‘Zij die het vuile werk opknappen, zijn niet noodzakelijk vertegenwoordigd in fair trade initiatieven’

Waarom verduurzamen van de goudontginning nooit lukt

CIFOR

Goudzoekers dalen soms erg diep af in onveilige schachten.

‘Vier dagen duurde het om acht mijnwerkers levend te bevrijden en vierentwintig lichamen te bergen. Maar zelfs voor die acht overlevenden stond geen medische hulp klaar.’ Mukasiri Sibanda is nog erg onder de indruk. Samen met de familieleden en collega’s wachtte hij in spanning het lot van de goudzoekers af. Ze zaten vast in de ondergelopen mijnschachten van Battlefields in Zimbabwe. ‘Wend de ramp aan om artisanale mijnbouw duurzaam en rechtvaardig te maken’, pleit hij. MO* zocht naar goede voorbeelden, maar die lagen niet voor het rapen.

Een dag voor Valentijn, de dag waarop het goud vlot over de toonbanken gaat, valt in Zimbabwe de regen in uitzonderlijk grote hoeveelheden uit de lucht. Een dam houdt het niet langer en twee mijnschachten lopen vol.

De woede over de economische toestand staat niet los van de risico’s die mensen nemen

De straatprotesten in de hoofdstad Harare zijn amper onder controle wanneer in die mijngangen 175 kilometer verderop minstens veertig goudzoekers komen vast te zitten. De woede bij de bevolking over de economische toestand van het land en de risico’s die mensen nemen om aan de armoede te ontsnappen zijn met elkaar verweven.

Door de gigantische inflatie en het grote tekort aan valuta staat het water de Zimbabwanen al een tijdje aan de lippen. De nieuwe president Emmerson Mnangagwa krijgt de situatie niet onder controle. De beslissing om van de ene op de andere dag de brandstofprijzen met 130 procent te verhogen mondde uit in straatprotesten. Het hardhandig neerslaan van die protesten heeft twaalf levens gekost.

Zimbabwe heeft een erg jonge bevolking en die jongeren zoeken wanhopig naar een uitweg uit de armoede. Geld is amper nog in omloop. Wie nog wat op een rekening heeft staan kan het niet langer in baar geld omzetten.

Om een faillissement af te wenden is het land dringend op zoek naar buitenlandse valuta. De nationale bank moedigt goudzoekers dan ook aan het erts te ontginnen. Jongeren dalen af in oude industriële mijnen als die van Battlefields of delven zelf nieuwe schachten.

De adjunct-minister van mijnbouw suggereerde na de ramp in Battlefields dat de slachtoffers zelf de verantwoordelijkheid dragen

Wanneer het dan misloopt, maken industriële mijnbouwbedrijven graag een statement door, zoals in Battlefields, een pomp te leveren om de reddingsoperatie te ondersteunen. Artisanale mijnwerkers roepen dan weer dat zij aan hun lot zijn overgelaten en de overheid wijst de vinger terug. De adjunct-minister van mijnbouw suggereerde na de ramp in Battlefields dat de slachtoffers zelf de verantwoordelijkheid dragen voor de ramp omdat ze opereren in de illegaliteit.

De Zimbabwaanse overheid moedigt de inwoners echter aan deze risico’s te nemen. ’Artisanale mijnbouwers moeten eigenlijk ook onder een vergunning werken, over het juiste veiligheidsmaterieel beschikken en onder een erkende mijnmanager werken. Maar dat kost geld. Geld dat er niet is’, bevestigt Sibanda. ‘De Nationale Bank weet dat en stelt bewust geen vragen over de herkomst van het aangeboden goud. Men hanteert vandaag een no-questions-asked-policy.

Eldorado is geen pure verbeelding

Volgens de Wereldbank komt twintig procent van de globale goudlevering uit artisanale en kleinschalige mijnbouw. Daartegenover staat dat tachtig procent van alle arbeiders in artisanale en kleinschalige mijnbouw tewerk gesteld zijn. Honderd miljoen mensen, arbeiders en hun families, zouden afhankelijk zijn van deze vaak informele mijnbouwactiviteit. De industriële variant, die een stuk efficiënter is, voorziet in het levensonderhoud van naar schatting een miljoen mensen.

‘We zien op het terrein dat de winsten van de artisanale mijnbouw hoofdzakelijk terugvloeien naar de lokale economie’

‘Met cijfers over artisanale mijnbouw moeten we altijd voorzichtig omspringen. Net omdat ze vaak buiten het formele circuit opereren’, waarschuwt Hans Merket van International Peace Information Service (IPIS). De denktank brengt mijnbouwactiviteiten in onder meer Congo en Tanzania in kaart. ‘Maar we zien op het terrein dat de winsten van de artisanale mijnbouw hoofdzakelijk terugvloeien naar de lokale economie. De winsten van de industriële mijnbouw verlaten veel vaker het land’.

Dr. Steven Van Bockstael is onderzoeker verbonden aan de Conflict Research Group (Ugent) en bevestigt dit. ‘De activiteiten zijn snel lucratief en in tegenstelling tot landbouwactiviteiten kunnen ze in meer dan de basisbehoeften voorzien.’ Van Bockstael getuigt hoe het succes van de ene snel andere delvers inspireert: ‘Mensen zien hoe een goudzoeker plots een bromfiets kan kopen en dat wekt hun interesse. Landbouwers combineren hun activiteiten met informele mijnbouwactiviteiten om een extra inkomstenbron aan te boren. Andere groepen verhuizen naar mijngebieden om te ontsnappen uit de structurele armoede.’

‘Tijdens een van mijn bezoeken op terrein in Ivoorkust ontmoette ik een vrouw met twee grote koelkasten in haar huis. Ze deed water in kleine zakjes, koelde die en verkocht die voor een drievoud van de prijs aan de mijnwerkers. Ook voor deze vrouw is artisanale mijnbouw een hefboom uit de armoede.’

Goede praktijken gezocht

Artisanale en kleinschalige mijnbouw heeft terecht een kwalijke reputatie. In tegenstelling tot de industriële ontginning worden artisanale goudzoekers nog vaak blootgesteld aan giftige kwikdampen. Omdat ze meestal in de illegaliteit opereren, is ook er weinig controle op de milieueffecten van hun activiteiten en nemen de delvers vaak grotere risico’s.

‘In de zoektocht naar snel geld neemt een kwetsbare bevolkingsgroep vaak grote risico’s. Ze dalen af in diepe oude industriële mijnschachten zoals in Zimbabwe of graven zelf onstabiele schachten’, getuigt Van Bockstael. ‘Die schachten zijn soms niet meer dan manholes — net breed genoeg voor een mannenlichaam- en kunnen niet gestut worden. Ook geld om grondwater weg te pompen is er niet.’

In dezelfde week werden in Liberia nog eens veertig goudzoekers bedolven onder de modder toen de wanden van de illegaal gedolven schacht het begaven. Van de vermoedelijk veertig slachtoffers konden slechts drie delvers het navertellen. Net als in Zimbabwe roept het vragen over hoe het nu verder moet.

Sibanda heeft schrik dat de ramp wordt misbruikt om de artisanale mijnbouw toch aan banden te leggen. In plaats daarvan vraagt hij om de ramp aan te wenden bij het streven naar een meer duurzame en eerlijke artisanale mijnbouw.

‘Het is een kwestie van elementen uit verschillende windstreken samen te voegen’

We vragen Mukasiri Sibanda aan welk goede voorbeeld Zimbabwe zich zou kunnen spiegelen om de aangrijpen om artisanale mijnbouw meer duurzaam en verantwoord te maken. ‘Het is meer een kwestie van elementen uit verschillende windstreken samen te voegen, eerder dan een bestaand model te kunnen kopiëren.’

Beginnen met een wettelijk kader

In onze zoektocht naar de goede praktijken en duurzame voorbeelden komen we inderdaad niet verder dan een losse verzameling van mogelijke verbeteringen.

‘Je kan de sector moeilijk schoon maken zolang die louter informeel is.’ Daarmee wijst Van Bockstael ons op het grote pijnpunt. ‘De goede gronden worden al snel in concessie gegeven aan grote mijnbouwbedrijven. Zelfs al laten zij die lappen onontgonnen en halen ze de concessie slechts binnen ter speculatie, dan nog is het vanaf dat moment verboden voor elke andere speler om de grond aan te boren.’

‘De industrie zelf heeft wereldwijd de pen van de overheden vastgehouden en de wetgeving in het eigen voordeel uitgewerkt’

‘De industrie zelf heeft wereldwijd de pen van de overheden vastgehouden en de wetgeving in eigen voordeel uitgewerkt.’ Volgens Van Bockstael zijn alle potentieel rijke gronden op die manier automatisch verboden terrein. Een verbod op papier weerhoudt de lokale bevolking niet simpelweg een graantje mee te pikken.

Sibanda geeft voorbeelden van landen en regio’s waar men gronden niet in concessie geeft aan grote mijnbouwbedrijven, maar toewijst aan de kleine en artisanale spelers. Maar net dat wekt soms wantrouwen bij goudzoekers: ‘Waarom willen ze ons weg van deze grond en moeten we naar die grond vertrekken? Is die minderwaardig? Krijgen we enkel restjes?’ Volgens Van Bockstael heeft de maatregel soms simpelweg een averechts effect.

Giftige dampen

CIFOR

Seydou is 16 jaar. oud en manager van een artisanale goudmijn in Burkina Faso.

Niet alleen is artisanale mijnbouw gevaarlijk, in tegenstelling tot de industriële mijnbouw wordt er nog vaker kwik gebruikt. Met de hand duwen arbeiders kwikbolletjes in het gesteente. Verhit met een bunsenbrander helpt het kwik het goud te onttrekken uit het gesteente.

De giftige dampen die vrijkomen tijdens het proces leiden tot ernstige gezondheidsproblemen. Het afvalwater brengt het kwik bovendien in de waterlopen en vervuilt de omgeving. Nochtans zijn er voldoende alternatieven. Maar ook hier botsen we vaak op dat grote obstakel, namelijk wantrouwen.

‘Mensen hebben geen vertrouwen in die alternatieven omdat ze het resultaat niet zien’

‘Er bestaat bijvoorbeeld een afgesloten snelkookpannetje, een retort, dat men in het verleden via ontwikkelingsprojecten in bepaalde gebieden gratis of goedkoop heeft verdeeld’, bevestigt Van Bockstael. ‘Maar mensen hebben geen vertrouwen in de alternatieven omdat ze bijvoorbeeld minder goed zien of het amalgameren voldoende werkt en er niets verloren gaat in het proces. Maar net dat ‘minder goed zien’ maakt het proces gezonder.’

Industriële mijnbouw toch beter?

De industriële mijnbouw kan met minder mensen dan de artisanale en de winsten verdwijnen hoofdzakelijk naar het buitenland. Maar een land kan één grote speler wel belasten om die kapitaalvlucht voor een stuk tegen te gaan.

Bovendien is het makkelijker na te gaan of één bedrijf zich aan de veiligheid- en milieuwetgeving houdt dan honderden kleintjes. Is industriële mijnbouw dan toch niet de meest duurzame, zoals de mijnbouwbedrijven het zelf stellen?

Grote spelers zijn uiteraard niet vrij van rampen en wanneer het misloopt dan zijn de gevolgen ook vaak nog groter. Bovendien zorgen de mijnconcessies aan grote spelers vaker voor landconflicten.

‘Mijnbouw is van nature geen duurzame activiteit’

Catapa, de Belgische beweging die de impact van mijnbouw aan de kaak stelt, streefde ooit voor rechtvaardige mijnbouw. Vandaag worstelt men met de vraag wat nog rechtvaardig kan zijn aan mijnbouw. ‘Mijnbouw is van nature geen duurzame activiteit. We streven beter naar een wereld waar metaalontginning niet meer nodig is. Maar we beseffen ook wel dat je vandaag nog steeds bepaalde metalen nodig hebt, ook in de sector van de groene energie of de gezondheidszorg. Maar wat goud betreft is er eigenlijk voldoende ontgonnen om aan de huidige technologische noden te voldoen.’

Steeds groter draagvlak

De goudprijs zit echter nog steeds in de lift en de goudkoorts zal niet zomaar stoppen. Maar de reputatieschade is ook de producenten van juwelen en technologie niet ontgaan.

Volgens Van Bockstael wordt het draagvlak voor proper goud steeds groter. Producenten zoeken volgens hem ook vaak zelf naar oplossingen, maar botsen net zoals MO* op tal van hindernissen. De labels Fairtrade en Fairmined willen een antwoord bieden op de vraag.

Fairtrade vertrekt vanuit minimumvoorwaarden waaraan een coöperatieve moet aan voldoen om het fairtradecertificaat te verkrijgen. Die minimumvoorwaarden liggen in de praktijk in Afrikaanse landen te hoog. Fairmined legt de lat een pak lager in de hoop een groep te verenigen en vervolgens stap voor stap het proces te verbeteren. In Burkina Faso zouden ze er in slagen stappen vooruit te zetten.

De hoeveelheid Fairtrade- en Fairminedgoud is echter nog zo klein dat het moeilijk is om echt hun impact te meten. Maar als we goede voorbeelden zoeken moeten we waarschijnlijk toch in deze richting kijken.

Samenwerken vaak slechts haalbaar op papier

Fairphone

Fairphone probeert lokaal het proces op te volgen.

Fairphone nam zelf de proef op de som door een eigen smartphone te ontwikkelen en het volledige productieproces in kaart te brengen. De Nederlandse sociale onderneming wil voor de aankoop van de metalen conflictregio’s zoals Oost-Congo niet vermijden. Voor tin en tantalum vond ze de juiste partners en volgt ze zelf de werking van de coöperatieven ter plaatse op.

Goud via coöperatieven in Oost-Congo aankopen, bleek niet haalbaar. De hoeveelheid goud die Fairphone zelf afneemt, blijkt ook te klein om op het terrein als hefboom voor verandering te kunnen dienen. Fairphone koos er uiteindelijk voor om gecertificeerd fairtradegoud uit Peru te kopen.

Volgens onderzoeker aan het Hoger Instituut voor de Arbeid (K.U. Leuven), Dr. Boris Verbrugge, loopt de zoektocht naar proper goud moeizaam. Hij ziet hoe ook de labels fairmined en fairtrade moeilijk het verschil maken. ‘Er wordt verondersteld dat de leden van deze coöperatieven de arbeiders zelf zijn. Onderzoek uit Congo, uitgevoerd door mijn collega Sara Geenen, en ook mijn eigen onderzoek in de Filipijnen toont echter aan dat dit niet altijd het geval is.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

‘Coöperatieven zijn in de praktijk te vaak in handen van financiers en lokale machthebbers’

‘Coöperatieven zijn in de praktijk te vaak in handen van financierders en lokale machthebbers. Met andere woorden, zij die het vuile werk opknappen zijn niet noodzakelijk vertegenwoordigd in fair trade initiatieven.’

Ook Sibanda is sceptisch wanneer hem gevraagd wordt of coöperatieve samenwerkingsvormen geen oplossing kunnen bieden voor de wantoestanden in de sector. ‘Op papier klinkt het goed, in de praktijk blijkt het een pak moeilijker te realiseren.’

Een tweede probleem is volgens Verbrugge dat mijnbouwers in de praktijk soms naast de coöperatieve structuren toch blijven verkopen op de zwarte markt. ‘Omdat het gewoonweg erg makkelijk kan.‘

Volgens Merket is dit omdat kleine hoeveelheden goud en diamant reeds een grote waarde hebben en dus makkelijk ongemerkt buiten het formele circuit verhandeld kunnen worden. ‘Eén goudstaaf is een verzameling van vele kleine hoeveelheden. Het hele traject van die vele kleine stukjes traceren is erg moeilijk.’

Fairphone identificeerde goud als de meest kwetsbare van de 38 metalen nodig om de smartphone te vervaardigen. Daarom investeert het bedrijf zelf in een project in Oeganda om de goudontginning te verduurzamen. Hoe het proefproject in Oeganda loopt, kon Fairphone ons niet zeggen. ‘De mankracht ontbreekt momenteel om hier een antwoord op te formuleren’, luidde het. Wat doet vermoeden dat de resultaten nog niet erg bemoedigend zijn.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

randomness