Slachtpartij in Mutarule: de duurzame onveiligheid van Kivu

Vrijdagavond 6 juni werden minstens 33 ongewapende Congolese burgers vermoord in en rond het dorp Mutarule, in de Ruzizi-vlakte, 9 kilometer van Sange, tussen Bukavu en Uvira. Le ‘sud-Sud-Kivu’ zoals het ginder heet. Wat is er precies gebeurd en waarom?

  • (c) Kris Berwouts Koeien en land liggen aan de bron van veel lokale conflicten in Kivu. (c) Kris Berwouts

De meesten van hen werden in een lokale kerk als beesten afgeslacht met bijlen en machetes. De woordvoerder van de Congolese regering Lambert Mende noemde het drama een wraakactie van de gemeenschap omdat een herder was gedood bij een poging om koeien te stelen van een landbouwer.

De volgende dag legde de VN missie in Congo Monusco een verklaring af dat er hevig was gevochten geweest tussen de Bafuliru enerzijds en de Barundi en Banyamulenge anderzijds. De slachtoffers (8 kinderen, 17 vrouwen en 8 mannen) behoorden allemaal tot dezelfde etnische gemeenschap, de Bafuliru. De hele streek van de Ruzizi is erg conflict-gevoelig, niet alleen door het samenleven van landbouwers en veetelers, maar ook door de nabijheid van grenzen. Tussen Bukavu en Kamanyola is deze rivier de grens tussen Congo en Rwanda, en tussen Kamanyola en Gatumba vormt ze de grens tussen Congo en Burundi.

De chefferie van Barundi en Bafuliru

De belangrijkste bron van conflict en potentieel geweld in de vlakte van de Ruzizi de laatste jaren was het feit dat het hoofd van de administratieve eenheid van de vlakte (de chefferie) op 25 april 2012 werd vermoord.

Sinds de koloniale periode leven Barundi en Bafuleru samen in deze chefferie, in een permanente competitie rond land voor gewassen of vee. Dat samenleven wordt extra bemoeilijkt door het feit dat de Bafuliru beschouwd worden als autochtone Congolezen, terwijl de Barundi, die sinds de 19de eeuw in Congo leven, verwant zijn aan de bevolking aan de andere kant van de rivier, en ook Kirundi spreken. Ze worden dan ook door velen als vreemdelingen beschouwd.

In 1928 verdeelde de kolonisator het gebied rond Uvira in drie chefferies, één bestuurd door de Bavira, een ander door de Bafuliru en de laatste door de Barundi. Door hen een chefferie toe te wijzen, gaven de Belgen hen ook de traditionele rechten op het land. Voor en na de onafhankelijkheid hebben de Bafuliru enkele keren die rechten van de Barundi over de chefferie van de Ruzizi betwist.

De spanningen en de concurrentie tussen de twee gemeenschappen werden  aangescherpt door de armoede en het gebrek aan ontwikkeling.

De spanningen en de concurrentie tussen de twee gemeenschappen werden  aangescherpt door de armoede en het gebrek aan ontwikkeling, door het slechte beheer van de landproblematiek en door het bestuurscrisis veroorzaakt door de afwezigheid van de staat op lokaal niveau. Deze afwezigheid creëert veel ruimte voor een traditionele chef (mwami) maar anderzijds is zijn rol is belangrijk maar anderzijds vaag omschreven in de wet.

In 1996 werd Mwami Ndagaboye van de Barundi afgezet door Laurent Kabila’s oprukkende AFDL. Hij ging in ballingschap, maar kwam in 1998 terug als officier van het RCD. Door de kant te kiezen van de door Rwanda gesteunde rebellen tegen de regering in Kinshasa had Mwami Ndagaboye in de ogen van de Bafuliro zijn laatste legitimiteit verloren als mwami van de chefferie. In 2004 heeft de regering in Kinshasa die beslissing geformaliseerd door een Mufuliru te benoemen als mwami. Voor de Bafuliru als gemeenschap maakte dit besluit een eind aan wat ze beschouwden als een absurditeit: het feit dat ze in de Ruzizi vlakte werden bestuurd door buitenlanders.

In de jaren na 2004 lag de nieuwe mwami in toenemende mate onder vuur, ook in zijn eigen gemeenschap, door zijn slecht beheer van de zo gevoelige landzaken. Begin 2012 werd hij uit zijn ambt ontzet door Kinshasa en er werd besloten om Mwami Ndabagoye opnieuw te erkennen. Dit besluit nam de controle over de chefferie af van de Bafuliru en gaf ze terug aan de Barundi. Het leidde tot een nieuwe golf van geweld tussen beide gemeenschappen in de maanden na de woelige verkiezingen van november 2011.

Op 25 april 2012, de avond voor hij in functie zou treden als mwami van de chefferie van de Ruzizi, werd Mwami Ndabagoye vermoord. Na zijn dood verhoogde het geweld in de streek nog. De nationale overheid bemiddelde en drong een Code of Conduct op aan de twee gemeenschappen, maar ook daarmee slaagde ze er niet in om Bafuliru en Barundi verzoenen, noch om de rust te herstellen.

Hakken, koeien en geweren

De spanningen en het geweld tussen Bafuleru en Barundi waren de belangrijkste bron van bezorgdheid in de streek sinds 2012, maar uit de informatie die we vandaag hebben blijkt niet dat de slachtpartij in Mutalera hier rechtstreeks mee te maken heeft.

Het gebied is ook kwetsbaar vanwege het moeilijk samenleven tussen landbouwers en veehouders, vooral tijdens de seizoenen waarin de veetelers met hun kuddes door de velden trekken, op zoek naar graasland. Die jaarlijkse trek is een bron van conflicten: niet alleen veroorzaakt de passage van het vee vaak schade aan de gewassen, het raakt ook aan de gevoelige materie van toegang tot en controle over land.

Vroeger werd het samenleven tussen veehouders en landbouwers  geregeld door traditionele mechanismes en instellingen. Maar deze instellingen werden ontmanteld door de oorlog. De opkomst van wapens en gewapende groepen ondergroef alle ruimte voor geweldloze oplossing van conflicten die met vee te maken hebben. Er vallen regelmatig doden, en dan is de vraag steeds: hoe slagen we erin om het incident te beperken tot een zaak tussen individuen, en vermijden dat het een kwestie tussen gemeenschappen wordt.

Vroeger werd het samenleven tussen veehouders en landbouwers  geregeld door traditionele mechanismes en instellingen. Maar deze instellingen werden ontmanteld door de oorlog.

Wat er op 6 juni gebeurd is in Mutarule heeft waarschijnlijk ook niet rechtstreeks te maken met de trek van het vee. De meeste bronnen op het terrein beschouwen de slachtpartij als een reactie van Banyamulenge -deTutsi gemeenschap van Zuid-Kivu- op een aantal  ontvoeringen en moorden op leden van hun gemeenschap de laatste maanden, met inbegrip van een kolonel van het leger.

Een dag voor het bloedbad, werd een Munyamuleng- herder gedood en onthoofd tijdens een vee-raid. Het is nog onduidelijk wie er precies verantwoordelijk is voor het bloedbad en wat precies de rol was van de Banyamulenge soldaten of officieren. Een belangrijke vraag is nu: komen er wraakacties van de Bafuliru tegen de Banyamulenge?

Maar voorlopig weten we niet wat er precies gebeurd is op 6 juni in en rond Mutarule. Sommige bronnen sluiten zelfs niet uit dat de moorden niet werden gepleegd door Banyamulenge, maar door leden van Bafuliru milities, om op die manier intracommunautaire discussie te beslechten over wie hun kandidaat moest zijn om de chefferie te leiden als mwami.

 

Gevechten ten noorden van Goma

Minder dan een jaar geleden was het oosten van Congo nog het toneel van hevige strijd: de rebellenbeweging, M23, onder leiding van Tutsi van Noord-Kivu en gesteund door Rwanda, had begin 2012 de wapens opgenomen tegen de regering in Kinshasa omdat die volgens hen de akkoorden niet naleefde van 23 maart 2009, toen het CNDP in het nationale leger werd opgenomen.

Deze nieuwe opstand bracht Congo aan de rand van de afgrond toen de hoofdstad van Noord-Kivu Goma in november 2012 werd ingenomen. De  verschillende diplomatieke initiatieven die daarop volgden, kristalliseerden in het Kaderakkoord dat op 24 februari 2013 in Addis Abeba ondertekend werd.

Dit leidde uiteindelijk tot het einde van M23 omdat het akkoord voorzag in een extra MONUSCO brigade met soldaten uit de SADC-landen. In november 2013 werd M23 verslagen. Toen de militaire overwinning een feit was, was het de bedoeling dat het Congolese leger met de hulp van Monusco de andere gewapende groepen zou ontmantelen, ADF-Nalu en het FDLR voorop. Zolang dat niet gebeurt, blijft het succes van de militaire overwinning relatief.

Een van de redenen waarom M23 nooit zo groot geworden is dan eerdere door Tutsi geleide rebellenbewegingen is het feit dat hun vermogen om te mensen te mobiliseren kleiner was dan die van bijvoorbeeld het RCD. Die slaagden er niet alleen in om een groot deel van de Tutsi-gemeenschap te mobiliseren, maar ook veel Hutu’s. Dit was niet het geval voor M23.

Erg weinig Hutu hebben zich bij M23 aangesloten en ook een belangrijk deel van de Congolese Tutsi zijn niet aan boord gestapt. Met name de Banyamulenge distantieerden zich van in het begin van M23, en hun loyaliteit aan de Congolese staat blijft tot vandaag intact. De vrees is nu natuurlijk dat, als het in Zuid-Kivu tot een nieuwe polarisatie zou komen tussen Banyamulenge en de andere gemeenschappen, die loyaliteit wel eens in vraag zou kunnen worden gesteld…

Slechts enkele dagen na het bloedbad in Mutarule, in de vroege ochtend van 11 juni, kwam het 20 km ten noorden van Goma tot confrontaties tussen de Congolese en Rwandese legers.  Zowel Rwanda en Congo berichtten over de schermutselingen schreven het incident toe aan de provocaties van de ander. Gelukkig zijn de gevechten niet verder geëscaleerd en is het aantal slachtoffers uiteindelijk relatief laag gebleven. Maar het incident toonde duidelijk aan hoe strak de zenuwen gespannen staan en hoe fragiel het vredesproces is.

Het incident toonde duidelijk aan hoe strak de zenuwen gespannen staan en hoe fragiel het vredesproces is.

De schermutselingen vonden plaats halfweg een periode van 30 dagen die het FDLR had afgekondigd en waarin ze de wapens zou neerleggen. Ze beschouwen dit zelf als een voorwaardelijke overgave als deel van een vredesakkoord waarbij ze hun demobilisatie aanbieden en in ruil niet alleen amnestie vragen, maar ook een inter-Rwandese dialoog met de regering van Kagame. In dit stadium wil de Congolese regering, samen met het ICGLR en SADC, dit proces een kans geven. Dit betekent dat er tijdens deze periode geen militaire actie zal ondernomen worden tegen het FDLR.  Rwanda van zijn kant heeft helemaal niet de intentie om een dialoog met het FDLR te starten en zal zonder enige twijfel blijven aandringen op de militaire optie. Vermoedelijk loopt het allemaal uit op een welles-nietes debat over de relevantie en de oprechtheid van het FDLR voorstel en van de strijders die sinds eind mei effectief de wapens hebben neergelegd.

De geloofwaardigheid en de toekomst van het Kaderakkoord van Addis Abeba hangen in elk geval nauw samen met het vinden van een oplossing van het FDLR probleem op korte termijn.

Verkiezingen in Burundi

Een andere factor die de situatie in het zuiden van Zuid-Kivu ingewikkelder maakt, zijn de komende verkiezingen in buurland Burundi. Ten tijde van de burgeroorlog daar organiseerden de Hutu-rebellenbeweging hun strijd tegen het door Tutsi gedomineerde leger van op Congolees grondgebied. Toen de belangrijkste Burundese opposanten in 2010 besloten om samen het electoraal proces te verlaten, vreesde de regering in Bujumbura  dat een aantal van hen zou kunnen proberen om vanuit Zuid-Kivu een nieuwe gewapende strijd te organiseren.

De laatste jaren hebben het Burundese en Congolese leger intensief samengewerkt om het zuiden van de provincie onder controle te houden, met gezamenlijke operaties op het terrein. In 2015 komen er in Burundi nieuwe verkiezingen en de verwachting is dat, net als in 2010, het regime Imbonerakure, de jeugdliga van regeringspartij CNDD/ FDD zal gebruiken om de kiezers te intimideren op lokaal niveau. Recent deden geruchten de ronde (zonder overtuigend bewijs) dat leden van Imbonerakure op Congolese bodem wapens en training krijgen van het Burundese leger. Er zit een potentieel aan geweld in de Burundese verkiezingen die de situatie in Zuid-Kivu.

Duurzame onveiligheid in Kivu

In het conflict in het zuiden van Zuid-Kivu komen veel van Congo’s problemen op de verschillende niveaus samen. Het illustreert op tragische manier de blijvende kwetsbaarheid van Kivu. Het begint met een lokaal conflict tussen gemeenschappen in concurrentie voor de schaarse middelen, geworteld in geschiedenis en traditie.

Het heeft te maken met de alomtegenwoordige landproblematiek en het feit dat de instanties die daar de geschillen zouden moeten regelen dat niet doen wegens de totale afwezigheid van de staat op lokaal niveau. Het conflict houdt verband met het feit dat men binnen gemeenschappen gewapende groepen heeft opgezet om zichzelf te verdedigen, gewapende groepen die echter bijna onmiddellijk een eigen leven zijn gaan leiden. Het ontbreken van een eengemaakt, gedisciplineerd en goed opgeleid leger staat centraal. De lokale situatie wordt bemoeilijkt door de bestaande en mogelijke conflicten op nationaal en regionaal niveau en zou aanleiding kunnen geven tot geweld op veel grotere schaal.

Kivu zal kwetsbaar blijven zolang de grote uitdagingen niet worden aangepakt.

Kivu zal kwetsbaar blijven zolang de grote uitdagingen niet worden aangepakt: slecht bestuur en armoede zijn endemisch, de landproblematiek is en blijft een tijdbom, de Congolese staat slaagt er maar niet in om volledig uit haar as te herrijzen en beschikt nog steeds niet over de instrumenten om haar burgers de rechtstaat te garanderen. Veel zal afhangen van de vraag of Congo bereid en in staat is resultaten voor te leggen in het proces om de veiligheidssector te hervormen, de instellingen te democratiseren en transparant bestuur uit te bouwen. De Congolese regering heeft zich er in Addis Abeba overigens toe verbonden om dit te doen, maar het blijft voorlopig toekomstmuziek.

Kris Berwouts (°1963) studeerde diep in het vorig millennium Afrikaanse taalkunde en geschiedenis in Gent. Hij werkte 25 jaar voor verschillende Belgische en internationale NGO’s en bouwde een stevige reputatie op als Centraal-Afrika kenner, gespecialiseerd in de vredes- en democratiseringsprocessen in de regio. Sinds 2012 werkt hij als zelfstandig analist en schrijver.

Kris werkt aan een boek over de conflicten in het oosten van Congo. Zijn huidig veldwerk wordt mogelijk gemaakt door een werkbeurs van het Fonds Pascal Decroos.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur