Dossier: 

Waterbom in Zuid-Azië: twee nucleaire staten vechten om water

‘Er kan niet tegelijk bloed en water vloeien’, zei de Indiase premier Modi deze week. Daarom dreigt hij, als er geen einde komt aan de Pakistaanse steun aan terrorisme, de rivieren om te leiden waar de Pakistaanse landbouw van afhangt. Niet toevallig stromen die rivieren door Kasjmir, de regio waar beide landen al bijna 70 jaar voor vechten.

  • CC Sanish Suresh (CC BY-NC-ND 2.0) De samenvloeiing van de Zanskar en de Indus in de Indiase regio Ladakh, onderdeel van Jammu and Kashmir. CC Sanish Suresh (CC BY-NC-ND 2.0)
  • CC Gaurav Agrawal (CC BY-NC-ND 2.0) CC Gaurav Agrawal (CC BY-NC-ND 2.0)

Gewonnen op water. Dat is de meest aanvaarde etymologische verklaring van het woord Kasjmir. Volgens een van de vroegste geschreven bronnen over Kasjmir, de Nilana Purana die wellicht tussen de zesde en achtste eeuw van onze tijdrekening gecomponeerd werd, was het de wijze Kasjyapas, afkomstig uit de regio van de Kaspische Zee, die het water uit de diepe kom tussen Hogere Himalaya, Pir Pansjal en de Noord Kasjmir keten draineerde. Een hedendaagse woordverklaring van Kasjmir zou wellicht eerder uitkomen op “bevochten omwille van water”.

Voor Pakistan is het water dat via of vanuit Jammu & Kasjmir naar de Arabische Zee stroomt van levensbelang. Tachtig procent van de Pakistaanse landbouw wordt immers geïrrigeerd met rivierwater dat het land binnenkomst via Kasjmir.

In principe zou dat geen probleem mogen zijn, aangezien de twee landen in 1960 –na jarenlange onderhandelingen– het Indus Water Treaty (IWT) ondertekenden. In dat bijzonder technische verdrag werd afgesproken dat het gebruik van de drie westelijke rivieren –Indus, Chenab en Jhelum– aan Pakistan zou toekomen en het gebruik van de drie oostelijke rivieren –Sutlej, Beas en Ravi–aan India.

Grosso modo kwam dat neer op een 80/20 verdeling in het voordeel van Pakistan, al kreeg India in het kader van het verdrag ook nog heel wat mogelijkheden om de westelijke rivieren te gebruiken voor traditionele landbouwirrigatie, drinkwatervoorziening en elektriciteitsopwekking. Dat alles is echter uitgebreid en met tal van beperkende voorwaarden omschreven. Het IWT geldt als een voorbeeld van geslaagd waterconflictmanagement, aangezien het verdrag de drie oorlogen en de decennialange vijandigheid tussen India en Pakistan overleefd heeft.

Punjab is afhankelijk van water uit Kasjmir

In Pakistan is de tevredenheid over het IWT de voorbije jaren echter flink gedaald en dat heeft alles te maken met de verminderde beschikbaarheid van water. Volgens het World Water Development Report 2009 van Unesco kelderde de beschikbare en hernieuwbare watervoorraad per inwoner in Pakistan tussen 2000 en 2005 van 2961 naar 1420 kubieke meter. De waterschaarste wordt vooral gevoeld in Pakistaans Punjab, de provincie die zowat 75 procent van het Pakistaanse graan produceert en die haar naam ontleent aan de vijf rivieren die er samenstromen in de Indus (panj is vijf en aab is rivier).

Geïrrigeerde landbouw zorgt voor 90 procent van de landbouwopbrengst, 25 procent van het bnp en voor 50 procent van de tewerkstelling in Pakistan

Een door de Britten uitgebouwd irrigatiesysteem van kanalen, sluizen en aftakkingen is in Pakistaans Punjab alleen al goed voor 37.303 kilometer waterwegen. En de geïrrigeerde landbouw zorgt volgens de Punjaabse eerste minister Shahbaz Sharif voor negentig procent van de landbouwopbrengst in het land, voor vijfentwintig procent van het bruto nationaal product en voor de tewerkstelling van zowat de helft van de beroepsbevolking.

Punjab, dat traditioneel ook de legertop levert en dus de centrale posities in het Pakistaanse staatsbestel bezet, wijst graag in de richting van India als het over watertekorten gaat, om te voorkomen dat de stroomafwaartse provincies Sindh en Baloetsjistan de Punjaabse landbouw verantwoordelijk zouden stellen voor de droogte en de verzilting die steeds verder naar het binnenland oprukken.

De redenen voor de dramatische terugval zijn veelvoudig en verschillend voor grondwater, regenwater of rivierwater. Bevolkingsaangroei, slechte irrigatiesystemen en inefficiënt watergebruik, de impact van de klimaatverandering, maar wellicht ook de bouw van enkele dammen voor elektriciteitscentrales zorgen voor minder voorspelbare en vooral minder omvangrijke stroomdebieten. Enkele van die waterkrachtcentrales zijn gebouwd in Indiaas Kasjmir. Alleen hun –mogelijke– bijdrage aan de waterproblemen krijgt ruim aandacht in de Pakistaanse pers en publieke debatten.

‘Het water moet vloeien of er zal bloed vloeien’

Ramaswamy R. Iyer, voormalig topambtenaar in het Indiase ministerie van Water, geeft een paar voorbeelden van het soort slogans dat Pakistaanse jihadigroepen op grote doeken uithangen om de angst bij de bevolking aan te wakkeren en te exploiteren: ‘Deel het water of verwacht oorlog’ en ‘Het water moet vloeien of er zal bloed vloeien’. Die laatste slogan, van de terroristische organisatie Lashkar-e-Taiba, inspireerde Indiaas premier Modi in september 2016 wellicht tot zijn tweet dat er niet tegelijk water én bloed kan stromen.

Pakistaanse jihadigroepen hangen slogans op om de angst bij de bevolking aan te wakkeren en te exploiteren 

Volgens R.R. Iyer, die nu verbonden is aan het Centre for Policy Research in Delhi, is het IWT een soort sluitstuk van de onafgewerkte deling van het subcontinent. ‘De westelijke grens die Pakistan van India moest scheiden, was een toevallige lijn die geen rekening hield met de natuurlijke waterbekkens’, zei hij tijdens een gesprek in het voorjaar van 2011. Dat klopte maar gedeeltelijk.

De commissie die de definitieve grenzen van de nieuwe staten moest vastleggen, hield wel degelijk rekening met het belang van water. De voorzitter van die commissie, Sir Cyril Radcliffe, arriveerde voor de eerste keer in India op 8 juli 1947, vijf weken voordat de delicate opdracht afgewerkt moest zijn.

Volgens Victora Schofield werd er uitgebreid onderhandeld over enkele arrondissementen van Gurdaspur, een district in Punjab dat zich tussen Jammu en Amritsar bevindt. Gurdaspur was belangrijk omdat de bovenloopse waterwerken er zowel de controle over de toevoer van irrigatiewater voor Amritsar als voor Lahore regelden. Radcliffe wees het grondgebied uiteindelijk toe aan India, wellicht onder druk van Lord Mountbatten, die in Pakistan nog altijd gezien wordt als “verkocht” aan Nehru en India.

De Pakistaanse auteur A.H. Suhrawardy verwoordt de Pakistaanse achterdocht als volgt in Kashmir: The Incredible Freedom Fight, zijn boek uit 1991: ‘India wou Kasjmir in zijn greep om Pakistan militair te omsingelen en economisch te wurgen. India zou via Gilgit grenzen aan Afghanistan, dat op dat moment openlijk vijandig stond tegenover Pakistan en het enige land ter wereld was dat zich verzette tegen de toetreding van Pakistan tot de Verenigde Naties. Pakistan zou gesandwiched worden en met de actieve steun van India en Afghanistan zou de Pasjtoenistan rel gebruikt worden als voorwendsel voor een militaire interventie.’

In april 1948 sloot de deelstaatregering van Indiaas Punjab de sluizen en zette zo Lahore in Pakistaans Punjab zonder water

Het bewijs dat India de controle over de rivieren zou gebruiken om Pakistan op de knieën te dwingen, kwam er al in april 1948, toen de deelstaatregering van Indiaas Punjab de sluizen sloot en Lahore zonder water zette. ‘Jawaharlal Nehru wist niets van die beslissing en hij deed er ook alles aan om ze zo snel mogelijk ongedaan te maken’, beweerde R.R. Iyer.

Voor Pakistan was echter duidelijk hoe snel en onverbiddelijk het afgesneden kon worden van zijn economische slagader. Telkens het Pakistaanse leger moeite heeft om de burgers of de regering in Islamabad te overtuigen van het belang van de strijd om Kasjmir, hoeft het de term pani –water– maar boven te halen, en iedereen weet waarom er gevochten wordt.

Ramaswamy Iyer begreep de existentiële angst van Pakistan, maar dat betekende niet dat hij het eens was met de alarmistische beweringen die in Pakistan opgeld maken. ‘India kan de rivieren  niet tegenhouden zonder zichzelf te schaden en het kan Pakistan niet overstromen zonder eerst zijn eigen grondgebied te overstromen.’

Het verdrag wordt steeds meer betwist

Intussen wil India wel al meer dan dertig projecten realiseren op de drie oostelijke rivieren van het Indusbekken. Bij elkaar opgeteld zou dat voor meer verstoring kunnen zorgen dan aanvaardbaar is voor de geest én de letter van het verdrag –wat niet meteen zou blijken als je elk project afzonderlijk bekijkt. Maar professor Iyer vond dat die vrees, net als de klacht over een verminderd debiet van de Indus, Chenab en Jhelum, best empirisch getoetst wordt.

CC Gaurav Agrawal (CC BY-NC-ND 2.0)

 

Het Indus Water Treaty heeft een uitgebreid arsenaal aan instrumenten om geschillen te regelen, dat moet dan ook maar gebruikt worden. In 2005  vroeg Pakistan bijvoorbeeld een arbitrage door de Wereldbank over de Indiase Baghliardam op de Chenab. De onafhankelijke expert erkende in zijn eindrapport in grote lijnen dat India zich aan het Induswaterverdrag hield, maar vroeg wel om de hoogte van de dam te verminderen en het vullen van het reservoir te beperken tot de weken tussen 21 juni en 31 augustus – wat India niet altijd doet.

Voor Pakistan lijken de instrumenten uit het IWT niet langer te volstaan. Bij de opstart van nieuwe onderhandelingen met India begin 2011 zette Islamabad daarom ook het thema water op de politieke agenda. In een voorbereidende nota van begin april 2010 –een “non-paper” in diplomatiek lingo– signaleerde Pakistan dat het wilde praten over de ‘gebrekkige werking’ van het IWT en over de ecologische impact van de manier waarop er met de waterhuishouding omgesprongen wordt.

‘Het IWT erkent het recht van de Kasjmiri’s op de rivieren niet, maar dat betekent nog niet dat die rechten niet bestaan.’ 

Daarmee werd water een thema dat vergelijkbaar is met Jammu en Kasjmir of grensoverschrijdend terrorisme, thema’s die traditioneel tot de bilaterale gespreksthema’s behoren.

Wat niet op de politieke agenda lijkt te staan, is de klacht van de Kasjmiri’s dat zowel India als Pakistan hun waterbelangen over het hoofd zien. Die verzuchting weerklonk wel tijdens talloze gesprekken met Kasjmiri’s en in die zin is water allang een politiek thema geworden.

De Pakistaanse onderzoeker Majed Akhter verwoordde het helder: ‘Het IWT erkent het recht van de Kasjmiri’s op de rivieren niet, maar dat betekent nog niet dat die rechten niet bestaan.’ Voor de Kasjmiri’s houdt dat niet in dat ze het hele IWT willen schrappen of dat ze de belangen van de benedenloopse economieën miskennen. Ze willen gewoon hun deel van de rijkdom die door hun territorium stroomt.

Nazir Dar, voorzitter van de Kasjmirse Kamer van Koophandel en Industrie, hamerde er voortdurend op tijdens ons gesprek begin 2011: water is de eerste en belangrijkste natuurlijke rijkdom van Jammu & Kasjmir, maar de staat heeft geen enkel recht om die rijkdom te exploiteren.

‘Er worden wel elektriciteitscentrales gebouwd op onze rivieren’, zei Dar, ‘maar de elektriciteit is niet van of voor ons. We hebben integendeel voortdurend af te rekenen met uitvallende stroom.’ Als onderdeel van een vernieuwend toekomstproject, stelde zijn organisatie voor dat Indiaas Jammu & Kasjmir en Pakistaans Azad Kasjmir samen een groot hydro-elektrisch project zouden bouwen, goed voor de opwekking van 10.000 MW. De opgewekte elektriciteit zou dan van de Kasjmiri’s zijn, die een deel zouden kunnen doorverkopen aan India en Pakistan.

Nazir Dar kreeg geen enkele reactie op dat gedurfde voorstel, niet uit Delhi en niet uit Islamabad. En dus blijven beide delen van de vroegere prinselijke staat afhankelijk van subsidies die hen gul toebedeeld worden vanuit de hoofdsteden van de twee landen die het hele grondgebied claimen en elk een deel ervan besturen en bezetten.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur