Verkiezingen in Ivoorkust: stilte voor de storm?

Geen poging tot een derde mandaat of verkiezingsgeweld. Wel is er kans op verzilvering van een tweede mandaat als beloning voor de heropbouw van een verscheurd land door president Ouattara. Op 25 oktober beslist het volk of hij voldoende heeft gedaan sinds het einde van de crisis in 2011. Al zal het echte uur van de waarheid pas slaan in 2020…

  • © Reuters/Thierry Gouegnon Slogans als ‘Nos activités sont financées – avec ADO’ sieren affiches waarop ondernemers te zien zijn. © Reuters/Thierry Gouegnon

Vijf jaar geleden waren de verwachtingen hooggespannen: voor het eerst in tien jaar tijd werden er verkiezingen gehouden die een einde moesten brengen aan het conflict dat het land in zijn greep hield sinds de dood van Félix Houphouët-Boigny (FHB), de iconische eerste president van Ivoorkust eind 1993.

Onder deze dokter en plantagehouder was het land met zijn bloeiende economie en politieke stabiliteit uitgegroeid tot hét toonbeeld van West-Afrika. Toch was de cacao-industrie niet bestand tegen de zware economische crisis van eind jaren zeventig en was FHB er niet in geslaagd een politieke basis op te bouwen die zijn dood kon overstijgen, noch om de regionale tegenstellingen in het land weg te werken.

Het exemplarische Ivoorkust werd het toneel van etno-religieuze spanningen die in 2002 tot een burgeroorlog leidden. Tijdens de verkiezingen van 2010 liepen de spanningen opnieuw hoog op en gaven ze aanleiding tot de beruchte post-electorale crisis die drieduizend Ivorianen het leven kostte.

Ivoirité of burgers van tweede rang

De socio-economische verschillen tussen het welvarende, grotendeels christelijke zuiden en het achtergestelde, eerder islamitische noorden waren tekenend voor het net onafhankelijke Ivoorkust. Bovendien was de politieke macht in handen van de PDCI (Parti Démocratique de Côte d’Ivoire), die haast uitsluitend bestond uit de zuiderse Akan. Toch wist FHB, zelf een Akan, de spanningen te beteugelen via uitgekiende relaties met de verschillende etnische leiders en de nodige investeringen in het noorden.

Al snel werden burgers van noorderse origine en immigranten aanzien als ‘burgers van tweede rang’.

Onder Henri Konan Bédié, de opvolger en partijgenoot van FHB, flakkerden de etno-religieuze spanningen daarentegen weer op. Zo entte Bédié zijn beleid op het concept van Ivoirité. Dit idee reduceerde de Ivoriaanse nationaliteit tot burgers die zowel een Ivoriaanse moeder als vader hadden. In een land met hoge aantallen immigranten actief in de cacaosector en waar grenzen artificieel zijn, had dit zware gevolgen.

Al snel werden burgers van noorderse origine en immigranten aanzien als ‘burgers van tweede rang’. Als noorderling werd Alassane Dramane Ouattara (ADO), de huidige president, algauw het boegbeeld van deze discriminatie.

Onder het mom van Ivoirité werd de ex-topman van het IMF en leider van de nieuw opgerichte RDR (Rassemblement des Républicains) uitgesloten van de presidentiële verkiezingen in 1995 op basis van zijn nationalité douteuse, en wist Bédié zijn overwinningskansen – met succes – te vergroten.

Een geschiedenis van verkiezingsgeweld

Ook tijdens de presidentiële verkiezingen in 2000 werd Ouattara’s nationalité douteuse opnieuw aangehaald om zijn kandidatuur tegen te houden. Bédié was ondertussen afgezet tijdens een militaire coup, waardoor twee andere politieke zwaargewichten de electorale strijd aanbonden: Robert Guéï, generaal en leider van de coup, en Laurent Gbagbo, de befaamde leider van de FPI (Front Populaire Ivoirien) die een meerpartijensysteem had weten af te dwingen van FHB in 1991.

De ‘eeuwige’ oppositieleider Gbagbo won, maar zijn overwinning werd betwist door Guéï. Een eerste golf van geweld was een feit. Omdat Gbagbo Bédiés xenofobe koers niet veranderde, bleef ook een tweede golf van geweld niet lang uit. In 2002 brak een rebellie uit vanuit het noorden, die het land in twee splitste.

Ondanks vele vredesgesprekken, duurde het tot in 2010 voor de tijd rijp werd geacht om nieuwe verkiezingen te houden over het volledige grondgebied, die ditmaal open zouden staan voor Ouattara’s kandidatuur. Maar toen deze vervolgens effectief won, sprak Gbagbo van frauduleuze verkiezingen in de noordelijke departementen. Opnieuw brak er geweld uit dat tot een einde kwam in april 2011. Sindsdien wacht Gbagbo zijn proces af in Den Haag.

‘Avec ADO’

Hoewel het conflict nog vers is, merk je dezer dagen nog weinig sporen van het geweld. Het land heeft de afgelopen vijf jaar dan ook een enorme transformatie ondergaan. Nieuwe autowegen verbinden de steden, een nieuwe brug schittert boven de lagune in Abidjan en een aanhoudende economische groei van zowat acht procent trekt investeerders uit alle windstreken aan.

De verbeterde economische situatie is dan ook één van Ouattara’s stokpaardjes in de verkiezingscampagne. Slogans als ‘Nos activités sont financées – avec ADO’ sieren affiches waarop ondernemers te zien zijn. Grootschalig opinieonderzoek (Afrobarometer) toont dan ook aan dat Ouattara veel populariteit geniet: 64% van de bevraagden is tevreden over zijn prestaties en de huidige president geniet meer vertrouwen dan de oppositie.

Verzoening

Wat de kansen van Ouattara op herverkiezing nog meer vergroot is de steun van de PDCI. Bédié gaf eerder al de steun van zijn partij aan Ouattara in de beruchte tweede ronde van de verkiezingen van 2010. Maar niet iedereen binnen zijn partij is daar zo blij mee.

Zo is er bijvoorbeeld Charles Konan Banny, oud premier en voorzitter van de Commissie voor Dialoog, Waarheid en Verzoening. Volgens Banny en vele anderen heeft Ouattara mindere resultaten geboekt op het vlak van verzoening. Er is zelfs sprake van een eenzijdige rechtspraak. Zo werden tot afgelopen juli enkel opposanten van Ouattara voor het gerecht gedaagd, terwijl ook binnen zijn eigen kamp grove misdaden werden begaan.

De oppositie

Deze verkiezing zullen negen andere kandidaten Ouattara uitdagen – 23 andere kandidaturen werden eerder al onontvankelijk verklaard. De kansen van deze kandidaten lijken eerder gering. Niet alleen hebben de meesten onder hen slechts een kleine aanhang, velen behoren ook tot dezelfde partij of coalitie, waardoor ze hun publiek verdelen, hetgeen nefast kan zijn als de verwachtingen kloppen en één ronde zal volstaan.

Als het sterkste argument om Ouattara’s tweede termijn te kelderen, de afkomst van z’n vader is, heeft Ivoorkust nog een lange weg te gaan.

Terwijl de andere grote partij, de PDCI, de kandidatuur van Ouattara steunt, besloten drie partijleden toch onafhankelijk een kandidatuur in te dienen uit onvrede met die beslissing. Eentje daarvan trok zich ondertussen al terug uit de race uit bezorgdheid over de onpartijdigheid van de verkiezingscommissie. Kort daarop volgde de kandidaat van de nieuwe partij LIDER (Liberté et Démocratie pour la République).

De grootste, of toch zeker de interessantste, uitdager zou wel eens Affi N’Guessan van de FPI kunnen zijn. De partijleider is echter geen onbesproken blad. Hij wordt niet aanvaard door enkele hardliners binnen zijn partij die vasthouden aan Gbagbo.

Ondanks de verdeeldheid heeft de oppositie een krachtige gedeelde oproep. Ze zijn bezorgd over een partijdige verkiezingscommissie en oneerlijke campagne. Zo zou Ouattara onder andere staatsvoertuigen gebruiken voor zijn campagne. Volgens de Afrobarometer deelt ook de bevolking deze bezorgdheden.

De oppositie mag dan misschien niet sterk genoeg staan om Ouattara te verslaan, wel kunnen zij beslissen over het al dan niet vredige verloop van de verkiezingen en de nasleep ervan. Het is alvast veelbelovend dat de campagne tot nu toe relatief rustig is verlopen en vier kandidaten zich aan een charter voor goed gedrag hebben verbonden – symbolisch niet onbelangrijk.

Minder geruststellend is het teruggrijpen van enkele kandidaten naar Artikel 35 van de grondwet, het artikel dat Ouattara jarenlang uitsloot van de verkiezingen. Het artikel verplicht kandidaten nog steeds een Ivoriaanse moeder en vader te hebben en de afkomst van Ouattara’s vader wordt nog steeds betwist. Als dat het sterkste argument is om Ouattara’s tweede termijn te kelderen, heeft Ivoorkust nog een lange weg te gaan…

Stilte voor de storm?

In het meest waarschijnlijke scenario weet Ouattara daadwerkelijk een absolute meerderheid te halen in de eerste ronde. Hier en daar is het mogelijk dat daar strubbelingen bij zullen komen kijken – zeker in het zwaar getroffen Westen. Grootschalig geweld lijkt echter eerder onwaarschijnlijk.

Grootschalig geweld lijkt onwaarschijnlijk al zijn plaatselijke strubbelingen mogelijk.

De echte uitdaging zal pas volgen tijdens de verkiezingen van 2020. De PDCI zal dan een tegenprestatie verwachten van Ouattara’s RDR voor de steun aan zijn kandidatuur, maar binnen de RDR zelf liggen er zwaargewichten op de loer. Die hebben evenwel vaak een controversieel verleden dat hen onaanvaardbaar zal maken bij Gbagbo’s aanhangers. Zo wacht Guillaume Soro, de voorzitter van het parlement, ongeduldig zijn beurt af. Maar deze ex-rebellenleider heeft heel wat op zijn kerfstok.

Bovendien zal de FPI terug aan kracht hebben gewonnen als eenmaal de interne strubbelingen van de baan zijn. Ook kan men verwachten dat nieuwe partijen, zoals LIDER, verder zullen groeien en hun plaats zullen opeisen binnen het politieke landschap.

Zijn de huidige verkiezingen dan enkel stilte voor de storm? Niet noodzakelijk. Terwijl we zeker mogen zijn dat de verkiezingen van 2020 een heus strijdtoneel zullen vormen, is het – gelukkig – minder zeker of deze een nieuwe golf van geweld met zich mee zullen brengen.

Met een ‘rustige’ herverkiezing van Ouattara heeft Ivoorkust nog vijf jaar tijd om af te rekenen met de demonen uit het verleden. Maar dan zal Ouattara dringend komaf moeten maken met de eenzijdige rechtspraak en ervoor moeten zorgen dat de economische groei ook de bredere bevolking ten goede komt. Daarnaast zal hij moeten leren van de fouten van FHB en een machtsvacuüm proberen te voorkomen. Ivoorkust heeft nood aan nieuwe politieke leiders die eenzelfde daadkracht aan de dag kunnen leggen als FHB en het land proberen te verenigen over etno-religieuze breuklijnen heen.

Line Kuppens doctoreert binnen het Centre for Research on Peace and Development aan de KU Leuven, & binnen het Instituut voor Ontwikkelingsbeleid en -beheer aan de Universiteit Antwerpen. Haar onderzoek richt zich op de rol van onderwijs binnen vredesopbouw in Ivoorkust.

Update: Ondertussen heeft ook Charles Konan Banny zich teruggetrokken uit de race.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift