Kan de Navo de vluchtelingenstroom stoppen?

Generaals en toppolitici gebruiken de vluchtelingencrisis om te pleiten voor het sturen van westerse legers naar Syrië. Het is belangrijk om even stil te staan bij de gevolgen van zo’n interventie vooraleer “onze jongens en meisjes” hun kaki rugzakken weer beginnen pakken.

  • CC A.Anis (CC BY-ND 2.0) CC A.Anis (CC BY-ND 2.0)

Minister van Buitenlandse Zaken Reynders stelt dat ‘niets doen geen oplossing is’ en wil dat meteen onderzocht wordt hoe de inzet van westerse legers gelegitimeerd kan worden zonder resolutie van de VN-Veiligheidsraad, want Rusland en China willen daar nog steeds niet van weten. Partijgenoot en premier Charles Michel is het helemaal eens met Reynders, net als CD&V-voorzitter Wouter Beke en minister van Defensie Steven Vandeput, die meteen extra middelen voor zijn departement vraagt.

In de argumenten van de excellenties zit één rode draad: “we” moeten de gruwel van IS stoppen, want hun gewelddadige kalifaat is verantwoordelijk voor de crisis die Europa splijt en onze staten en samenlevingen voor onoverzichtelijke uitdagingen plaatst.

De propaganda-afdeling van IS heeft haar onthoofdings-, verbrandings- en verdrinkingsvideo’s niet voor niets gemaakt, dat is duidelijk.

In duizend scherven

Maar de vluchtelingenstroom zal niet stoppen als het Syrische geweld ooit zal ophouden, al was het maar omdat de Syrische vluchtelingen in augustus net geen 20 procent van de in België aangekomen asielzoekers vertegenwoordigen, en evenmin zullen de kanonnen in Syrië zwijgen mocht IS ooit uitgeschakeld worden.

Elke militaire planner die bij zijn verstand is zal al afzien van het plan om zijn troepen dat moeras in te sturen.

Het is de voorbije weken al meermaals betoogd: het leger van president Bashar al-Assad maakt zevenmaal zoveel slachtoffers als IS. En de gewapende groepen die zowel tegen IS als tegen de regering in Damascus vechten, zijn ook allesbehalve lieverdjes én ze vormen geenszins een eengemaakt front van bondgenoten voor het Westen. Sommige groepen zijn minstens even radicaal salafistische en anti-westers als IS, andere zijn even gewelddadig als de troepen van al-Assad.

Om een indruk te geven van het landschap van gewapende groepen –los van het regime- volstaat een snelle blik op Wikipedia (zie ook onderaan dit artikel). Elke militaire planner die bij zijn verstand is zal op basis daarvan al afzien van het plan om zijn troepen dat moeras in te sturen.

Het succes gewogen

De inzet van het leger in Syrië moet afgetoetst worden aan de ervaringen in Irak, Afghanistan en Libië.

Alleen zijn het meestal geen militairen die roepen dat het leger ingezet moet worden in Al Shams, het zijn politici. En die lijken over het algemeen weinig meer te weten over de inzet van Navo-troepen dan wat de Navo aan publieke evaluaties en standpunten produceert. Soms lijkt het alsof de ervaringen van voorgaande ministers en regeringen gewist worden bij het aantreden van nieuwe meerderheden. De simpele overtuiging dat het Belgische leger klaar staat voor de belangrijke opdracht om vrede te gaan stichten in Syrië moet echter afgetoetst worden aan de ervaringen in Irak, Afghanistan en Libië.

‘Afghanistan heeft al grote stappen vooruit gezet’, zei Navo secretaris-generaal Rasmussen op de top in Wales, in september 2014. ‘Op het vlak van economie en communicatie. Van onderwijs en gezondheidszorg. Van mensenrechten en fundamentele vrijheden –met name voor vrouwen en meisjes.’ Rasmussen beloofde een blijvende aanwezigheid van Navo-militairen na de terugtrekking van de gevechtstroepen ‘om de vooruitgang die we geboekt hebben vast te houden’.

Intussen sneuvelden er in de eerste helft van 2015 al 4100 Afghaanse soldaten en politiemensen en werden 7800 er gewond, en vielen net geen 5000 burgerslachtoffers. De biljoenen euro’s die het Westen in de militaire interventie en bezetting van Afghanistan uitgegeven heeft blijken bijzonder weinig duurzame resultaten op te leveren.

Navo-overwinning in Libië…

Maar om te oordelen of een interventie in Syrië nodig, nuttig of haalbaar is, levert de ervaring van Libië in 2011 een beter perspectief. De casus belli was toen de bescherming van de burgerbevolking tegen de brutale reactie van het regime op de -snel gemilitariseerde- protesten. In het Belgisch parlement werd de inzet van het Belgische leger in het kader van de Navo-interventie unaniem goedgekeurd, want iedereen was ervan overtuigd dat ‘we toch niet niets konden doen’.

Libië –en daarmee de hele Sahel en Noord-Afrika- werd in chaos, wetteloosheid en gewapende conflicten gestort door de “succesvolle inzet” van Navo-troepen

Vandaag luidt het eerder: ‘We hebben veel te lang niets gedaan, met alle gevolgen voor de burgerbevolking en onze eigen veiligheid vandien. We kunnen nu niet langer aan de zijlijn blijven staan toekijken hoe het in Syrië, de buurlanden en Europa zelf van kwaad naar erger gaat.’

Tijdens een toespraak in Brussel, op 5 oktober 2011, zei de toen kersverse Amerikaanse minister van Defensie Leon Panetta: ‘De succesvolle operatie in Libië heeft bewezen waarom de Navo belangrijk is. Daarom is het nu het geschikte moment om te argumenteren voor investeringen in defensie en in de alliantie.’

Over Irak is maar één keer luid geroepen dat de interventie een succes was, en dat moment op de USS Abraham Licoln, op 1 mei 2003, is zowat de laatste toespraak waaraan George W. Bush nog herinnerd wil worden. Maar de victorie van Panetta in 2011 klinkt vandaag even buitenaards, want Libië –en daarmee de hele Sahel en Noord-Afrika- werd in chaos, wetteloosheid en gewapende conflicten gestort door de “succesvolle inzet” van Navo-troepen om Kaddhafi ten val te brengen, onder de dekking van VN-Veiligheidsraad Resolutie 1973.

Ook onze toenmalige minister van Defensie Pieter De Crem glom van voldoening eind oktober 2011: ‘Een succes over de hele lijn’, noemde hij de operatie toen. ‘België kan trots zijn op zijn militairen. Wat ons land tijdens deze opdracht realiseerde, is in het buitenland niet onopgemerkt gebleven. Er wordt opnieuw naar ons land geluisterd, en dat is in de eerste plaats de verwezenlijking van onze jongens en meisjes.’

… werd contant betaald in Syrië

Het “succes” van een militaire interventie wordt duidelijk niet afgemeten aan het geluk van de lokale bevolking, of de stabiliteit en de economische groei van de binnengevallen staat, maar aan het eigenbelang van de interveniërende regimes. Ook toenmalig premier Yves Leterme liet een dergelijk geluid horen op de internationale Libië-conferentie in Parijs op 1 september: ‘Het is belangrijk dat de Nationale Overgangsraad erkent dat België zeer actief en zeer moedig is geweest. Tijdens de reconstructie zal de Overgangsraad speciale aandacht hebben voor de landen die haar op de moeilijkste ogenblikken hebben geholpen.’

‘Gezien de talrijke schendingen van de Libië-resolutie, kunnen we de Navo niet meer vertrouwen.’

De Navo-operatie in Libië leidde niet alleen tot onbeheersbaar geweld in het Noord-Afrikaanse land zelf, ze is rechtstreeks verantwoordelik voor de grootste oorlogsramp van deze eeuw, in Syrië. In een interview met MO* zei Dmitry Rogozin, de Russische ambassadeur bij de Navo op 28 september 2011 al: ‘Gezien de talrijke schendingen van de Libië-resolutie, kunnen we de Navo niet meer vertrouwen. Want we kunnen niet zeker zijn dat als er een VN-resolutie wordt aangenomen over Syrië, dat er dan niet opnieuw schendingen komen. We hebben geen garanties dat in dat geval Damascus niet gebombardeerd zal worden. Het probleem is dat we een allergie hebben na wat er gebeurd is met de Libië-resolutie. We willen niet dat hetzelfde in Syrië gebeurt. Dat is ook de positie van China, Brazilië, Zuid-Afrika en India, die geconsolideerd werd in de VN-Veiligheidsraad.’

Het is niet dat Rusland wél bekommerd was om de Syrische bevolking. Ook in Moskou en Beijing wordt interventie afgewogen op de schaal van geopolitiek eigenbelang.

De vijanden van onze vijanden

De militaire interventies in Afghanistan en Libië hadden een groot draagvlak bij de westerse publieke opinie –het waren “good wars” of oorlogen-uit-keuze- én waren gedragen door internationale resoluties en overleg. Ze zagen er in de media ook betrekkelijk eenvoudig en eenduidig uit: de bad guys (Taliban, Al Qaeda en Kaddhafi) moesten uit de weg geruimd worden en de weerloze burgers moesten bevrijd of beschermd worden. In de realiteit waren ook die oorlogen veel complexer vanaf dag één en draaiden ze daardoor ook nooit uit op de overwinningen die het militair-politiek complex graag aan de publieke opinie aanbiedt.

De vijanden van onze vijanden blijken allesbehalve onze vrienden, terwijl de vrienden van onze vrienden al te vaak vijanden zijn

De actuele toestand in Syrië is hopeloos ingewikkeld, dat ziet zelfs een kind dat enkel het kinderjournaal volgt. In een context waarin de vijanden van je vijanden allesbehalve je vrienden zijn, terwijl de vrienden van je vrienden al te vaak je vijanden blijken te zijn, is de inzet van F-16’s, drones en special-ops een veel te bot instrument. Je kan er wel wat mee stukhakken, maar bij gebrek aan geloofwaardig toekomstperspectief dreigt het daar (alweer) bij te blijven.

De Navo heeft de roeping heeft om de veiligheid in de hele wereld te verzekeren, stelde Leon Panetta vier jaar gelden. En daarom vond hij ook samenwerking met niet-Navo partners essentieel, zoals binnen de ISAF in Afghanistan, of zoals dat in Libië met Qatar, de Verenigde Arabische Emiraten en Zweden gebeurde. De Arabische Golflanden hebben, onder leiding van Saoedi-Arabië, nu zelf een interventiemacht op het terrein in Jemen en spelen een belangrijke rol in Syrië.

Zij vechten voor de politiek-sektarische dominantie van de regio, tegen alle machthebbers die niet (wahabi-)soennitisch zijn. Het is zeer de vraag of onze toppolitici aan de Belgische kiezers kunnen uitleggen dat we die strategische doelstelling met Belgische militairen en belastinggeld willen ondersteunen.

Militair succes is mogelijk

Daarmee is niet gezegd dat we Syrië de rug moeten toekeren. En zelfs niet dat de inzet van westerse legers per se ondenkbaar is. Alleen moeten de consequenties goed doorgedacht worden, en daarvoor is een goede inschatting nodig van wie bondgenoten en eventuele nieuwe machthebbers zouden zijn. Stel, bijvoorbeeld, dat de Navo-landen een VN-mandaat krijgen voor tussenkomst in Syrië. En stel dat er voldoende grondtroepen ingezet worden om in Syrië zowel het regeringsleger als IS, Jabhat al-Nusra en de tientallen andere milities te verslaan.

In Irak en Libië is het door militaire tussenkomst van kwaad naar veel erger gegaan

Dat is niet onmogelijk, dat hebben de ervaringen in Afghanistan (2001), Irak (2003) en Libië (2011) getoond. En op de korte termijn zou dat een goede zaak zijn. Assad kan geen bombardementen meer uitvoeren op zijn eigen bevolking en IS is zijngrondgebied kwijt, waardoor de organisatie van Abu Bakr al-Bagdadi gereduceerd zou worden tot één van de vele salafistische jihadi-organisaties in de regio. Maar dan?

Als het vervolg op een snelle militaire overwinning in de drie voorbeelden van het voorbije decennium geen enkel goed voorbeeld leveren, dan weten we dat het in Syrië helemaal onmogelijk zal zijn om een ordentelijk vervolg op de interventie te creëren. In Irak en Libië is het daardoor van kwaad naar veel erger gegaan en in Afghanistan is men er enkel in Kaboel echt in geslaagd een vorm van stabiliteit en vooruitgang te creëren. Of het in Syrië nog erger kan, is niet zo zeker. Maar of het beter wordt met een militaire bezetting is dat evenmin.

Internationale samenwerking

De eerste stap naar een oplossing van het immense menselijke drama dat zich nu al meer dan vier jaar afspeelt in Syrië, is het herstel van vertrouwen in de VN Veiligheidsraad. Als de Navo-landen en hun verantwoordelijken écht willen bijdragen tot wereldvrede, moeten ze ophouden met het jennen van Rusland. Als dat gebeurt, wordt de eis dat Rusland ophoudt met het bewapenen van een regime dat een genocide pleegt op zijn eigen bevolking legitiem en geloofwaardig.

Een eenzijdige westerse interventie is veel waarschijnlijker en beter te organiseren

Op dat moment kan het gruwelijke geopolitieke spel met de levens van Syriërs ophouden, en kunnen de verdeelde machtigen van de wereld eindelijk opnieuw onder ogen zien dat chaos hen allemaal schade berokkent.

De tweede stap is dan een inclusieve coalitie waarin de regio –zowel Iran, Saoedi-Arabië als Egypte en Turkije- zoniet de leiding, dan toch minstens een bepalende stem heeft.

Als u vreest dat dit geen haalbare kaart is op korte termijn, hebt u een punt. Een eenzijdige westerse interventie is veel waarschijnlijker en beter te organiseren, dat klopt ook. Alleen is de kans op succes dan niet veel groter.

Geheugenverlies

Zelfs binnen de neoconservatieve stromingen is het een uitzondering, en elders in de Amerikaanse politiek verwijst niemand nog naar het succesvolle verwijderen van Saddam Hoessein als er gepraat wordt over de heilzame invloed van snel en eenzijdig interveniëren. Ook Libië is intussen onder het tapijt geschoven en over het groeiende geweld in Afghanistan wordt niet alleen politiek gezwegen: zelfs in de vrije media van het Westen is er nauwelijks iets over te vinden, zeker in de Europese kranten niet.

Dat alles leidt tot een collectief geheugenverlies, zelfs wat de doorslaggevende gebeurtenissen van de voorbije tien jaar betreft. Dat verklaart waarom allerlei politici vandaag weer met een militaire interventie op de proppen kunnen komen zonder zich van veel kwaad of schande bewust te zijn. De burgers weten het immers ook niet meer.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

randomness