Het einde van het middenveld in Hongarije?

Orbán en de jacht op Hongaarse ngo’s

Chatham House

Viktor Orbán

In Hongarije heeft de rechts-populistische Fideszpartij van premier Viktor Orbán met een verpletterende meerderheid opnieuw de Hongaarse verkiezingen gewonnen. Op die manier kan Orbán zijn “illiberaal” beleid tegen kritische stemmen, waaronder ngo’s, verderzetten.

Budapest, 8 september 2014. Drieënveertig politieagenten vallen de kantoren van de Ökotars Foundation, een ngo die instaat voor de verdeling van de ‘Norway Funds’, en DemNet, een ngo die civiele samenwerking en de versterking van de democratie beoogt, binnen. Met een overdreven machtsontplooiing wordt de directrice van de Ökotars Stichting in een politiecombi geduwd en nemen de agenten documenten, telefoons en computers in beslag.

Deze inval was het sluitstuk van een eerder begonnen proces van de Hongaarse regering tegen ngo’s die geld krijgen uit het Noorse fonds en die beschuldigd werden van wanbeheer en financiële wanpraktijken.

Een rechtbank in Boedapest oordeelde echter in januari 2015 dat het optreden van de politie volstrekt onwettelijk was. Bovendien vond een externe onderzoekscommissie geen onregelmatigheden, noch wettelijke inbreuken bij de ngo’s.

Pseudo-ngo’s

Die raid paste perfect in het antidemocratische, “illiberale” beleid dat Orbán sinds 2010 voert waarbij hij kritische stemmen in de samenleving, waaronder ngo’s, negeert of tegenwerkt.

Volgens de regering Orbán zijn de op de lijst voorkomende door het buitenland gefinancierde organisaties pseudo-ngo ’s die de pro-westerse krachten in Hongarije moeten verankeren.

Al in 2013 maakte de regering een lijst van organisaties die gefinancierd worden door buitenlandse fondsen, hoofdzakelijk komende uit de Open Society Foundation van de naar de Verenigde Staten geëmigreerde Hongaarse zakenman György Soros.

In zijn State of the Nation van 2017 noemde Orbán deze organisaties het transnationale imperium van György Soros, die met ‘zwaar geschut en grote sommen geld’ zijn tentakels op Hongarije vestigt. Volgens de regering zijn dit pseudo-ngo’s die de pro-westerse krachten in Hongarije moeten verankeren.

WEF

György Soros

Einde van het middenveld

Volgens analisten luidde 2017 het einde van het Hongaarse middenveld in. Eind maart 2017 werkte de regering een wet uit, de LexNGO, voor door het buitenland gefinancierde organisaties. Enkele maanden later, in juni, heeft het parlement de wet goedgekeurd.

Volgens de LexNGO moeten ngo’s die meer dan 24.000 euro per jaar uit het buitenland ontvangen, zich registreren bij de rechtbank als een ‘door het buitenland gesteunde organisatie’. Daarnaast moeten ze hun donateurs openbaar maken. Dit label moet de organisatie in elke publicatie en op hun websites opnemen. Doet ze dit niet, kan ze beboet of opgedoekt worden.

‘Hongarije zit in een trechter van vernauwingen waarbij de democratie en de rol van kritische civiele organisaties stelselmatig beknot worden.’

De goedgekeurde wet zorgt ervoor dat zowel de legitimiteit van ngo’s in de publieke sfeer als de mogelijkheid beleidspartner te zijn aanzienlijk veranderd, bedreigd en zelfs geblokkeerd wordt. Dat stellen ngo’s als Tász, Menedék, Amnesty International en Migration Aid, die werkzaam zijn rond de vluchtelingencrisis, mensenrechten en vrijheden in het algemeen.

Hongarije zit in een trechter van vernauwingen waarbij op diverse vlakken de democratie en de rol van kritische civiele organisaties stelselmatig beknot worden. Op politiek gebied kunnen we dit wijten aan het aan de macht komen van de Fidesz partij met een tweederde meerderheid in 2010.

Dat politieke overwicht, gecombineerd met een zwakke oppositie, maakt het de Hongaarse regering gemakkelijk om kritische stemmen in de samenleving waaronder de NGO’s te negeren of tegen te werken en zet de Hongaarse regering ertoe aan de beleidssamenwerking op een helling te zetten door zowel de politieke als sociale instellingen te centraliseren.

Bovendien wordt de werking van de bevraagde ngo’s bemoeilijkt door hen financieel te benadelen, door bijvoorbeeld hoofdzakelijk subsidies te geven aan overheidsgezinde organisaties.

Intimidatiecampagne

Vooral de “publieke sfeerfunctie” wordt uitgehold. Op politiek vlak uit dit zich in het bestempelen van de ngo’s als “buitenlandse operatoren” en het verwijt de oppositie te verstevigen. Op institutioneel vlak werden de fora stelselmatig gekortwiekt en de toegang tot publieke informatie bemoeilijkt.

De financiële bevoordeling van gezagsgetrouwe organisaties met de daaropvolgende steun door buitenlandse donoren aan liberale ngo’s, heeft er mede voor gezorgd dat het illiberale discours van Orbán nog werd versterkt.

Zowel op sociaal als op politiek vlak probeert de regering de macht van de ngo’s in te perken en de legitimiteit van de organisaties in twijfel te trekken.

Zowel op sociaal als op politiek vlak probeert de regering de macht van de ngo’s in te perken en de legitimiteit van de organisaties in twijfel te trekken. Dit proces kende een orgelpunt in de goedkeuring van de LexNGO. Door daarenboven een stigmatisering en intimidatiecampagne op te starten, tracht de regering niet enkel hun legitimiteit en positie in de publieke sfeer te schaden, maar wordt ook hun durf op de proef gesteld. Zo hing de regering in 2017 bijvoorbeeld tienduizenden affiches op in bushokjes, op straat en in de metro. Hierop stond een breed lachende György Soros met de zin: laat Soros niet het laatst lachen.

De echte stuwende kracht achter de maatregelen die de regering treft tegen de ngo’s blijkt het antiliberalisme te zijn. De liberale ngo’s zijn de veruitwendiging van alles waar Orbán niet voor staat: vrijdenkende en liberaal kritische organisaties. Hierbij gaat het om instanties die door het buitenland worden gefinancierd en die kritisch staan ten opzichte van het Hongaarse beleid. Het zijn liberale doornen in het oog van Viktor Orbán.

Nieuwe strategieën

Om hun functie te blijven uitoefenen moeten ngo’s hun strategieën aanpassen en opnieuw legitimiteit verwerven. Dit gebeurt vandaag de dag voornamelijk door bijvoorbeeld strategische procesvoering. Om fundamentele rechten te verdedigen, vechten ngo’s zaken aan bij lokale rechtbanken en niet bij de gecentraliseerde rechtbanken. Die laatste spreken bijna alleen recht dat in de lijn van de regeringsstandpunten ligt. Er zijn wel progressieve krachten die een belangrijke stem van protest symboliseren, maar ngo’s zouden die krachten moeten bundelen. Zo kunnen ze een belangrijke rol in herdemocratisering op zich nemen.

Deze analyse is van de hand van Annabel Van Damme, die als master in de Internationale Vergelijkende Politiek aan de KU Leuven afstudeerde met een scriptie over het politiek project van Viktor Orbán. Haar scriptie kan je hier lezen. Met haar eindwerk nam ze deel aan de Vlaamse Scriptieprijs. Meer info op www.scriptieprijs.be.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur