Salafisten hebben geen beleidsprogramma

Het salafisme roept bij de publieke opinie beelden op van de onthoofdingen door Jihadi John in het kalifaat van IS. Hoewel het merendeel van de salafisten de gruweldaden van IS veroordeelt, hoor je steeds vaker dat het salafisme een bedreiging voor de democratie vormt. Hoe staan salafisten nu echt tegenover democratie?

  • Mohammed Tawsif Salam (CC BY-SA 4.0) Een jong moslimkoppel met baby in Masjid al-Haram Mohammed Tawsif Salam (CC BY-SA 4.0)
  • Ali Bayat (CC BY 4.0) Quiëtistische salafisten willen door vroom te leven de situatie verbeteren en zo de leer steeds verder van verkeerde dingen zuiveren. Ali Bayat (CC BY 4.0)
  • Bron: Youtube Het salafisme verwerpt de democratie zoals westerse landen die kennen omdat ze niet in overeenstemming is met de sjaria, maar dat betekent niet per se dat salafisten ook de middelen van de democratie afkeuren. Bron: Youtube

De laatste jaren hoor je in westerse landen steeds vaker de roep om een Europese, verlichte islam. Onder andere de Belgische en Nederlandse staatsveiligheid zien in het ultraorthodoxe salafisme een bedreiging voor de democratie. In Nederland werd in 2015 zelfs een motie ingediend om na te gaan of men salafistische organisaties kan verbieden, maar het kabinet concludeerde dat het huidige legale instrumentarium voldoet. Staan salafisten werkelijk klaar om de democratie omver te werpen? En is het denkbaar dat een salafistische staat democratisch zou zijn?

Experts zeggen dat het ervan afhangt aan welke salafist je het vraagt. Dze fundamentalistische stroming binnen de soennitische islam ontleent haar naam aan de as-salaaf as-salih of “de vrome voorvaderen”, de generatie moslims van de profeet Mohamed en de twee daaropvolgende generaties. Volgens de salafisten beleden zij de zuiverste vorm van islam en moet men daarom naar hun voorbeeld leven. De koran en de overleveringen van de profeet Mohamed (de zogeheten hadith) vormen voor hen dan ook de leidraad voor hun eigen leven en de organisatie van de maatschappij.

Veel analisten zijn van oordeel dat het salafisme in wezen een apolitieke stroming is.

Tot zover de verbindende factor. Volgens kenners vallen de salafisten uiteen in drie grote groepen die ook nog eens onderling verdeeld zijn. Veel analisten zijn van oordeel dat het salafisme in wezen een apolitieke stroming is. Het overgrote deel van de salafisten, zeker bij de oudere generaties, is namelijk politiek quiëtistisch (het quiëtisme is een religieuze stroming, niet alleen in de islam trouwens, waarvoor overgave aan Gods wil het belangrijkste geloofspunt is, en die naar zijn aard dan ook weinig activistisch is): volgens hen kan een islamitische staat pas ontstaan als de bevolking daar klaar voor is. Zij zijn voornamelijk bezig met het nastreven van een zo zuiver mogelijk islamitische levenswijze in het eigen leven en het onderrichten van anderen in de islam.

Daarnaast is er een groeiende groep politieke salafisten, waar vooral jongeren zich bij aansluiten. Zij streven er met geweldloze politieke middelen naar het bestuur zoveel mogelijk in overeenstemming te brengen met wat de koran en de hadith volgens hen voorschrijven. De derde en kleinste groep bestaat uit salafistische jihadisten. Zij zien er geen been in geweld te gebruiken om afvallige islamitische leiders die de sjaria niet toepassen omver te werpen en een kalifaat op te richten.

Geen duidelijke visie

‘De staatsvisie van salafisten gaat terug op het kalifaat. Zo lang de leider een goede moslim is, komt het wel goed’, zegt Joas Wagemakers, expert salafisme aan de Universiteit van Utrecht. De salafistische visie op hoe een islamitische staat er moet uitzien, is dus sterk onderontwikkeld. Er is namelijk een gebrek aan expertise in politiek bestuur.

Yasir Qadhi vindt dat een van de grootste punten van kritiek en het is ook de reden dat hij het salafisme de rug toekeerde. Qadhi staat aan het hoofd van het Al-Maghrib-instituut, dat wereldwijd islamitische seminaries geeft. De Amerikaan van Pakistaanse komaf combineerde zijn studies islamitische theologie aan de universiteit van Medina met een doctoraat islamitische studies aan Yale.

‘Je zult geen oplossingen voor hedendaagse uitdagingen zoals secularisme, democratie en humanisme vinden bij de eerste drie generaties moslims.’

‘Het salafisme nodigt niet uit tot vooruitdenken’, zegt Qadhi. ‘Mensen moeten het verleden idealiseren en oplossingen uit het verleden herhalen in plaats van praktische oplossingen voor morgen te bedenken. Op een persoonlijk niveau is dat niet problematisch, maar je zult geen oplossingen voor hedendaagse uitdagingen zoals secularisme, democratie en humanisme vinden bij de eerste drie generaties moslims.’

Zo bestaat er ook geen specifiek salafistische visie op bijvoorbeeld de economie. ‘Er zijn geen plannen voor de toekomst, maar het salafisme is dan ook in wezen een religieuze en geen politieke beweging’, zegt Qadhi. Er bestaan wel algemene islamitische ideeën over de economie, die ook gevolgd worden door veel salafisten. De belangrijkste principes zijn dat je geen rente op geld mag heffen en dat je niet mag investeren in dingen die als onethisch gezien worden door de islam, zoals wapenhandel, drugs of alcohol.

God dicteert de wet

Het salafisme heeft verschillende punten van kritiek op de democratie. Een islamitische staat is gebaseerd op de sjaria, de islamitische wet. De wetten komen uit de koran en de hadith en zijn dus voorgeschreven door God, terwijl in een democratie de macht om wetten te maken bij het volk ligt. In de salafistische visie plaatst dat mensen op hetzelfde niveau als God, wat betekent dat ze elkaar verafgoden. Elke vorm van verafgoding is ten strengste verboden, want uitsluitend God mag aanbeden worden.

Het salafisme verwerpt de democratie zoals westerse landen die kennen omdat ze niet in overeenstemming is met de sjaria, maar dat betekent niet per se dat salafisten ook de middelen van de democratie afkeuren. ‘Verkiezingen en beperkte ambtstermijnen vindt men vaak goed, omdat dat machtsmisbruik voorkomt’, zegt Wagemakers. Daarnaast is er ook binnen een islamitische staat ruimte voor overleg. Wat niet duidelijk is volgens de sjaria kan overlegd worden tussen de machthebber en het volk, dat heet sjoera of consultatie. Vaak wordt gesteld dat sjoera de islamitische versie van democratie is.

Bron: Youtube

Volgens Qadhi laat sjoera toe dat er over een heel aantal dingen gestemd wordt. ‘Over tachtig à negentig procent van de burgerlijke aangelegenheden zou je kunnen stemmen, maar er zijn ook kwesties waarover je volgens de sjaria niet kunt stemmen. Je zult bijvoorbeeld nooit een stemming hebben over een huwelijk tussen twee personen van hetzelfde geslacht’, zegt Qadhi.

Volgens Wagemakers is sjoera dan ook niet echt democratisch. ‘De basis is de sjaria en die is voor het grootste gedeelte duidelijk, daar kan dus niet over gedebatteerd worden. Je mag discussiëren over dingen die onduidelijk zijn in de sjaria, maar ook dan moet het antwoord binnen de sjaria vallen. Als de bevolking A wil, maar dat ligt niet binnen de grenzen van de sjaria, dan wordt het toch B’, zegt Wagemakers. Bepaalde vrijheden van de westerse democratie kunnen dus niet in een salafistische staat.

De leider gehoorzamen

Salafisten willen zo weinig mogelijk verdeeldheid binnen de geloofsgemeenschap. In een salafistische staat is dan ook geen plaats voor al wat de maatschappij uit balans zou kunnen brengen of strijd kan veroorzaken: ‘De ideeën over vrijheid van meningsuiting zijn behoorlijk restrictief. Godsdienstkritiek, polariserend spreken en het openlijk bekritiseren van een leider kunnen bijvoorbeeld niet’, zegt Wagemakers.

‘De ideeën over vrije meningsuiting zijn zeer restrictief. Godsdienstkritiek, polariserend spreken en het openlijk bekritiseren van een leider kunnen niet.’

Volgens de grote groep quiëtistische salafisten mag een leider dus niet bekritiseerd of tegengewerkt worden. De leider sluit wel een soort contract met de bevolking, een eed van trouw waarmee hij zich ertoe verbindt zijn plichten jegens de bevolking te vervullen.

Volgens Wagemakers kan de leider zich binnen dit contract toch veel permitteren: ‘De leider mag alleen afgezet worden als hij ophoudt moslim te zijn. Hij kan heel erg onrechtvaardig zijn en mensen onderdrukken, dan nog vinden de meeste salafisten, behalve de politieke en de jihadistische, dat je hem moet gehoorzamen.’ Volgens Qadhi is precies die apolitieke quiëtistische houding een van de frustraties van de jongere generatie salafisten, waardoor groepen als IS en Al-Qaida een grotere aantrekkingskracht op hen hebben.

Het voorbeeld van de ideale staat dat salafisten nastreven, is Medina onder het gezag van de profeet Mohamed in de zevende eeuw. Het laatste decennium probeerden verschillende groepen opnieuw een sjariastaat op te richten, met Al-Qaida op het Arabisch Schiereiland, het Kaukasusemiraat en Islamitische Staat als opzienbarendste voorbeeld. Juist dat kalifaat van IS wordt echter door veel salafisten, onder wie ook jihadisten die bijvoorbeeld Al-Qaida aanhangen, streng veroordeeld. Wagemakers en Qadhi zijn het er dan ook over eens dat het merendeel van de salafisten Saoedi-Arabië als het beste hedendaagse voorbeeld van een salafistische staat ziet.

De grote groep quiëtistische salafisten zou er volgens Wagemakers meer voor voelen deze bestaande staat verder te perfectioneren dan met geweld verandering teweeg te brengen. Over hoe je de staat dan geweldloos kunt perfectioneren lopen de meningen uiteen: een deel van de quiëtisten schuwt de politiek volledig, anderen vinden dat je leiders mag adviseren om dingen te verbeteren.

‘De koran zegt: “Je kunt een ander niet veranderen tenzij je jezelf verandert”, zoiets als “Verbeter de wereld, begin bij jezelf”,’ zegt Wagemakers. ‘Quiëtistische salafisten willen door vroom te leven de situatie verbeteren en zo de leer steeds verder van verkeerde dingen zuiveren. Dat is een lang proces, maar salafisten denken op de lange termijn.’

Ali Bayat (CC BY 4.0)

Quiëtistische salafisten willen door vroom te leven de situatie verbeteren en zo de leer steeds verder van verkeerde dingen zuiveren.

Arabische Lente voor salafistische politiek

Vanuit hun quiëtistische visie keurde een grote groep salafisten de opstanden van de Arabische Lente af. Zij zagen in de destabilisering van landen als Libië, Syrië, Jemen en Egypte een bevestiging van hun gelijk. Tegelijkertijd betekende de Arabische Lente ook een opmars van de politieke salafisten, vooral in Egypte.

Wagemakers en Qadhi hebben een verschillende lezing van deze omslag van een quiëtistische houding naar politieke participatie. Volgens Wagemakers waren de salafisten die aan de verkiezingen deelnamen altijd al politiek, maar zagen ze nu hun kans schoon: ‘Onder Moebarak gingen ze ervan uit dat het geen zin had zich politiek te engageren, maar de Arabische Lente creëerde een opening.’

Qadhi is er echter van overtuigd dat de salafisten in Egypte wakker geschud werden door de Arabische Lente en daarom hun theologische ideeën herzagen. Voor hem is het een positief teken dat ze niet vastzitten in een rigide visie, maar zich kunnen aanpassen aan een veranderende context. ‘Als ik niet deelneem aan de verkiezingen, doet mijn seculiere buur die de islamitische waarden veracht dat wel, beseften ze. Dat ze zo snel omslaan en zich toeleggen op de democratie vind ik een positief teken. In nog geen twee maanden tijd ging het aandeel salafisten in het Egyptische parlement van 0 naar 25 procent! Stel je voor wat er zou kunnen gebeuren als ze veertig of vijftig jaar zouden krijgen’, zegt Qadhi.

‘Theoretisch is een soort democratie volgens de principes van het salafisme mogelijk, maar dat zal geen westerse democratie zijn.’

Zo ver kwam het echter niet, want toen kwam de coup van Sisi. Dat brengt ons bij wat volgens Qadhi een van de grootste beperkingen van politiek salafisme en politiek islamisme in het algemeen is, namelijk dat salafisten nooit een echte kans krijgen te experimenteren met politiek: ‘Amerika steunde de coup in Egypte. Wat verwacht je van islamistische partijen als ze nooit een eerlijke kans krijgen om aan de democratie te participeren? Zo worden ze enkel radicaler. Westerse grootmachten en intellectuelen zijn zo bezorgd om islamisten de macht te geven dat ze repressieve regimes steunen die juist dat doen wat ze vrezen van de islamisten. Ze lijken niet te begrijpen dat dat radicalisme en gewelddadig jihadisme in de hand werkt’, zegt Qadhi.

Of zo’n salafistische staat dan uiteindelijk democratisch zou kunnen zijn, blijft volgens Qadhi giswerk omdat er geen praktijkervaring is. Hij is er echter van overtuigd dat precies de kans te experimenteren met bestuur salafisten democratischer zou maken: ‘Stel dat ze mee hadden kunnen besturen zoals in Egypte voor de coup, dan ben ik ervan overtuigd dat ze hun retoriek wel hadden afgezwakt en geleerd hadden moderne principes te omhelzen.’

‘Theoretisch gezien is een soort democratie volgens de principes van het salafisme mogelijk, maar dat zal geen westerse democratie zijn. De verandering moet van binnenuit komen. Je kunt mensen niet bombarderen om hen de democratie te laten accepteren. Elke democratie moet een reeks experimenten doorlopen. In Frankrijk en Amerika ging dat ook met horten en stoten en conflict gepaard’, zegt Qadhi.

Dit artikel werd geschreven voor het winternummer van MO*magazine. Voor slechts €20 kan u hier een jaarabonnement nemen!

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Na omzwervingen doorheen verschillende jobs in de cultuur- en sociale sector, besliste Ebe dat het hoog tijd was om na te denken over wat ze écht wilde doen.