Ondertussen in Griekenland: een structurele oplossing blijft uit

Het IMF publiceerde begin februari een rapport over de financiële toestand van Griekenland. Het rapport herhaalt onder meer dat een schuldkwijtschelding nodig is om de Griekse staatsschuld onder controle te krijgen. Volgens Jeroen Dijsselbloem, hoofd van de Eurogroep, is het IMF onnodig pessimistisch.

  • Theophilos Papadopoulos (CC BY-NC-ND 2.0) Theophilos Papadopoulos (CC BY-NC-ND 2.0)
  • Elias Bizannes (CC BY-SA 2.0) Elias Bizannes (CC BY-SA 2.0)

In de zomer van 2015 stemde de Griekse eerste minister Alexis Tsipras in met een derde reddingsprogramma waarbij Griekenland zich in ruil voor financiële steun bereid verklaarde om over te gaan tot bijkomende besparingsmaatregelen en structurele economische hervormingen. Dit derde akkoord, dat inhoudelijk erg leek op de twee vorige, onsuccesvolle programma’s, werd door veel economen erg kritisch onthaald. Ook het Internationaal Monetair Fonds, dat enkel financiële steun verleent aan landen waarvan de staatsschuld houdbaar is, besloot op basis van zijn eigen analyse niet deel te nemen aan het reddingsprogramma.

Griekse schuld onhoudbaar volgens het IMF

Begin deze maand publiceerde het IMF opnieuw een rapport over de economische en financiële toestand van Griekenland. De nieuwe analyse komt grotendeels overeen met de bevindingen van het fonds naar aanloop van de onderhandeling van het reddingsprogramma in 2015. Volgens het IMF heeft Griekenland op sommige vlakken wel vooruitgang geboekt maar blijft de implementatie van de gevraagde hervormingen vooralsnog onvoldoende.

Een eerste heikel punt blijft volgens het IMF het ineffectieve Griekse belastingsysteem, waarbij bovendien een grote bevolkingsgroep is vrijgesteld van belastingen. Een tweede probleem is de bankensector, waar banken onder meer bedreigd worden door een groot aantal non performing loans. Dit zijn leningen toegekend aan mensen die niet, of niet tijdig, terugbetalen.

Het meest fundamentele probleem is echter de geringe economische groei. Voor een land dat te kampen heeft met een grote staatsschuld is het cruciaal om een groeivoet te hebben die de interestvoet van de openstaande schuld overstijgt. Indien dit niet het geval is, stijgt de staatsschuld immers sneller dan dat het BBP toeneemt, waardoor de situatie voor het betrokken land onhoudbaar wordt.

In dergelijke situaties kan de staatsschuld enkel verlaagd worden indien er voldoende primaire budgetoverschotten (het verschil tussen de overheidsinkomsten en de overheidsuitgaven, schulden buiten beschouwing gelaten) worden gerealiseerd. Grosso modo komt dit neer op bijkomende belastingen of een daling van de overheidsinvesteringen. In het geval van Griekenland, waar de werkloosheid en de armoede enorm zijn gestegen, zijn bijkomende besparingen echter sociaal en politiek niet houdbaar.

In het geval van Griekenland, waar de werkloosheid en de armoede enorm zijn gestegen, zijn bijkomende besparingen sociaal en politiek niet houdbaar.

Bij de aanpak van de Griekse schuldencrisis wordt al sinds het eerste reddingsprogramma in 2010 systematisch uitgegaan van een onwaarschijnlijk hoge groeivoet van de Griekse economie. Op basis hiervan worden dan prognoses gemaakt aangaande de houdbaarheid van de Griekse staatsschuld.

Precies omdat het IMF sinds 2015 uitgaat van een minder optimistisch scenario aangaande het moderniseren van de Griekse economie en de daaruit voortvloeiende groeivoet, is het tot de conclusie gekomen dat de Griekse staatsschuld onhoudbaar is en een gedeeltelijke schuldkwijtschelding zich opdringt.

In het rapport dat begin februari verscheen, herhaalt het IMF deze stelling. Tegelijkertijd benadrukt het dat een schuldkwijtschelding op zich onvoldoende is en hoe dan ook gepaard zal moeten gaan met een grondige hervorming van de economie, onder meer aan de hand van een verregaande privatisering.

Patstelling

In een reactie op het rapport van het IMF noemde Jeroen Dijsselbloem, hoofd van de Eurogroep, bovenstaande analyse echter nodeloos pessimistisch. De onenigheid tussen het IMF en de Europese instellingen betreffende de houdbaarheid en het al dan niet kwijtschelden van de Griekse staatsschuld is al enkele jaren oud. In het nieuwe rapport stelt het IMF nu echter ook dat de door Europa opgelegde besparingen, die moeten zorgen voor de reeds aangehaalde primaire overschotten, nefast zijn voor de economische groei.

Wat betreft die besparingen zit de Griekse overheid natuurlijk tussen twee vuren. Het is immers zo dat Griekenland pas over de afgesproken financiële hulp kan beschikken nadat is gecontroleerd of de gevraagde besparingen en structurele hervormingen effectief worden doorgevoerd. De Griekse overheid heeft dus weinig andere opties dan te zwichten voor de Europese druk. Anderzijds stuiten die besparingen op hevig protest bij de geteisterde Griekse bevolking, die stilaan alle hoop verliest. Als gevolg van deze impasse zijn er regelmatig (her)onderhandelingen tussen Griekenland en de eurozone over het reddingsprogramma.

Naar aanleiding van deze (her)onderhandelingen en het recent verschenen rapport van het IMF laaide de discussie over het probleem van de Griekse staatsschuld en bij uitbreiding de kwestie van Griekenland als lid van de Europese Muntunie deze maand opnieuw op. Omdat het er alle schijn van heeft dat Griekenland ook na het aflopen van het huidige reddingsprogramma in 2018 nood zal hebben aan financiële steun, is het belangrijk dat er een compromis wordt gevonden tussen het IMF, de Eurogroep en natuurlijk Griekenland zelf.

Momenteel ligt zo’n compromis echter allesbehalve in de lijn der verwachtingen. De Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble heeft immers al laten weten dat een expliciete schuldkwijtschelding niet tot de mogelijkheden behoort en dat van een vierde reddingsprogramma geen sprake kan zijn zonder de deelname van het IMF.

Elias Bizannes (CC BY-SA 2.0)

 

Nood aan groei in plaats van besparingen

MO* vroeg Paul De Grauwe, professor aan de London School of Economics, om de huidige stand van zaken toe te lichten. ‘Zoals te verwachten viel, is er eigenlijk zo goed als niets veranderd in vergelijking met de vorige episode in de Griekse schuldencrisis. Net als in de vorige twee reddingsprogramma’s zijn de voorwaarden van het huidige programma totaal onrealistisch. Het is onverantwoord om van Griekenland, waar de bevolking al jaren gebukt gaat onder extreme besparingen, te vragen dat het een primair budgetoverschot van 3,5% van het BBP realiseert.’

Paul De Grauwe: ‘Het is onverantwoord om van Griekenland te vragen dat het een primair budgetoverschot van 3,5% van het BBP realiseert.’

Bovendien is een dergelijke eis volgens De Grauwe niet eens economisch onderbouwd. ‘Enkele jaren geleden is de Griekse schuld overgenomen door de Europese instellingen aan veel gematigdere voorwaarden. Zo werden de terugbetalingstermijnen van de Griekse schuld verlengd en moet Griekenland, zolang zijn staatsschuld in publieke handen is, veel lagere interestvoeten betalen dan wanneer het bijvoorbeeld obligaties zou uitgeven op de financiële markt.’

‘Op die manier werd een klimaat geschapen waarin Griekenland in principe, zonder druk van voortdurende terugbetaling en hoge interestvoeten, zijn economie structureel zou kunnen aanzwengelen.

In de plaats van dit klimaat te benutten en te investeren in de broodnodige groei, doen de Europese instellingen hun eigen maatregel te niet door van Griekenland een enorme besparingspolitiek te blijven eisen. Hierbij wordt voortdurend verwezen naar de Griekse schuldratio van 180 %, terwijl dit getal totaal geen correcte weergave is van hoe zwaar de schuldenlast zelf momenteel op Griekenland weegt.’

De huidige aanpak komt er dus op neer dat de Europese instellingen, die weliswaar via het Europees Stabilisatie Mechanisme (ESM) geld voorzien, de perceptie creëren Griekenland te hulp te schieten, maar door hun eis van besparingen een structurele heropleving van de Griekse economie in de weg staan.

Het European Stability Mechanism is een noodfonds dat onder de vorm van leningen financiële hulp verstrekt aan noodlijdende lidstaten van de eurozone. Het heeft als doel de economische en financiële stabiliteit in de muntunie te bewaren en is de permanente opvolger van het tijdelijke EFSF (European Financial Stability Facility) dat werd opgericht in 2010. Website ESMEuropa speelt volgens De Grauwe dan ook allesbehalve een zuivere rol in de Griekse schuldencrisis. ‘Europese beleidsmakers trekken de punitieve kaart en stellen dat Griekenland boete moet doen voor zijn onverantwoord financiële gedrag uit het verleden. Dit is echter maar een manier om de publieke opinie dermate te beïnvloeden dat ze hun politieke agenda kunnen doordrukken. Het geld dat via het ESM naar Griekenland gaat is immers opgehaald in de lidstaten van de eurozone en komt dus eigenlijk van de belastingbetalers.

De politici in de Noord-Europese landen zoals Duitsland hebben er een streefdoel van gemaakt om hun kiezers te garanderen dat Griekenland al zijn schulden zal terugbetalen. Het zijn voornamelijk de politieke gevolgen van een eventuele schuldkwijtschelding die de beleidsmakers tot de huidige ontoegeeflijke houding aanzetten.’

Telkens wanneer de Griekse crisis een dieptepunt bereikt, wordt ook het scenario van de Grexit aangehaald. Volgens De Grauwe is het voorlopig echter moeilijk uitspraken te doen over de toekomst van Griekenland. ‘Veel zal afhangen van de beslissingen die de Europese beleidsmakers nemen. Het valt wel op dat er momenteel in Griekenland, in tegenstelling tot in andere lidstaten van de eurozone, nog niet echt een brede politieke beweging is die voor een Grexit ijvert.’

‘In ieder geval zou de Grexit voor Griekenland een aantal bijkomende mogelijkheden opleveren om de economische heropleving in gang te zetten, waaronder devaluatie en schuldafschrijving. Daartegenover staat onder meer dat het herinvoeren van de drachme tot de ineenstorting van het Griekse bankensysteem zou leiden. Voor Europa zou een Grexit dan weer voornamelijk reputatieschade opleveren en een precedent scheppen. Iedere keer dat één van de lidstaten dan financieel in de problemen zou komen, zou de muntunie onder druk komen te staan. Dit zou er onder meer toe kunnen leiden dat het aantal investeringen in Europa afneemt.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift