Pakistan: …en op het einde wint het leger

Analyse

Pakistan: …en op het einde wint het leger

Pakistan: …en op het einde wint het leger
Pakistan: …en op het einde wint het leger

De confrontatie tussen de Pakistaanse regering en tienduizenden demonstranten in Islamabad dreigt de democratische vooruitgang van de voorbije jaren te ondergraven en het leger meer dan ooit te bevestigen als het echte machtscentrum. Een beschouwing bij de rol van het leger in Pakistan.

De Amerikaanse Azië-expert Philip Oldenburg onderzocht in India, Pakistan, and Democracy: Solving the Puzzle of Diverging Paths waarom het leger in Pakistan de dienst uitmaakt, terwijl de democratische instellingen in India zestig jaar turbulenties blijkbaar goed doorstaan hebben. Hij wijst er op dat de de suprematie van het Pakistaanse leger al ingebakken zat in de manier waarop het Britse koloniale bestuur georganiseerd was in Punjab en de Noordwestelijke Provincie. ‘Pakistan erfde twee uiterst gemilitariseerde provincies zonder ervaring met democratie, wat de fundamenten legde voor het nationale militair-bureaucratische ethos.’

De vijand is een welkom argument

Ayesha Siddiqa, auteur van meerdere studies over het Pakistaanse leger, waaronder het in Pakistan onvindbare Military Inc., waarin ze de economische belangen van de legertop blootlegt. Zij zoekt de oorzaak van de militaire dominantie ook in de geschiedenis, maar verwijst eerder naar de oorlog met India om Jammu en Kasjmir in 1947-1948, in de prilste dagen van de republiek.

In het eerste jaar van zijn bestaan kreeg het Pakistaanse leger liefst zeventig procent van het nationale budget toegewezen

Die legde volgens haar de grondslag voor de nationale obsessie met nationale veiligheid en de ondeelbaarheid van het grondgebied, op hun beurt de pijlers waarop de gemilitariseerde staat, die Pakistan sindsdien werd, rust. In het eerste jaar van zijn bestaan kreeg het Pakistaanse leger liefst zeventig procent van het nationale budget toegewezen.

India is niet alleen veel groter en rijker –en dus ook militair machtiger- dan Pakistan, het is ook angstwekkend dichtbij. Tussen de twee Punjaabse steden Amritsar (India) en Lahore (Pakistan) ligt amper 57 kilometer goed berijdbare weg. Vanaf de Line of Control in Jammu en Kasjmir tot Islamabad is in vogelvlucht maar honderd kilometer. En in de militaire hoofdkwartieren van Rawalpindi gaan ze ervan uit dat de Indiërs, als ze komen, zullen komen met hun zelf ontworpen Tejas of LCA supersonische gevechtsvliegtuigen. Dan is honderd kilometer maar een paar minuten ver.

Van politieke naar economische macht

Elke oorlog om Kasjmir –er zijn er tot nu toe drie conventionele geweest en sinds 1989 steunt Pakistan gewapende groepen die Indiaas Kasjmir willen losmaken van India- vergrootte de greep die het leger had op de Pakistaanse politiek en maakte het steeds moeilijker die militaire dominantie in vraag te stellen.

En daardoor, zegt Ayesha Siddiqa, kon het leger ook een netwerk van economische belangen uitbouwen dat alle sectoren en niveaus doordringt. ‘De twee zakengroepen van het Pakistaanse leger –de Fauji Foundation en de Army Welfare Trust– zijn de grootste zakenconglomeraten in het land’, schrijft ze in haar jongste boek, De vermenging van enorme zakelijke belangen met de centrale rol in het voortbestaan van het land zelf, leidt volgens Siddiqa tot een leger dat voortdurend op absolute politieke macht aast.

Atoomkracht

Een belangrijk kantelmoment voor de positie van het Pakistaanse leger was mei 1998, toen eerst India en twee weken later Pakistan hun atoombommen testten. ‘India demonstreerde zijn nucleaire capaciteit in mei 1998 om voor iedereen en voor altijd duidelijk te maken wie het voor zeggen zou hebben in de regio’, zegt nucleair wetenschapper Pervez Hoodbhoy.

‘Het ultieme wapen eindigde echter als een schot in de eigen voet. Pakistan antwoordde immers met zijn eigen tests en creëerde zo een machtsevenwicht dat voordien niet bestond. De nucleaire gelijkwaardigheid maakte voortaan zelfs een beperkte conventionele oorlog –waarin India zonder discussie de sterkere partij was– te gevaarlijk om nog haalbaar te zijn.’

Dit resulteerde echter niet in een kleinere rol voor het leger in de politiek. In 1999 leidde dat nieuwe machtsevenwicht in Zuid-Azië zelfs bijna wél tot een nieuwe oorlog toen Pakistaanse troepen op basis hun nieuwe zelfvertrouwen probeerden de bestandslijn in Kasjmir te verleggen. De mislukking van die operatie mondde dan weer uit in de staatsgreep van generaal Pervez Musharraf tegen toenmalig premier Nawaz Sharif.

Nu Sharif sinds 2013 opnieuw de politieke macht in handen heeft, wil hij de invloed van het leger terugdringen. Hij liet Pervez Musharraf aanhouden en aanklagen wegens landverraad. Hij nam ook meteen initiatieven om de onderhandelingen met India over onder andere Kasjmir nieuw leven in te blazen.

Leerling alchemisten

‘De omsingelingsangst van het Pakistaanse leger is niet enkel een defensieve, territoriale vrees’, beklemtoont Ayesha Siddiqa. ‘Het gaat eigenlijk op de eerste plaats om de behoefte aan een politieke en economische invloedssfeer. In het oosten wordt Pakistan beperkt door India, in het westen door Iran. De enige uitweg voor de Pakistaanse machtsdenkers om de ingebeelde regionale roeping van Pakistan te realiseren, begint dan ook met een Pakistan-vriendelijke regering in Kaboel om uiteindelijk te eindigen in een islamitisch Centraal-Azië dat de voortrekkersrol van Pakistan zou omarmen.’

Het klinkt als een hoogmoedige droom, maar zo kan je het denkkader van de militaire top wel degelijk samenvatten, volgens militair deskundige en wetenschapster Ayesha Siddiqa. ‘Het Pakistaanse leger gedraagt zich als een club middeleeuwse alchemisten’, zegt Siddiqa, die op allesbehalve vriendschappelijke voet leeft met de 600.000 man sterke strijdkrachten van haar land.

De Pakistaanse legerleiding blijft geloven dat ze ooit India op de knieën zal dwingen en blijft experimenteren met gewapende groepen

‘De alchemisten bleven geloven dat ze puur goud konden maken, ook al lukte het nooit en verdween zelfs het echte goud dat ze bezaten in hun uitzichtloze experimenten. De Pakistaanse legerleiding blijft even halstarrig geloven dat ze ooit de perfecte formule zal vinden om aartsvijand India op de knieën te dwingen en zelf als regionale grootmacht te triomferen. Daarom blijft ze experimenteren met gewapende groepen, ook al is het intussen voor iedereen duidelijk dat die allang hun eigen agenda volgen en zich tegen de Pakistaanse staat zelf gekeerd hebben.’

Het meest uitgesproken voorbeeld van zo’n militaire alchemist is wellicht luitenant-generaal in ruste Hamid Gul. ‘Het voortbestaan van Pakistan is gebonden aan een oplossing voor de kwestie Kasjmir. Dat is voor ons een kwestie van leven of dood’, zegt hij. Hamid Gul stond aan het hoofd van de beruchte militaire inlichtingendienst ISI van 1987 tot 1989, in volle eindspel met de Sovjettroepen in Afghanistan.

Uit de diplomatieke telexen die WikiLeaks in 2010 openbaar maakte, blijkt dat de Amerikaanse diplomatie heel specifieke beschuldigingen uitte tegen de voormalige luitenant-generaal. Hij zou niet alleen actief samengewerkt hebben met zijn vroegere cliënten van de Afghaanse taliban, maar ook met hooggeplaatste Al Qaeda mensen.

Gul doet die beschuldigingen af als diplomatieke fictie en gaat ongehinderd en publiek door met zijn pleidooien voor een assertieve Pakistaanse buitenlandpolitiek, gebaseerd op samenwerking met gewapende militanten. ‘Als het nodig is, moet Pakistan geweld gebruiken om Kasjmir te bevrijden. Want zolang India Kasjmir bezet, kan het de Pakistaanse landbouw wurgen.’

Waterkracht

Voor Pakistan is het water dat via of vanuit Jammu & Kasjmir naar de Arabische Zee stroomt van levensbelang. Tachtig procent van de Pakistaanse landbouw wordt immers geïrrigeerd met rivierwater dat het land binnenkomst via Kasjmir. In 1960 ondertekenden de twee landen het Indus Water Treaty (IWT) waardoor het gebruik van de drie westelijke rivieren –Indus, Chenab en Jhelum– aan Pakistan toekomt en het gebruik van de drie oostelijke rivieren –Sutlej, Beas en Ravi–aan India.

Punjab, de provincie die zowat 75 procent van het Pakistaanse graan produceert en die haar naam ontleent aan de vijf rivieren die er samenstromen in de Indus (panj is vijf en aab is rivier), levert traditioneel ook de legertop.

Dure factuur

Niet iedereen met een militaire achtergrond deelt de omsingelingsvrees van de huidige en vroegere legerleiding. ‘De voornaamste bedreiging voor de nationale veiligheid is intern’, zegt luitenant-generaal op ruste Talat Masood.

‘Het Pakistaanse leger blijft geobsedeerd kijken naar de oostelijke grens, terwijl het staatsbedreigende geweld van binnenuit overal losbarst’

‘Het Pakistaanse leger blijft geobsedeerd kijken naar de oostelijke grens, terwijl het staatsbedreigende geweld van binnenuit overal losbarst. Er zijn groepen die vechten voor hun extremistische ideologie of voor hun sectaire overtuigingen. Er zijn groepen die vechten voor hun subnationale of etnische nationalisme. Ze bestrijden elkaar, maar samen bestrijden ze vooral de Pakistaanse staat.’

De oorspronkelijke vergissing van Pakistan, vindt generaal Masood, is de dominante rol van het leger in het besturen van het land. Daardoor gaat er veel te veel aandacht naar defensie en veel te weinig naar ontwikkeling en naar het bestrijden van de bittere ongelijkheid die het land verdeelt.

De kosten van de samenwerking tussen leger en gewapende groepen voor de Pakistaanse samenleving is groot. Maar ook dat versterkt de positie van het leger, eerder dan het die zou verzwakken. Nu de dreiging van taliban en andere gewapende militanten te groot geworden is, wordt immers een beroep gedaan op het leger om hen te bestrijden.

In de Pakistaanse krant Dawn trekt opiniemaker Adnan Rehman vandaag (donderdag 21 augustus) de aandacht op het feit dat de obsessie van de media met de protesten in Islamabad ten nadele gaat van aandacht voor de lopende oorlog in het noordwesten van het land. ‘Een oorlog die 100.000 soldaten mobiliseert, 1000 slachtoffers maakte op enkele weken tijd. Een oorlog die tussen de 800.000 en 1.000.000 interne vluchtelingen gemaakt heeft, waardoor 300.000 kinderen hun lessen missen en tallozen hongerig en ziek door het leven moeten.’

Voor het Pakistaanse leger geldt, met andere woorden, wat in het voetbal voor die Mannschaft geldt: politiek is een strijd tussen politieke partijen… en op het einde wint het leger.