Nederland springt onzorgvuldig om met restwarmte

Analyse

Nederland springt onzorgvuldig om met restwarmte

24 november 2010

Nederland laat elk jaar een potentieel van duizenden megawatt aan restwarmte onbenut. Energiecentrales zetten slechts een klein gedeelte om in stadswarmte. Onbegrijpelijk, vindt Utilities, het Nederlandse vakblad voor de energiesector, dat de kwestie in haar laatste nummer aankaartte. Want restwarmte draait een hoog rendement indien goed aangewend. Met wat bijvoorbeeld de industrie in het Zuid-Hollandse Rijnmond aan energieoverschotten produceert, kunnen alle gezinnen in Nederland hun huis verwarmen. In werkelijkheid maakt slechts vijf procent daar gebruik van.

Grootste “schuldigen” zijn de chemische industrie en de raffinagesector. Ook tijdens de productie van elektriciteit en de verbranding van huisafval komt veel restenergie vrij. Het opvangen en verwerken ervan kost de bedrijven momenteel nog handenvol geld. De investeringen in machines die dat kunnen zijn immers hoog. Bovendien staan ze technisch nog niet helemaal op punt. Daardoor is de terugverdientijd bijzonder lang, wat veel ondernemers afschrikt, luidt de redenering.

Het gebruik van restwarmte stimuleren vergt volgens Utilities een tweesporenbeleid. Vooreerst moet er meer geld naar technisch en wetenschappelijk onderzoek, dat duidelijk gericht is op gebruiksvriendelijkheid en financieel rendement. Op die manier wordt het voor bedrijven economisch interessant. De meest rendabele oplossing op dit moment is, volgens het blad, de nieuwste ORC-turbine. Het gaat om een soort stoomturbine die bij lage temperaturen energie omzet naar elektriciteit, terwijl dat voorheen alleen kon bij hoge temperaturen.

Utilities pleit ervoor dat Nederland ook politiek haar verantwoordelijkheid neemt. Een verbod of heffing op het lozen van restwarmte zijn mogelijke opties. Een totaalverbod is onrealistisch, weet het gespecialiseerde blad, want bij veel industriële processen komt automatisch restenergie vrij die niet overal te benutten is. In een werkprogramma van 2009 verklaarde de Nederlandse overheid tegen januari 2012 werk te willen maken van een dergelijke maatregel. Of de regering-Rutte dat engagement hernieuwt, is nu de vraag.