Dossier: 

De 1 procent rijksten stoot per persoon 175 keer meer CO2 uit dan de armste 10 procent. Dat moet stoppen.

Groei is problematisch in tijden van klimaatopwarming. Toch mag een klimaatakkoord de ontwikkelingslanden de hoop niet ontnemen om ooit uit de armoede te geraken. Maar hoe maak je andere groei mogelijk en hoe verdeel je de beschikbare groeiruimte dan? ‘De grootste voetafdruk moet inkrimpen’, vindt India. ‘Dat is een morele verplichting.’ Alma De Walsche bericht vanop de klimaattop in Parijs.

  • CC Roderick Eime (CC BY 2.0) Luxueus reizen in de Airbus 319 van Emirates: de 30 miljoen rijkste Amerikanen stoten 3 maal meer CO2 uit dan de 600 miljoen armste Chinezen CC Roderick Eime (CC BY 2.0)
  • © Lisa Develtere Sunita Narain: 'Voor de meerderheid van de wereldbevolking blijft de American Way of Life de referentie. Dat is fataal voor de planeet.' © Lisa Develtere

Het is de vraag van de 1000 gigaton. Zoveel CO2 mogen we allemaal samen nog uitstoten als we de opwarming onder de 2°C willen houden, volgens het IPCC.

Dat is het “koolstofbudget” dat de wereld nog heeft om “veilig” op deze planeet te kunnen leven. Maar wie krijgt hiervan hoeveel? En hoe gaan we dat verdelen?

De ontwikkelingslanden spelen het hard hier in Parijs. De industrielanden hebben al het grootste deel van de koek opgebruikt. Bovendien blijft de CO2 die door hun ontwikkeling werd uitgestoten, nog decennia lang in de atmosfeer. Daarom is het nu aan de ontwikkelingslanden om die groeiruimte “op te souperen”. Toch? Over dit soort knelpunten gaat het nieuwe akkoord.

Onderhandelen met opgeheven hoofd  

‘Wij werken constructief samen met het Franse voorzitterschap om tegen vrijdag  tot een ambitieus en bindend  akkoord te komen.  Op de klimaatconferentie van Durban in 2011 hebben we dat engagement opgenomen en we willen die afspraak tot een goed einde brengen.’ De Zuid-Afrikaanse minister van Milieu en Klimaat Edna Bomo Molewa  laat er geen twijfel over bestaan. De BASIC-landen (Brazili, India, Zuid-Afrika en China) willen constructief meewerken en willen tegen het einde van de week een ambitieus en wettelijk bindend akkoord.

Maar ze voegt er meteen aan toe: ‘We zijn hier niet om de conventie te herschrijven. Het sleutelprincipe van de klimaatconventie – Gemeenschappelijke maar Verschillende Verantwoordelijkheden en Respectievelijke Mogelijkheden ( CBDR: Common but differentiated Responsabilities and Respective Capabilities) - moet het uitgangspunt blijven. We stellen ons daarbij constructief en flexibel op.’

En omdat hier elk woord telt, verduidelijkt de minister wat “flexibel” wil zeggen.  ‘Wij zijn naar hier gekomen om te onderhandelen. Sommigen zijn misschien gekomen met het voornemen zeker niet af te wijken van het standpunt dat ze van thuis hebben meegebracht. Ze denken dat ze hun gezicht dan verliezen. [Daarmee verwijst Molewa naar de positie van sommige landen in de LMDC-groep, die in de ogen van sommige waarnemers het proces blokkeren, adw] Dat is niet “onderhandelen”. Er zijn uiteenlopende posities en sommigen trekken een rode lijn. Maar precies over die punten moet je onderhandelen. Wij zijn gekomen om te onderhandelen en om hier met opgeheven hoofd weg te gaan, met een sterk akkoord dat de mensheid beschermt tegen gevaarlijke opwarming’, aldus minister Molewa.

5 na 12

Beschermen tegen gevaarlijke opwarming betekent ook de 2°C inruilen voor een doelstelling van 1,5°C. Ook dat wordt hier door de internationale milieuorganisaties en door meer dan 100 ontwikkelingslanden naar voor geschoven als een element dat zeker in het akkoord moet komen.

Gisteren, dinsdag, gaf Al Gore een presentatie waarin hij een aaneenschakeling van uitzonderlijke weersfenomenen liet voorbij rollen, allemaal van de afgelopen maanden, gaande van de VS, over Brazilië, de Filipijnen, India, Frankrijk, Italië of Groot-Brittannië. De VS zelf zijn sinds 2010 zeven keer getroffen door een “duizendjarige storm”.  De klimaatverandering is bezig, ze ontziet niemand en ze kost hopen geld, zoveel is duidelijk. Ze creëert ook een veel gevaarlijkere wereld, met nog meer migratie en nog meer conflicten.  Die sense of urgency hangt in deze COP dan ook in de lucht.

CO2 boekhouding

Als  we 1,5°C als doelstelling nemen, is het koolstofbudget nog kleiner.  De vraag die hier door verschillende ontwikkelingslanden naar voor geschoven wordt is: wie heeft recht op dit resterende budget? Vooral India maakt hier een punt van. Sunita Narain van het Center for Science and Environment in Delhi analyseert in dit verband de klimaatintenties van de VS.

© Lisa Develtere

Sunita Narain: ‘Voor de meerderheid van de wereldbevolking blijft de American Way of Life de referentie. Dat is fataal voor de planeet.’

‘Er is helemaal geen reden om daar enthousiast over te doen’, stelt Narain. Uiteindelijk wijken die niet zoveel af van business as usual. Maar het grote probleem, aldus Narain, is dat voor de overgrote meerderheid van de wereldbevolking die American Way of Live de referentie blijft. Iedereen wil zo leven. Dat is fataal voor de planeet. Dus, Amerika moet drastisch van koers veranderen om de planeet te redden, zo klinkt haar analyse in dit rapport.

Een morele plicht

De Indiase premier Modi deed een gelijkaardige oproep in de Financial Times de eerste dag van de klimaatconferentie. ‘Voor een deel van de wereldbevolking gaat deze conferentie over het aanpassen van hun levensstijl, het gebruik van nieuwe technologieën. Voor een ander groot deel gaat het over verlies en hoop.’ India heeft zelf een ambitieus klimaatplan ingediend, maar al die inspanningen volstaan niet om tegemoet te komen aan een bevolking van 1,25 miljard mensen, waarvan miljoenen nog in armoede leven.

Een nieuw bewustzijn moet de ontwikkelde landen ertoe brengen om een grotere verantwoordelijkheid op te nemen.

‘De levensstijl van enkelen kan de mogelijkheden van anderen die nog helemaal onderaan de ladder van ontwikkeling staan, niet hypothekeren,’ aldus Modi.

‘De industrielanden zeggen altijd dat het CO2 probleem vroeger niet gekend was en dat hen dit daarom niet kan aangerekend worden. Een nieuw bewustzijn moet de ontwikkelde landen ertoe brengen om een grotere verantwoordelijkheid op te nemen. Zelfs al passen we alle gekende maatregelen toe van technologische innovatie en hernieuwbare energie, dat volstaat niet als ook niet de levensstijl van de rijke landen wordt aangepast.’

CO2-onrecht

Wie de grote “boosdoeners” zijn, vanuit dit historisch perspectief, wordt helder in kaart gebracht in dit filmpje.

Ook Oxfam International lanceerde vorige week in Parijs het rapport Extreme Carbon Inequality, waarin de ngo stelt dat de rijkste 10 procent van de wereldbevolking verantwoordelijk is voor 50 procent van de uitstoot, terwijl 3,5 miljard mensen, de helft van de wereldbevolking, verantwoordelijk is voor 10 procent van de uitstoot.

Het mag dan al kloppen dat groeilanden de industrielanden snel inhalen en voorbij steken in hun uitstoot, per capita blijven de rijke landen nog steeds de grootste uitstoters:

  • Iemand die behoort tot de 1 procent rijksten genereert gemiddeld  175 keer meer CO2 dan iemand van de laagste 10 procent
  • Iemand  van de rijkste 10 procent in India, stoot  gemiddeld slechts een kwart CO2 uit van iemand die in de VS tot de armste helft van de bevolking behoort  
  • De emissies van iemand in de armste helft van de Indiase bevolking, zijn gemiddeld 1/20ste van iemand in de armste helft van de bevolking in de VS
  • De totale emissies van de armste helft van de bevolking in China, zo’n 600 miljoen mensen, zijn slechts een derde van de totale emissies van de rijkste 10 procent in de VS, zo’n 30 miljoen mensen.

Een nieuw model

Ontwikkeling, maar welke ontwikkeling en hoe die mogelijk maken? Het is een prangende vraag die hier in tal van parallelsessies wordt besproken. Opmerkelijk is dat daarbij, voor het eerst in vele jaren, een zeker optimisme heerst over de dynamiek die wereldwijd aan de gang is. De klimaatplannen die bijna alle landen hebben ingediend, hebben in elk van die landen een proces op gang gebracht om echt werk te maken van een klimaatbeleid. Uit de analyse van de INDCs voor India en voor Brazilië bleek ook dat klimaatbeleid helemaal geen rem op ontwikkeling hoeft te zijn. Integendeel, het kan de werkloosheid doen dalen en de levenskwaliteit doen stijgen.

Klimaatbeleid gaat werkloosheid tegen en verbetert de levenskwaliteit. 

Er wordt door de ontwikkelingslanden gehamerd op de noodzaak van financiering door de rijke landen, maar er zijn ook ontelbare Zuid-Zuid-initiatieven op gang gekomen en technologietoepassingen komen in een stroomversnelling.

De rijke landen hebben hier een historische verantwoordelijkheid, op dit keerpunt in de geschiedenis, zo klinkt het hier. Met name om er voor te zorgen dat de ontwikkelingslanden de opstap kunnen maken naar een nieuwe model voor ontwikkeling, een lage koolstofeconomie. Dat ze niet “opgesloten”blijven in oude infrastructuren.

Zowel top down als bottom up-initiatieven zijn daarbij belangrijk. Wat hier wordt beslist en wat we de komende twee decennia doen, zal beslissend zijn voor de komende twee millennia, stellen de wetenschappers. Of om het met de woorden van de Braziliaanse minister van Milieu, Izabella Teixeira te zeggen:  ‘We kunnen niemand achterlaten. We moeten hier slagen, er is geen tijd meer voor uitstel.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.