Verenigde Naties: ‘Er is wél een alternatief voor het besparingsbeleid. En het is hoognodig’

De VN-organisatie voor Handel en Ontwikkeling (Unctad) stelt in haar rapport van 2017 dat het veralgemeende besparingsbeleid in de wereld verantwoordelijk is voor blijvende economische bloedarmoede en dat echt herstel maar mogelijk is als ongelijkheid vermindert en overheden beter reguleren en meer investeren.

Het jaarlijkse Trade and Development Report kreeg in 2017 de titel Voorbij soberheidsbeleid: op naar een mondiale New Deal. Mijn zijn rapporten wil Unctad -vaak omschreven als de denktank van de ontwikkelingslanden- de analytische instrumenten leveren waarop overheden een effectief ontwikkelingsbeleid kunnen baseren. Het rapport van 2017 maakt in eerste instantie de balans op van de wereldeconomie na tien jaar financiële en economische crisis. ‘We zijn daarbij allesbehalve onder de indruk van de huidige economische groei en activiteit’, zegt Alex Izurieta, econoom in de divisie Mondialisering en Ontwikkelingsstratie bij Unctad.

CC Lauren Irons (CC NY 2.0)

 

‘Er is geen noemenswaardige verandering op het vlak van de regulering en organisatie van de financiële sector’

‘De mondiale economie groeide in 2016 weliswaar met 2,2 procent, maar dat is een volle procent minder dan in het decennium voor de crisis, en het is ruim onvoldoende om echt te kunnen spreken van mondiaal herstel.’ ‘Wat erger is’, voegt Izurieta daaraan toe, ‘is dat de structuur van de economie sinds de crisis nauwelijks aangepakt is. Er is met name geen noemenswaardige verandering op het vlak van de regulering en organisatie van de financiële sector.

En ook de ongelijkheid in de verdeling van de economische winsten en productiviteit is niet aangepakt. Nochtans stellen we een patroon vast waarin groeiende ongelijkheid en het voorkomen van financiële crisissen verbonden lijken.’

Het gevaar van ongelijkheid

In het rapport onderzocht Unctad 91 systemische bankencrisissen van de voorbije decennia, en stelde daarbij vast dat in 8 op de 10 gevallen de inkomensongelijkheid in de jaren voor de crisis sterk toegenomen was. In 6,6 op de 10 gevallen bleek dat overigens ook het geval in de jaren na de crisis -wat volgens Unctad mee verantwoordelijk is voor het opbouwen van de voorwaarden voor een volgende ronde crisissen.

Bij 8 op de 10 grote bankencrisissen was de ongelijkheid sterk toegenomen in de jaren voor de crisis

De samenhang tussen groeiende ongelijkheid en financiële crisis verklaart Unctad onder andere door de onderconsumptie bij een groeiend deel van de bevolking, de toenemende onzekerheid bij het merendeel van de mensen én de vervanging van productieve investeringen door speculatieve investeringen.

De verklaring voor groeiende ongelijkheid na de crisis klinkt erg bekend: economische onzekerheid en bedrijfsfaillissementen, de massale overheidsinvesteringen om de wankelende banken te redden en het besparingsbeleid dat daarop opgelegd wordt aan de bevolking en de staat, dalende lonen en de daaruit volgende slabakkende economie.

Het rapport verbindt de sterk gestegen ongelijkheid in de periode van hypermondialisering sinds 1980 met de financialisering van de wereldeconomie, maar ook met de concentratie van economische macht bij een kleiner wordende groep van economisch supermachtige bedrijven en individuen. Dat laatste resulteert in de onevenredig grote economische, maar ook politieke macht van wat veralgemenend als “de 1 procent” omschreven wordt.

Aan wie heeft, wordt gegeven

Unctad beschrijft onder andere de opvallende toename van wat het surplus winst noemt: winsten die niet samenhangen met productiviteit, maar met toegenomen markt- en lobbymacht bij de grootste bedrijven. In de periode 1995-2000 vertegenwoordigde die surplus winst bij de 100 grootste bedrijven 16 procent van hun totale winst. In 2009-2015 was dat opgelopen tot 40 procent. Fenomenen die hiertoe bijdragen zijn onder andere het sterk toegenomen en vaak oneigenlijke gebruik van patenten en intellectuele eigendomsrechten, grootschalige privatiseringen van openbare bedrijven of diensten, belastingontwijking en -ontduiking op industriële schaal door multinationale bedrijven en het manipuleren van aandelenmarkten om de waarde van vergoeding in aandelen voor topmanagement aantrekkelijker te maken.

‘Een opvallend gegeven bij de economische concentratiebeweging,’ zegt Izurieta, ‘is dat steeds meer kapitaal en marktaandeel geconcentreerd raakt bij een aantal megabedrijven, maar dat die megabedrijven helemaal niet vooraan staan bij de creatie van werkgelegenheid.’

Moordend besparingsbeleid

Het zijn dat soort structurele en fundamentele onevenwichten die het volgens Unctad heel moeilijk zullen maken om de duurzame ontwikkelingsdoelen (sdg’s) tegen 2030 te realiseren of om de afspraken over klimaatdoelstellingen die in Parijs gemaakt werden ook effectief te houden. En de molensteen die deze verschillende tendensen samenvoegt en verder de diepte in trekt, zegt Unctad, is het soberheids- of besparingsbeleid dat zowat de macroeconomische soundtrack geworden is van onze hypergemondialiseerde wereld.

‘Beleid dat inzet op het verminderen van arbeidskosten en openbare uitgaven zal de problemen nog verergeren’

‘Aangezien de mondiale groeivertraging in niet geringe mate te maken heeft met een verminderde vraag, zal het beleid dat inzet op het verminderen van arbeidskosten en openbare uitgaven de problemen nog verergeren’, stelt het TDR2017. ‘Dit beleid zal ook ontoereikend blijken om de veelvuldige uitdagingen van ongelijkheid en een gebrek aan duurzaamheid, die het resultaat zijn van de huidige economische structuren, effectief aan te gaan. Het beëindigen van het besparingsbeleid blijft daarom een fundamentele voorwaarde om duurzame en inclusieve groei te realiseren.’

Vrouwen en robots aan het werk

Het TDR2017 gaat verder ook nog in op een aantal specifieke uitdagingen, zoals de contradicties die samenhangen met het inzetten op meer deelname van vrouwen aan de arbeidsmarkt in een periode die gekenmerkt wordt door de inkrimping van “goede banen”. Uiteindelijk dreigt iedereen hierbij te verliezen: ‘In ontwikkelingslanden daalde het aandeel van tewerkstelling in de industrie tussen 1991 en 2014 voor mannen met gemiddeld 7,5 procent. Voor vrouwen bedroeg die daling zelfs 39 procent’, zegt Izurieta.

Meer vrouwen aan het werk zou moeten zorgen voor betere ontwikkelingsperspectieven voor arme gezinnen, maar gezien de marktconcentratie en het toenemende belang van kapitaal in plaats van arbeid, is dat effect op zijn minst niet vanzelfsprekend.

Een ander fenomeen dat veel aandacht krijgt van beleid en media, is de robotisering. Daarvan zegt Unctad dat het effect vandaag en in de onmiddellijke toekomst een stuk kleiner is dan de aandacht die eraan gegeven wordt. ‘Er waren in 2016 niet meer dan 1,6 miljoen robots aan het werk’, zegt het TDR2017. ‘Het gebruik ervan is weliswaar aan een steile klim bezig sinds 2010, en men schat dat er tegen 2019 al zo’n 2,5 miljoen robots ingezet zullen worden. Maar het overgrote deel van de robots wordt ingezet in ontwikkelde landen. Duitsland, Japan en de Verenigde Staten zijn samen goed voor 43 procent alle werkende robots.’

Een mondiale New Deal

De analyse dat de groeiende concentratie van economische macht zorgt voor politieke scheeftrekkingen maar ook voor groeiende armoede of precariteit in het Noorden en sinds 2008 ook voor een rem op de groeikansen van het Zuiden, is niet nieuw. Belangrijk is wel dat Unctad een nieuwe poging doet om de samenhang aan te tonen tussen die economische onevenwichten en het besparingsbeleid dat ‘het nieuwe normaal’ in de wereld geworden is.

‘In de plaats van het alomtegenwoordige besparingsbeleid moet een beleid komen dat mikt op volledige en waardige tewerkstelling’

Het rapport sluit dan ook af met de oproep om dringend een haalbaar alternatief voor het huidige ongelijkheid-producerende beleid op poten te zetten. Dat alternatief is mogelijk, zegt Unctad, en het zal in grote lijnen een mondiaal gecoördineerde versie zijn van de New Deal waarmee Roosevelt de VS in de jaren 1930 uit de Grote Depressie haalde. De basisprincipes van de new Deal waren Recovery, Regulation & Redistribution (herstel, regulering en herverdeling). Alex Izurieta vult die begrippen in voor de context van een hypergemondialiseerde economie in langdurige crisis.

‘Het herstel moet inclusief zijn’, zegt Izurieta. ‘In de plaats van het alomtegenwoordige besparingsbeleid moet een beleid komen dat mikt op volledige en waardige tewerkstelling. Daarvoor is meer openbare investering nodig, onder andere in zorgsectoren die overal ter wereld aan belang winnen, maar ook in fysieke en sociale infrastructuur die voor sociaal herstel moet zorgen. Overheden moeten ook veel meer inzetten op de kansen die ontstaan door het verduurzamen van de economie.’

1000 miljard dollar

Om de overheden de middelen te geven die nodig zijn voor een dergelijk investerings- en stimuleringsbeleid, moet er volgens Unctad een einde komen aan de tendens om belastingen te verminderen voor vermogenden of hoge inkomens. Izurieta: ‘Een inclusief herstelbeleid vraagt progressieve belastingen, waarbij de zwaarste schouders opnieuw de zwaarste lasten dragen. Met een mondiale verhoging van 5 procent op de belastingaanslag voor de rijkste 10 procent, zou meteen 1000 miljard dollar opgehaald kunnen worden. Er moet vooral een einde komen aan de vermindering van bedrijfsbelastingen en er moeten meer en sterkere internationale controles komen op belastingontwijking en -ontduiking.’

Met een mondiale verhoging van 5 procent op de belastingaanslag voor de rijkste 10 procent, zou meteen 1000 miljard dollar opgehaald kunnen worden

Net als in de jaren 1930 moet ook vandaag het financiële kapitaal “getemd worden”, schrijft Unctad. ‘Landen die hun eigen kapitaalsbasis willen opbouwen, hebben er weinig aan om een investeringsvriendelijk klimaat te creëren. Ze reguleren beter hun economie’, zegt Izurieta. Een van de voorstellen die Unctad daarvoor doet, is meer transparantie en rapportering op te leggen, liefst op mondiale schaal. Daarrond worden initiatieven genomen, maar die lijken veel minder en veel trager voortgang te boeken dan nodig.

De sector die Unctad prioritair opnieuw geregulariseerd wil zien, is de financiële wereld. Ondanks de mondiale crisis die deze sector veroorzaakt heeft, is ze er immers in geslaagd om opnieuw veel te grote concentraties op te bouwen, met gevaarlijke financiële producten en vermenging van consumentenkrediet en risicokapitaal. Daar moet dringend paal en perk aan gesteld worden, vindt Unctad.

Universeel sociaal beleid

Om tot een eerlijke en inclusieve herverdeling van de economische groei en activiteit te komen, pleit Unctad op de eerste plaats voor het versterken van vakbonden en werknemersorganisaties. Maar het beleid moet zelf ook actie ondernemen om de toename van informele of kwetsbare arbeid in te dijken, zegt de VN-organisatie.

‘Voor het nastreven van duurzame en inclusieve groei zijn sterke multilaterale instellingen even noodzakelijk als sterke en representatieve nationale regeringen’

‘Indien we willen dat maatregelen voor herverdeling echt voor duurzame veranderingen in de maatschappij zorgen, dan moeten ze universeel en structureel zijn’, zegt Izurieta. Daarmee zet Unctad zich impliciet af tegen beleidsadviezen van bijvoorbeeld Wereldbank en IMF, die traditioneel pleiten voor het inzetten op opvangnetten en sociale programma’s voor de allerarmsten of andere kwetsbare doelgroepen. Een “universeel sociaal beleid” impliceert dat alle burgers binnen eenzelfde systeem recht hebben op bijvoorbeeld pensioen en openbaar vervoer, of gratis onderwijs en gezondheidszorg. Zo’n universeel sociaal beleid levert volgens veelvuldig onderzoek betere en meer inclusieve resultaten op dan beleid dat enkel gericht is op specifieke doelgroepen.

De mondiale New Deal waarvoor Unctad in dit Trade and Development Report 2017 pleit, maakt geen kans als landen zich terugplooien op uitsluitend hun eigen belangen. ‘Voor het nastreven van duurzame en inclusieve groei zijn sterke multilaterale instellingen even noodzakelijk als sterke en representatieve nationale regeringen’, concludeert Unctad dan ook. Tegelijk is dat meteen de grote zwakte van het rapport: het verschijnt in een tijdsgewricht waarin de kans op een mondiaal beleid kleiner is dan de voorbije decennia -toen het er ook al niet van kwam.

Al heeft de VN-organisatie zeker een punt als ze stelt dat het moeilijk is om te zien hoe het ene niveau succesvol kan functioneren zonder het andere. Dat geldt dus voor de VN zelf, maar even goed voor al die nationale regeringen die nationale heropleving en grootsheid beloven: als ze dat proberen doen tegen elkaar in, lijkt mislukking gegarandeerd.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3195   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur