Nicaragua’s gedroomde kanaal

Al decennia droomt Nicaragua van een kanaal dat de Atlantische en de Stille Oceaan met elkaar verbindt. Wat in Panama lukt, moet in Nicaragua ook lukken, vindt president Daniel Ortega. Nicaragua is echter een arm land en dus nam Ortega de Chinese zakenman Wang Jing onder de arm. Toch zal er nog heel wat water naar zee stromen vooraleer het kanaal er effectief zal komen.

  • Op 22 december 2014 gingen de eerste werken voor de bouw van het Gran Canal Interoceánico de Nicaragua van start.

Het plan om een interoceanisch kanaal te bouwen in Nicaragua zo oud als het land zelf. De Spanjaarden spraken er al van tijdens de kolonisatieperiode, de Amerikanen overwogen Nicaragua vooraleer hun zinnen te zetten op Panama, en diverse Nicaraguaanse presidenten speelden met de idee. Maar telkens werd de constructie afgedaan als onhaalbaar, onder meer gezien de vulkanische ondergrond en de gevoeligheid voor aardbevingen.

Dat het project er nu komt, kan niet los gezien worden van Ortega’s streven om in 2016 nog eens de presidentsverkiezingen te winnen. als voorman van het FSLN, het Frente Sandinista de Liberacion Nacional. 

Langer, dieper, breder

Bij de werken zou 4,5 miljard m³ grond verplaatst worden, de grootste grondverplaatsing ooit op aarde.

De kogel is dus eindelijk door de kerk: in maart 2012 keurde het Nicaraguaanse parlement, waar het regerende FSLN een meerderheid heeft, een wet goed voor de aanleg van zo’n kanaal en in juni 2013 verwierf zakenman Wang Jing van het Chinese bedrijf KHND een hele landstrook in concessie voor 50 jaar, verlengbaar met nog eens 50 jaar. Op 22 december vorig jaar gingen – weliswaar onder hevige protesten van de betrokken bewoners- de eerste werken van start.  Het is nog wachten op milieuimpact- en haalbaarheidsstudies, maar men is alvast begonnen met het verplaatsen van de gezinnen. In totaal schat men dat 7000 gezinnen getroffen worden,  in totaal zo’n 30 000 mensen, die een nieuwe woonplaats moeten zoeken.

Het Grote Kanaal zoals de Nicaraguanen het noemen, zou met zijn 280 km ruim drie keer zo lang zijn als het Panamakanaal en twee keer zo diep.  Bij de werken zou 4,5 miljard m³ grond verplaatst worden, de grootste grondverplaatsing ooit op aarde. Heel die klus zou op vijf jaar tijd moeten geklaard worden, voor een bedrag van 50 miljard dollar, dat is vijf keer het bnp van Nicaragua.

Het megaproject bestaat eigenlijk uit een kluster van projecten: behalve het kanaal zelf, omvat het ook een haven aan beide kanten, een oliepijplijn, een vrijhandelszone, een internationale luchthaven, meer dan 6500 km nieuwe wegen, twee bruggen en een aantal toeristische complexen.

Een tweede “Panamakanaal”

Toch blijft het een bizar plan: in het eerste kwartaal van volgend jaar moet het vernieuwde Panamakanaal klaar zijn. Heeft zo’n tweede kanaal dan zin?  Is het die investeringen waard? ‘De wereldhandel groeit constant’, antwoordt  Lautaro Sandino, de Nicaraguaanse ambassadeur in Brussel. ‘Binnenkort gebeurt het transport met boten die tot 250 TEU (eenheid voor containerschepen – Twenty Feet Equivalent Unit) transporteren. Het nieuwe Panamakanaal kan tot 150 TEU aan. Tegen 2040 zal 60 procent van de wereldhandel met containerschepen van 250  TEU gebeuren.’  

Hoe reageren ze in Panama? Carlos Correcha van de Kanaalautoriteit van Panama , het beheer van het Panamakanaal, reageert diplomatisch op de plannen van het buurland:  ‘De voorbije honderd jaar heeft het Panamakanaal altijd gefunctioneerd in een erg competitieve omgeving en we hebben altijd wegen gevonden om te beantwoorden aan de nieuwe noden. Elk infrastructuur- en transportproject in de regio is een voordeel want het verhoogt de competitiviteit.  Als we naar de toekomst kijken, zijn we ervan overtuigd dat het Panamakanaal nog decennia zijn belang zal hebben omwille van de geografische en strategische waarde.’

MO* vroeg ook aan Jan Kop, projectcoördinator voor de uitbreiding van het Panamakanaal voor Jan De Nul, hoe hij naar de plannen van Nicaragua kijkt. ‘Technisch gezien moet zo’n kanaal haalbaar zijn, al is de uitdaging vergelijkbaar met de aanleg van het Panamakanaal 100 jaar geleden,’ laat Kop weten vanuit Panama.

Op de vraag of De Nul interesse heeft,  antwoordt Kop: ‘Jan De Nul is altijd alert op nieuwe werken. Het zou ondenkbaar zijn dat we bij zo’n uniek werk geen steentje zouden bijdragen. De klant is echter nog volop in de ontwerpfase en het optuigen van de nodige financiering. Ook de milieu-impactstudie is nog niet voltooid.’

In juni vorig jaar bezocht een delegatie uit Nicaragua, onder leiding van minister van Publieke Zaken Paul Oquist ons land. Ze werden onder meer door Staatssecretaris voor Buitenlandse Handel Pieter De Crem ontvangen,  bezochten de Berendrechtsluizen aan het Deurgangckdock.

Het consultingbedrijf SBE uit Sint-Niklaas verrichtte al een pre-feasibility studie voor de Chinese bouwheer. Oquist zocht ook bij de Europese Commissie politieke steun voor het project, kwestie van alle krachten te bundelen en kritische oprispingen het hoofd in te drukken. Er is een missie naar Nicaragua georganiseerd van Deense ondernemers met regeringsfunctionarissen om ter plaatse het terrein te komen verkennen.  

10 procent economische groei

© Alma De Walsche

Victor Campos

© Alma De Walsche

Waarom wil Nicaragua zo dringend dit kanaal bouwen? Victor Campos is onderdirecteur van het Centro Humbolt in Nicaragua. ‘Volgens de regering is dit project dé remedie om werkgelegenheid en economische groei te creëren. Men schat dat er wel 50 000 jobs kunnen bij komen. Sommigen spreken over 200 000 nieuwe jobs in de vrijhandelszone die er zal gecreëerd worden. Nicaragua presteert nu al enkele jaren een economische groei van 4 tot 5 procent. Men stelt dat met het nieuwe kanaal die groei kan verdubbelen tot 8 of 10 procent, en dat is nodig om de armoede te bestrijden, zegt men.’

Het discours slaat aan want behalve de bewoners van de kanaalzone vindt het plan aanhang bij 60 tot 70 procent van de bevolking. Het grootste deel van de Nica’s gelooft dat het kanaal economische groei gaat meebrengen. Slechts een kleine groep – tussen de 15 en de 30 procent- maakt zich zorgen over de ecologische impact.

De bevolkingsgroep die in de zone van de concessie woont is er echter niet gerust op. Victor Campos vertegenwoordigt ook de Cocibolcagroep, een coalitie van Nicaraguaanse organisaties zo genoemd naar het Cocibolcameer, waar het kanaal dwars doorheen zal gaan.  Het centrum deed een uitgebreid onderzoek naar de ecologische en sociale impact van het kanaal. ‘Toen er een wetsvoorstel kwam over de aanleg van het kanaal, kregen we uitgerekend een week de tijd om de 35 wetsartikelen te bestuderen, 130 bladzijden. We hebben fora georganiseerd opdat mensen zich zouden kunnen informeren. Er zijn 37 protestmanifestaties geweest, we hebben wel 60 000 protestbrieven overhandigd aan de president.’

De repressie die de politie aan de dag legde, was ongewoon. Er is ook veel kritiek op het gebrek aan transparantie in alles wat met het kanaal te maken heeft. De hele procedure verloopt in de grootste geheimhouding. Het is ook nog wachten op de resultaten van de milieu-impactstudies en de studies over economische en financiële haalbaarheid.

Verkoop van het vaderland of een tweede revolutie?

De Cocibolcagroep maakt zich ook zorgen over de macht die de concessiehouder krijgt. Dit project is bijvoorbeeld niet via een openbare aanbesteding gegaan, zoals nochtans is vastgelegd in de nationale en internationale wetgeving, ook in het Associatie-akkoord met Europa.

Jorge Mejía peralta (cc by 2.0)

Protest tegen de ‘uitverkoop’ van Nicaraga

Jorge Mejía peralta (cc by 2.0)

Victor Campos: ‘De concessiehouder krijgt alles in zijn bezit: de grond, het water, de bossen, alle natuurlijke rijkdommen in het gebied. Alle publieke terreinen, straten, pleinen, scholen, gezondheidscentra, worden gratis mee in concessie gegeven. KHND beslist wie er zal onteigend worden. De onteigening gebeurt aan de kadastrale prijs en die ligt drie of vier keer lager dan de marktprijs van de grond. Mensen die verplaatst worden, kunnen voor dat geld geen andere grond kopen. Het land gaat ook radicaal in twee gedeeld worden. Er is één brug voorzien, en een overzetdienst per boot, maar dat gaat ongetwijfeld families van elkaar scheiden.

Het bedrijf is ook vrijgesteld van belastingen en is onschendbaar. Men kan de ondernemer niet voor het gerecht dagen wanneer die zijn verplichitngen niet nakomt.

Het Nicaraguaanse Commissie die toezicht houdt over het Kanaal, heeft de reserves van de Nationale Bank als garantie geplaatst voor betaling van mogelijke overtredingen. Als een regeringsfunctionaris de vertraging van de werken veroorzaakt, door bijvoorbeeld een of andere toelating achter te houden, moet de Nicaraguaanse staat het bedrijf compenseren. Nicaragua kan op die manier alles verliezen.’

Er liggen 7 natuurgebieden, twee biologische reservaten en een internationaal erkend Ramsargebied in de concessiezone. 

Ook over de ecologische impact maakt de Cocibolcagroep zich zorgen. Victor Campos: ‘Er liggen 7 natuurgebieden, twee biologische reservaten en een internationaal erkend Ramsargebied in de concessiezone. Vooral de waterhuishouding baart velen zorgen.’

‘Het meer van Nicaragua is 8000 km² en is het grootste zoetwaterreservoir van de regio. Door de aanleg van het kanaal wordt zoet en zout water met elkaar vermengd, waardoor de kwaliteit van het drinkwater en de visbestanden zwaar aangetast worden.’

Ambassadeur Lautaro Sandino heeft het liever over “een tweede revolutie”: ‘Niet alleen Nicaragua vaart wel bij dit kanaal, de hele wereldhandel. Dit kanaal staat voor 8 procent economische groei om Nicaragua uit de armoede te halen en 250 000 nieuwe jobs! ’

Naar verluidt zou KHND 50 000 Chinese arbeidskrachten meebrengen. Ambassadeur Sandino: ‘Hopelijk zijn dat dan gekwalificeerde arbeiders die ons kunnen opleren. We kunnen niet wachten tot de Nicaraguanen dit zelf kunnen. We hebben dit project nú nodig. Wanneer gaan wij eindelijk groeien? Wanneer gaan we erin slagen mensen uit de armoede te halen? Waar wachten we nog op? Het Mexicaanse Cemex, het grootste cementbedrijf van Latijns-Amerika, gaat twee vestigingen oprichten in Nicaragua. Hopelijk raken ook Europese bedrijven overtuigd van het belang van dit project.’

De ecologische impact relativeert hij: ‘Elk project heeft een impact, maar de technologie is vandaag ver gevorderd waardoor de risico’s erg kunnen gereduceerd worden. Bovendien gaan wij het water tot een belangrijke troef maken. We gaan een heel project opzetten van herbebossing om mensen bewuster te laten omgaan met bodem- en waterbeheer en de oprukkende landbouwgrens af te remmen.’

Prestigeproject of ontwikkelingsproject?

Economische groei, werkgelegenheid en armoedebestrijding, dat zijn de vlaggen waarmee president Ortega zwaait om de Nicaraguanen warm te maken voor dit project. Armoedebestrijding is ongetwijfeld een van de prioriteiten van de regering Ortega. Er is het Nationaal Ontwikkelingsplan 2007-2016, waar economische groei, macro-economische stabiliteit, werkgelegenheid en armoedebestrijding centraal staan.

Johan Bastiaensen, econoom aan de Universiteit Antwerpen en aan de UCA in Managua, volgt de Nicaraguaanse context al dertig jaar. Volgens hem kan het best dat dit kanaal er komt. Hij acht het ook vrijwel uitgesloten dat president Ortega op deze beslissing zou terugkomen. Alleen blijft het een gigantische opdracht om het nodige geld bijeen te brengen. Volgens Bastiaensen is het ook mogelijk dat er uiteindelijk toch geen kanaal komt, maar wel de andere onderdelen van het megaproject, met havens, wegen, een vrijhandelszone en toeristische complexen.

Tussen ALBA en Amerika  

Nicaragua mag dan een ALBA-land zijn - in alliantie met Cuba, Venezuela, Ecuador, Bolivia en een aantal Caribische landen- de Nicaraguaanse economie is op neoliberale leest geschoeid en de relaties met de VS zijn nooit zo goed geweest als nu. 

© Alma De Walsche

Lautaro Sandino, de Nicaraguaanse ambassdeur in België

© Alma De Walsche

Lautaro Sandino: ‘De economische, politieke en diplomatieke relaties tussen landen zijn complex in de wereld van vandaag. Nicaragua behoort tot de ALBA landen, en ALBA staat voor solidariteit en complementariteit maar dat betekent niet dat we geen relaties aangaan met andere landen. In Nicaragua heerst een bijzonder gunstig investeringsklimaat omdat president Ortega een tripartite- alliantie heeft uitgewerkt tussen de regering, de private sector en de arbeiders, die zorgt voor een uitzonderlijke stabiliteit. In Nicaragua zijn er heel weinig stakingen.’

Al een aantal jaren nu presteert Nicaragua een economische groei van 4 tot 5 procent, en dat is vooral het resultaat van de maquilas, de assemblagebedrijven in vrijhandelszones, en export van natuurlijke rijkdommen, vooral dan van landbouwproducten (koffie, rundsvlees, suiker, kaas en bonen). Nicaragua heeft nauwelijks een eigen industrie opgebouwd. Het vrijhandelsverdrag met de VS, dat getekend werd nog voor Daniel Ortega in 2007 aan de macht kwam, en het Associatieakkoord met de Europese Unie dat vorig jaar van kracht is geworden, stimuleren die export.

Maquilas zijn niet de meest voordelige productiewijze voor het land en voor de arbeiders, maar ze genereren werkgelegenheid.

Sandino: ‘Maquilas zijn niet de meest voordelige productiewijze voor het land en voor de arbeiders, maar ze genereren werkgelegenheid.’ COSEP, de associatie van vrije ondernemers, is best tevreden met deze regering. Volgens een recente enquête blijkt dat 73 procent van de ondernemers het investeringsklimaat in Nicaragua erg positief vindt.

Een vooraanstaand syndicalist formuleerde het in een informele confessie aan de medewerkers van FOS in Nicaragua als volgt: ‘De maquilas zijn niet de productievorm die wij, Sandinisten, verkiezen, maar wat wil je. Je kan met heimwee terugkijken naar de jaren 80, maar wat heeft het opgebracht: we kregen een oorlog en economisch zakte Nicaragua helemaal weg.’ Dat is het pragmatische standpunt dat door velen wordt gedeeld.

Wim Leysens van FOS: ‘Het doet raar om zelfs vakbondsmensen te horen argumenteren dat de sociale rust en lage lonen positief zijn voor de arbeiders en arbeidsters. Het creëert ook spanningen tussen hogere vakbondskaders, die de druk van de overheid rechtstreeks voelen en de lagere kaders die beseffen dat de lonen veel te laag liggen.

Nicaragua zit in de tang van de vrije markt en moet zijn concurrentiepositie ten aanzien van de buurlanden verstevigen.

Maar Nicaragua, net als de buurlanden, zit in de tang van de vrije markt en moet zijn concurrentiepositie ten aanzien van de buurlanden verstevigen. De regering heeft er via de erg loyale sandinistische vakbonden alles aan gedaan om de vakbonden in het gareel te laten lopen. Dat bleek ook uit de discussie over de loonsverhoging waarover in maart werd onderhandeld. De vakbonden vroegen, eerder pro forma, 14 procent, het patronaat 10 procent. Het werd uiteindelijk 10,98 procent.’  

Tegelijk positioneert president Ortega zich op de internationale scène als anti-imperialistisch en grote supporter van Venezuela, ook nu president Maduro in zware crisis verkeert.

Met zijn anti-imperialistische opstelling veroorzaakte hij ook nog een rel op de vorige CELAC-conferentie in Costa Rica, door het af te stappen en zijn plaats af te staan aan Rubén Berríos van Puerto Rico die ijvert voor onafhankelijkheid van Puerto Rico.

Ook de relaties met Rusland zijn optimaal en waren dat ook toen de Sandinisten aan de macht waren van 1079 tot 1990.

Petrocaribe

Ondanks die economische groei, behoort Nicaragua samen met Honduras tot de armste landen van Latijns-Amerika. Volgens de recente studie “Sociaal Panorama van Latijns-Amerika 2014” van de Economische Commissie voor Latijns-Amerika (CEPAL) leeft 74 procent van de 6,1 miljoen Nicaraguanen in een situatie van “multidimensionale armoede”. 
37 procent van de bevolking leeft in chronische armoede, volgens de Wereldbank. 70 procent van de jobs situeren zich op de informele arbeidsmarkt.

Opvallend in die Centraal-Amerikaanse context zijn de relatief lage geweldcijfers. Nicaragua is een vrij veilig land, vergeleken met de buurlanden en dat is wellicht nog een gevolg van de sandinistische cultuur die er in de jaren zeventig is gegroeid.

Om aan die armoede tegemoet te komen, heeft president Ortega een aantal sociale voorzieningen opgezet, zoals Hambre Zero om de honger tegen te gaan, een Huisvestigingsprogramma Plan Techo, een plan voor voor voordelige leningen voor wie een onderneming wil opzetten, Usura Zero; ook kleinschalige projecten voor rurale ontwikkeling, zoals de schenkingen van een koe of een varken aan plattelandsvrouwen, om hiermee te kweken.

Johan Bastiaensen: Al deze projecten zorgen er wel voor dat er tegemoet gekomen wordt aan de noden van de allerarmsten. Het zijn vormen van verbeterde zelfredzaamheid. Ze blijven echter eerder in de sfeer van het cliëntelisme, waarbij de mensen afhankelijk blijven van schenkingen, in plaats van dat er echt kleine en middelgrote ondernemingen worden gestimuleerd.’

Het geld voor deze projecten is afkomstig van Petrocaribe: onder Hugo Chávez is er een overeenkomst bezegeld voor olieleveringen aan onder meer Nicaragua, onder zeer gunstige voorwaarden.  

De helft van die olieleveringen moeten binnen een termijn van 90 dagen betaald worden aan de marktprijs, de resterende helft moet pas over 25 jaar betaald worden aan 2 procent intrest.  Die petrogeldstromen gaan niet naar het nationale budget maar worden beheerd door ALBANISA (ALBA de Nicaragua, S.A), een gemengd Venezolaans-Nicaraguaans oliebedrijf, ook wel  “de holding van de familie Ortega” genoemd. Daarnaast is er ALBALINISA (ALBA – alimentos), een voedingsbedrijf dat de export van voedsel vanuit Venezuela naar Nicaragua garandeert.  

Sven Hansen (cc by-nc-nd)

Sven Hansen (cc by-nc-nd)

Sinds kort staan deze Petrocaribe-geldstromen echter onder zware druk, enerzijds door de dalende olieprijs en anderzijds door de wankele positie van president Maduro in Venezuela. In de overeenkomst met Petrocaribe staat ook dat als de olieprijs tot aan een zekere grens daalt, er niet 50 procent maar 70 procent binnen 90 dagen moet terugbetaald worden, waardoor er nog minder achterblijft in Nicaragua.

In deze context heeft vicepresident Joe Biden al een bijeenkomst samengeroepen met de landen van Petrocaribe- Nicaragua en Cuba schitterden door afwezigheid- om hen aan te sporen de alliantie te verlaten nu de olieprijs laag staat en ze de impact minder zullen voelen. Biden had het ook over een nieuw project dat de VS wil lanceren in zijn spreekwoordelijke “patio trasero”, zijn achtertuin, met name de Alianza para la Prosperidad del Triángulo Norte (Honduras, Guatemala en El Salvador) in het kader van de regionale veiligheid.

Victor Campos: ‘In Nicaragua is de olieprijs niet gedaald, ook de elektriciteitsprijs (elektriciteit, gegenereerd met olie), daalt niet, met de bedoeling zo een buffer op te bouwen voor de toekomst.’ Johan Bastiaensen: ‘Nu Maduro misschien niet lang meer aanblijft, zoekt Nicaragua contacten met Rusland en China. Een van de mogelijke uitwegen, wanneer Venezuela wegvalt, is het kanaal. “We hebben geen Petrocaribe meer, maar we hebben het kanaal”.’

Dit artikel verscheen eerder op 15 april 2015 en werd opnieuw gepubliceerd als onderdeel van de MO* Must Reads zomerreeks.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.