Megaprojecten en mensenrechten. Ook Europa heeft boter op het hoofd

Bijna twintig jaar na de vredesakkoorden van ’96 lijdt Guatemala nog steeds aan een oude kwaal. De overheid privatiseert de mineralen en rivieren die het land rijk is, zodat een economische elite er harde munt uit kan slaan. Inheems sociaal protest wordt met repressie beantwoord. Tijdens de ambtstermijn van Otto Pérez Molina waren intimidaties, seksueel geweld en ontvoering van gemeenschapsleiders opnieuw schering en inslag. Ook Europa heeft boter op het hoofd.

  • © Arne Gillis © Arne Gillis
  • Simon Burchell (CC by-sa 4.0) Het stadje San Mateo Ixtatán in het noorden van Guatemala. De meeste dorpen rond Ixquisis heetten de projecten initieel welkom Simon Burchell (CC by-sa 4.0)
  • Luis Miranda Brugos (CC by-nc-nd 2.0) Manifestatie tegen de bouw van een waterkrachtcentrale in Santa Cruz Barillas Luis Miranda Brugos (CC by-nc-nd 2.0)

In 2001 stelde Mexico samen met de andere Centraal-Amerikaanse landen het Plan Puebla Panama (PPP) voor ter verbetering van de interregionale economische verbindingen en infrastructuren. Talloze investeerdersbanken wreven zich in de handen: er stonden megaprojecten in de sterren geschreven.

Energiezekerheid gaat voor

Een van de akkoorden die uit het PPP voortvloeiden, SIEPAC (Sistema de Interconexión Eléctrica Para America Central), moest zorgen voor voldoende opwekking van energie opdat de regio onafhankelijker zou worden van importpetroleum en van elders bepaalde prijzen. Achter deze ambities zag de Zapatistabeweging in Chiapas echter meteen asociale mechanismen,  zoals de privatisering van gemeengoed als water en de afvloeiing van winsten naar buitenlandse concerns.

Voor Guatemala betekenden SIEPAC en het regionale expansieplan de afkondiging van niet minder dan 49 megaprojecten.

Voor Guatemala betekenden SIEPAC en het regionale expansieplan van 2010 de afkondiging van niet minder dan 49 zogenaamde ‘megaproyectos’. De aanleg van waterkrachtturbines, windturbines, steenkoolgroeves en snelwegen vormen een zichzelf voedende vraag naar energie.

De ingeslagen richting is duidelijk en de bevoegde ministeries schermen unisono met hetzelfde narratief. Het hele gamma aan economische programma’s (PronacomInvest in Guatemala, etc.) dient om buitenlands kapitaal aan te trekken waarmee de nationale competitiviteit en het Guatemalteekse platteland zich moeten ontwikkelen.

Het betreft een discours met gespleten tong. Al zou Guatemala dan langzaam mee gaan spelen op de internationale markten, haar binnenland wordt sociaal verscheurd. De bovengenoemde projecten nemen immers ruimte in beslag en vaak gaat het over inheemse gebieden. 45 van de 49 opengestelde projecten raakten vrijwel meteen gefinancierd en opgestart. Minstens 16 van deze projecten kampen met zware sociale protesten, zoals de dam van Xalalá en de mijn van El Escobál.

Minstens 16 van de 49 megaprojecten kampen met zware sociale protesten. 

Ondanks een heuse boom aan ingenieursopleidingen, die ondertussen tot in de kleinste provinciestadjes worden aangeboden, is Guatemala nog niet in staat om haar eigen grondstoffen op grote schaal te ontginnen. Dit hele proces moet dus worden uitbesteed - bij voorkeur aan een resem transnationals die het vertrouwen van de investeerders genieten en hun sporen reeds verdienden in pakweg Ecuador en Costa Rica.

Bergen moeten worden opgebroken en rivieren deels verlegd, in een ondankbaar klimaat en met of zonder de medewerking van een eventuele lokale bevolking. De bedrijven in kwestie moeten indien nodig de spieren kunnen rollen of zich laten omringen met privémilities.

Zo werkt het Spaanse Ecoener-Hidralia

Al in 2005 wordt het Spaanse Ecoener-Hidralia, met hoofdzetel in  Coruña, door Spaanse sociale organisaties beticht van praktijken als het verduisteren van geldstromen, corruptie, vervalsing van data en milieu-impactstudies en een complete desinteresse voor de standpunten van gemeenschappen in de gebieden waar het actief is.

Luis Miranda Brugos (CC by-nc-nd 2.0)
Vrouwenmars tegen de bouw van een waterkrachtcentrale in Santa Cruz Barillas
Luis Miranda Brugos (CC by-nc-nd 2.0)

Deze verdachtmakingen houden Hidralia niet tegen om miljoenencontracten te vergaren in Guatemala. Vertegenwoordigd door haar dochteronderneming Hidro Santa Cruz (naar de stad Santa Cruz Barillas) streek het in september 2008 neer in het hinterland van het departement Huehuetenango. In haar achterzak stak een concessie voor het 50-jaar lange gebruik van de rivier Q’anb’alam.

Hidralia ging over tot het aankopen van land, onder het mom van koffie- en kardemomteelt. Nadien startte het bedrijf met de bouw van turbines. 

Vanaf 2009 ging Hidralia over tot het aankopen van 10 hectares land rondom deze rivier, onder het mom van koffie- en kardemomteelt. Volgens de bevolking van Barillas - voornamelijk Q’anjob’al Maya - werd een deel van die terreinen verkregen tegen een achtergrond van bedreiging, afpersing en intimidaties aan het adres van eigenaars die aanvankelijk niet wensten te verkopen.

Wat hen vervolgens helemaal in het harnas joeg, was dat het bedrijf startte met de constructie van turbines, toegangswegen en andere infrastructuurwerken. De lokale gemeenschappen werden hierover niet geconsulteerd, wat in strijd is met de rechtsstatus die de inheemsen verkregen via de vredesakkoorden van ’96. 

Als reactie op de eerste sociale protestacties liet Hidralia zich omringen met ex-militaire privémilities, die de streek intimideerden met luchtsalvo’s, verkrachtingen van vrouwen en bedreigingen aan het adres van de lokale gemeenschapsleiders.

Toen een lokale groepering twee van deze bewakers overmeesterde en hun wapens overhandigde aan de vrederechter van de aanliggende gemeente Santa Eulalia, ging het hek onherroepelijk van de dam en werden alle beschikbare legale en minder legale middelen ingezet om de protesterende bevolking de mond te snoeren.

Onbestuurbare criminelen en ex-guerrilleros, actief in de drugshandel, zo noemde men de boerenleiders. 

In een Issue Briefing stelt Oxfam dat de Guatemalteekse Staat en Hidro Santa Cruz in tandem werkten en ontvoeringen en willekeurige arrestaties uitvoerden op boerenleiders als Ruben Herréra. Het werd echter verre van stil in de hooglanden en op 1 mei 2012 kondigde president Otto Pérez Molina de eerste Staat van Beleg af sinds het einde van de burgeroorlog. ‘Onbestuurbare criminelen,’ zo luidde het verdict over de inwoners van Barillas, ‘en bovendien ex-guerilleros, actief in de drugshandel’.

De 18-dagen durende Staat van Beleg was het legale scherm waarachter zich staatsgeweld voltrok: de nationale civiele politie en het leger vielen de stad meermaals binnen om protestmarsen uit elkaar te ranselen met traangas en stenen, terwijl opnieuw vrouwen seksueel geïntimideerd werden en zwarte lijsten opgesteld werden.

Journalisten en gezondheidswerkers ongewenst

Het sociaal protest kreeg echter nog meer benen en nog hetzelfde jaar bracht de universiteit van het Baskenland een rapport uit waarin oude en nieuwe vermoedens over Hidralia bevestigd werden. Dat was dan weer aanleiding voor Molina om een Europese financiering van de inheemse rebellen te veronderstellen, waarop de overheid prompt een bericht de wereld instuurde waarin iedereen die het land betreedt met een toeristenvisum aangemaand wordt om vooral op de gebaande paden te blijven.

Tijdens 2014 werd deze houding nog aangescherpt. Journalisten, mensenrechtenactivisten en buitenlandse gezondheidswerkers die zich op de inheemse situatie richten, werden actief geïntimideerd en gewaarschuwd zich niet in interne affaires te mengen.

Voor het eerst sinds de vredesakkoorden van ’96 duiken de beruchte kaibiles (de militaire elitetroepen verantwoordelijk voor de grootste gruwelen tijdens de jaren ’80) opnieuw op in het straatbeeld: ze schaduwen mensenrechtenactivisten en kamperen openlijk voor de deur van sociale studiecentra.

Straffeloosheid voor bedrijven

In een officiële reactie op de beschuldigingen van Oxfam stelt Hidro Santa Cruz dat het om tendentieuze leugens gaat. Het bedrijf zou volledig vreemd zijn aan de beschreven gruwelen en via democratisch verkozen gemeenschapsleiders over een mandaat van de lokale bevolking beschikken. Nochtans formuleren diverse zelfgeorganiseerde volksraadplegingen in Barillas nu al jaren de eis dat Hidralia zou vertrekken en niet meer terug zou keren, net als alle andere buitenlandse bedrijven met ambities in mijnbouw- of waterkrachtprojecten.

Aangezien hun protest op gemeentelijk niveau nauwelijks lijkt te werken, verenigden verschillende Mayagemeenschappen zich in een eigen officieuze plurinationale regering. Zij vraagt met drang aan de nationale overheid om rekening te houden met de standpunten van haar inheemse gemeenschappen, waaronder de eis tot onmiddellijke intrekking van de concessies voor het gebruik van hun rivieren en landbouwgronden. Het wekt geen verbazing dat Hidro Santa Cruz dit vergeet te vermelden, maar de problematiek gaat verder: project Q’anbal’am in Barillas was slechts het begin.

San Mateo Ixtatán: een verscheurde samenleving

Toen de concessies voor drie bijkomende waterkrachtcentrales mochten verdeeld worden, zagen op één maand tijd drie Guatemalteekse raambedrijven het licht. Deze bedrijven zijn niet in staat om ook maar één generator te bouwen - sterker nog: ze bestaan in hun volledigheid uit dezelfde vijf Guatemalteekse aandeelhouders. Zij dienden louter om internationale financiering te ontvangen en vervolgens de opdrachten en concessies te overhandigen aan opnieuw Hidralia.

Hidralia kon echter lessen trekken uit de situatie in Barillas. De nieuwe projecten moesten voltrokken worden in het uiterste noorden van de aanliggende gemeente San Mateo Ixtatán: een microregio van twaalf dorpen gelegen rond de vallei van Ixquisis. Er werd een vierde (promo)bedrijfje opgericht, genaamd PDH S.A., of Promoción Desarollo Hídrico.

Gratis vuurwerk, een voetbal voor elk kind, bouwmaterialen, dansfeesten en computercursussen om bewoners gunstig te stemmen.

PDH werkt als een promoteam. Het werd met een budget voorop gestuurd om de bewoners gunstig te stemmen. Gratis vuurwerk, een voetbal voor elk kind, bouwmaterialen, dansfeesten en computercursussen passeerden de revue,  maar bovenal werd de regio onderworpen aan actieve desinformatiecampagnes.

Zo zou de op te wekken elektriciteit onder meer voor hen bedoeld zijn. Nochtans zijn de opwekking en de verdeling van elektriciteit in Guatemala twee strikt gescheiden netwerken en blijft het de verantwoordelijkheid van de overheid om er tweerichtingsverkeer van te maken - zo stelt de Interamerikaanse Investeringscorporatie (een van de grootste projectsponsors) op haar website.

Het resultaat was evenwel dat de meeste dorpen rond Ixquisis de projecten initieel welkom heetten. Er was wel wantrouwen maar er waren ook gekochte opiniemakers en een pragmatisch voordeel van de twijfel. Hidralia kon aan de slag. In Ixquisis werd een eerste kleine turbine gebouwd, waarlangs het haar uitvalsbasis optrok en waar de bevolking kon komen proeven van permanent gekoelde dranken.

Simon Burchell (CC by-sa 4.0)
Het stadje San Mateo Ixtatán in het noorden van Guatemala. De meeste dorpen rond Ixquisis heetten de projecten initieel welkom
Simon Burchell (CC by-sa 4.0)

Vervolgens werden de infrastructuurwerken gestart voor het aftappen van de Río Negro en Río Pojom, geholpen door de karavaan van de Israëlische gigant Solel Boneh (het concern dat ondertussen bezig is met de aanleg van een snelweg die het noorden van het land moet ontsluiten.)

De inheemse Plurinationale regering was gedurende de jaren ook niet stil blijven zitten. Het verzet in de stedelijke driehoek van Barillas, Santa Eulalia en San Mateo werd verenigd en in 2009 werd voor San Mateo een referendum georganiseerd waarin 25.646 personen de komst van Hidralia afwezen.

In 2009 werd Hidralia in een referendum door de bevolking afgewezen. 

Op 5 mei 2014 zakten honderden boeren afkomstig uit Barillas en omstreken af naar Ixquisis. Zij zochten een confrontatie met Hidralia, dat toch duidelijk gevraagd was zich terug te trekken maar integendeel nieuwe projecten startte. Bovendien moesten de inheemsen in de streek rond Ixquisis dringend worden uitgenodigd zich aan te sluiten bij het verzet. De opposanten plunderden de bedrijfssites van Hidralia en Solel Boneh en staken 15 bulldozers en andere machinerie in brand, wat voor de overheid munitie betekende om de protestbeweging opnieuw te criminaliseren.

De inheemse plurinationale regering betreurt deze feiten maar vervolgt dat zij “een gevolg zijn van de nalatigheid van de overheid om de wil van het volk te respecteren, een gevolg van de wanhoop van gemeenschappen waar niet naar geluisterd wordt, ondanks het gebruik van verschillende pacifistische middelen. Maar bovenal is dit het resultaat van open provocaties door een bedrijf dat beseft dat het fundamentele volkerenrechten schendt wanneer zij, alsof het niets is, een vreemd huis binnentreedt, berooft en vernielt.”

Het nationale leger liet niet lang op zich wachtten en trok een permanente basis op naast de uitgebrande bedrijfsgebouwen. De aanwezigheid van soldaten, het gebruik van traangas en de instelling van een avondklok doen de inwoners danig terugdenken aan de gruwelen van de burgeroorlog. Reeds getraumatiseerde gemeenschappen worden opnieuw in kampen verscheurd. Zij die de bedrijven welkom willen heten staan de opposanten naar het leven en omgekeerd.

De activiteiten van Hidralia in Ixquisis hebben meer dan een jaar stilgelegen maar werden vorige week hernomen. Het leger is er nog steeds aanwezig en een latente sfeer van angst beheerst andermaal de hooglanden.

© Arne Gillis
De aanwezigheid van soldaten, het gebruik van traangas en de instelling van een avondklok doen de inwoners danig terugdenken aan de gruwelen van de burgeroorlog.
© Arne Gillis

Financiering gebaseerd op leugens

Een rapport van Friends of the Earth International legde in januari 2015 de internationale geldstromen naar Hidralia bloot. Via het investeringsvehikel CIFI heeft de Spaanse bank Bankia voor 6,2 miljoen euro boter op het hoofd. Ook de Noorse staat pompte om onduidelijke redenen 4,16 miljoen euro rechtstreeks in Hidralia.

De Spaanse bank Bankia heeft voor 6,2 miljoen euro boter op het hoofd.

Europa financiert op die manier projecten die ingaan tegen Conventie 169 van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) over Inheemse en Tribale Volkeren. Men lijkt zich hier ten degen van bewust, aangezien de projectbeschrijvingen actief gefingeerd worden.

Volgens de projectbeschrijving voor Ixquisis is het overgrote deel van de bevolking in de streek niet inheems maar Mestizo (Spaanstalig en van gemengde afkomst). Zij zouden alleszins niet leven volgens inheemse gebruiken en zouden de consequenties van de projecten volledig begrijpen en welkom heten. Helaas strookt dit niet met de feiten.

Er wonen inderdaad enkele gezinnen van gemengde afkomst in de streek van Ixquisis, hoewel de meesten onder hen slechts op deeltijdse basis. De duizenden permanente bewoners zijn sinds jaar en dag van inheemse afkomst: Chuj en Q’anjob’al. Deze mensen worden vandaag niet alleen in hun rechten en tradities maar ook in hun bestaan ontkend.

Ngo’s schreeuwen moord en brand, het symbolische Volkstribunaal in Genève veroordeelt scherp, jonge journalisten maken onafhankelijke documentaires en er zijn Environmental Justice Maps die laten zien dat het geval Hidralia slechts één is in een lijst van vele. Hoeveel luider moet er nog geroepen worden opdat ook de instituten van Europa een moreel failliet erkennen?

Maarten Van Houte werkte van 2012 tot 2014 in Guatemala, in het departement Huehuetenango

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift