Pinksterkerken doen aan ontwikkeling, als ’t God belieft

In de hooglanden van Zuid-Ethiopië hebben born again Christenen zich op korte tijd verrijkt door de invoering van lokale appelteelt. Dit succesvolle ontwikkelingsproject veroorzaakte een ware stormloop op de Mulu Wengel Pentecoastal church en op tien jaar tijd steeg het aantal bekeerlingen van tien tot zeventig procent. Pinksterkerken beperken zich overduidelijk niet langer tot zuiver missiewerk. Zelfs de Wereldbank tracht samen te werken met deze nieuwe gelovigen.

You can work with us, but please leave God at the door. Governments don’t do God.

Dat was lang het adagium van het Britse Departement voor Internationale Ontwikkeling (DFID) en andere westerse ministeries van Ontwikkelingssamenwerking. Religieuze groeperingen of geïnspireerde ngo’s kregen maar ontwikkelingsgeld voor hun werking als ze bereid waren te vergeten dat ze ook nog in God geloofden. Ook het publiek weet soms amper dat de grootste ngo’s, zoals Care International, geworteld zijn in religie.

Het tij is gekeerd. De grote multilaterale organisaties genre Wereldbank, maar ook kleinere spelers, werken almaar vaker samen, zeker sinds 9/11, met door God gezonden “ontwikkelingswerkers”. Eindelijk, zou je kunnen zeggen. Want hoe wil je geloof wegcijferen, als acht op de tien wereldbewoners zegt een of andere religie te beleven.

De achtste conferentie van GloPent, een Europese hoogmis voor researchers bezig met Pentecostalism, was dit jaar helemaal aan Pinksterkerken & Ontwikkeling gewijd.

cc la Imagen

“Zonder individualisme geen economische groei” (Dena Freeman)

Missionariswerk 

Pinksterkerken zijn een goede partij. Ze hebben een fijnmazig netwerk, genieten veel vertrouwen én halen veel geld op bij hun achterban.

Pinksterkerken beperken zich al lang niet meer tot zuiver missiewerk (evangeliseren, preken en bekeren). Uit een enquête afgenomen in 2011 bij twaalf belangrijke missionarissen uit vijf westerse landen, allen actief in Zuid-Oost Azië, blijkt dat zijzelf of hun pinksterkerk-organisatie actief betrokken zijn bij wat westerlingen “ontwikkelingssamenwerking” zouden noemen.

Op drie na, waren de twaalf reeds vijftien tot twintig jaar actief als veldwerkers. Tot de eeuwwisseling waren zij echter uitsluitend bezig met missionariswerk (preken, evangeliseren, oprichten van kerken en trainen van kerkleiders). Op één na kwamen ze in de periode tussen 1998 en 2001 echter tot de vaststelling dat die aanpak “inadequaat” was en engageerden zij zich, binnen de lokale gemeenschap waarin ze werkten, ook in ontwikkelingswerk.

Elf van hen zijn vandaag actief in het onderwijs, elf in het verbeteren van leefomstandigheden (landbouwprojecten, microfinanciering, ..), zeven in advocacy (tegen mensenhandel, discriminatie, corruptie,..) en elf houden zich bezig met gezondheidszorg. Negen op de twaalf zijn actief in hygiëne- en waterprojecten; negen in primaire en preventieve gezondheidszorg; vier in gehandicaptenzorg; vier in ondersteuning van drugsverslaafden; drie in hiv; twee in chirurgische operaties en één in de bouw van hospitalen

De appelboom

‘Pinksterkerken zorgen niet noodzakelijk voor economische ontwikkeling, maar ze bereiden wel de geesten voor’, zegt Dena Freeman. Ze is verbonden aan de London School of Economics en is een autoriteit op het vlak van pinksterkerken en ontwikkeling.

Tijdens de achtste GloPent-conferentie legde ze uit waarom bekeringen wel of niet tot (economische) ontwikkeling leiden. ‘Een bekering tot de pinksterbeweging brengt radicale veranderingen aan in de waarden en de sociale organisatie en die zijn mijns inziens noodzakelijk voor economische groei. Zonder individualisme geen groei.’

Rituele feestgelagen

Wie vroeger rijkdom wist te vergaren in de rurale gemeenschap van de Gamo-hooglanden in Zuid-Ethiopië, investeerde zijn surplus in zogenaamde halak’a-feesten. Niemand potte zijn geld op. Men kon wel belangrijk worden door geld te spenderen aan rituele feestgelagen, waarvan iedereen – met name de ouderlingen – een hapje kon meeëten.

Iedereen bleef, economisch gezien, min of meer gelijk. Wie alsnog dreigde rijk te worden, zag zich moreel verplicht het surplus om te zetten in de “reputatie” die hij verkreeg door  initiatierituelen te sponsoren. Een rijkaard werd sowieso ingewijd als halak’a. Dit soort morele economieën, waarbij het overschot aan rijkdom geïnvesteerd wordt in netwerken en reputatieopbouw, komt veelvuldig voor in Zuid-Ethiopië.

CC Henrik Berger Jørgensen

Lalibela met zijn elf oeroude rotskerken is overwegend Orthodox

Van 1 naar 21 % op een halve eeuw

Dat was zo tot voor de komst van pinksterkerken. Zij prediken hard werk en ondernemerschap. Nog veel crucialer echter volgens Freeman – en andere wetenschappers zoals prof. Birgit Meyer – pleiten Pinksterkerken voor een totale breuk met het verleden. Born again Christenen worden aangespoord afstand te doen van hun verleden en tradities – in dit geval de halak’a.

Hoewel in aantal nog altijd kleiner dan de christelijk-orthodoxe kerk (43,5 % van de bevolking in 2007) en de Ethiopische moslims (33,9% in 2007) is de protestantse kerk de snelst groeiende in Ethiopië, aldus Emanuele Fantini, die ook op het GloPent-congres sprak. Fantini: ‘Onder protestanten versta ik traditionele evangelische kerken, pinksterkerken en nieuwe onafhankelijke en charismatische bewegingen.’

Hun aandeel beliep in 1960 amper 1 % van de bevolking in 1960, 5,5 % in 1984, maar bedroeg tien jaar later, in 1994, al 10,2 %. In 2007 lag hun aandeel op 18,6 % in 2007 en op 21 % in 2011.

Boeren bestormen Pinksterkerk

In het Gamo van de jaren zeventig en tachtig sloeg de pinksterervaring echter niet aan. Hun geloofsgemeenschap bleef beperkt in omvang. ‘De Mulu Wengel Pentecoastal church was in de jaren zeventig naar het dorp van Masho gekomen, maar daar stond men heel afkering tegenover de nieuwe religie.’ Wie zich toch bekeerde, leerde lezen en schrijven, bestudeerde de bijbel en liet de halak’a vallen. ‘De frustratie was groot, want eigenlijk was er geen uitweg voor deze groep.’

CC ILRI/Duncan

Weinig duurzame terrasbouw in de Zuid-Ethiopische hooglanden

Toen in 1998 een internationale ngo aan lokale boeren die enkel voor zichzelf kweekten, voorstelde om cash crops (landbouwproducten voor de export) te gaan verbouwen, zagen de pinksterchristenen hun kans schoon. Bij hen was er geen scepsis ten aanzien van de westerse ngo –zoals wel het geval was bij de andere boeren.

De born again Christenen namen gretig deel aan het landbouwproject dat voorziet in de teelt en vermarkting van appels. Een gat in de markt, zo bleek algauw. Ze boerden goed én precies omdat ze zich niet langer gebonden wisten aan het traditionele herverdelingssysteem van de halak’a, konden zij de opbrengsten van hun appelteelt herinvesteren in handel, land, zaailingen en landbouwtuig. Op korte tijd werden de appelboeren naar verhouding schatrijk.

Halak’a is zo jaren tachtig

‘Individualisme is nodig als je economische ontwikkeling wil.’

De nieuwe welvaart van de born again Christenen stak de nog niet bekeerde bewoners de ogen uit en veroorzaakte uiteindelijk een stormloop op de pinksterkerk. Want alleen zo konden de nouveaux riches rechtvaardigen dat ze niet alsnog halak’a wilden worden; bij God vonden ze een moreel excuus om hun persoonlijke verrijking te rechtvaardigen.

‘Masho is vandaag heel anders dan vroeger’, zegt Freeman. Terwijl in 1997 nog maar 10% van de Masho bij de pinksterkerk zat, hebben zich tien jaar later al 70 % van de inwoners bekeerd. De boeren zijn beter af, ook al werken ze niet langer in groepen en is iedereen bezig met zijn eigen doening.

‘Individualisme is nodig als je economische ontwikkeling wil’, meent Freeman. ‘Pinksterkerken zorgen niet noodzakelijk voor economische ontwikkeling, maar ze bereiden wel de geesten, in het geval zich opportuniteiten voordoen. Waarbij ik in het midden laat of die ontwikkeling goed of slecht is.’

cc Thomas Hawk

“Bij God vinden ze een moreel excuus voor zelfverrijking”

De halak’a rituelen zijn intussen vergeten en de Masho zijn onderling erg competitief geworden. ‘Ze zijn misschien beter geschoold en rijker, maar liggen wel vaak overhoop met de andere dorpsbewoners.’

De eerlijkheid gebiedt ook te zeggen dat in Masho niet alleen de groei maar ook de ongelijkheid is toegenomen. Het appelproject bewijst niettemin dat de gepredikte breuk met het verleden en de nadruk op welvaart hic et nunc, een goede voedingsbodem zijn voor wat westerlingen vooruitgang of ontwikkeling zouden noemen. 

Vriend of vijand?

Alles hangt er natuurlijk vanaf hoe je “ontwikkeling” invult.

Wat met de uitwassen van almachtige pastors die kinderen martelen tijdens uitdrijvingsrituelen?

‘Voor Pinksterkerken staat de spirituele transformatie voorop’, zegt Matthew Clarke. ‘Sociale en economische veranderingen zijn in feite maar een bijproduct. Mij best, zolang we maar blijven zoeken naar een gemene deler tussen pinksterkerken en seculiere ontwikkelingsorganisaties.’

Die zoektocht is zeker relevant, want Pinksterkerken zijn een goede partij. Ze hebben een fijnmazig netwerk, genieten veel vertrouwen bij hun volgelingen én ze halen veel financiële middelen op bij hun achterban. Volgens Claudia Währisch-Oblau van Vereinigte Ev. Mission in Wuppertal komt door de band tachtig procent van de fondsen van de eigen gemeenschap.

Toch is de tocht naar de gemene deler bezaaid met wolfijzers en schietgeweren. Willen pinksterkerken überhaupt samenwerken en/of geld ontvangen van seculiere ngo’s, met het risico dat hun holistische visie op ontwikkeling verwatert of met de kans dat ze eerder verantwoording moeten afleggen aan westerse hoofdkantoren dan aan hun eigen achterban? Kunnen faith based organisations op dat vlak de seculiere “ontwikkelingssamenwerking” nog wat bijleren?

Anderzijds: mogen seculiere organisaties aanvaarden dat bepaalde groepen of individuen uitgesloten worden van ontwikkelingsinterventies, omdat ze zondig zijn en het “Koninkrijk” in gevaar brengen –zoals de pinksterkerken over homo’s beweren? Wat met de uitwassen van almachtige pastors die kinderen martelen tijdens uitdrijvingsrituelen?

De zoektocht naar een gemene deler tussen God en Hulp blijft moeilijk. Daarom ook is meer kennis over een zo omvangrijk fenomeen als de pinksterbeweging broodnodig.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur