Moet het Belgisch leger Libië (alweer) bombarderen?

NV-A-fractievoorzitter Peter De Roover riep vorige week op om opnieuw militair in te grijpen in Libië. Hoewel zo’n nieuwe militaire interventie nog niet officieel bezig is, wordt er al door sommige landen geïntervenieerd. Het kan dus alleen maar escaleren, schrijft Samira Bendadi die de chaotische situatie in Libië op de voet volgt.

  • Maher27777 (CC 0) ‘De Libische stammen vormen één blok’, Benghazi 2011 Maher27777 (CC 0)
  • Essam Mohamed (CC by 2.0) Rebellen na overwinning in de stad Beni Walid, oktober 2011 Essam Mohamed (CC by 2.0)

A lles staat nog open wat Libië betreft. Zeker na de ontwikkelingen van de voorbije dagen. De VN-Veiligheidsraad heeft zich volledig geschaard achter de regering van nationale eenheid die onder leiding van de VN tot stand is gekomen, maar die nog geen goedkeuring heeft gekregen van de twee rivaliserende regeringen in Libië.

In een persmededeling verklaarde de Veiligheidsraad dinsdag dat de eenheidsregering de enige legitieme autoriteit in Libië is en vroeg de kersverse regering, die nu in buurland Tunesië gevestigd is, om de nodige veiligheidsmaatregelen te nemen om naar Tripoli te verhuizen.

De Veiligheidsraad heeft bovendien alle leden opgeroepen om elke vorm van samenwerking met bestaande structuren die niet vermeld staan in het politieke akkoord te staken en het nodige te doen om de eenheidsregering te helpen installeren.

Een nieuwe regering tegen dank en wil

De erkenning van de eenheidsregering door de internationale gemeenschap is een gedurfde stap maar kwam niet echt als verrassing. Maandenlang hebben de verschillende Libische protagonisten onderhandeld in het Marokkaanse kuststadje Skhiret. Dat mondde uit in een politiek akkoord eind vorig jaar.

Het akkoord werd bekroond met de vorming van een eenheidsregering. Maar het is Martin Kobler, de VN-gezant voor Libië, niet gelukt om de opdracht tot een goed einde te brengen. Leden van het internationaal erkende parlement in Tobruk, in het oosten van het land, weigerden om de regering goed te keuren.

De retoriek dat dit slechts een marionettenregering is, luidt nog altijd hard.

Vorige zaterdag heeft de eenheidsregering zichzelf uitgeroepen tot officiële regering van Libië. Ze kreeg meteen de erkenning van o.a. de Europese Unie en de Arabische Liga. Met deze erkenning zet de internationale gemeenschap de twee rivaliserende regeringen in Libië voor een voldongen feit.

Dat kan de goedkeuring van het parlement in Tobruk in een stroomversnelling brengen, maar het is lang niet zeker dat alle milities zich aan het gezag van de nieuwe politieke leiders zullen onderwerpen. De retoriek dat dit slechts een marionettenregering is, luidt nog altijd hard, zeker in Tripoli, in het westen van het land.

De VS en de Europese landen, en meer bepaald Frankrijk, Groot-Brittannië en Italië, hebben hun verwachtingen wat de nieuwe regering betreft nooit onder stoelen of banken gestoken. Prioritair voor hen is het terugdringen van terreurgroep IS die van de chaos gebruik heeft gemaakt om zich te nestelen in Sirte, de vroegere thuisbasis van Muammar Kadhafi, en de streek daarrond.

De tweede kopzorg, vooral dan voor de Europese Unie, is de illegale immigratie die de voorbije jaren ongekende proporties heeft aangenomen door het uitblijven van controles. Met de zomer in aantocht zal het aantal mensen dat de Middellandse Zee probeert over te steken vermoedelijk opnieuw stijgen.

Bombarderen of troepen sturen?

De laatste ontwikkelingen voeden opnieuw speculaties over een nakend militair optreden in het Noord-Afrikaanse land. Er zouden zelfs plannen zijn om troepen naar Libië te sturen om de nieuwe regering te helpen installeren. Maar deze geruchten worden elke keer ontkend. Het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken verklaarde dinsdag nog dat er geen plannen waren om een duizendtal soldaten naar Libië te sturen zoals sommige bronnen hadden laten verstaan.

Er zijn ook geen plannen om de bombardementen die de internationale coalitie in Irak en Syrië tegen IS uitvoert, naar Libië uit te breiden. Eerst moet de regering effectief in de hoofdstad Tripoli geïnstalleerd worden en dat kan weken en zelfs maanden duren. Pas daarna, als de nieuwe regering het vraagt, kan de kwestie van een militair optreden bekeken worden, klonk het bij het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken.

Maar ook al zijn er niet onmiddellijk plannen voor een grootschalig militair optreden in Libië, landen zoals Frankrijk, Groot-Brittannië en Italië zijn militair aanwezig in het land. Europese landen voeren verkenningsvluchten uit en hebben speciale eenheden op de grond die inlichtingen verzamelen en zowel contacten leggen met het Libische leger, als met milities die in bepaalde delen van het land de plak zwaaien.

Essam Mohamed (CC by 2.0)

Rebellen na overwinning in de stad Beni Walid, oktober 2011

Op 19 februari zijn de VS overgegaan tot een militaire actie en hebben ze een IS-kamp gebombardeerd in Sabratha, een kuststad die een zeventigtal kilometer ten westen van de hoofdstad Tripoli ligt. Daarbij kwamen een veertigtal strijders om. Ook twee Servische burgers, een medewerker van de Servische ambassade en zijn chauffeur die door IS waren ontvoerd, stierven in het bombardement.

De diplomatie en de harde hand

De buitenlandse spelers voeren dus een tweesporenbeleid in Libië. Langs de ene kant wordt er geduwd richting diplomatieke weg om een eenheidsregering te vormen die ook, mocht het nodig zijn, een militaire interventie tegen IS kan legitimeren.

Anderzijds deinst men er niet voor terug om militair op te treden als men dat nodig acht. Toen de VS Sabratha bombardeerden, rees meteen de vraag waarom Sabratha geviseerd werd en niet Sirte waar de aanwezigheid van IS het grootst is. Het antwoord was toen dat de actie bedoeld was om het brein achter de terroristische aanslag op toeristen in Tunesië uit te schakelen. En blijkbaar is deze missie volbracht.

‘Elke land handelt volgens haar eigen agenda en probeert het eigen belang te verdedigen.’

De rechtstreekse contacten met milities in Libië, niet alleen door Westerse landen maar ook door landen als Qatar, Egypte en de Verenigde Arabische Emiraten, hebben volgens analyticus en gerenommeerd freelance journalist Mustafa Fitouri het land niet vooruit geholpen. Ze hebben alleen een proxy war gevoed en de oplossingen ingewikkelder gemaakt.

Ondanks het wapenembargo dat na de omverwerping van Kadhafi in 2011 opgelegd werd, worden er clandestien wapens geleverd. ‘Elke land handelt volgens haar eigen agenda en probeert het eigen belang te verdedigen’, zegt Mustafa Fitouri.

‘Zowel Frankrijk als Groot-Brittannië als Italië willen voet aan wal krijgen in Libië, niet alleen voor de grondstoffen en de enorme mogelijkheden die de heropbouw van Libië in de toekomst zal bieden, maar ook om later toegang tot faciliteiten en infrastructuur op het Libisch grondgebied te hebben.’

‘Voor een land als Frankrijk bijvoorbeeld betekent dat de mogelijkheid om Libische infrastructuur te gebruiken in de oorlog tegen extremistische groeperingen ten zuiden van Libië. Voor een land als Egypte betekent een stabiel Libië dat de ruim één miljoen Egyptische arbeiders die het land ontvlucht waren na de val van Kadhafi opnieuw aan de slag zouden gaan in Libië’, zegt Mustafa Fitouri.

De verhalen die in sommige kringen, niet alleen in Libië maar ook in tal van Arabische landen, de ronde doen en volgens de welke de Westerse landen Libië in drie delen zouden willen indelen, kloppen niet, volgens Mustafa Fitouri. ‘De indeling van Libië is niet in het belang van de internationale gemeenschap’, zegt hij. ‘Men wil niet zozeer Libië indelen. Men wil eerder de eigen invloed binnen een ééngemaakt Libië onder elkaar verdelen’.

Een sterk leger met een sterke leider

‘De Libiërs beseffen dat deze eenheidsregering andere prioriteiten heeft dan wat zij zelf voor ogen hebben. Toch zien ze de nieuwe regering graag komen, al is het maar om wat orde op zaken te stellen’, zegt Mustafa Fitouri. ‘Ondanks het feit dat er twee regeringen zijn, worden er een aantal basisdiensten geleverd’, zegt de journalist vanuit Tripoli.

‘De scholen en de universiteiten zijn open, de politie is min of meer aanwezig en het gerechtelijke apparaat verleent een minimale dienst. Maar er is geen staat. Niet alle milities coördineren met de politie of het leger. De prijzen hebben een ongekende hoogte bereikt en het grootste probleem is de enorme vertraging in het uitbetalen van de lonen. De vertraging loopt gemiddeld drie maanden op en kan tot zes maanden duren’, zegt Fitouri.

‘Wat wij nodig hebben, is niet de zoveelste regering’, zegt de zevenentwintigjarige activist Ahmed Jabir. ‘Wat we echt nodig hebben is een sterk leger met een sterke leiding, en dat hebben we al. Alleen wil de internationale gemeenschap dit niet steunen’.

Ahmed Jabir begrijpt niet waarom het Libische leger door de internationale gemeenschap wordt gelijkgeschakeld met de andere milities en onderworpen wordt aan een wapenembargo. Hij begrijpt ook niet waarom sommigen in Libië generaal Hifter, die nu aan het hoofd staat van het leger, niet aanvaarden. ‘Hifter is populair bij veel Libiërs, dat is een feit’, zegt Mustafa Fitouri. ‘Vooral in het oosten van het land. Maar het zijn radicalen in beide regeringen die voortdurend in de weg hebben gestaan om tot een overeenkomst te komen.’

De populariteit van generaal Hifter is de laatste tijd toegenomen, zeker in Benghazi nadat het leger enkele wijken in de stad heeft bevrijd van gewapende groepen. Ook ex-journaliste en activiste Nadia Ramadan zegt dat veel mensen in Tripoli best kunnen leven met Hifter aan het hoofd van het leger. ‘Alleen durven ze dat niet uit angst niet luidop zeggen.’

Zweet, bloed en tranen

Een toverformule voor Libië is er niet. ‘Elke oplossing heeft veel tijd nodig en zal gepaard gaan met veel bloedvergieten. Misschien brengt deze regering de oplossing, op lange termijn. Maar de regering op zich is niet het probleem’, zegt Mustafa Fitouri. ‘Het probleem nu is dat de mensen, door de grote politieke en sociale polarisatie, uit elkaar zijn gedreven. En zolang er geen echte verzoening is, zijn we vertrokken voor een heel lange onstabiele periode’.

‘De verzoeningspogingen van de stammen steunen betekent toegeven dat de zogenaamde revolutie mislukt is.’

Libië kent een traditie van verzoening waarbij de stammen een belangrijke rol spelen. Recent nog hebben vooraanstaande figuren van grote stammen tussen verschillende groepen bemiddeld. Dat gebeurde zowel in het westen van het land als in het zuiden en met succes.

Maar dat soort inspanning vindt geen weerklank in het buitenland en wordt niet gesteund door de internationale gemeenschap. De reden hiervoor is, volgens Mustafa Fitouri, dat de stammen die deze bemiddelende rol nemen geen tegenstanders waren van Kadhafi. ‘Hen steunen gaat in tegen de retoriek van de revolutie of wat ik het “februari-project” noem dat door Westerse landen werd gesteund en dat volgens mij mislukt is’, zegt Mustafa Fitouri. ‘De verzoeningspogingen van de stammen steunen, betekent toegeven dat de zogenaamde revolutie mislukt is. Maar niemand wil deze mislukking toegeven.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur