niveau. Kleinere community colleges en for-profit colleges (instellingen met een winstoogmerk) trekken er buitenproportioneel veel etnische minderheden aan. En dat zijn veelal instellingen die studenten bitterslecht voorbereiden op de arbeidsmarkt, zegt Douglas Webber, universitair hoofddocent in economie aan Temple University in de VS.

Op dit moment hebben 44 miljoen Amerikanen samen 1,5 miljard dollar aan studieleningen opgestapeld

Het gevolg is dat de Amerikaanse studieschuldenberg net deze studenten het hardst treft. Op dit moment hebben 44 miljoen Amerikanen samen 1,5 miljard dollar aan studieleningen opgestapeld. De Amerikanen die het minst hebben geleend geraken hierbij het vaakst in de moeilijkheden: bij tweederde van de mensen die hun lening verzuimen te betalen, gaat het om bedragen van minder dan 10.000 dollar.

‘Dat zijn dus mensen die naar een for-profit instelling gingen, niet afstudeerden of geen job vonden die het bedrag dat ze leenden waard is’, vertelt Webber. ‘Zo krijg je schulden waar je maar niet vanaf geraakt terwijl de rente erop blijft oplopen. Voor velen komt het tot een punt waar ze er gewoon niet meer onderuit geraken.’

De oververtegenwoordiging van etnische minderheden bij forprofit en community colleges komt deels doordat zij minder gemakkelijk toegang hebben tot de selectievere en goed aangeschreven universiteiten, vertelt Webber. Maar ook hij zegt dat de schoolervaringen van etnische minderheden doorspelen op universitair niveau. ‘We hebben een ongelijk lager en middelbaar onderwijssysteem en daarvan zien we het effect op later niveau.’

De strijd om de doorstroom van minderheden naar het hoger onderwijs te verbeteren begint dus op de schoolbanken, in binnen- en buitenland. Maar hoe doe je dat?

Nood aan sociaal kapitaal

Door de pijnpunten die de slechtere leerprestaties van leerlingen met een migratie-achtergrond verklaren eerst en vooral te benoemen, zegt Callender. Enerzijds, zegt ze, wonen zij vaker in buurten waar de lokale scholen leerlingen slecht voorbereiden op universitaire studies. Dat ligt aan een mix van factoren, zegt ze – van onvoldoende middelen tot en met een ondermaats presterend lerarenkorps. ‘De lat in scholen in deze armere buurten ligt bijvoorbeeld soms ook niet hoog,’ vertelt ze.

Naast de schoolse factoren speelt ook de thuisomgeving van de leerlingen een grote rol, vertelt Callender. Met een reeks vragen illustreert ze dat leerlingen met een migratie-achtergrond en kansarme leerlingen vaker een thuisomgeving hebben die niet bevorderlijk is voor goede schoolprestaties. ‘Waren er bij jou thuis boeken? Werd je aangemoedigd en ondersteund in je studies? Vatten jouw kennissen en vrienden universitaire studies aan? Werd dat ook van jou verwacht?’ Als het antwoord op al deze vragen “ja” is, had je een thuisomgeving die bevorderlijk was voor goede leerprestaties, zegt Callender. ‘Want jij had bakken sociaal kapitaal en ondersteuning dat je aanmoedigde om naar de unief te gaan, maar ook om het goed te doen op school’, vertelt Callender.

In Vlaanderen en Brussel doken afgelopen jaren daarom een handvol projecten op die de schoolse prestaties van jongeren met een migratie-achtergrond helpen opkrikken. Van Pepvzw en Kilalo in Antwerpen, tot WeLoveBXL en Ladder’op in Brussel.

© Kilalo

In Vlaanderen en Brussel doken afgelopen jaren daarom een handvol projecten op die de schoolse prestaties van jongeren met een migratie-achtergrond helpen opkrikken. Van Pepvzw en Kilalo in Antwerpen, tot WeLoveBXL en Ladder’op in Brussel.

De invalshoek en aanpak zijn verschillend, maar ze leggen niettemin een aantal gemeenschappelijke accenten: ze willen dat de begeleide jongeren en kinderen zich beter in hun vel voelen, hen inspireren en ondersteunen, hen in contact brengen met rolmodellen, en de afstand tussen de thuis- en schoolomgeving verkleinen.

‘We geven huiswerkbegeleiding aan kansarme, kwetsbare kinderen die vaak gewoon extra duwtje in de rug nodig hebben om te kunnen slagen’, zegt Cinzia Tagliavini van Ladder’op. ‘We werken met heel jonge kinderen (tussen 6 en 12 jaar oud, red.) want we moeten jong beginnen.’

‘Ouders zijn vaak laagopgeleid en weten ze niet hoe het schoolsysteem in elkaar zit. Als onze begeleiders zich tot bij hen thuis verplaatsen, gaat er een wereld voor kinderen én ouders open’

Ladder’op werd in 2015 opgericht door vier vriendinnen met Guineese, Italiaanse, Iraakse en Vlaamse roots en biedt buitenschoolse huiswerkbegeleiding aan in Brusselse gemeentes zoals Molenbeek, Anderlecht en Schaarbeek. ‘Vaak zijn de ouders van de kinderen laagopgeleid en weten ze ook niet hoe het schoolsysteem in elkaar zit. Doordat onze begeleiders zich tot bij hen thuis verplaatsen, is het een wereld die voor de kinderen opengaat’, zegt Tagliavini. Dat geldt ook voor de ouders, vertelt ze. Doordat de ouders van de begeleide kinderen het Frans of Nederlands niet goed genoeg machtig zijn, zitten ze vaak met heel veel vragen die ze nergens kunnen stellen.

De school dichter bij huis

De oplossing van Ladder’op? Begeleiders — doorgaans vrijwilligers of leerkrachten in spe — koppelen aan kinderen met dezelfde migratie-achtergrond. Daardoor fungeren de begeleiders snel als rolmodellen voor de kinderen, zegt Tagliavini. ‘De kinderen vinden het zo speciaal dat iemand die hun eigen moedertaal kan hogere studies aanvat, dat ze succesvol verder studeren’, zegt ze. ‘Zo brengen onze begeleiders de school dichter aan huis en verlagen ze de drempel.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Het is uiteraard moeilijk te zeggen in welke mate dit soort kleinschalige projecten erin zal slagen om de hardnekkige leerkloof in ons onderwijsstelsel te dichten, net omdat het kleinschalige projecten zijn met een langetermijnaanpak. Voor Callender staat het in ieder geval buiten kijf dat er actie ondernomen moet worden zodat etnische minderheden en kansarme groepen betere schoolresultaten behalen in het middelbaar en zo ook beter doorstromen naar het hoger onderwijs.

Sociale mobiliteit en hoger onderwijs gaan immers hand in hand, zegt ze. Met een betere doorstroom van etnische minderheden en kansarme individuen naar het hoger onderwijs krijg je een waaier aan verschillende profielen op de arbeidsmarkt. ‘Hoger onderwijs kan zowel een pad zijn naar meer sociale rechtvaardigheid maar het kan bestaande ongelijkheden ook vergroten. En op dit moment is het laatste het geval’, zegt ze.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift