Europa lust zijn Roma niet

De precaire situatie van de Roma in Europa in kaart

In een aantal Europese lidstaten worden Roma letterlijk de deuren uit gekeken en bij het vuilnis gezet. In Frankrijk, Italië, Macedonië, Roemenië, Hongarije, Bulgarije, Macedonië, Slovakije en Tsjechië hebben Romagroepen te maken met huisuitzettingen. Ze worden hervestigd naar afgelegen plekken, belanden op straat of krijgen oude – vervuilde – fabrieken als nieuwe woonplaats. Een overzicht van de precaire situatie van Roma in enkele Europese landen.

In Italië is het schering en inslag dat Roma zonder voorafgaande consultatie uit hun huizen worden gezet. Zo belandden een paar weken geleden in Milaan nog honderd Roma op straat na twee uitzettingen (zonder officieel uitzettingsbevel).

In Roemenië worden Roma-groepen hervestigd nabij vervuilde sites.

In Frankrijk dreef premier François Hollande, een socialistische premier, het aantal uitzettingen vorig jaar nog op.

In Tsjechië, waar nog tot 2007 gedwongen sterilisatie werd uitgevoerd bij Romavrouwen, zijn Roma voorwerp van agressie en anti-Romademonstraties.

In Slovakije verenigden vierhonderd burgemeesters zich in de beweging ‘Laat ons wakker worden’, een organisatie die zich tot doel stelt om Roma-kampen van de gemeentelijke kaarten te vegen.

Roma uit ex-Joegoslavië blijven in Macedonië verstoken van papieren en dus sociale rechten.

Het Europees Centrum voor Romarechten (ERRC) in Boedapest verzamelde getuigenissen en data in een aantal landenrapporten. MO* brengt een verkort overzicht van de rapporten over Frankrijk, Italië, Macedonië, Roemenië, Slovakije, Tsjechië.

De keuze van de landen gebeurde volgens het ERRC louter op basis van beschikbare betrouwbare gegevens en samenwerking met lokale ngo’s. De lijst is dus niet volledig. Landen als Bulgarije en Hongarije, waar Roma ook sociale uitgesloten worden, werden bijvoorbeeld niet opgenomen wegens gebrek aan mogelijke lokale partners.

Servië werd als enige niet-EU lidstaat opgenomen in het overzicht, omdat een grote groep Roma van Kosovo naar Servië vertrok tijdens de Balkanoorlog. Etnische registratie ontbreekt in België maar zeker is dat Kosovaarse Roma in België een grote groep vormen, onder meer in Antwerpen en in het Waasland. Na ontradingsmissies door de Belgische staatssecretarissen voor Asiel en Migratie Melchior Wathelet en Maggie De Block, en na de asielcrisis in 2011-2012, daalde het aantal asielaanvragen uit Kosovo of Servië sterk, zegt het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen.

Roemenië: hervestiging naar vervuilde sites

Volgens officiële cijfers leven 619.000 Roma in Roemenië, goed voor 3,2 procent van de totale Roemeense bevolking. Niet-officiële schattingen liggen veel hoger: 1.700.000 Roma of 9 procent van de totale bevolking.

Sociale uitsluiting

De Roemeense Roma kampen met grote werkloosheid: 51,5 procent van de actieve Roma heeft geen werk. 

Twee op de tien schoolplichtige kinderen gaat niet naar school, een gevolg van extreme armoede. Een op de vier Roemeense Roma ouder dan 16 jaar is ongeletterd.

De helft van de Roemeense Roma heeft geen toegang tot gezondheidszorg (UNDP, 2011).

Roemeense Romavrouwen en kinderen zijn extra kwetsbaar voor misbruik en mensenhandel. Onderzoek over Roemeense mensenhandel in 2011 toonde aan dat vooral Roma (50 procent van het totale aantal mensenhandelslachtoffers) het slachtoffer zijn van seksuele uitbuiting, gedwongen arbeid, gedwongen bedelnetwerken, georganiseerde kruimeldiefstallen en schuldslavernij.

Huisvesting

Veel Roemeense Roma leven in ondermaatse woonomstandigheden. Zowel racisme als discriminatie zijn obstakels om duurzame huisvesting te vinden. Ze leven geïsoleerd, buiten de steden, met beperkte toegang tot mobiliteit en dus integratie, een gevolg van lokale “ontmoedigingspolitiek”. Nogal wat Romagroepen krijgen te maken met gedwongen uitzettingen en worden hervestigd in ondermaatse huisvesting. Sommige groepen of families leven ook nog altijd nabij vuilnisbelten of andere ongezonde plekken.

In 2010 werden Roma uit hun huizen in het centrum van Cluj-Napoca gezet. Ze verhuisden naar het stort van Pata-Rât, en wonen in zeer krappe behuizing. Elke badkamer wordt er gedeeld met minimum 17 personen. Er is geen wateraansluiting in de huizen, en elf huizen hadden geen elektriciteitsaansluiting. De helft van de bewoners heeft er geen domicilie.

In 2011 lieten de gemeentelijke autoriteiten van Baia Mare, een stad in Noord-West Roemenië, een muur bouwen om de Romawoningen te scheiden van de nabijgelegen straat.
In 2012 werden meer dan 100 Romafamilies uit hun huizen in het stadscentrum gezet en hervestigd in een voormalige koperfabriek, een sterk vervuilde site.

Frankrijk: uitwijzingen en geweld

In Frankrijk leven ongeveer 400.000 Roma en gerelateerde groepen (zigeuners, Sinti, Manoesjen, Kale). 15.000 tot 20.000 zijn Roemeense en Bulgaarse Roma, die maar zeer beperkt toegang vinden tot onderwijs, basisgezondheidszorg en de arbeidsmarkt. Velen zijn actief in de ijzerhandel en de verkoop van tweedehandskleding en dagbladen.

Naar schatting 5000 tot 7000 Romakinderen volgden nooit onderwijs (CNDH 2010). De constante dreiging tot uitwijzing is een grote bijkomende drempel.

Huisvesting

De meeste Roma leven in de buitenwijken van grote steden, grotendeels rond Parijs maar ook rond Marseille, Lille, Lyon, Toulouse en Nantes. Vaak wonen ze in kampen, afgescheiden van de stadskernen, met beperkte toegang tot basisvoorzieningen zoals stromend water.

In de steden Choisy le Roi, Bordeaux, Nantes en Lille werden zogenaamde villages d’insertion of tijdelijke opvangcentra gebouwd.

Uitwijzingen

In 2010 riep president Sarkozy op om ‘illegale nomadenkampen’ op Frans grondgebied te ontruimen. Een jaar later al was drie kwart van de 741 illegale kampen ontmanteld. Er volgden massale uitwijzingen naar Roemenië en Bulgarije. 13.241 van de 21.384 uitgewezen immigranten waren Roemenen en Bulgaren, waarvan een groot deel Roma.

Het Europees Comité voor Sociale Rechten noemde de Franse verwijderingen en uitwijzingen van Roemeense en Bulgaarse Roma een ernstige schending van het Sociale Charter van Europa. Volgens het comité waren deze uitwijzingen immers gebaseerd op discriminerende gronden en bevatten ze een collectief karakter.

Volgens het ERRC blijven die praktijken rond de collectieve uitwijzingsbevelen bestaan, zonder ernstig onderzoek naar persoonlijke situaties. Zo werden op 6 december 2011 tweehonderd mensen op drie uur tijd onderzocht. Negentig van hen kregen binnen die tijdspanne het onmiddellijke bevel om het grondgebied te verlaten, anderen werden gepusht om “vrijwillig” terug te keren. Volgens het ERRC gingen de verwijderingen gepaard met het schenden van mensenrechten, zoals het niet beschikbaar stellen van legale hulp.

Huisuitzettingen

In 2011 alleen werden 94 gedwongen uitzettingen vastgesteld. 9396 mensen waren daarbij betrokken. Nogal wat Roma werden dakloos, ongeacht hun gezondheidssituatie of het gegeven dat ze onderwijs volgden. Volgens het ERRC voorzag de staat nergens alternatieve huisvesting.
Zo werden in 2012 veertig Romafamilies uit hun kamp in Seine Saint-Denis (nabij Parijs) gezet. De families, met twintig schoolgaande kinderen, leven sindsdien in caravans op straat.

Onder de socialistische premier Hollande verdubbelde het aantal gedwongen uitzettingen in 2013 tegenover het jaar daarvoor. In 2013 werden meer dan 21.537 Roma-migranten uit hun huizen gezet.

Geweld en haatspraak

Frankrijk tekende ook nogal wat geweldplegingen op tegen Romagroepen. In september 2012 werd een groep van 35 Roma door lokale bewoners van hun stuk land in Marseille gejaagd. De buren kwamen later terug en staken de bezittingen van de verjaagde Roma in brand.

Op 26 maart 2012 brak brand uit in een kamp van bijna 200 Roma in Massy, nabij Parijs. Volgens de burgemeester was dat een incident door een slecht fornuis, volgens inwoners was het een gevolg van een aanval door een groep mensen. De zaak werd gesloten. Sinds juli 2012 werd een kamp in Metz (40 volwassenen en 20 kinderen) meermaals aangevallen.

In 2011 werden molotovcocktails gegooid in een kraakpand waar 114 Roma leefden. Door de brand kwam één persoon om het leven.

Italië: noodtoestand en formele Romakampen

In Italië wonen naar schatting tussen de 110.000 en 180.000 Roma. Daarvan zouden 70.000 Italiaans burger zijn – hun families leven al meer dan zeshonderd jaar in Italië. De andere 90.000 hebben een Oost-Europese migratieachtergrond.

Van de 36.000 schoolplichtige Romakinderen in Italië gaan er slechts 12.342 naar school.

Volgens de Milanese ngo NAGA heeft 94 procent van de Roemeense Roma in de Milanese kampen geen ziekteverzekering.

Noodtoestand

Op 21 mei 2008 kondigde premier Silvio Berlusconi de noodtoestand uit voor sommige regio’s in Italië: Lazio, Campania, Lombardije, Piemonte en Veneto. Hij had het over een extreem kritieke situatie die werd veroorzaakt door een groeiende aanwezigheid van nomadische kampen. Onder dat decreet werden formele Romakampen opgericht, hervestigingsdorpen ver weg van Italiaanse stedencentra, vaak nabij industriële sites. Vooral Roma uit Roemenië kwamen in de slechtste huizen terecht.

In november 2011 concludeerde de Italiaanse Raad van State dat de noodtoestand niet wettig was en dat het decreet in sommige gevallen de facto tot constitutionele discriminatie leidde. Daarmee kwam een einde aan het presidentiële decreet.

De oprichting van nieuwe kampen gaat echter voort in sommige delen van Italië. Ondanks een dalende praktijk gaan uitzettingen van informele kampen nog door.

Via Salone 323

Het grootste formele Romakamp rond Rome ligt ver verwijderd van basisvoorzieningen. Zo bevindt de dichtstbijzijnde apotheek zich op 4,2 kilometer, een hospitaal op 10,6 kilometer, en de dichtstbijzijnde kruidenier is 3,1 kilometer verderop. De eerste bushalte ligt op 1,5 kilometer, te bereiken via een onverharde weg die niet is verlicht.

Het kamp is omgeven door een metalen hek en voorzien van 30 camera’s. Oorspronkelijk was het kamp voor 600 inwoners bedoeld. Sinds 2009 stijgt het aantal inwoners. Volgens lokale ngo’s leven er nu 1100 mensen in 198 vaak te krappe containerhuizen. Op amper 800 meter bevindt zich een verbrandingsoven voor toxisch en schadelijk afval.

Geweld

Een aantal Roma-kampen in Italië kreeg te maken met gerichte gewelddadige aanvallen. In december 2011 werd een Romakamp in Turijn vernietigd door een woedende menigte, na een demonstratie naar aanleiding van een valse beschuldiging van verkrachting door een Roma van een niet-Roma meisje.

In Bari vernielde een brand in februari 2012 een klein informeel kamp.

Individuele agressiegevallen worden vaak niet gerapporteerd, uit wantrouwen en de angst om opgepakt te worden wegens ongeldig verblijf.

Het ERRC bericht over groeiende discriminerende en stigmatiserende uitspraken tegenover Roma door publieke figuren en politieke bewegingen. Ook op het internet groeit de haatspraak, via militante anti-Romablogs of praktijken zoals het Facebookspel met de veelzeggende naam ‘Sla de Zigeuners’.

Tsjechië: gedwongen sterilisaties

In Tsjechië leven naar schatting 150.000 tot 300.000 Roma, of 1,4 tot 2,8 procent van de bevolking. De meeste zijn nakomelingen van Slovaakse, Roemeense en Hongaarse Roma. Bijna alle Tsjechische Roma en Sinti werden vermoord in de Tweede Wereldoorlog.

De huidige mensenrechtensituatie van Roma in Tsjechië is reden tot grote bezorgdheid. Er wordt geen vooruitgang geboekt op het vlak van onderwijs en vrouwen- en kinderrechten. Gewelddadige aanvallen op Roma en hun woonplaatsen, incidenten en uitzettingen zijn wijdverspreid over het gehele land. Uit een opiniepeiling van 2011 bleek dat 80 procent van de respondenten samenleven tussen Roma en niet-Roma problematisch vindt.

Veertien procent van de Romafamilies leeft in bouwvallen en krottenwijken.

Geweld

Tussen januari 2008 en juni 2012 rapporteerde het Europees Rechtencentrum voor Roma 47 aanslagen tegen Roma en hun bezittingen in de Tsjechische Republiek. Daarbij kwamen minstens vijf Roma om.

In 2011 volgden minstens negen anti-Roma-marsen in Noord-Bohemen nadat Roma betrokken waren geweest in twee incidenten tegenover niet-Roma. Op 26 augustus 2012 vond eveneens in Noord-Bohemen een aanval plaats waarbij lokale bewoners huizen van Roma bestookten met stenen en stokken. De politie reageerde niet. Daarna volgde nog een serie haatmarsen tegen de Roma. Ook in andere regio’s volgden anti-Romademonstraties.

Sterilisatie

Gedwongen sterilisatie bij vrouwen van Roma-afkomst was tijdens het communisme een praktijk onder de vleugels van de Tsjechoslowaakse overheid. Ook na de Val van de Berlijnse Muur, tot liefst 2007, bleef sterilisatie plaatsvinden, gedwongen of zonder toestemming. Officiële verontschuldigingen, laat staan compensatie, kwamen er nog niet.

Roma-kinderen in zorginstellingen

Onderzoek van het ERRC wees uit dat disproportioneel veel Romakinderen in zorginstellingen geplaatst worden. Dat heeft te maken met zowel de familiesituaties als met lacunes in een degelijk beschermingsbeleid van de rechten van het kind. Ook discriminatie speelt hier een belangrijke rol.

Van het totaal aantal kinderen jonger dan drie in Roemenië, heeft drie procent een Roma-afkomst. Volgens officiële cijfers in 2010 maken Romakinderen echter 24 tot 32 procent uit van het aantal geplaatste kinderen jonger dan drie. Ter info: Tsjechië stopt met dataverzameling bij kinderen ouder dan drie. Maar schattingen maken gewag van 30 tot 60 procent van alle kinderen in de zorg die Roma zijn.

Ook al verwerpt het Tsjechisch Grondwettelijk Hof armoede als een reden om een kind te plaatsen, toch worden armoedegerelateerde factoren het meest naar voor geschoven om een Roma-kind van zijn/haar familie weg te halen.

Uitwijzingen

Bijna de helft van de Tsjechische Roma vreest uitwijzing. In Ostrava werden op 24 uur tijd 80 Romafamilies om veiligheidsredenen uit hun huizen gezet. Een deel van de families kreeg geen alternatieve woonst toegewezen. De toegewezen slaapgelegenheden waren vaak zeer klein (1 kamer), zonder kookfaciliteiten en sanitair.

Volgens de ERRC gaat het om illegale uitzetting, juist omdat de overheid niet tijdig en gericht communiceerde en mensen te weinig tijd gaf om te reageren.

Slovakije: kampen als vuilnisbelten

Twee procent van de Slovaken is Roma, volgens officiële cijfers gaat het om 105.738 personen. Ook hier wordt het reële aantal veel hoger geschat: volgens recent onderzoek leven tussen 320.000 en 480.000 Roma in Slovakije. Veertig procent van hen woont in aparte wijken nabij steden, vaak afgelegen van sociale voorzieningen en stadskernen.

In het rechtse politieke discours in Slovakije worden de Roma zwaar geproblematiseerd. Premier Robert Fico zei letterlijk in 2012: ‘Het Roma-probleem in Slovakije kan niet effectief worden opgelost zonder sommige mensenrechten te beperken waartoe Slovakije zich als Europese lidstaat heeft verbonden.’

En sinds 2011 hebben meer dan vierhonderd Slovaakse burgemeesters zich aangesloten bij de beweging Zobud’me sa! (‘Laat ons wakker worden!’). Deze beweging stelt zich tot doel om (illegale) Romadorpen en -kampen te vernietigen, door hen – in het kader van de milieuwetgeving – als vuilnisbelten te definiëren.

Slovakije kampt sowieso met een hoge werkloosheid (33 procent). Bij de Roma ligt het cijfer van werkloosheid op 70 procent.

De scholingsgraad van Roma is zeer laag. Uit onderzoek van het VN-Ontwikkelingsprogramma (2011) blijkt dat een op de vijf Roma de lagere school niet afmaakt. Slechts 17 procent stroomt door naar het secundair onderwijs.

60 procent van het totaal aantal leerlingen in aangepast onderwijs voor leerlingen met een mentale handicap is Roma.

Huisvesting

Slovakije kampt met een groot tekort aan betaalbare huisvesting. Ondanks een groeiend aantal aanvragen voor sociale huisvesting wordt niet of nauwelijks geïnvesteerd en huurprijzen zijn te hoog.

Gevolg: 40 procent van de Roma-bevolking leeft in een sociale omgeving die is afgesloten van de burgersamenleving. Gebrek aan technische infrastructuur is er schering en inslag. Deze Roma hebben minder dan vijf vierkante meter per persoon ter beschikking. 10 procent van de Roma leeft in krotten, 4,3 procent in houten huizen, en 1,3 procent woont in andere woontypes die afwijken van de standaard, zoals containers.

9 procent heeft geen elektriciteit, 81 procent geen rioolaansluiting en 37 procent heeft geen toegang tot drinkwater.

Uitzetting uit huizen en kampen is een grote vrees voor veel Romafamilies in Slovakije. Een reële dreiging als gevolg van privatisering van overheidsterreinen en een zeer slechte legale bescherming tegen gedwongen uitzettingen.

In Plavecky Stvrtok worden zeshonderd Roma al jaren bedreigd met uitzetting. De lokale autoriteiten hebben hen intussen afgesneden van stromend water en willen de Roma weg.

Kosice, waar in 2012 een aantal flatgebouwen en huizen waar vooral Roma woonden werden gesloopt, is wellicht internationaal het best gekende voorbeeld van de uitzettingen in Slovakije. Veel gezinnen met kinderen werden dakloos. Alternatieve huisvesting werd nauwelijks aangeboden. In oktober 2012 werden 30 flats gesloopt in Lunik IX, een gesegregeerde Romawijk. Van de tweehonderd Roma kregen slechts acht families alternatieve huizen aangeboden.

Geweld en racisme

In 2011 steeg het aantal raciaal gemotiveerde geweldplegingen in Slovakije. Terwijl 2010 79 geweldplegingen werden gerapporteerd, waren er dat een jaar later 243. Alhoewel geen etnische gegevens over de slachtoffers werden genoteerd, vermoedt het Europees Rechtencentrum voor Roma op basis van interviews dat vooral Roma het slachtoffer werden. In 2012 schoot een ex-officier van de politie drie mensen dood en verwondde twee anderen, allen van dezelfde Romafamilie. Zijn motief? ‘De orde herstellen.’

Net zoals in Hongarije en Tsjechië werden Roma-vrouwen tot na de val van het communisme gesteriliseerd onder dwang of zonder medeweten.

Net zoals in Tsjechië zijn disproportioneel veel Romakinderen in zorginstellingen geplaatst, in vergelijking met niet-Roma. 82 procent van de geplaatste kinderen in Slovakije zijn Roma, het hoogste percentage in de onderzochte landen.

Macedonië: staatloze Roma

Officieuze cijfers spreken over 135.490 Roma in Macedonië, 6,8 procent van de totale bevolking. Macedonië nam ongeveer 1700 vluchtelingen op na het conflict in Kosovo in 1999, waarvan 1100 Roma.

Een groot deel (23.202 Roma) zou in de hoofdstad Skopje wonen, waarvan twee derde zich settelde in de wijk Šuto Orizari. Alle officiële cijfers zijn verouderd, aangezien de laatste volledige volkstelling dateert van 2002.

Sociale uitsluiting

Omwille van staatloosheid en een gebrek aan de juiste papieren blijven Roma verstoken van toegang tot sociaaleconomische rechten. Deze problemen worden nog versterkt voor komende generaties, aangezien Romakinderen niet kunnen worden geregistreerd als hun ouders geen identiteitsbewijs kunnen voorleggen.

Huisvesting en uitzettingen

Het grootste deel van de Roma-bevolking in Macedonië woont in afgezonderde wijken in steden. In het Decade Watch Report over Macedonië (2010) gaven respondenten aan dat de al ondermaatse woonomstandigheden nog slechter waren dan in 2005. Vijf keer meer Roma (25 procent) hebben geen toegang tot veilige huisvesting, ten opzichte van niet-Roma (5 procent).

De levensomstandigheden in het opvangcentrum Cicino Selo voor daklozen en vluchtelingen werden door de Macedonische ombudsman in 2009 al bekritiseerd. Maar toen in 2012 opvangcentrum Strahil Andasarov in Ljubanci de deuren dichtdeed, werd aan acht families voorgesteld daar te gaan wonen. Zes gezinnen weigerden, uit schrik voor mishandeling door Albanezen uit de buurt.

Onderzoek van het Europees Rechtencentrum voor Roma (ERRC) bevestigt ook dat de voorzieningen er oud en beschadigd zijn, of zelfs helemaal niet aanwezig. 

In augustus 2012 hervestigde de gemeente Shtip veertig Romafamilies uit drie wijken in het stadscentrum naar een kazerne aan de rand van Shtip. Er is geen toegang tot openbaar vervoer, medische voorzieningen, winkels en scholen. Een officieel hervestigingsplan ontbreekt.
Ondanks verklaringen van de burgemeester over positieve reacties van de gezinnen na informatieve bijeenkomsten moesten de Roma de plannen via de media vernemen.

Onderwijs

Bijna een vijfde van de Romabevolking in Macedonië is analfabeet, het percentage schoolverlaters is hoog. Slechts drie vierde van het aantal Romakinderen gaat naar de lagere school, en de cijfers gingen in het schooljaar 2010-2011 in dalende lijn. Romakinderen zijn oververtegenwoordigd in buitengewoon onderwijs voor kinderen met leerstoornissen.

Bewegingsvrijheid

Sinds 2009 kunnen Macedoniërs zonder visum door de Schengenzone reizen. Voortdurende druk van Europa op Macedonië zorgde echter voor een wijziging van de wet inzake reisdocumenten.

Tussen 2009 en 2012 werd aan ongeveer 7000 Macedoniërs, voornamelijk Roma, geweigerd om het land te verlaten en/of werden hun reisdocumenten in beslag genomen.

Burgers ontvingen ook een “AZ”-stempel in hun paspoort, wat toekomstige reizen in de Schengenzone beïnvloedt, want de stempel duidt aan dat de reiziger volgens de grenswachter een potentiële asielzoeker is.

Deze controle bij het verlaten van Macedonië werd ingevoerd om de uitstroom van burgers te beperken of verbieden. Uit meer dan veertig interviews kon het ERRC opmaken dat de maatregel vooral Roma treft.

Geweld

Ondanks het afnemende aantal gevallen van mishandeling door de politie, komt politiegeweld of discriminatie tegen Roma nog vaak voor. Beschuldigingen van discriminerende mishandeling van Roma worden niet altijd correct onderzocht.

Een paar getuigenissen van het ERRC:

  • Op 6 november 2012 wilde een Roma in het politiebureau van Skopje een fysieke aanval melden op zijn zoon; de dader was een volwassen niet-Roma. De politieman van dienst weigerde een officiële klacht te noteren. Hij beledigde de man door te zeggen dat alle Roma liegen en dat hij in de communistische periode al lang slagen zou gekregen hebben.
  • Op 29 oktober 2012 meldde een minderjarige Romajongen uit Bitola mishandeling door twee politieagenten tijdens een verhoor over zijn fiets. Gedurende het verhoor werd hij door meer dan tien agenten met slagen tot bekentenissen gedwongen.
  • Op 18 mei 2011 rapporteerde een Roma uit Kicevo aan het ERRC verregaande agressie door de lokale politie. Volgens zijn verklaring was hij in het bos brandhout aan het sprokkelen toen twee politieagenten verschenen en hem begonnen te slaan – zonder iets te zeggen. Het slachtoffer durfde deze zaak niet te melden aan het ministerie van Binnenlandse Zaken, uit angst voor represailles.

Servië: haatspraak en “gezichtsscreening”

Officieel leven er 147.604 Roma in Servië, 2 procent van de bevolking. Volgens schattingen zijn het er echter tussen 250.000 en 500.000. Zowat 50.000 zijn gevluchte Roma uit Kosovo, waarvan niet duidelijk is of ze in Servië bleven of verder naar Europa trokken.

In de laatste jaren werden overigens veel uitgeprocedeerde Roma-asielzoekers vanuit West-Europese landen naar Servië teruggestuurd, ook Roma die oorspronkelijk uit Kosovo komen.

Tewerkstelling en onderwijs

Slechts een of de vijf Roma heeft werk in Servië (2011, ECRI, European Commission against Racism and Intolerance). Meer dan 15 procent van de Roma ouder dan tien is analfabeet, waarvan 69 procent vrouwelijk.

Ondanks een trend van slechte schoolresultaten, een hoge graad van dropouts en hoge schoolabsentie bij de Roma, is het aantal Romakinderen dat naar school gaat tussen 2005 tot 2011 wel met 25 procent gestegen (UNICEF, 2011).

Huisvesting

Van de naar schatting vierhonderd Romakampen of -wijken in Servië werd de helft als onhygiënisch of als sloppenwijk bestempeld (Ethnicity Research Centre, december 2012).

De Servische grondwet voorziet niet in een waarborg op het recht van behoorlijke huisvesting, en het recht niet te worden onderworpen aan gedwongen uitzettingen.

In 2009 nam het parlement wel de wet op sociale woningen aan, waardoor kwetsbare groepen, waaronder Roma, voorrang hebben bij het bepalen van de volgorde van de toewijzing van sociale woningen.

In 2012 laste Servië ook de nationale strategie in voor sociale woningen, zonder duidelijke verwijzingen naar internationale normen over het recht op behoorlijke huisvesting of over gedwongen uitzettingen.

Uitzettingen

In de periode 2009-2012 werden 18 gedwongen uitzettingen van Roma in Servië gerapporteerd, een toename tegenover de voorgaande periode.

In 2009 werden 175 families gedwongen te vertrekken uit het grootste informele Romadorp in Servië, dat in de jaren negentig onder de Gazela-brug ontstond. In 2012 hadden de meesten nog steeds geen alternatieve woonplaats.

In het containerdorp Belvil werden 257 gezinnen uitgezet in 2012. Er werd geen alternatieve accommodatie in Belgrado aangeboden en velen werden gedwongen terug te keren naar hun laatste geregistreerde verblijfplaats, vaak in andere steden in Servië of Kosovo. 

In april 2011 werden 17 Romafamilies, zonder voorafgaand overleg, uit het oude gemeentehuis van Obrenovac gezet. De meesten onder hen woonden er al veertig jaar, mét de goedkeuring van de gemeente via een contract dat hen toestond de woning voor onbepaalde tijd te gebruiken.

Geweld

Haatspraak en geweld tegen Roma zijn aanhoudende problemen in Servië. Servië kent een klimaat van straffeloosheid voor anti-Roma-haatdelicten. Racistische aanvallen worden vaak niet onderzocht of bestraft.

Op 16 november 2012 meldden drie Roma dat ze werden mishandeld en beledigd in het politiestation van Backi Petrovac, nadat ze verplicht werden diefstallen in de buurt te bekennen. Een van de drie Roma was minderjarig en liep een rugletsel op door de slagen.

Op 1 mei 2012 vielen in het containerdorp Jabucki Rit, vlakbij Belgrado, twintig gemaskerde individuen een aantal ontheemde Roma aan. Ze riepen slogans als ‘Servië voor Serven. Roma weg uit Servië’ en tekenden swastika’s op de containers.

Bewegingsvrijheid

Op basis van een oproep van EU-ambtenaren om de migratieuitstroom te beheren, voerde Servië in juni 2011 een decreet in over de bevoegdheden van de grenspolitie en de verplichtingen van personen die de grens oversteken.

Het decreet bevat geen precieze aanwijzingen over wie ondervraagd moet worden, en zorgt voor willekeur aan de grensovergangen. Vaak wijzen autoriteiten in Servië en Macedonië Roma af op basis van “gezichtsscreening”. Volgens het ERRC worden paspoorten ongeldig verklaard om zo legale migratie te voorkomen. 

Met dank aan MO*medewerkster Joke D’Hooghe.

Alle foto’s bij dit artikel zijn genomen in de Romawijk Madesjda (“hoop”), achter het treinstation van de Bulgaarse stad Sliven. Er wonen 15.000 Roma. © Kristof Clerix

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift