Momentum voor het middenveld

Verkiezingen in Libanon: brokkelt het sektarisch regime af?

Tavis Ford (CC BY 2.0)

 

Op 6 mei gaan de Libanezen voor het eerst sinds 2009 naar de stembus. Met zijn 18 erkende confessionele gemeenschappen wordt Libanon vaak als een toonbeeld van religieuze tolerantie gezien. Het confessionele systeem heeft echter ook geleid tot sektarische verdeeldheid en corruptie. Normaal gezien hadden de verkiezingen al in 2013 moeten plaatsvinden maar het parlement besloot, om veiligheidsredenen, zijn mandaat te verlengen. Dit trucje werd daarop tweemaal herhaald om een nieuwe kieswet in te voeren, tot woede van activisten.

Het kleine land, geprangd tussen Israël en Syrië, lijdt onder de regionale instabiliteit. De destructieve rivaliteit tussen Iran en Saoedi-Arabië wordt ook hier uitgevochten en de aanwezigheid van meer dan een miljoen Syrische vluchtelingen heeft een enorme impact op het land.

Toch is Libanon relatief ongeschonden uit de regionale onrust gekomen. Het politieke systeem is nochtans verdeeld over sektarische lijnen en uiterst gevoelig voor ophitsend populisme. Wat verklaart de huidige stabiliteit in Libanon?

Sektarische verdeelsleutel

Libanon heeft zeker zijn portie geweld gehad. Tijdens de vijftien-jaar lange burgeroorlog kostte het leven aan 150,000 Libanezen en het land heeft sinds de onafhankelijkheid meerdere instabiele periodes gehad. De verscheidene conflicten sinds de onafhankelijkheid zijn echter vaak een weerspiegeling van regionale belangen.

Bij de onafhankelijkheid van het land in 1943 kwamen de christelijke en islamitische leiders – zowel sjiitisch als soennitisch – tot een sektarische verdeelsleutel om het land te besturen. De president werd een maronitische christen, de premier een soenniet en de voorzitter van het parlement een sjiiet.

Sindsdien wordt Libanon geregeerd door de verschillende confessionele leiders, een elite-overeenkomst zeg maar. Dit sektarisch politiek systeem maakt Libanon kwetsbaar voor buitenlandse bemoeienissen en is vaak een bron van instabiliteit.

Een sterke Libanese staat was nooit het doel, wat in de almacht van de confessionele leiders resulteerde. 

Een sterke Libanese staat was nooit het doel, wat in de almacht van de confessionele leiders resulteerde. Het Libanese politieke systeem is dan ook door en door cliëntelistisch. Via hun parlementaire zetel, die vaak van vader op zoon overgaat, behouden sektarische politici tot vandaag sleutelposities in het land in hun handen. Hierbij werd de bevolking bewust langs confessionele lijnen opgedeeld om de dominantie van de sektarische en religieuze leiders te verzekeren. Overheidsdiensten zoals gezondheidszorg, onderwijs en rechtsspraak zijn officieel voor iedereen toegankelijk maar met een telefoontje naar lokale politici kan je pas echt wonderen doen.

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, mag je gratis naar al onze events en kan je in dialoog gaan met onze journalisten. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

De burgeroorlog van 1975 tot 1990 was het failliet van deze overeenkomst. Demografische veranderingen, christelijk-maronitische dominantie en een grote sociaaleconomische ongelijkheid zetten de verdeelsleutel onder druk. Langzamerhand ontstonden twee blokken, een rechts-christelijk en een links-moslim blok.

De aanwezigheid van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie verscherpte deze tegenstellingen en was de uiteindelijke trigger. Verscheidene regionale machten hadden hun eigen agenda in Libanon en verlengden zo de oorlog.

Ta’if akkoord

Het Ta’if akkoord dat een einde bracht aan de burgeroorlog gaf meer macht aan de premier maar wijzigde het systeem niet fundamenteel. Het Syrische leger bleef in Libanon aanwezig, zogenaamd om de stabiliteit te bewaren. Hierop kwam amper internationale kritiek omwille van de toen nog goede verstandhouding tussen Hafez al-Assad, Saoedi-Arabië en de Verenigde Staten.

Om in Libanon een politieke rol te kunnen spelen moest men de condities van het Syrisch regime aanvaarden. Er was geen echte oppositie terwijl folterverhalen van Libanese dissidenten in Syrische detentiecentra de ronde deden.

Sinds de jaren ’90 zijn met enkele wijzigingen steeds dezelfde partijen aan de macht. Veel van de huidige ministers waren rivaliserende krijgsheren tijdens de oorlog maar de collectieve amnestiewet maakte hen niet vervolgbaar voor het gerecht.

De soennitische premier Rafik Hariri, bondgenoot van Saoedi-Arabië en synoniem voor de heropbouw van Beiroet, wou de stad zijn vooroorlogse positie teruggeven van economisch en cultureel centrum voor de regio. Zijn ambities hebben geleid tot een torenhoge staatsschuld van 170% van het bnp, enorme ongelijkheid en een exuberant stadscentrum waar de lokale bevolking zich zelfs geen koffie kan veroorloven.

yeowatzup (CC BY 2.0)

Grafmozaïek voor Rafiq Hariri

Axis of evil

Na 9/11 kwamen het Syrisch regime en zijn bondgenoten in Libanon meer en meer onder druk te staan. Syrië was immers door de Bush-regering als een lid van de as-van-het-kwaad gebrandmerkt. De regionale spanningen hadden ook hun impact in Libanon, waar vanaf 2004 aanslagen plaatsvonden op anti-Syrische politici.

Na 9/11 kwamen het Syrisch regime en zijn bondgenoten in Libanon meer en meer onder druk te staan. 

De brute moordaanslag op Rafik Hariri in 2005, toegeschreven aan de sjiitische Hezbollah en de Syrische veiligheidsdiensten, was hiervan het hoogtepunt, maar dat kwam eveneens met een sprankel hoop. De christelijke generaal Aoun, symbool van de oppositie, kwam na 15 jaar ballingschap terug uit Parijs.

De massaprotesten op 14 maart leidden tot de creatie van een anti-Syrisch politiek blok van Hariri’s soenitische partij en de grote christelijke partijen. Dit 14 Maart-blok werd de tegenpool van het 8 Maart-blok. De pro-Syrische, voornamelijk sjiitische partijen, hadden namelijk op 8 maart een tegenbetoging gehouden.

Na de verkiezingen waren de christelijke leiders van het 14 Maart-blok echter niet in staat hun geschillen bij te leggen en Aoun werd uit de regering geweigerd. Vervolgens sloot de generaal dan maar een bondgenootschap met zijn voormalige vijand Hezbollah en stapte over naar het 8 Maart-blok.

De internationale druk en protesten hadden uiteindelijk als resultaat dat de Syriërs dan toch vertrokken, maar Libanon bleef tot 2008 instabiel. Pas na het Doha-akkoord, waarin de pro-Syrische oppositie zijn lang-bevochten vetorecht kreeg, kwam de politieke rust min of meer terug. 

Lente

Toen in 2011 betogers in zo goed als heel de Arabische wereld de straat opging onder de slogan “Het volk wil het regime weg” maakten de Libanezen de variant “Het volk wil het sektarische regime weg.”

Hoewel het aantal activisten dat zich op niet-sektarische grond mobiliseerde toenam in de afgelopen decennia, bleef het voor hen moeilijk om buiten hun sociale cirkel mensen te mobiliseren.

De Syrische burgeroorlog liet vrezen voor de stabiliteit van Libanon. Sinds 2008 bestonden de regeringen telkens uit alle grote partijen wegens het sektarisch consensussysteem. Van 2014 tot 2016 had Libanon geen president. De rivaliteit tussen de twee Christelijke kandidaten, Geagea en Aoun en hun regionale bondgenoten, Saoedi-Arabië en Iran, leidde tot een diepe impasse.  

Geen van de andere partijen heeft zin in een confrontatie met Hezbollah

Tot een escalatie kwam het niet. Hezbollah is duidelijk de machtigste partij in Libanon, wegens hun Libanese politieke bondgenoten en hun uitgebreid wapenarsenaal. Geen van de andere partijen heeft zin in een confrontatie hiermee, terwijl de herinnering aan de burgeroorlog afschrikwekkend werkt.

De afvalcrises in de zomer van 2015 werd duidelijk wat het resultaat was van deze langdurige politieke crisis.

Het land zat muurvast en de regering slaagde er zelfs niet meer in een basisdienst als afvalomhaling te voorzien.

© Reuters

De afvalcrisis in Beiroet in 2016

Voor het eerst sinds 2005 kwamen de Libanezen massaal op straat voor een onderwerp dat de sektarische lijnen oversteeg. Het wanbeleid van de regering omtrent een basisdienst als afvalomhaling stond symbool voor alles wat fout liep door de sektarische politiek in het land. Verscheidene actiegroepen sloegen de handen in elkaar en brachten massaal veel volk op de been. Op het hoogtepunt van de protesten waren er 100,000 mensen op straat, van verschillende religieuze en sociale achtergronden.

“Mijn stad Beiroet”

Hoewel de protestbeweging daarna snel uiteenviel en weinig van haar concrete doelstellingen realiseerde, was dit toch een belangrijk keerpunt dat het potentieel voor verandering demonstreerde. Aangezien het vanuit de straat niet was gelukt, besloot een deel van de activisten het systeem van binnenuit te veranderen. Via verkiezingen.

Voor de gemeenteraadsverkiezingen van mei 2016 werd “Beirut Madinati” opgericht, Arabisch voor “Mijn stad Beiroet”. Met een positief programma behaalde deze partij 40% van de stemmen, terwijl de traditionele partijen de rangen hadden gesloten en samen een lijst vormden. Het meerderheidsstelsel hield Beirut Madinati uit de gemeenteraad, maar deze uitslag betekende iets. Het bleek mogelijk voor de Libanezen om de bevolking op een niet-sektarische manier te mobiliseren met een positief, inhoudelijk programma zonder polarisatie.

Al die tijd bleef Libanon zonder president. In november 2016 bond Geagea uiteindelijk in en nomineerde zijn decennialange rivaal Aoun voor het presidentschap. Snel daarna vormde Saad Hariri, zoon van Rafik, een regering. Dit betekende eveneens het vervagen van de spanningen van de twee rivaliserende blokken. Het debat werd opnieuw eerder sociaal-economisch gevoerd.

Niet iedereen was hier echter gelukkig mee. Het plotse ontslag van Hariri afgelopen november, bevolen vanuit Riyadh, bracht Libanon even weer onder wereldwijde aandacht. Een maand later nam de premier zijn ambt weer op maar de boodschap was duidelijk: Saoedi-Arabië moest niks weten van een regering waarin ook bondgenoten van Iran zaten. Dat bewijst maar hoe kwetsbaar Libanon blijft voor externe interventies, zelfs als er intern een consensus heerst.

Ben Piven (CC BY-NC-ND 2.0)

 

Momentum voor het middenveld

Sinds 2016 proberen de kandidaten uit het maatschappelijk middenveld verder te bouwen op het Beirut Madinati momentum.

Een conversatie tussen twee Libanezen over hoeveel ze voor hun stem hebben gevraagd, leidt zelden tot gefronste wenkbrauwen.

Verscheidene disputen over strategie en inhoud hebben het eenheidsbeeld gebroken, maar een coalitie van negen bewegingen is er wel in geslaagd in negen van de vijftien nationale districten een lijst te presenteren. Deze Kollouna Watani coalitie, Arabisch voor ‘allen voor het land’, verzamelt een brede waaier aan bewegingen onder een gezamenlijke, niet-sektarische noemer.

Hoewel dezelfde breuklijnen die de Libanese politiek verdelen ook hier terugkomen, stelt deze beweging een nieuwe politieke cultuur voor. Een belangrijke pijler is de gelijkheid van burgers, ongeacht religie, geslacht of seksuele oriëntatie en ook de vraag tot de effectieve implementatie van de grondwet. Het ontbreekt Libanon hierdoor namelijk aan enige parlementaire controle op de regering en er is geen gerechtelijke onafhankelijkheid wat leidt tot de huidige straffeloosheid omtrent corruptie. 

Verkiezingsmanipulatie is dan ook alomtegenwoordig. Naast bedragen tot 100,000 dollar om als politici deel te nemen in een talkshow is stemmenkoperij een haast sociaal aanvaarde praktijk in Libanon. Een conversatie tussen twee Libanezen over hoeveel ze voor hun stem hebben gevraagd, leidt zelden tot gefronste wenkbrauwen. Drastische regeringsherschikkingen worden dan ook niet verwacht.

Wat de uitslag ook zal zijn na 6 mei, veel kan er niet veranderen. Hoewel Hariri en Nasrallah, secretaris-generaal van Hezbollah, in hun campagne snel naar polariserende uitspraken grijpen zal de coalitie naar alle waarschijnlijkheid worden voortgezet. Dat is ook het scenario dat Saoedi-Arabië en het Westen voorstaan.

Toch is er onder invloed van de protestbeweging een verandering in het discours gekomen. In 2009 was het voor veel Libanezen ondenkbaar dat een niet-sektarische beweging effectief een kans had om in het parlement te geraken. De verkiezingen zijn dan ook geen eindpunt voor hun.

Afhankelijk van hun aantal stemmen kan deze beweging een nieuwe kracht worden waar rekening mee gehouden zal moeten worden, of het sektarisch regime en hun regionale bondgenoten dit nu willen of niet.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift