Nieuwe mijnramp Brumadinho eist hoge tol

Braziliaanse mijnbouwindustrie reguleert zichzelf, dambreuk toont de gevolgen

Rogério Alves/TV Senado (CC BY 2.0)

Na de breuk van de Bento Rodrigues-dam in 2015 belandde de toxische slibstroom via de Rio Doce in de Atlantische Oceaan

Zo’n 300 mensen blijven vermist na een dambreuk bij een ijzermijn in Brumadinho in Brazilië. Er zijn 65 doden geteld maar het dodental blijft stijgen. De catastrofe treft het hart van de deelstaat Minas Gerais. Daar braken eind 2015 bij een andere ijzermijn twee dammen van slibbekkens door, hetgeen een ware milieu-ramp veroorzaakte. Daarom worden in Brazilië nu bikkelharde vragen gesteld. Dat zo kort na elkaar twee identieke incidenten plaatsvinden, en telkens aan een ijzermijn gerund door de multinational Vale, toont volgens kenners dat de mijnindustrie structureel en sinds decennia fout te werk gaat. En toch krijgen de mega-mijnondernemingen niet de rekening gepresenteerd.

Deze mijnramp gebeurde vrijdag 25 januari in de namiddag. Toen brak nabij het stadje Brumadinho de dam van een vergaarbekken met mijnslib door. Het mijnafval dat zo vrijkwam, spoelde een bedrijfsrestaurant en kantoren weg. Maandag stond het dodental op 65. De meeste slachtoffers zouden werknemers zijn van de mijnonderneming Vale, de eigenaar van de mijn . Zo’n 300 mensen zijn nog altijd vermist. 

De vloedgolf met slib kwam terecht in het stroomgebied van de Paraopeba-rivier. Twee dagen na de ramp was ze al meer dan 60 kilometer van de plaats van de ramp verwijderd. Zondagochtend deed de ijzermijn opnieuw de alarmsirenes loeien omdat een tweede mijndam-6 dreigde door te breken. Maar dat alarm werd in de loop van de dag opgeheven. 

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, mag je gratis naar al onze events en kan je in dialoog gaan met onze journalisten. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

Dam-1, die het vrijdag begaf, was volgens Vale aangelegd in 1976 maar “inactief” sinds 2015. Het was een installatie van de Feijão-mijn. Het bekken achter de dam bevatte volgens de eigenaar bijna 12 miljoen ton kubieke meter slib met afval uit de ertswasserij van Feijão. Zulk slib bevat doorgaans residuen van silica, aluminium en ijzeroxide maar ook van andere, toxische metalen.

Vale recidiveert

Vale was betrokken bij een gelijkaardige catastrofe aan de Germano-mijn in Mariana, in hetzelfde mijngebied in Minas Gerais. Dat gebied heet van oudsher de Rechthoek van Ijzer. Aan de Germano-mijn braken in november 2015 twee dammen van slibbekkens door. Toen verloren 19 mensen het leven. Die ramp had grote ecologische impact omdat de toxische slibstroom in de Rio Doce-stroom liep, de hoofdader van het waterbekken in dit deel van Zuidoost-Brazilië, en uiteindelijk de Atlantische Oceaan bereikte.

Na de ramp van 2015 werden een twintigtal managers in gerechtelijke vervolging gesteld. Tot dusver is niemand veroordeeld

Germano was eigendom van Samarco, een Joint Venture-firma die twee eigenaars heeft, de Angelsaksische firma BHP Billiton en de Braziliaanse firma Vale. BHP en Vale zijn beide multinationale mega-mijnbouwfirma’s. Vale had tijdens de ramp van 2015 de operationele leiding in Germano. Daarna is tegen een twintigtal managers gerechtelijke vervolging ingesteld. Tot dusver is niemand veroordeeld.

Vale is beroemd en berucht. Deze onderneming is de grootste producent van ijzererts ter wereld. Ze baat in de deelstaat Minas Gerais meerdere mijnen uit. Maar Vale heeft het centrum van haar activiteit opgeschoven naar Carajas in de Noordelijke deelstaat Para waar ze S11D uitbaat, het grootste ijzerertscomplex ter wereld.

Crisis-communicatie

Onmiddellijk na ramp in Brumadinho pakte Vale de crisis-communicatie aan. Al in haar eerste berichten benadrukte de onderneming dat de installaties van de mijn in december 2018 nog zijn geïnspecteerd en dat Dam-1 vorige zomer een certificaat van stabiliteit kreeg van de Braziliaanse firma TUV SUD. Vale belooft premies van 100.000 Reais aan de gezinnen van de slachtoffers.

Na de ramp bij Samarco in 2015 was het ook Vale dat instond voor de crisis-communicatie. Vale sprak toen van ‘een modderstroom’ en ontkende dat het slib uit de bekkens toxisch was. Om haar verantwoordelijkheid te ontlopen, beweerde de firma dat aardschokken de dammen hadden doen begeven. Mogelijk was het alarm van zondag bij Dam-6 een manoeuvre van dezelfde strekking. Vale zei dat het alarm nodig was omdat het waterpeil in dat bekken snel steeg. 

De publieke opinie in Brazilië ziet dat anders. Niet de natuur, zo luidt het, maar de onderneming en de mijnindustrie in haar geheel moeten verantwoordelijk worden gesteld voor deze nieuwe catastrofe.

Laksheid is troef

Een eerste kritiek betreft de bouwtechniek van de dammen. De dammen van Brumadinho en Germano blijken opgehoogd te zijn met slib uit de afvalbekkens van die mijnen. Die techniek is compleet voorbijgestreefd maar wordt nog altijd toegepast. Daarnaast komt nu de relatie tussen de ondernemingen en de instanties opnieuw onder vuur. 

Niemand blijkt precies te weten hoeveel dammen er zijn in Brazilië, van welk type ze zijn en in welke toestand. Pas in 2010 is begonnen met een register. In mijn analyse van de ramp bij Samarco hield ik het voorzichtig op een lijst van 298 dammen aan ertsmijnen waarvan 23 met ‘hoog risico’ op incidenten. Maar de realiteit doet duizelen. 

In 2014 had in Minas Gerais slechts een derde van de mijneigenaren zijn dammen aangegeven. En de deelstaat kon maar vier ambtenaren op controle sturen

De Braziliaanse wateradministratie ANA meldde in november 2018 dat Brazilië liefst 24.000 dammen heeft van diverse types. Daarvan had 42 procent geen vergunning. Op de ANA-lijst stonden 839 mijndammen, de helft zou niet onder het nationale plan voor damveiligheid vallen. Volgens O Tempo, een krant in Minas Gerais, telt die deelstaat alleen al 450 dammen waarvan er 45 (10 procent) onveilig zijn. In 2014 had in Minas Gerais slechts een derde van de mijneigenaren zijn dammen aangegeven. En de deelstaat zelf kon volgens mijn gegevens maar vier ambtenaren op controle sturen.

In heel Brazilië zijn bij de federale staat en de deelstaten 31 instanties voor mijnzaken bevoegd. Maar van alle instanties samen kunnen maar 154 ambtenaren inspecties uitvoeren. In 2017 daalde het aantal inspecties, door besparingen en werd maar 3 procent van de dammen gecontroleerd. De inspecteurs zijn niet alleen met veel te weinig, ze hebben ook veel te weinig voertuigen en vliegtuigen om naar het terrein te kunnen. 

De industrie reguleert zichzelf

De mijnindustrie voert intens campagne om de regels te versoepelen. De milieu-specialist André Trigueiro klaagt dat al jaren aan. ‘Deregulering, debureaucratisering, flexibilisering’, dat zijn de leitmotieven van de mijnbouwindustrie, aldus Trigueiro op Twitter, die zo ‘hele gemeenschappen en de natuur blootstelt aan het risico op catastrofes’.

De Amerikaanse milieu-organisatie Earthworks klaagt dat wereldwijd de veiligheidsnormen te laks blijven. De mijnondernemingen leggen de aanbevelingen van het zogenaamde Mount Polley-expertenteam naast zich neer. Liever volgen ze de aanbevelingen van de International Council on Mining Metals, de mondiale sectorlobby, die na de ramp bij Samarco met nieuwe ‘guidance’ kwam. 

Merkwaardig is dan dat Vale drie dagen na de nieuwe ramp een nieuwe veiligheidspolitiek aankondigt. Ook dat past in de crisis-communicatie van het bedrijf. Fabio Schvartsman, Chief Executive Officer van Vale maakte bij een bezoek aan Brumadinho bekend dat Vale zopas een werkgroep heeft opgericht. Die zou binnen enkele dagen met een plan komen om de veiligheid aan de dammen van de onderneming te vergroten en zo zelfs een mondiale standaard in te voeren. De onderneming wil dus zichzelf reguleren. 

Felipe Werneck - Ascom/Ibama  (CC BY 2.0)

 

Wat doet de pro-business-regering ?

Het is moeilijk in te schatten hoe de Braziliaanse overheid zal reageren. Justitie legde dit weekend beslag op 1,33 miljard aan eigendommen van Vale in Minas Gerais, als onderpand voor mogelijke schadevergoedingen. Een advocaat van Vale zei dat de onderneming de opheffing van die maatregel vraagt ‘omdat ze geen verantwoordelijkheid draagt voor de ramp’. Maar Vale legde de advocaat het zwijgen op. Het milieu-instituut Ibama kende voor tientallen miljoenen Reais boetes toe, onder meer omdat Vale de regels op het storten van afval in waterlopen overtrad. 

Wat doet het centrum van de macht? Dat is nu de kernvraag. Sinds deze maand heeft Brazilië een nieuwe president. Het is de uiterst conservatieve Jair Bolsonaro die door de groot-industrie naar de macht is gepusht en die met een uitgesproken pro-business-regering zijn beleid afstemt op de private mega-ondernemingen. Kort na de ramp in Brumadinho riep Bolsonaro de hulp in van Israël dat militairen ter plaatse stuurde om te helpen zoeken naar slachtoffers. Maar volgens Braziliaanse brandweerlui brengen ze er niets van terecht.

Bolsonaro, die door de groot-industrie naar de macht is gepusht, stemt met zijn pro-business-regering zijn beleid af op de private mega-ondernemingen

Jair Bolsonaro was eerst niet zinnens opnieuw een minister van Milieu aan te stellen. Uiteindelijk behield hij de portefeuille en gaf ze aan Ricardo Salles. Salles zei in januari dat hij een procedure wil die toelaat dat ondernemingen zelf vaststellen dat ze ‘conform de wet’ opereren. Dat typeert de laksheid die de regering ten aanzien van de privé-sector aan de dag wil leggen. Bolsonaro zelf wil voor mega-projecten de fast-trackaanpak veralgemenen zodat ze zonder veel rompslomp hun vergunningen krijgen. 

De nieuwe Braziliaanse vice-president, generaal Hamilton Mourao, kwam drie dagen na de ramp fel uit de hoek en zei dat managers van Vale gestraft moeten worden als hun schuld bewezen wordt. Achter die verklaring kan een tactisch motief zitten. Generaal Mourao grijpt mogelijk de ramp van Brumadinho aan om een basisobjectief van de regering-Bolsonaro te realiseren: de staatsondernemingen privatiseren. In de jaren 1990 zijn de meeste staatsbedrijven ver onder hun werkelijke waarde aan privé-investeerders verkocht. Vale, opgericht door de staat, is ook door dat privatiseringsprogramma geraakt. Maar de staat blijft tot vandaag hoofdaandeelhouder, zij het dan indirect en via een pensioenfonds. Misschien, maar dat valt af te wachten, komt de regering nu met de stelling dat Vale moet worden verkocht omdat de onderneming pas dan excellent gerund zou worden.

De expansie van Vale naar Carajas is helemaal in lijn met het ultra-liberale groei-‘model’ van de regering-Bolsonaro. Dat die expansie ten koste gaat van hele bewonersgroepen en van de natuur, steekt de regering niet, integendeel. Zij is volop het middenveld aan het kortwieken en ze huldigt een racistisch discours tegen de inheemse gemeenschappen die de mega-projecten en de vernietiging van de natuur in de weg staan. Bekommernis om de natuur, heeft Bolsonaro al gezegd, is een ‘gauchistische afwijking’. Deze politieke context maakt het hoogst twijfelachtig dat de mijnindustrie eindelijk wèl van bovenaf kordaat wordt aangepakt, laat staan dat voor de mensen van Brumadinho ooit gerechtigheid geschiedt.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Schrijver, journalist en onderzoeker

    Raf Custers is onderzoeker bij Gresea (Groupe de Recherche pour une Stratégie Economique Alternative). In 2013 publiceerde hij het boek Grondstoffenjagers.