‘Landen zonder olifanten vertellen ons wat we moeten doen’

Olifanten in gevaar? Botswana heft jachtverbod op olifanten op

© Fien Lakiere

Olifantenkudde aan een drinkplaats in Etosha, Namibië. De Afrikaanse olifant wordt bedreigd door ivoorhandel en conflicten met de mens.

Botswana kreeg eind mei een internationale storm van kritiek over zich heen nadat de overheid besliste om het jachtverbod op olifanten weer op te heffen. De reactie van veel Botswanen en Zimbabwanen: ‘Mogen we nog zelf beslissen over onze eigen olifanten?’

De Zimbabwaanse minister van Informatie Nick Mangwana verwoordde dat gevoel op Twitter: ‘Zimbabwe heeft 84.000 olifanten, onze draagkracht is 55.000. Mensen en olifanten leven in conflict. Onze ivoorvoorraad is meer dan 300 miljoen dollar waard, maar we kunnen die niet verkopen omdat landen zonder olifanten degene mét olifanten vertellen wat ze moeten doen met hun dieren.’

De conflicten tussen olifanten en lokale gemeenschappen vormen voor een aantal Zuid-Afrikaanse landen een groter probleem dan de status van de Afrikaanse olifant als kwetsbare diersoort. Enkele Zimbabwanen getuigen in een lokale krant: ‘Het is allemaal dankzij de olifanten dat we deze oogst met lege handen gaan achterblijven.’ ‘Ik ben bang om naar mijn velden te gaan, omdat ik door de olifanten gedood zou kunnen worden.’

UNCTAD (CC BY-SA 2.0)

Mokgweetsi Masisi, de huidige president van Botswana die besliste om het jachtverbod op te heffen dat er sinds 2014 in voege was.

De Afrikaanse landen willen daarom een eigen beleid voeren, los van het Westen. Botswana krijgt steun bij die aanpak uit onder andere Zimbabwe, Zambia, Namibië en Angola. Botswaans president Mokgweetsi Masisi nodigde de vertegenwoordigers van deze landen begin mei uit op de Kasane Elephant Summit, een gemeenschappelijke top over de aanpak van hun olifantenprobleem. Botswana werd lang gezien als een veilige haven voor olifanten, maar de internationale gemeenschap vreest dat daar nu verandering in komt.

Volgens cijfers van de International Union for Conservation of Nature (IUCN) en WWF zouden er nog zo’n 415.000 Afrikaanse olifanten overblijven in het wild, waardoor ze de status ‘kwetsbaar’ kregen van het IUCN. Meer dan de helft van deze olifanten leeft in de zuidelijke Afrikaanse landen. De schattingen lopen uiteen, maar Botswana en Zimbabwe hebben met hun respectievelijk 130.000 en 83.000 olifanten de grootste geschatte populaties.

Kasane Elephant Summit

Botswana richtte samen met Zimbabwe, Zambia, Namibië en Angola in 2011 de Kavango Zambezi Transfrontier Conservation Area op, om het grensoverschrijdende natuurgebied in de regio beter te kunnen beheren. Op de Kasane Elephant Summit werden verschillende afspraken gemaakt om het beleid in de toekomst te harmoniseren.

Ook de ivoorproblematiek stond op de agenda van de top. De landen willen regionaal beter gaan samenwerken tegen stroperij en een gemeenschappelijk beleid opzetten voor hun ivoorvoorraden. Stroperij blijft een reële bedreiging voor het voortbestaan van de Afrikaanse olifant volgens een recent rapport van CITES, de Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora.

Als afscheidscadeau gaf president Masisi zijn ambtsgenoten na de top stoeltjes mee, gemaakt van olifantenpoten. Een duidelijk statement: olifanten moeten iets opbrengen voor de bevolking die ermee samenleeft.

Een olifant van 1,6 miljoen

De CITES-conventie verbiedt sinds 1990 de internationale handel. Bijna alle VN-lidstaten hebben de conventie ondertekend, weliswaar na moeilijke onderhandelingen. Verschillende Afrikaanse landen waren geen voorstander van het verbod, want ze hebben zelf grote voorraden onbewerkt ivoor.

Zimbabwe alleen al heeft bijvoorbeeld naar schatting 101 ton aan ivoor, goed voor een totale verkoopwaarde van 300 miljoen dollar. Het land wil die voorraden kunnen verkopen, zodat de opbrengst daarvan gebruikt kan worden voor natuurbehoud. Ook de bevolking die samenleeft met de olifanten zou er op die manier nog iets aan kunnen verdienen. Het valt echter moeilijk te controleren of het geld ook effectief bij de bevolking terechtkomt.

Ivoor: verkopen of verbieden?

1990
: CITES verbiedt internationale ivoorhandel
2008: eenmalige verkoop van ivoorvoorraden Zuid-Afrikaanse landen aan China en Japan
2014: Botswana verbiedt olifantenjacht
2016: CITES-landen weigeren nieuwe vraag om ivoorvoorraden te mogen verkopen
2017: verbod op ivoorhandel in China
Mei 2019: nieuwe president heft jachtverbod Botswana terug op

Als deze ivoorvoorraden legaal verhandeld worden, kan dat grote, negatieve gevolgen hebben voor de olifanten én voor de bevolking. Botswana, Namibië, Zimbabwe en Zuid-Afrika kregen in 2008 de toestemming van CITES voor een eenmalige verkoop van hun ivoor aan China en Japan. Als gevolg hiervan steeg de vraag naar ivoor en kreeg stroperij een boost. Zo’n legale verkoop is namelijk een perfecte dekmantel voor illegaal ivoor.

Volgens The Guardian brengt een dode volwassen olifant 21.000 dollar op aan ivoor. Een levende olifant kan daarentegen zo’n 1,6 miljoen dollar opleveren voor de toerismesector. De meeste olifantenlanden verbranden of verpulveren daarom hun ivoor.

In 2016 vroegen Zimbabwe, Botswana en Namibië in 2016 opnieuw toestemming om om een deel van hun voorraden te verkopen, maar die werd afgewezen op de COP of Conference of the Parties, het beslissingsorgaan van de CITES-landen.

De volgende COP zou in mei dit jaar plaatsvinden in Sri Lanka, maar werd uitgesteld na de aanslagen daar op 21 april. Waar en wanneer de volgende conferentie plaatsvindt, is nog niet bekend. Maar Zimbabwe, Botswana en Namibië zullen alleszins een nieuwe poging wagen om toestemming te verkrijgen voor het verkopen van hun voorraden.

IFAW (CC BY-NC 2.0)

In 2015 stak Kenia 15 ton ivoor in brand, afkomstig uit stroperij. De meeste Afrikaanse landen vernietigen hun ivoor, maar Zimbabwe, Botswana en Namibië willen hun voorraden liever verkopen.

Chinese geneeskunde

Een internationaal verbod op ivoorhandel betekent niet dat er geen markt meer is. De grootste vraag naar ivoor komt uit Aziatische landen, vooral China en Vietnam. China heeft in 2017 zelf een verbod ingevoerd op ivoorhandel. Het is niet duidelijk of de vraag naar ivoor en de stroperij daardoor zijn afgenomen. Mogelijk zijn de kopers gewoon verhuisd naar de zwarte markt. Recent zijn in China nog enkele grote illegale ivoorvondsten gedaan.

China heeft ook een bloeiende markt voor lichaamsdelen van andere dieren, zoals tijgerbotten en neushoornhoorn. Dit zal op korte termijn niet veranderen, zeker nu de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) enkele behandelingen uit de traditionele Chinese geneeskunde erkend heeft.

Milieuactivisten zijn bezorgd, ze vrezen dat de erkenning van behandelingen uit de traditionele Chinese geneeskunde ervoor zal zorgen dat de handel in lichaamsdelen van wilde dieren toeneemt. De WHO zou meer maatregelen moeten nemen om het gebruik van deze producten tegen te gaan, want het erkennen van behandelingen lijkt een goedkeuring voor de hele traditionele geneeskunde. Alleen zeggen dat het naleven van de CITES-conventie noodzakelijk blijft, is volgens milieuactivisten niet genoeg.

IFAW (CC BY-NC 2.0)

China drijft de strijd op tegen illegaal ivoor. In 2014 werd in Gangzhou bijvoorbeeld een grote voorraad in beslag genomen ivoor verpulverd.

‘Human wildlife conflict is real’

Een andere bedreiging voor olifanten, naast de ivoorhandel, zijn de conflicten met mensen waarmee ze hun leefomgeving moeten delen. Het leefgebied van de olifanten krimpt en de klimaatverandering veroorzaakt meer droogtes, en daardoor komen olifanten meer in contact met lokale gemeenschappen.

Ze veroorzaken schade aan gewassen, huizen, waterbronnen en andere infrastructuur. Naast de materiële schade worden ook de mensen zelf aangevallen, met dodelijke slachtoffers tot gevolg.

Voor arme gemeenschappen op het platteland brengt de aanwezigheid van olifanten vooral negatieve gevolgen met zich mee. De overheid van Botswana heeft hierover zelfs twee filmpjes gemaakt, met als titel ‘Human wildlife conflict is real’ (‘Het conflict tussen mensen en wilde dieren is echt’).

Ook lokale kranten beschrijven de problemen met de ‘overbevolking’ van olifanten. Enkele bewoners van Mbalambi, een Zimbabwaans dorp ten noordwesten van Francistown, getuigen: ‘Het is allemaal dankzij de olifanten dat we deze oogst met lege handen gaan achterblijven.’ ‘Ik ben bang om naar mijn velden te gaan, omdat ik door de olifanten gedood zou kunnen worden.’ ‘We hebben lang bij de overheid geklaagd over de situatie, maar er is geen permanente oplossing gevonden om de kwestie op te lossen.’

Volgens de overheid van Botswana zou het aantal incidenten tussen de bevolking en hun olifanten de laatste jaren toegenomen zijn. De oorzaak hiervan zou het jachtverbod zijn dat er sinds 2014 geldt. Ngo Elephants Without Borders stelt echter dat er geen wetenschappelijke bewijzen zijn voor een toename van de conflicten.

Het jachtverbod kwam er onder de vorige president, Ian Khama. Maar amper enkele maanden nadat huidig president Mokgweeti Masisi aantrad, in 2018, richtte hij een comité op dat de opdracht kreeg een consultatieronde te houden over dit jachtverbod. Lokale besturen en gemeenschappen, ngo’s, de toerismesector, onderzoekers en natuurbeschermers werden betrokken bij dit proces. Een van de belangrijkste aanbevelingen van het comité was de opheffing van het jachtverbod.

Trophy hunting

Niet alle aanbevelingen van het comité werden uitgevoerd, maar het jachtverbod werd nu wel opgeheven. De jacht op olifanten wordt volgens president Masisi op een ‘ordentelijke en ethische’ manier opnieuw toegestaan. Er zouden per jaar slechts 400 jachtlicenties voor trophy hunting verdeeld worden. Het is niet de bedoeling dat de populatie uitgedund wordt en ook niet dat er dierenvoer van gemaakt wordt, zoals eerst in de aanbevelingen van het comité stond.

President Masisi verdedigde de beslissing al fel op Twitter en Facebook: ‘Het veiligstellen van de toekomst van olifanten in onze regio hangt af van ons vermogen om te verzekeren dat olifanten een economisch voordeel zijn en geen last voor degene die zij aan zij met hen samenleven.’

Jacht op olifanten is legaal in Zimbabwe, Zambia, Namibië en Zuid-Afrika. Ook in Botswana is trophy hunting nu dus opnieuw een optie. Deze jachtvorm is puur gericht op plezier en vaak zijn het rijke buitenlanders die de grote sommen geld hiervoor kunnen neertellen. Hun jacht wordt vastgelegd op beeld en als trofee nemen ze slagtanden, huid of botten mee naar huis, om in de woonkamer omhoog te hangen. En niet alleen olifanten, maar ook andere (bedreigde) diersoorten zijn het doel van trophy hunting.

De opbrengst van trophy hunting kan volgens voorstanders gebruikt worden voor anti-stroperijmaatregelen en investeringen in natuurbehoud. Het specifieke toerisme zou toenemen, met extra jobs als gevolg — die verdwenen waren bij het opleggen van de hunting ban. Vlees van de jacht zou gebruikt kunnen worden door de lokale bevolking. Zij zouden zo meer voordelen hebben van de olifanten, die vanuit hun standpunt nu enkel voor problemen zorgen.

© Fien Lakiere

Afrikaanse olifanten aan een drinkplaats in Etosha, Namibië. Rijke zakenmensen tellen duizenden dollars neer om voor hun plezier op olifanten te kunnen jagen.

Te veel olifanten?

Maar volgens verschillende organisaties voor natuurbehoud baseert de overheid zich op foute informatie om het opheffen van het jachtverbod te verantwoorden.

Om te beginnen is de olifantenpopulatie in Botswana momenteel stabiel volgens de ngo Elephants Without Borders, die tellingen uitvoert over het volledige continent. Een gezonde olifantenpopulatie zou per jaar 3 à 5 procent moeten groeien.

Overheidsbronnen spreken van een groei van 55.000 olifanten in 1991 naar 160.000 in 2018, maar beide cijfers zijn fel overdreven. De laatste wetenschappelijke telling van olifanten in het noorden van Botswana schat het aantal dieren op 126.114 (dat zijn er dus 34.000 minder dan de overheidscijfers aangeven). En volgens Elephants Without Borders is het begincijfer van de overheid, de 55.000 in 1991, veel te laag ingeschat.

Ook de ‘carrying capacity’ van 0,4 olifanten per km2, die overheden gebruiken om te spreken van overbevolking, is volgens wetenschappers niet relevant in grote open gebieden zoals de Kavango Zambezi Transfrontier Conservation Area. Waar het om gaat is niet de draagkracht, maar vooral het gebrek aan spreiding van olifantenkuddes. Jacht en omheiningen zorgen ervoor dat meer olifanten op kleinere oppervlaktes gaan leven, wat leidt tot meer schade.

Daarnaast wordt er vooral op oude mannetjesolifanten gejaagd, want die hebben de grootste slagtanden. Dit bedreigt de genetische diversiteit en het sociaal weefsel in kuddes. Zij houden namelijk de jongere mannetjes in toom.

De jacht zal ten slotte niet bijdragen tot minder conflicten met de bevolking, want olifanten worden agressiever en veroorzaken net meer conflict met mensen als er op hen gejaagd wordt. Met 400 licenties per jaar zal de olifantenjacht er ook niet rechtstreeks voor zorgen dat er een drastische vermindering in het aantal olifanten komt.

Andere oplossingen voor de ‘overbevolking’ die geopperd worden door tegenstanders van de jacht, zijn het sturen van olifantenkuddes met corridors en het verkopen van olifanten. Zimbabwe verkocht bijvoorbeeld in de voorbije jaren al een aantal olifanten, die vertrokken naar wildparken in China. Angola wil wel olifanten opnemen, maar de route van Botswana naar Angola is gevaarlijk door onder andere overgebleven landmijnen uit de burgeroorlog en stroperij.

Een andere optie is om stimulansen te bieden aan de lokale bevolking om samen te leven met de olifanten. Dit kan bijvoorbeeld door schade voldoende te compenseren, zonder daarom op de olifanten te jagen. Inwoners in dorpen kunnen bijvoorbeeld bijen houden, als afschrikking voor olifanten.

Politieke spelletjes

Foreign and Commonwealth Office (CC BY 2.0)

Ian Khama, voormalig president van Botswana

Foreign and Commonwealth Office (CC BY 2.0)

Het opheffen van het jachtverbod in Botswana heeft volgens critici mogelijk ook een politieke motivatie. De vorige president Ian Khama (2008-2018) stelde het verbod in. Huidige president Mokgweeti Masisi (sinds 2018) zou met de opheffing stemmen willen winnen op het platteland. In oktober dit jaar zijn er parlementsverkiezingen in Botswana.

De ex-president is ondertussen uit de regerende BDP-partij gestapt en overgelopen naar de oppositie. Hij was het niet eens met het beleid van Masisi en uitte stevige kritiek op het opheffen van het jachtverbod.

De oppositie had zich tegen de maatregel gekant in een statement, maar dat bleek vals te zijn. ‘The UDC has not issued its position on the lifting of the hunting ban yet and will do so in due course. It is regrettable that opponents think this is an issue for partisan political mileage when we had thought it was of national interest.’ Olifanten worden dus gebruikt als inzet voor politieke spelletjes.

Internationale kritiek

Olifanten zijn een geliefd goed doel, met ontelbare ngo’s en beroemdheden die zich hiervoor inzetten. Het opheffen van het jachtverbod oogstte dan ook veel internationale kritiek, vooral uit het Westen. Twitter stond niet stil, zelfs de Amerikaanse celebrity-presentatrice Ellen DeGeneres liet van zich horen:

De overheid van Botswana heeft zelfs de bekende Hollywood PR-firma 42 West ingezet om de negatieve publiciteit over het jachtverbod te counteren, maar die heeft het contract intussen verbroken. Het bedrijf werkt ook samen met Hollywoodsterren die sterk gekant zijn tegen het opheffen van het jachtverbod en claimt dat er een misverstand was over de inhoud van het contract.

Vanuit de Afrikaanse landen klinkt dan weer kritiek op de kritiek. President Masisi was net na de bekendmaking spreker op een conferentie over de diamantindustrie in Los Angeles. Hij werd onderbroken door een activiste die zijn beleid bekritiseerde en diende haar meteen van antwoord.

Veel Botswanen staan achter de beslissing van president Masisi. Op Twitter wordt westerlingen aangeboden om zelf een olifant te komen ophalen voor in hun achtertuin. Kritiek is makkelijk als je zelf niet met de olifanten geconfronteerd wordt, vindt men. De ‘conservation ideology’ van het Westen zou het welzijn van dieren boven dat van de bevolking zetten.

Een moeilijke discussie, maar in de praktijk zal het beschermen van de olifanten alleen succesvol zijn als de bevolking zelf ook niet vergeten wordt.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift