Dossier: 

Nieuwe generatie ggo's klaar voor gebruik

De ontwikkelingen in de biotechnologie gaan snel. Futuristische toepassingen als ‘cisgenese’, ‘reverse breeding’ en ‘agro-infiltration’ liggen klaar op de plank. Maar hoe moet de EU deze nieuwe technieken reguleren? De industrie heeft wel ideeën, en voert een geruisloze lobby.

  • HCC (CC BY-NC-ND 2.0) De Commissie moet afwegen hoe het een hele nieuwe generatie van biotechnologieën ook wel New Breeding Techniques (NBT) genoemd, gaat reguleren. HCC (CC BY-NC-ND 2.0)
  • European Parliament (CC BY-NC-ND 2.0) Andriukaitis heeft een complex vraagstuk op zijn bord, dat meer omvat dan enkel cisgenese. European Parliament (CC BY-NC-ND 2.0)
  • Sergei Golyshev (CC BY 2.0) Inmiddels weegt ook het vrijhandelsverdrag TTIP mee in de beslissing over de nieuwe biotechnologieën. Sergei Golyshev (CC BY 2.0)

Volgens Henk Schouten kan een organisatie als Greenpeace er beter mee ophouden. ‘We kunnen het gebruik van bestrijdingsmiddelen in Noordwest-Europa halveren’, zegt de Nederlandse onderzoeker plantenveredeling van Wageningen Universiteit. ‘Maar wat zegt Greenpeace? ‘Nee, we zijn tegen de techniek, want je weet maar nooit of het een risico inhoudt’.’ Schouten vindt het kortzichtig. ‘De milieubeweging wordt zo een anti-milieubeweging.’

Superaardappel

Henk Schouten is founding father van een nieuwe vorm van gewasveredeling: ‘cisgenese’. De techniek lijkt op genetische manipulatie; transgenese, met echter één belangrijk verschil. ‘Bij cisgenese worden enkel genen van het eigen soort gebruikt’, vertelt Schouten. ‘Het resultaat is daarmee vergelijkbaar met klassieke veredeling.’ Volgens Schouten is het ook net zo veilig. ‘Bij transgenese voeg je iets toe dat we nog niet kende. Dat kan aanvullende risico’s hebben. Cisgenese biedt zelfs meer controle dan klassieke veredeling. We weten precies welk gen we inbrengen.’

‘Als je langs het proefveld loopt zie je zo welke aardappels de resistentiegenen hebben en welke niet.’

Niet alleen meer controle, maar cisgenese zou ook het assertieve broertje zijn van de traditionele veredeling. Schouten noemt de aardappelziekte phytophthora. ‘Er zijn hiertegen resistenties in wilde aardappels. Maar met traditionele veredeling ben je al snel vijftien jaar verder voordat ze zijn ingekruist. Vervolgens is de schimmel in een paar jaar in staat het gen te doorbreken. De veredelaar is dus te traag. Met cisgenese hebben we meerdere resistentiegenen in de aardappel gebracht; wat heet polygene resistentie. De schimmel moet dan meerdere sloten tegelijk openen. Dat kan-ie niet.’

Deze ‘superaardappel’ is door Wageningen al succesvol geteeld. ‘Hij ligt klaar op de plank’, zegt Schouten. ‘Als je langs het proefveld loopt zie je zo welke aardappels de resistentiegenen hebben en welke niet; de ene zijn bruin, de andere aardappels zijn groen en gezond. Fantastisch om te zien.’

European Parliament (CC BY-NC-ND 2.0)
Andriukaitis heeft een complex vraagstuk op zijn bord, dat meer omvat dan enkel cisgenese.
European Parliament (CC BY-NC-ND 2.0)

‘Bureaucratisch probleem’

Er is echter een, wat Schouten noemt, ‘bureaucratisch’ probleem: cisgenese is nog zo nieuw, dat er in Europa geen regelgeving voor bestaat. Brussel werkt momenteel aan een voorstel.

‘Als cisgenese wordt bestempeld als ggo-techniek, kunnen kleine bedrijven in de fruitteelt of aardappelsector het niet meer betalen.’

Eén vraag staat daarbij voor Schouten en zijn team centraal: Wordt cisgenese door de Europese Commissie aangeduid als genetische manipulatie? Schouten zou dat een verkeerde beslissing vinden, en wijst op de drempel die het creëert. ‘Als cisgenese wordt bestempeld als ggo-techniek, kunnen kleine bedrijven in de fruitteelt of aardappelsector het niet meer betalen’, stelt Schouten. ‘Toelating van een ggo kost miljoenen, en duurt vele jaren.’

In de EU moet elke nieuw ggo-gewas goedgekeurd worden door het Europees Agentschap voor Voedselveiligheid (EFSA). Dit gebeurt op basis van studies uitgevoerd door biotech-bedrijven. Ook moeten producten die ggo’s bevatten in de EU verplicht worden gelabeld.

Maar Schouten vindt in Brussel actiegroepen als Greenpeace lijnrecht tegenover zich. ‘Cisgenese, een variant van genetische manipulatie waarbij genen van hetzelfde soort worden ingezet, is nog steeds een ggo, en daarom onderhevig aan onverwachte en onvoorspelbare effecten veroorzaakt door het proces van genetische manipulatie’, schrijft de milieuorganisatie op 27 januari 2015, samen met zeven andere ngo’s, aan de Eurocommissaris Vytenis Andriukaitis (Volksgezondheid).

Lobbywerk laat zich voelen

Welke NBT’s onderzoekt de Europese Commissie?

Oligonucleotide Directed Mutagenesis (ODM): Een techniek om gericht een mutaties in het DNA aan te brengen.

Zinc finger nuclease: Een andere techniek voor een gerichte mutatie van het DNA.

Cisgenesis and intragenesis: Met cisgenese worden genen ingebracht die ook ‘natuurlijk’ hadden kunnen worden ingekruist. Intragenese is vergelijkbaar, maar brengt genetische elementen in die in de natuur niet in die combinatie voorkomen.

Grafting: Het enten van een niet ggo-plant op een ggo-onderstam.

Agro-infiltration: Techniek om een vreemd gen in een plant tot expressie te brengen, zonder dat het gen in het planten-DNA wordt ingebouwd.

RNA-dependent DNA methylation (RdDM): Manier om bepaalde genen tijdelijk ‘uit te zetten’.

Reverse breeding: Methode om achterstevoren te kruisen: van nageslacht naar ouderplanten.

Synthetic genomics: Het synthetisch bouwen van genen in een laboratorium.

Andriukaitis heeft een complex vraagstuk op zijn bord, dat meer omvat dan enkel cisgenese. De Commissie moet afwegen hoe het een hele nieuwe generatie van biotechnologieën ook wel New Breeding Techniques (NBT) genoemd, gaat reguleren.

Kern van al deze technieken is dat er geen ‘vreemde’ genen in de vrucht van de plant zitten.

Het zijn technieken met namen die rechtstreeks uit een sciencefictionfilm lijken te zijn gerold: ‘zinc finger nuclease’, ‘agro-infiltration’, ‘reverse breeding’. Kern van alle NBT’s is dat er geen ‘vreemde’ genen in de vrucht van de plant zitten (zie kader). Maar is die vrucht daarom dan geen genetisch gemanipuleerd organisme?

Bij het beantwoorden van die vraag helpt de industrie, net als Greenpeace, graag een handje.

Het zogeheten NBT Platform voert sinds kort een geruisloze Brusselse lobby. Het is een lobbykantoor opgezet door Schuttelaar & Partners, een Nederlands adviesbureau dat eerder bedrijven als Monsanto bijstond. Tot de leden behoren middelgrote zaad- en fruitbedrijven, maar ook de Zwitserse biotech-reus Syngenta. Volgens het EU-lobbyregister heeft het platform een budget van 50 tot 100 duizend euro per jaar.

Guus ter Haar is woordvoerder van het NBT Platform. Hij wijst er net als Schouten op dat wanneer de nieuwe technieken als ggo worden bestempeld ze niet meer toegankelijk zullen zijn voor kleine en middelgrote bedrijven. Ook zouden strenge regels niet te handhaven zijn voor import, en zou het zo EU-boeren benadelen. ‘Deze producten zouden naar de EU geïmporteerd kunnen worden omdat ze niet te onderscheiden zijn van producten die voortkomen uit traditionele veredelingstechnieken.’

Om haar zaak te bepleiten verspreidde het NBT Platform in de luwte een goed doortimmerde juridische analyse van de nieuwe technieken, bezorgd op de deurmat van Europese beleidsmakers. Volgens dit rapport, dat publiek werd via de Britse wet openbaarheid van bestuur, zou geen van de NBT’s aanleiding geven tot ggo’s, en zouden ze daarom dus niet gereguleerd hoeven worden.

Maar snijdt dit wetenschappelijk hout? Als het gaat om cisgenese komt ook vanuit Wageningen kritiek.

Sergei Golyshev (CC BY 2.0)
Inmiddels weegt ook het vrijhandelsverdrag TTIP mee in de beslissing over de nieuwe biotechnologieën.
Sergei Golyshev (CC BY 2.0)

Ervaring

‘Cisgenese gebruikt dezelfde techniek als transgenese’, zegt hoogleraar biologische plantenveredeling Edith Lammerts van Bueren in universiteitsblad Wageningen World. ‘Je doet de waarheid geweld aan door te zeggen dat cisgenese dezelfde resultaten oplevert als klassieke veredeling. Cisgenese haalt een gen uit de context. Bij klassieke veredeling komt met een gen een heel stuk chromosoom mee. Dat wordt door voorstanders [van cisgenese] als risico gepresenteerd; je weet niet welke genen je meeneemt. Dat is zo, maar met klassieke veredeling hebben we veel meer ervaring. We weten hoe we planten moeten selecteren. Dat is bij cisgenese niet zo.’

EuropaBio: ‘EU wordt agrarisch museum’

‘Van leider tot achterblijver’. Zo typeert Beat Späth van EuropaBio, de belangenbroep van de Europese biotech-industrie, de EU. ‘Europa riskeert het agrarisch museum van de wereld te worden’, zei Späth eerder dit jaar. ‘We lopen achter op alle continenten wanneer het gaat om de cultivatie van ggo’s. (…) Dit terwijl Europa aan de wieg stond van de uitvinding van ggo’s.’ Späth refereert naar het feit dat de basis voor gentechnologie in België werd gelegd, door uitvinders Marc Van Montagu en Jozef Schell van de UGent. Momenteel is slechts één soort ggo toegestaan in Europa voor gebruik in de akkerbouw, MON810, een ggo-mais van Monsanto.

Volgens Späth heeft het strenge regime, waarbij niet alleen voedselagentschap EFSA goedkeuring moet geven maar ook de EU-lidstaten, geleid tot een rem op innovatie. ‘Er zijn nog drie grote biotech-bedrijven in Europa: Syngenta, BASF en Bayer. Het grootste cluster van hun research and development zit in België, net buiten Gent. Maar de afgelopen vijf jaar hebben ze alle drie grotere onderzoekscentra in de VS geopend.’ Volgens Späth ervaart Europa ook een braindrain. ‘Een anekdote daarvan kwam recent van de Duitse nobelprijswinnaar Christiane Nüsslein. Zij stelde dat haar studenten biotechnologie geen banen vinden, en vertrekken naar andere delen van de wereld.’

Maar die kritische kanttekening van Lammerts van Bueren komt niet terug in een analyse die het ggo-panel van het Europese voedselagentschap EFSA in 2012 maakte. ‘Het panel concludeert dat er gelijke gevaren kunnen worden geassocieerd met cisgene planten als met conventioneel veredelde planten, terwijl er nieuwe gevaren kunnen worden geassocieerd met (…) transgene planten.’

Naast EFSA heeft een speciale werkgroep, met experten uit de Europese lidstaten, gekeken naar de nieuwe veredelingstechnieken. Net als het rapport van Schuttelaar & Partners keek deze werkgroep naar de vraag hoe de NBT’s zich verhouden tot de Europese wetgeving. Conclusie: In veel gevallen geven de nieuwe technieken wel degelijk aanleiding tot ggo’s. Dat geldt ook voor cisgenese.

Maar zit de Europese wet wel goed in elkaar? De gezaghebbende European Academies Science Advisory Council (EASAC) stelt van niet. Zij pleit ervoor ggo-gewassen te behandelen als alle andere gewassen. Specifiek als het gaat om de NBT’s zou dat Europa veel kansen bieden.

‘Momenteel loopt de EU voorop als het gaat om onderzoek naar sommige van deze nieuwe technieken’, schrijft ze in een publicatie uit 2012. ‘Zoals EASAC al eerder heeft benadrukt, zou alle risico-inschatting moeten worden gebaseerd op karaktereigenschappen en niet op de gebruikte technologie. (…) Als de EU kan vaststellen dat de producten die voortkomen uit nieuwe biotechnologieën - waar vreemd DNA afwezig is - niet onder de ggo-wetgeving vallen, dan zal dit een sterke impuls geven aan het concurrentievermogen van Europese plantveredelaars.’

Janet Cotter van Greenpeace vindt echter dat Europa niet zou moeten inzetten op gentechnologie.

Cotter, zelf plantwetenschapper, wijst op de kansen die de reguliere plantveredeling, mede dankzij de inzichten van de biotechnologie, inmiddels biedt.

Uit e-mails blijkt dat de Europese Commissie in het kader van TTIP met de Amerikanen heeft gesproken over de nieuwe veredelingstechnieken.

‘De conventionele gewasveredeling heeft zich de afgelopen jaren rap ontwikkeld. Met technieken als ‘mark assisted selection’ zijn veredelaars in staat, zonder gentechnologie, in korte tijd meerdere eigenschappen in een gewas te kruisen.’ Specifiek over cisgenese refereert Cotter naar kritiek in tijdschrift Nature op Henk Schouten’s voorstelling van zaken. ‘Het is een ordinaire ggo-techniek.’

Wat de Europese Commissie zal besluiten over de nieuwe biotechnologieën? Inmiddels weegt ook nog een andere factor daarbij mee: het vrijhandelsverdrag TTIP, waar Europa en de Verenigde Staten sinds juli 2013 over onderhandelen.

Uit e-mails die op 4 juli door de Brusselse actiegroep CEO zijn gepubliceerd blijkt dat de Europese Commissie in het kader van TTIP met de Amerikanen heeft gesproken over de nieuwe veredelingstechnieken. Hierbij, zo blijkt uit de documenten van CEO, waren tevens EU en VS lobbyclubs ESA en ASTA aanwezig. De interne e-mails van de Commissie onthullen dat de industrie tijdens die ontmoeting de onderhandelingspartners op het hart drukte vooral geen ‘lappendeken’ van regels te creëren, en de nieuwe biotechnologieën in EU en VS ‘niet te reguleren’.

In de Verenigde Staten worden de meeste ggo’s bestempeld als ‘substantieel equivalent’, en daarom zijn veiligheidsstudies niet verplicht. De Commissie-Juncker heeft gezegd eind 2015 met een voorstel voor Europa te willen komen.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift