De toekomst van het Colombiaans vredesproces oogt onzeker

Overleeft Colombiaans vredesproces het verkiezingsjaar 2018?

Gobierno de Chile (CC BY 2.0)

De deelnemers aan het vredesproces tussen de Colombiaanse overheid en FARC in 2017. Of het akkoord overeind blijft na de verkiezingen, is allesbehalve zeker.

Ruim één jaar na de ondertekening van het definitieve vredesakkoord met de FARC staat Colombia opnieuw voor een cruciaal politiek jaar: in maart kiezen de Colombianen een nieuw parlement, gevolgd door presidentsverkiezingen eind mei. De toekomst van het vredesproces oogt onzeker. In verschillende regio’s woedt de gewelddadige strijd om grond(stoffen) volop verder.

De machtige anti-vredeslobby

Het definitieve vredesakkoord tussen de Colombiaanse regering en de FARC werd begin december 2016 goedgekeurd door het Congres. Het akkoord omvat zes grote onderdelen:
1. landhervorming en rurale ontwikkeling; 2. politieke participatie van de FARC; 3. einde van het conflict (re-integratie van de FARC-rebellen); 4. bestrijding van illegale drugs; 5. de oprichting van een speciale vredesrechtbank; en 6. implementatie en verificatie van het akkoord.

Om deze onderdelen om te zetten in wetgeving, werd een versnelde procedure (fast-track) opgestart. Die moest het mogelijk maken om tegen eind november 2017 veertig nieuwe wetten door het Congres te sluizen. Het proces liep echter grote vertraging op, omdat de oppositie dwars lag over tal van details en politiek gevoelige kwesties. Het hele politieke jaar werd getekend door eindeloze debatten in het Congres en een kluwen van gerechtelijke procedures.

Veel machtige politici, grootgrondbezitters en bedrijfsleiders cultiveren in de publieke opinie de angst dat het land aan “communisten” wordt overgeleverd.

De rechtse oppositie, met de invloedrijke ex-president Uribe op kop, verwierp eerder al de eerste versie van het vredesakkoord omdat het te mild zou zijn voor de rebellen (aan de meerderheid van de FARC-strijders wordt door het akkoord amnestie toegekend; veroordeelde FARC-leden zullen vooral alternatieve werkstraffen krijgen). Veel machtige politici, grootgrondbezitters en bedrijfsleiders vrezen dat de vooropgestelde landhervorming in hun nadeel zal spelen en cultiveren in de publieke opinie de angst dat het land aan “communisten” wordt overgeleverd.

Vooral het speciale vredestribunaal (Jurisdicción Especial para la Paz of JEP), een van de centrale onderdelen van het akkoord, werd onder druk van de oppositie fel in slagkracht beperkt. Zo zal het tribunaal zich bijna uitsluitend focussen op de FARC, terwijl het oorspronkelijke opzet was om oorlogsmisdaden en mensenrechtenschendingen door alle partijen in het conflict te onderzoeken en berechten: rebellen en militairen, maar ook bedrijfsleiders en politici die verdacht worden van banden met paramilitairen (en die dus geen baat hebben bij waarheid en gerechtigheid).

Die “particulieren” zullen nu alleen nog berecht worden door het tribunaal wanneer ze vrijwillig meewerken. Een andere overwinning voor de oppositie is dat rechters die in het verleden rond mensenrechtenkwesties werkten, uitgesloten worden van het tribunaal (vanwege veronderstelde partijdigheid). Voor het JEP effectief van start kan gaan, moet het in 2018 nog verschillende administratieve en juridische procedures doorlopen.

Camilo Rueda López (CC BY-ND 2.0)

 

FARC ontwapend, maar geduld raakt op

Terwijl de FARC de afspraken van het akkoord tot nu toe grotendeels hebben nageleefd, lijken de inspanningen van de overheid vaak too little, too late. De rebellengroep (die 7.000 à 8.000 strijders telde) is nu officieel gedemobiliseerd – op enkele dissidente fracties na. In augustus 2017 werden onder toezicht van de Verenigde Naties (VN) de laatste wapens ingeleverd.

De FARC maakte officieel de overgang naar een politieke partij met hetzelfde letterwoord: de partij krijgt tot 2026 minstens 10 “automatische” zetels in het Congres (los van de verkiezingsuitslag) en zal ook deelnemen aan de volgende presidentsverkiezingen (met kopman Rodrigo Londoño alias Timochenko als kandidaat).

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, mag je gratis naar al onze events en kan je in dialoog gaan met onze journalisten. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

Er werden (met enige vertraging) 22 tijdelijke transitiekampen ingericht, verspreid over het land, waar de ontwapende rebellen voorbereid worden op re-integratie in de samenleving. De ex-strijders krijgen er bijvoorbeeld onderwijs over allerhande thema’s en er zijn ook (beperkte) medische voorzieningen. Maar volgens de VN-missie in Colombia had meer dan de helft van de FARC-leden tegen eind november 2017 de kampen verlaten, vooral vanwege het gebrek aan economische alternatieven. De rebellen keren terug naar hun dorpen en families; in het slechtste geval worden ze lid van andere gewapende groepen.

Uit gesprekken die Broederlijk Delen had met ex-FARC-strijders in de regio Cauca (in november 2017), blijken de toegang tot grond, ontwikkeling op het platteland (infrastructuur, onderwijs, gezondheidszorg, steun voor kleine boeren), politieke garanties en de veiligheid van sociale leiders de grootste bezorgdheden van voormalige rebellen. Ze vinden dat de overheid te weinig doet voor hun re-integratie in de samenleving.

‘we willen de overheid niet alleen tegenkomen in de gedaante van soldaten. We hebben ook recht op degelijke scholen, betere wegen en landbouwgrond om te bewerken’

Het zijn dezelfde prioriteiten die ook genoemd worden in gesprekken met boeren, Afro’s en inheemsen in Cauca, een regio die zeer zwaar heeft geleden onder het gewapend conflict. Officiële statistieken geven aan dat het oorlogsgeweld in het hele land spectaculair daalde in de loop van 2017 – ook in Cauca. Maar tegenover die verwezenlijking staat de blijvende bezorgdheid van gemeenschappen over hun veiligheid en de roep om meer aandacht voor de ontwikkeling van het platteland: ‘We zijn opgelucht dat we niet langer gekneld zitten in de vuurgevechten tussen leger en guerrilla’, klinkt het, ‘maar we willen de overheid niet alleen tegenkomen in de gedaante van soldaten. We hebben ook recht op degelijke scholen, betere wegen en landbouwgrond om te bewerken’.

Een rapport van het KROC-instituut, dat door de regering en de FARC werd aangesteld om de implementatie van het vredesakkoord op te volgen, stelt samengevat dat één jaar na het akkoord de grootste verwezenlijkingen werden bereikt op de domeinen van demobilisatie en ontwapening van de FARC. Voor het merendeel van de bepalingen van het akkoord (55 procent) blijft het volgens het rapport wachten op de concrete uitvoering.

Landhervorming blijft dode letter

Eén van de belangrijkste doelstellingen waarrond tot nu toe amper vooruitgang werd geboekt, is de landhervorming. Het ongelijke grondbezit en de historische verwaarlozing van het platteland zijn de structurele oorzaken van het gewapend conflict dat meer dan een halve eeuw aansleepte.

Vandaag is Colombia na Haïti nog steeds het meest ongelijke land in Latijns-Amerika, en die ongelijkheid vertaalt zich bovenal in de verdeling van landbouwgrond

Vandaag is Colombia na Haïti nog steeds het meest ongelijke land in Latijns-Amerika, en die ongelijkheid vertaalt zich bovenal in de verdeling van landbouwgrond: volgens een recent rapport van Oxfam is maar liefst 81 procent van de grond vandaag in handen van slechts 1 procent van de landbewerkers (hoofdzakelijk een handvol landbouwbedrijven en andere grootgrondbezitters).

Hoofdstuk 1 van het vredesakkoord wil deze structurele ongelijkheid rechttrekken. Voor een deel bouwt de geplande hervorming verder op een wet die sinds 2012 van kracht is rond de teruggave van gronden aan slachtoffers van het gewapend conflict, een wet die volgens Amnesty International echter veel te traag wordt toegepast.

Het vredesakkoord voorziet bijvoorbeeld een grondfonds dat in tien jaar tijd 3 miljoen hectare (staats)gronden moet toekennen aan families op het platteland. Daarvoor wil de regering onder meer de eigendomsrechten van 7 miljoen hectare formaliseren (dat is evenveel als de geschatte oppervlakte landbouwgrond die gedurende het conflict van eigenaar veranderde of gewelddadig werd afgenomen), en braakliggende gronden herbestemmen.

Daarnaast zijn ook programma’s voorzien rond voedselzekerheid, en moeten er investeringen komen in infrastructuur en sociale voorzieningen. In de zwaarst getroffen regio’s zet de overheid speciale “territoriale ontwikkelingsprogramma’s” op, waarrond verschillende betrokken actoren uit de gemeenschappen geraadpleegd worden.

Rurale ontwikkeling is ook de prioriteit van de Europese Unie (EU) in haar steun voor vredesopbouw in Colombia: de EU voorziet een steunfonds van 95 miljoen euro, waaraan tot nu toe 19 landen bijdroegen. België deed dat (nog) niet. Het geld moet hoofdzakelijk gaan naar projecten rond economische ontwikkeling en productiviteitsverhoging in de landbouw.

De plannen ogen fraai op papier, maar van de concrete uitvoering van de beloofde landhervorming komt voorlopig weinig in huis.

Plannen die fraai ogen op papier, maar van de concrete uitvoering van de beloofde landhervorming komt voorlopig weinig in huis. Het decreet dat in 2017 werd aangenomen om dit deel van het akkoord van start te laten gaan, moet in 2018 nog het fiat krijgen van het Hooggerechtshof. Ook in het Congres wordt er nog (hevig) debat over verwacht.

Machtige landeigenaars en bedrijven zien in de landhervorming een bedreiging voor hun grondbezit, ondanks de garanties voor privé-eigendommen die dankzij hun lobbywerk zijn opgenomen in het aangepaste en definitieve vredesakkoord. Een van de grote vraagstukken van het komende jaar is dan ook of de geplande landhervorming niet alleen de juridische revisie door het Hooggerechtshof, maar ook de politieke druk van rechts overleeft.

AlCortés (CC BY 2.0)

 

De oorlog tegen verdedigers van milieu en mensenrechten

Symptomatisch voor de afwezigheid van de overheid op het platteland is het aanhoudende geweld tegen verdedigers van mensenrechten, vooral landrechten- en milieuactivisten en inheemse leiders. In 2017 werden volgens de VN minstens 105 activisten vermoord in Colombia (tegenover 127 in 2016, 59 in 2015 en 45 in 2014). Het departement Cauca is de zwaarst getroffen regio, met 30 moorden in 2017. Het overgrote deel van de moordaanslagen blijft straffeloos. Een zorgwekkende tendens van politiek geweld, die contrasteert met het dalende oorlogsgeweld.

Het hiaat dat de FARC achterlaten, wordt vandaag opgevuld door tal van andere gewapende groepen: de kleinere rebellengroep ELN (waarmee momenteel een staakt-het-vuren van kracht is en ook al vredesonderhandelingen werden opgestart), maar ook drugsbendes en nationaal georganiseerde paramilitaire groepen zoals Clan Del Golfo en AGC (met die laatste groep vonden ook al verkennende vredesgesprekken plaats).

Het geweld is deels te verklaren door de drugsproblematiek. De cocateelt en –productie breidden volgens VN-cijfers opnieuw sterk uit. Veel arme boeren blijven afhankelijk van de cocaïnehandel. De overheid wil de problematiek bestrijden door enerzijds gedwongen vernietiging van cocaplantages, en anderzijds programma’s waarbij boeren vrijwillig hun cocagewassen vervangen door legale gewassen, en daarvoor subsidies krijgen. Maar ook hier geldt dat de implementatie van het vredesakkoord (hoofdstuk 4) veel te traag verloopt. Tal van gewapende drugsbendes vechten ondertussen een oorlog uit om territoriale controle, waarvan gemeenschappen die voor hun landrechten opkomen de voornaamste slachtoffers zijn.

Naast de drugshandel blijft ook de mijnbouw een belangrijke drijfveer voor het geweld tegen mensenrechten- en milieuactivisten.

Naast de drugshandel blijft ook de mijnbouw een belangrijke drijfveer voor het geweld tegen mensenrechten- en milieuactivisten. Zowel de uitbreiding van illegale (goud)mijnbouwactiviteiten (vaak gecontroleerd door gewapende groepen) als die van officiële concessies voor grootschalige mijnbouwactiviteiten door internationale bedrijven zoals AngloGold Ashanti leiden tot conflicten en geweld tegen gemeenschapsleiders.

Mijnbouw is één van de zogenaamde “locomotieven” binnen het nationale ontwikkelingsplan van de regering. Hetzelfde geldt voor olieontginning, energieprojecten (zoals stuwdammen) en grootschalige agroprojecten (bv. teelt van suikerriet, Afrikaanse palm en veehouderij). Niet alleen leiden al deze exploitaties tot systematische schendingen van mensenrechten, ook voor het milieu vormen ze een grote bedreiging. De ontbossing nam in 2016 toe met 44 procent.

Sociale organisaties vrezen nog steeds voor een “neoliberale vrede”: een vredesproces met in de eerste plaats een economische agenda, eenzijdig gericht op het openstellen van het land voor buitenlandse investeringen in de grondstoffensector. Een sterk teken van georganiseerd verzet tegen deze agenda zijn de volksraadplegingen die tal van gemeenten opzetten rond mijnbouwprojecten. Ze stellen de door de overheid en bedrijven opgelegde plannen in vraag, en willen burgers een stem geven over de bescherming van natuurlijke rijkdommen.

De onzekerheid van het verkiezingsjaar 2018

Op 11 maart zijn er parlementsverkiezingen in Colombia, en op 27 mei vindt de eerste ronde van de presidentsverkiezingen plaats. De verkiezingen komen op een moment van grote polarisering rond de vraag hoe het verder moet met het vredesproces. Al lijkt de brede publieke opinie volgens peilingen in eerste instantie wakker te liggen van de werkloosheid (die momenteel 10 procent bedraagt), gezondheidszorg en corruptie. De verkiezingen vinden bovendien plaats in een slechte economische conjunctuur, door de lage grondstoffenprijzen.

Op het platteland is het einde van het conflict een veel urgentere zorg.

Het vredesthema lijkt slechts bij een kleine minderheid van de bevolking te leven. Dat toonde ook de lage opkomst voor het vredesreferendum in oktober 2016 aan. Het overgrote deel van de Colombianen woont in grote steden, waar de impact van het gewapend conflict altijd veel beperkter is geweest. Op het platteland is het einde van het conflict een veel urgentere zorg. Maar hoe dan ook zullen politici niet om het vredesakkoord heen kunnen in hun campagne. Al was het maar omdat de wereld toekijkt.

Het volledige plaatje voor de verkiezingen is nog niet duidelijk. De centrum-liberale partij van de huidige president Santos (partido de la U) schuift zelf geen rechtstreekse kandidaat naar voor. Aan rechterzijde zullen de twee partijen van respectievelijk de ex-presidenten Uribe en Astrana (onder de gezamenlijke vlag ‘Colombia Despierta’ of ‘Cololombia, ontwaak’) een coalitie vormen. De definitieve kandidaat voor deze alliantie moet nog gekozen worden. Geen van beide ex-presidenten kan zich echter kandidaat stellen. Naast voormalig defensieminister Marta Ramírez dingt senator Ivan Duque, een hevig tegenstander van het vredesakkoord, naar de nominatie.

Als de alliantie aan de macht komt, dreigt het vredesakkoord verder afgezwakt te worden. Net als in bijvoorbeeld Argentinië en Brazilië vrezen velen een ruk naar (extreem) rechts.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Kandidaten van andere partijen die hun ambities voor het presidentschap al uitspraken, zijn onder meer de links-progressieve Gustavo Petro (ex-burgemeester van Bogotá), de groene kandidate Claudia López, de centrumlinkse ex-burgemeester van Medellín, Sergio Fajardo, en de liberale Humberto de la Calle, de hoofdonderhandelaar van de Colombiaanse regering in de vier jaar durende gesprekken met de FARC. Ook de conservatieve en ondernemersgezinde Germán Vargas maakt volgens analisten een goede kans.

EU moet vredesproces blijven steunen

Het vredesproces is geen gewonnen zaak. Gemeenschappen, vooral in de zwaarst getroffen gebieden, zien tot nog toe te weinig resultaten van het akkoord. Het is noodzakelijk dat de overheid haar inspanningen om het akkoord te implementeren, versnelt – niet alleen op het niveau van de juridische en politieke debatten in Bogotá, maar ook en vooral rond concrete en dringende ontwikkelingsnoden van gemeenschappen in de zwaarst getroffen regio’s. Daarvoor moet het akkoord eerst en vooral de verkiezingen overleven. Internationale politieke druk en steun voor het proces van vredesopbouw blijven cruciaal.

De Europese Unie speelt een belangrijke begeleidende rol in dit proces, in het bijzonder rond de punten m.b.t. landhervorming (hoofdstuk 1), de re-integratie van ex-FARC-strijders (hoofdstuk 3.3) en de bijzondere onderzoekscommissie naar de rol van paramilitairen in het conflict (hoofdstuk 3.4). In totaal trekt de EU bijna 600 miljoen euro uit voor vredesopbouw in Colombia (waarvan 95 miljoen in het bovengenoemde steunfonds). Ook in de handelsrelaties met het land speelt de EU een belangrijke rol: de EU is voor Colombia de tweede handelspartner en er is een vrijhandelsakkoord tussen de EU en Colombia van kracht.

In deze context vragen Broederlijk Delen en haar internationale netwerk Oidhaco dat Europese en Belgische beleidsmakers in hun relaties met de Colombiaanse overheid druk uitoefenen rond volgende punten, ook op internationale fora zoals de VN-Mensenrechtenraad:

  • De participatie van sociale organisaties en het middenveld in de uitvoering van het vredesakkoord, in het bijzonder bij de bestemming van middelen uit het EU-steunfonds en andere financiële mechanismen. Er moet speciale aandacht gaan naar landhervorming en rurale ontwikkeling.
  • Onafhankelijk onderzoek naar de rol van paramilitaire groepen in het conflict en de ontmanteling van deze structuren; en de verderzetting van het staakt-het-vuren en de vredesgesprekken met het ELN.
  • Veiligheidsgaranties voor en dialoog met mensenrechtenverdedigers in het kader van vredesopbouw, in het bijzonder leiders van inheemse, Afro- en boerengemeenschappen. Gevallen van geweld tegen mensenrechtenverdedigers moeten grondig onderzocht worden. De EU moet de situatie in Colombia ook zelf actief blijven opvolgen, in lijn met de EU-Richtlijnen m.b.t. Mensenrechtenverdedigers.
  • Respect garanderen voor het internationaal erkende recht op voorafgaande inspraak van lokale gemeenschappen rond het beheer van land en grondstoffen.
  • Werk maken van strengere regulering van privé-investeringen op het vlak van mensenrechten, in het bijzonder in de grondstoffensector. De EU moet er ook nauwgezet over waken dat investeringen door Europese bedrijven in Colombia, en de handelsbetrekkingen met het land, niet bijdragen tot schendingen van de mensenrechten.

Wies Willems is beleidsmedewerker natuurlijke rijkdommen & Latijns-Amerika
bij Broederlijk Delen

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift