Star Wars

Analyse

Star Wars

28 november 2007

De VN-Commissie voor Ontwapening en Internationale Veiligheid waarschuwt voor een nieuwe wapenwedloop in de ruimte.

‘Dringend nood aan ruimtewapenverdrag’

De angst voor een nieuwe wapenwedloop is bij heel wat VN-lidstaten minstens zo sterk aanwezig als veertig jaar geleden. Dat bleek eind oktober tijdens een bijeenkomst van de VN-Commissie voor Ontwapening en Internationale Veiligheid, die zich boog over de vorderingen op het vlak van vrede en veiligheid in de ruimte. De zitting kaderde in de veertigste verjaardag van het Outer Space Treaty. Dat verdrag is in 1967 door de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en de toenmalige Sovietunie ondertekend, onder invloed van het angstklimaat van de Koude Oorlog.
Het vormde de eerste aanzet voor het internationaal ruimterecht. Maar aangezien vandaag nog geen consensus bestaat over de exacte definitie van een ruimtewapen, is er nog geen internationale wetgeving van kracht die een volledig verbod op ruimtewapens voorziet. Vooral de Verenigde Staten maken gebruik van die leemte om elke discussie uit de weg te gaan.
Reeds bij het begin van de bijeenkomst van de VN-Commissie voor Ontwapening en Internationale Veiligheid gaven de VS aan geen bindende juridische normen te aanvaarden die hen de toegang tot of de bewapening van de ruimte zouden ontzeggen. Bovendien zouden de VS geen enkele transparantie- of vertrouwensbevorderende maatregel onderschrijven die een ruimtewapenbeperking inhoudt.
‘Louter vertrouwen en welwillendheid zijn nodig’, aldus de Amerikaanse vertegenwoordiger bij de VN-commissie. Dat argument leek de overige lidstaten echter niet te overtuigen. Vooral China wees erop dat de huidige ruimtewetgeving niet in staat is een nieuwe wapenwedloop te voorkomen en dat de onderhandelingen voor een nieuw internationaal verdrag niet verder uitgesteld mogen worden.
Canada noemde een internationaal verbod op ruimtewapens ‘de hoeksteen van de ruimteveiligheid’ en Zweden stelde voor niet enkel het gebruik, maar ook de ontwikkeling van antisatellietraketten te verbieden. Ook de overige VN-lidstaten uitten hun bezorgdheid over een nieuwe wapenwedloop en de gevolgen ervan op de stabiliteit en veiligheid op aarde. Enkel Sri Lanka en Egypte merkten op dat de mensheid zich simpelweg geen wedloop van deze aard kan permitteren wegens de exorbitante verspilling van kostbaar materiaal en energie. (db)

China’s ruimteambities

Een wereldmacht die niet meedoet in de ruimte is geen wereldmacht – zo moeten de Chinese leiders gedacht hebben. Daarom wil het land deelnemen aan het internationale ruimtestation ISS, waar momenteel zestien landen in participeren. Recent lanceerde China een maansonde die met camera’s en een spectrometer het oppervlak van de maan zal onderzoeken, slechts weken nadat rivaal Japan hetzelfde deed.
En in 2003 werd China het derde land dat een mens in de ruimte bracht. Allemaal eerbare en vooral vredelievende toepassingen van de ruimtevaart, argumenteren de Chinese leiders. Maar begin 2007 haalde China een van haar eigen verouderde weersatellieten neer met een meertrapsraket. De test is niet gericht tegen de belangen van andere landen, stelt de Chinese overheid.
Experts menen dat China’s ijver het gevolg is van de reeds in 2006 openbaar gemaakte Amerikaanse intenties voor het militair gebruik van ruimtevaart. Impliciet werd daarbij gesteld dat Washington er wilde op toezien dat de ruimte alleen door de VS en bevriende naties gebruikt kon worden. China heeft nooit de militaire bedoelingen van zijn ruimtevaartprogramma onder stoelen of banken gestoken. Sinds het ontstaan in 1956 was het gericht op het ontwikkelen van geleide raketten voor zijn verdediging. Wetenschappelijke toepassingen waren aanvankelijk een bijproduct.
Vandaag verkoopt het land zijn militaire technologie graag aan landen die niet bepaald op goede voet staan met het Westen, zoals Iran. Toch wil China duidelijk méér doen dan wapentuig bouwen: het wil niet alleen onderdelen en astronauten leveren voor het internationaal ruimtestation maar lanceert ook tegen goedkope tarieven satellieten voor Venezuela, Brazilië en Nigeria, en wil zelfs –met of zonder Rusland– bemand naar de Maan en naar Mars.(ge)

Europa in outer space

Het heeft veertig jaar geduurd, maar sinds 22 mei 2007 heeft de Europese Unie eindelijk een gecoördineerd ruimtebeleid, het European Space Programme. Dit ESP coördineert voortaan de ruimteactiviteiten en -programma’s in Europa. Voorheen opereerden het Europees Ruimteagentschap (ESA), de lidstaten en de Europese Unie los van elkaar. Een betere samenwerking inzake civiele, militaire en wetenschappelijke projecten moet de enorme kosten drukken.
Europa geeft momenteel 6,3 miljard euro per jaar uit aan ruimtevaart –zesmaal minder dan de VS. Bovendien wil men via het ESP de interne tegenstellingen en de daaruit voortvloeiende vertragingen in de ruimteprogramma’s beter bestrijden. Zo dreigt de lancering van de Europese variant op het Amerikaanse GPS, Galileo, ernstige vertraging op te lopen. Voorlopig is nog maar één satelliet –van de dertig die nodig zijn om het systeem operationeel te maken– gelanceerd. Om die overige satellieten in de orbit te plaatsen is 3,4 miljard euro nodig. In het meerjarenbudget 2007-2013 is hiervoor slechts 1 miljard euro vrijgemaakt. De Commissie stelt voor de nodige extra middelen te halen uit het overschot op de landbouwbegroting –2 miljard euro dit jaar. Het Europees Parlement gaf zijn fiat voor dit voorstel. De Raad stelde een beslissing uit tot december.
Volgens Europees Commissaris voor Vervoer Jacques Barrot zal de Europese Unie écht meer moeten investeren in de exploitatie van de ruimte, indien ze de komende decennia een politieke rol van betekenis wil spelen in de wereld. ‘Europa mag zijn autonomie in deze strategische sector niet verliezen’, aldus Barrot .Zonder toegang tot satelietinformatie is het immers moeilijk om een positie in te nemen over bijvoorbeeld internationale veiligheidskwesties. Bovendien is de ruimte een enorme economische groeimarkt. De Europese Commissie berekende dat de ruimtevaart tegen 2025 een marktpotentieel zal hebben van 450 miljard euro.