Sharia of pluralisme in Indonesië

De glimlachende islam van Indonesië staat onder druk. Onverdraagzaamheid wordt stilaan mainstream. De presidentsverkiezingen geven Indonesiërs een duidelijke keuze op dit vlak, met één kandidaat die steunt op partijen en bewegingen die voorstander zijn van een sharia-grondwet, terwijl een andere kandidaat al meermaals bewees de seculiere idealen niet alleen te belijden, maar ook in de praktijk te brengen.

  • (c) Gie Goris Op een bijeenkomst ten huize van Megawati Sukarnoputri, voorzitster van de overtuigd seculiere PDI-P (c) Gie Goris
  • (c) Gie Goris Hard Rock Cafe, zakenwijk en moskee concurreren in Jakarta (c) Gie Goris
  • (c) Gie Goris Borobudur, Java. Een van de grootste boeddhistische tempels ter wereld (c) Gie Goris

Op dinsdag 8 juli, de dag voordat 188 miljoen Indonesiërs naar de stembus kunnen trekken om een nieuwe president te kiezen, keerde een van de kandidaten terug uit Mekka, terwijl de andere het hoofd boog tijdens een massagebedsbijeenkomst in Centraal-Java.

Jokowi, de “sociaal-democratische” en overtuigd seculiere presidentskandidaat, ging voor twee dagen op mini-bedevaart naar Saoedi-Arabië. Daarmee wil hij te elfder ure alle twijfel wegnemen over zijn geloof en zijn gehechtheid daaraan. ‘Ik laat de uitkomst van de verkiezingen in de handen van Allah’, zei hij op de internationale luchthaven van Jakarta.

De meeste analisten gaan er namelijk van uit dat het verlies van de enorme voorsprong in de peilingen, die Jokowi een half jaar geleden had, op de eerste plaats te wijten is aan de verdachtmakingen die de Indonesische boulevardpers lanceerde. Jokowi zou volgens hen geen Javaanse moslim zijn, maar een Chinese christen. En dus, is de onderliggende aanname, niet geschikt om het grootste moslimland ter wereld te leiden.

Dat gerucht kwam op zijn minst zeer gelegen voor rivaliserend kandidaat Prabowo, die drie islamitische partijen in zijn coalitie heeft en de steun kreeg van het Islamitische Verdedigingsfront (FPI), een beweging die nachtclubs, bars en andere oorden van verderf aanvalt, en door islamkenner Martin van Bruinessen omschreven wordt als ‘half beweging om islamitische morele normen op te leggen, half afpersorganisatie’. Dat Prabowo de laatste dag van de campagne besteedt aan gebed -en daarna aan de Wereldbeker voetbal, weliswaar- is dus ook geen toeval.

De grondwet in vraag

Het belang van islamitische geloofsbrieven in deze verkiezingen is opvallend voor een land dat zich beroept en beroemt op een seculiere grondwet, gebaseerd op de Pancasila of vijf funderende principes die doorheen de turbulente geschiedenis van onafhankelijk Indonesië overeind gebleven zijn.

In het buitenland is niet iedereen overtuigd van het seculiere karakter van deze Pancasila, aangezien het eerste principe luidt: ‘Geloof in de Ene en enige God’. Tobias Basuki van het Centre for Strategic and International Studies in Jakarta wijst op het gevaar van conclusies op basis van vertalingen. De term Ketuhanan betekent volgens hem niet God zoals in Allah of in andere monotheïstische religies, maar Godheid -wat meer ruimte laat voor andere religies. Die tolerantie vind je volgens hem terug in de officiële erkenning van christendom, boeddhisme, hindoeïsme en confucianisme als religieuze identiteiten. Atheïsme is weliswaar geen optie volgens de grondwet, de inheemse religies moeten zich meestal vermommen als islam en godslastering is strafbaar.

(c) Gie Goris

Borobudur, Java. Een van de grootste boeddhistische tempels ter wereld


De strijd over dit punt gaat terug tot het prille begin van de republiek, toen de islamitische partijen aan dit eerste principe van de Pancasila een zin met zeven woorden wilden toevoegen, die neerkwam op de verplichting voor de moslims om de sharia in praktijk te brengen. Dat “Jakarta Charter” werd verworpen in 1950 en opnieuw in 2002.

De sharia waarnaar het Jakarta Charter verwees, was in feite niet meer dan de vijf pijlers van de islam. Ook vandaag blijft het activisme voor het opleggen van de sharia behoorlijk populair, zegt Ahmed Suaedy, coördinator van het Abdurrahman Wahid Centre for Inter-Faith Dialogue and Peace in Jakarta. ‘Voor heel veel mensen heeft sharia een idealistische betekenis. Ze zien het als een manier om corruptie en armoede te bestrijden op een manier die eigen is aan de islam. De voorhoede-organisaties dromen van een streng moreel regime, de massa wil rechtvaardigheid. En iedereen noemt het sharia.’ In een recente opiniepeiling door het Pew Institute verklaart 70 procent van de Indonesiërs zich voorstander van de sharia.

De onduidelijkheid over de funderende principes is volgens journaliste Elisabeth Pisani, in haar jongste boek Indonesia, etc. Exploring the Improbable Nation, typisch voor de nationale neiging om weinig precies te zijn.  De enzovoort in de titel van haar boek verwijst naar de onafhankelijkheidsverklaring van 1945, waarin staat dat ‘zaken in verband met de overdracht van de macht enz. op voorzichtige manier en binnen de kortst mogelijke tijd uitgevoerd zullen worden.’

Een levendig islamitisch middenveld

Azyumardi Azra is trots op zijn vaderland Indonesië. ‘We zijn een seculiere staat waarvan 88 procent van de inwoners moslims zijn. Dat is een voorbeeld voor de hele wereld, en zeker voor de landen van het Midden-Oosten die zich volop in een transitie naar meer democratie bevinden.’ Azra is directeur Post Graduate Studies aan de Syarif Hidayatullah State Islamic University. Met zijn positieve boodschap is hij een graag geziene gast in het Westen, dat voortdurend op zoek lijkt naar een islamitisch land waar stabiliteit, democratie en vrijemarkteconomie samengaan.

Indonesië heeft dat alles, en daar bovenop ook nog eens het best georganiseerde en grootschalige islamitische middenveld ter wereld -iets waar heel wat landen inderdaad jaloers op mogen zijn. Echt betrouwbare cijfers over het aantal leden van de twee grote islamitische organisaties zijn er niet, maar een betrouwbare studie van tien jaar geleden sprak over 9 miljoen Indonesiërs die zich “heel sterk identificeerden” met de Muhammadiyah en wel 38 miljoen die eenzelfde relatie hadden met de Nahdlatul Ulama.

Islamitisch middenveld: 9 miljoen Indonesiërs identificeren zich heel sterk met de Muhammadiyah en wel 38 miljoen hebben eenzelfde relatie met de Nahdlatul Ulama.

Beide organisaties werken met verkozen besturen op alle niveaus en samen realiseren ze een pak maatschappelijke diensten, zoals we dat ook in het verzuilde Vlaanderen gekend hebben. Beide organisaties hebben jeugd-, vrouwen- en -studentenafdelingen; ze organiseren onderwijs, gezondheidszorg en welzijnszorg, en ze voorzien uiteraard ook in religieuze en spirituele behoeften van de Indonesische moslims.

Muhammadiyah en Nahdlatul Ulama (NU) zijn allebei matigende krachten in een samenleving die de voorbije decennia door turbulente veranderingen gegaan. Muhammadiyah werd in 1912 opgericht om de islam te moderniseren, streeft naar een uitgezuiverde beleving van het geloof en richt zich dus vooral op een interpretatie die de letter van de wet en koran centraal stelt. NU is al van zijn oprichting in 1926 meer traditioneel ingesteld en had als voornaamste doel de volkse islam uit Indonesië te verdedigen en te behouden.

Sinds de reformasi van 1998 is het hele islamitische middenveld echter opgeschoven naar de conservatieve kant en heeft met name de transnationale strekking van het salafisme, met zijn radicaal letterlijke lezing van een pure islam, overal aan invloed gewonnen. Dat geldt binnen de twee mainstream moslimorganisaties maar zeker binnen de tientallen “kleinere” organisaties. In het begin van de eeuw leek Indonesië zelfs even helemaal over te hellen naar de gewelddadige jihad, met gewapende etnische zuiveringen in de Molukken, massieve aanslagen tegen toeristen in Bali en de snelle groei van terroristische cellen onder de Jemaah Islamiyah.

De slinger is intussen weer teruggekeerd naar het midden en de leiders van de ondergrondse bewegingen hebben zich –weliswaar met behoud van hun radicaal conservatieve ideeën- ingeschakeld in het wettelijke kader van de republiek Indonesië. ‘Vandaag is de “gematigde islam” waarvoor Indonesië wereldwijd bekend staat grotendeels een “puriteinse gematigde islam” geworden, gebaseerd op soennitische orthodoxie maar wel nog steeds binnen een ideologisch en organisatorisch pluralistische islam’, schrijft Moch Nur Ichwan in zijn bijdrage aan het boek Contemporary Developments in Indonesian Islam. Explaining the “Conservative Turn”.

SiPiLis

De glimlachende, veelkleurige en tolerante islam waarover Azyumardi Azra het heeft en die deel uitmaakt van het zelfbeeld waarmee Indonesië zich op mondiaal vlak aanbiedt als een goed alternatief voor de islamitische wereld in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, staat dus onder druk. Dat werd in de aanloop naar de presidentsverkiezingen heel duidelijk in Yogyakarta, de Javaanse stad die geldt als culturele en intellectuele hoofdstad van het land.

Begin dit jaar kwamen radicale groepen zoals het Islamic Jihad Front (FJI) en de Council of Indonesian Jihad Fighters (MMI)  op straat om sjiitische moslims als ketters te laten veroordelen door de Raad van Geestelijken (Majlis Ulama Indonesia). Dat was een nieuwe stap nadat de radicale groepen eerder al de ahmadi, een islamitische sekte afkomstig uit Zuid-Azië, buiten de geloofsgemeenschap hadden laten plaatsen, waardoor die groep het recht op eredienst verloor en voorwerp werd van voortdurend geweld door radicaal-soennitische organisaties.

In juni werd in Yogyakarta ook een protestantse kerk en een gebedsgroep aangevallen door militanten van het FPI. De politie liet begaan en reageerde achteraf door christenen aan te manen niet samen te komen voor gebed in private woningen. Daags nadien organiseerde een islamitische organisatie een bijeenkomst onder de titel: ‘De moslimgemeenschap verenigt zich om pluralisme te bestrijden’. Jafar Umar Thalib, voormalig leider van de Lashkar Jihad, die begin jaren 2000 betrokken waren bij de etnisch-religieuze zuiveringen in de Molukse eilanden, was uitgenodigd als spreker.

(c) Gie Goris

Hard Rock Cafe, zakenwijk en moskee concurreren in Jakarta


Pluralisme is een scheldwoord voor de radicale islamisten in Indonesië. Zelfs de Majlis Ulama Indonesia (MUI), die door Soeharto opgericht werd om de controle van de overheid op islamistische organisaties en gelovigen te versterken, sprak zich in 2005 met een fatwa uit tegen ‘secularisme, religieus pluralisme en liberalisme’. Radicalere groepten vatten die drie termen samen in de veelzeggende afkorting SiPiLis.

In een toelichting achteraf liet de MUI weten dat de fatwa enkele gericht was tegen secularisme, pluralisme en liberalisme binnen het islamitische geloof. Maar dat was mosterd na de maaltijd, zowel voor radicale groepen die hun voordeel wensten te doen met de fatwa, als voor critici zoals Azyumardi Azra die zich verzet tegen de letterlijke lezing van koran en hadith, zonder gebruik te maken van rationele argumenten, kennis en analyse.  

Beslist optreden gevraagd

De religieuze revival is al enkele decennia aan de gang. Andrée Feillard en Rémy Madinier schrijven, in The End of Innocence. Indonesian Islam and the Temptations of Radicalism, die opkomst toe aan drie historische momenten: ‘De repressie tegen politieke islam op het eind van de jaren vijftig, de instrumentalisering van de religieuze revival door de Nieuwe Orde van Soeharto, en vooral het vacuüm op vlak van politiek, moraal en veiligheid na de val van Soeharto en tijdens de eerste jaren van de reformasi.’

Ahmed Suaedy ziet verschillende redenen voor de sterke groei van de radicaal-conservatieve islamitische strekking in de Indonesische politiek tijdens het voorbije decennium, en die hebben allemaal te maken met de weifelende houding van aftredend president Susilo Bambang Yudhoyono.

De sterke groei van de radicaal-conservatieve groepen heeft te maken met de weifelende houding van aftredend president SBY.

SBY kreeg bij zijn kandidatuur in 2004 geen steun van progressieve groepen, die zijn militaire verleden niet vertrouwden. Als gevolg daarvan ging hij zich omringen met zeer conservatieve raadgevers die bijvoorbeeld verantwoordelijk waren voor de fatwa tegen de ahmadiya-gemeenschap, die betrokken waren bij het religieuze geweld in West-Java en de Molukken of die lokale sharia-wetten invoerden in onder andere West-Sumatra.’

SBY was volgens Suaedy zelf geen religieuze hardliner, maar hij tolereerde wel dat de religieuze onverdraagzaamheid de nieuwe normaliteit werd. ‘Hij liet toe dat op lokaal vlak shariawetten ingevoerd werden die ingingen tegen grondwettelijke gelijkheid van burgers en trad niet op als zogenaamd islamitische straatbendes geweld gebruikten.’

Ahmad Suaedy, maar ook de leiders van de Nahdlatul Ulama, hoopt daarom dat Jokowi het haalt op 9 juli. Hij slaagde er namelijk in om het straatgeweld heel snel in te dijken, zowel als burgemeester van Solo als tijdens zijn korte periode als gouverneur van Jakarta. Religieus geweld is volgens Suaedy namelijk meestal slecht vermomde frustratie van uitgesloten en arme burgers, en moet dus aangepakt worden met sociale en economische inclusie. En met het uitschakelen van zogenaamde gemeenschapsleiders.

Jokowi deed dat onder andere door arme individuen rechtstreeks toegang te geven tot sociale zekerheid, gezondheidszorg en minimuminkomen, zonder daarvoor te passeren bij de zelfverklaarde leiders.

Bovendien toonde Jokowi vorig jaar in Jakarta dat hij niet wijkt voor druk van radicale groepen, ook niet toen die zich verzetten tegen de benoeming van een christelijke vrouw tot hoofd van een islamitische subdistrict. De benoeming gebeurde op basis van een open kandidatuurstelling en geobjectiveerde tests, en Jokowi weigerde daarom toe te geven aan de druk van de opgejutte straat.



Dat belet niet dat ook Jokowi gedwongen wordt zijn geloofsbrieven te bewijzen. Vandaar de trip naar Mekka, maar ook op een gewone verkiezingsmeeting in de buurt van Jakarta werd het podium eerst ingezongen met religieuze gezangen door twee ustads en tijdens de campagne maakte Jokowi voortdurend tijd voor afspraken bij religieuze leiders, islamitische scholen en de middenveldorganisaties.  

Daarin lijken de campagnes van Jokowi en Prabowo overigens als twee druppels water op elkaar: beiden erkennen het cruciale belang van publieke steun uit islamitische hoek om de grote groep onbesliste kiezers in het stemhokje voor hun kandidatuur te laten kiezen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur