Vervangt radicaal islamisme de glimlachende islam in Indonesië?

Indonesië is een groot maar onbekend land dat vooral exotische clichés oproept. De gordel van smaragd, de stille kracht, het land van de glimlachende islam, wajangpoppen en gamelanmuziek, nasi goreng en pisang ambon. Europalia Indonesië belooft daar dit najaar verandering in te brengen, al zullen de echt gevoelige onderwerpen traditiegetrouw nauwelijks aan bod komen. Hoe religie en politiek zich tot elkaar verhouden in het grootste moslimland ter wereld, bijvoorbeeld. Toch is dat hét thema dat samenleving, media en politiek anno 2017 beroert.

Op 12 juni verklaart een militaire bevelhebber dat er in zo goed als alle 34 Indonesische provincies slapende cellen van Islamitische Staat zijn. Op 17 juni zet de Indonesische regering gevechtsvliegtuigen in op een basis in de provincie Noord-Kalimantan op Borneo, om te voorkomen dat jihadi’s die de Zuid-Filipijnse stad Marawi aanvielen zich op dat enorme eiland (24-maal België) zouden terugtrekken.

Op 21 juni wordt een wetsvoorstel goedgekeurd dat het mogelijk maakt om burgers die deel uitgemaakt hebben van een gewapende buitenlandse groep bij terugkeer tot vijftien jaar lang op te sluiten. Op 25 juni wordt in Medan een politieman neergestoken door twee mannen met vermoedelijk banden met IS. Het is maar een greep uit de kleine actualiteit van een willekeurige maand, maar de berichten tonen meteen dat er barsten zitten in het gekoesterde imago van een tolerant Indonesië.

Cahaya Maulidian CC BY-SA 4.0)

Een bewust geknipte versie van de toespraak van Ahok, waarin hij leek te zeggen dat de mensen bedrogen werden door de koran, ging in geen tijd viraal en resulteerde in massabetogingen waarin honderdduizenden demonstranten zijn hoofd eisten.

Soera Al-Maidah, vers 51

Waarom Indonesië belangrijk is:
op drie na grootste bevolking ter wereld met volgens de recentste schatting 263 miljoen inwoners, van wie 51 procent jonger dan dertig. De stedelijke bevolking groeide van 103 miljoen in 2005 tot 141 miljoen in 2016.

grootste moslimbevolking ter wereld: 87 procent, 229 miljoen, is moslim

op twee na grootste democratie ter wereld, na India en de Verenigde Staten, met 187 miljoen kiezers

tiende economie ter wereld volgens een rapport van de Wereldbank in mei 2014 (op basis van koopkrachtvergelijking). Gemiddeld inkomen per jaar per inwoner is 4250 euro. De gemiddelde groei de voorbije jaren lag rond 6 procent.

de belangrijkste zeeroute voor de wereldhandel gebruikt de Straat van Malakka: een kwart van de wereldhandel passeert hier tussen Indonesië en Maleisië

de grootste archipel ter wereld, met 18.307 eilanden (waarvan 6000 bewoond), met een landoppervlakte van 1,91 miljoen vierkante kilometer en zes zeeën die samen meer dan 3 miljoen vierkante kilometer wateroppervlakte tellen
Indonesië is een groot maar onbekend land dat vooral exotische clichés oproept. De gordel van smaragd, de stille kracht, het land van de glimlachende islam, wajangpoppen en gamelanmuziek, nasi goreng en pisang ambon. Europalia Indonesië belooft daar dit najaar verandering in te brengen, al zullen de echt gevoelige onderwerpen traditiegetrouw nauwelijks aan bod komen. Hoe religie en politiek zich tot elkaar verhouden in het grootste moslimland ter wereld, bijvoorbeeld. Toch is dat hét thema dat samenleving, media en politiek anno 2017 beroert.

Het grote verhaal speelde zich dit voorjaar af tijdens de heel belangrijke gouverneursverkiezingen van de hoofdstedelijke provincie Jakarta. Basuki Tjahaja Purnama, beter bekend als Ahok, was gouverneur sinds 2014, toen hij de plaats innam van Joko Widodo, die toen tot president van de republiek verkozen werd. Ahok was zijn eigen gedoodverfde opvolger, dankzij zijn effectieve bestuursstijl, zijn harde aanpak van corruptie en zijn onafhankelijke opstelling. Vandaag zit hij een gevangenisstraf van twee jaar wegens godslastering uit.

Het “vergrijp” van Ahok – een christelijke, etnisch Chinese Indonesiër met een scherpe tong – was dat hij tijdens een bezoek aan een vissersgemeenschap de koran beledigd zou hebben. Volgens hemzelf en verschillende experts ging het niet om kritiek op de koran, maar op de manier waarop sommigen die gebruiken. ‘Jullie worden bedrogen door de manier waarop soera Al-Maida, vers 51, gebruikt wordt’, had Ahok gezegd, in een reactie op politieke propaganda tegen zijn kandidatuur.

Het bewuste vers luidt: ‘O jullie die geloven! Neemt niet de joden en de christenen als beschermers, zij beschermen elkaar. En wie van jullie hen als beschermers neemt: voorwaar, hij behoort tot hen. Voorwaar, Allah leidt het onrechtvaardige volk niet.’ De politieke implicatie van een letterlijke lezing van dat vers is duidelijk: ze moet verhinderen dat christenen en joden de steun krijgen van devote moslims. Het koranvers wordt, niet alleen in Indonesië, vaak gebruikt om een islamitisch electoraat voor te houden dat een islamitische meerderheid alleen geregeerd kan worden door een moslim.

Een bewust geknipte versie van de toespraak van Ahok, waarin hij leek te zeggen dat de mensen bedrogen werden door de koran, ging in geen tijd viraal en resulteerde in massabetogingen waarin honderdduizenden demonstranten zijn hoofd eisten en in een nietsontziende politieke campagne waarin de vroegere machtselite rondom Subianto Prabowo gemene zaak maakte met de virulentste vertegenwoordigers van de gepolitiseerde islam. Tijdens de tweede ronde van de verkiezingen op 19 april stonden bij haast alle stemlokalen vrijwilligers met opvallende badges met de boodschap dat het voor moslims verboden is een niet-moslim te verkiezen.

Een paar weken nadat Ahok de verkiezingen verloor, werd hij veroordeeld tot twee jaar opsluiting, wegens bewuste godslastering en een gebrek aan spijt voor de begane “misdaad”. ‘Als de gouverneur van Jakarta en een vertrouweling van de president hiervoor veroordeeld kan worden tot gevangenisstraf, wat moeten anderen dan verwachten?’ vroeg Andreas Harsono, onderzoeker voor Human Rights Watch in Indonesië, zich af.

Het is overigens niet alleen de veroordeling die zorgen baart. Mulya Lubis, een andere mensenrechtenadvocaat, wees erop dat een van de rechters in zijn toelichting bij het vonnis verwees naar argumenten van een FPI-leider. Het FPI of het Islamitisch Verdedigingsfront is een beweging die nachtclubs, bars en andere “oorden van verderf” aanvalt, maar ook kerken en gebedsplaatsen van wat zij beschouwen als afvallige moslims.

‘Geloof in de Ene en enige God’

Het Ahok-incident laat zien hoezeer het belang van islamitische geloofsbrieven in de Indonesische politiek is toegenomen sinds de val van Soeharto en het verdwijnen van zijn autocratische maar grotendeels seculiere Nieuwe Orde in 1998.

Die religieuze revival is al enkele decennia aan de gang. Na de val van Soeharto gaf het vacuüm op het gebied van politiek, moraal en veiligheid de islamisten extra wind in de zeilen. Politieke berekeningen leidden tot het vergroten van de ruimte voor en de invloed van islamisten, zegt Ahmed Suaedy, coördinator van het Abdurrahman Wahid Centre for Inter-Faith Dialogue and Peace:

‘Yudhoyono was zelf geen religieuze hardliner, maar hij liet wel toe dat de religieuze onverdraagzaamheid de nieuwe normaliteit werd.’

‘Yudhoyono kreeg bij zijn kandidatuur in 2004 geen steun van progressieve groepen, die zijn militaire verleden niet vertrouwden. Dus ging hij zich omringen met zeer conservatieve raadgevers. SBY, zoals hij in de wandeling genoemd wordt, was zelf geen religieuze hardliner, maar hij liet wel toe dat de religieuze onverdraagzaamheid de nieuwe normaliteit werd, dat er lokaal shariawetten ingevoerd werden die ingingen tegen de grondwettelijke gelijkheid van burgers, en hij trad niet op als islamitische straatbendes geweld gebruikten.’

Tijdens de presidentsverkiezingen van 2014 en de gouverneursverkiezingen van 2017 waren het de kringen rondom ex-generaal Subianto Prabowo, schoonzoon van ex-dictator Soeharto, die de mobilisatiekracht van radicaal-islamistische groepen gebruikten om hun eigen politieke macht te vergroten. Zijn tegenkandidaat, de latere president Jokowi, ging in 2014 niet toevallig net voor verkiezingsdag twee dagen op minibedevaart in Saoedi-Arabië.

Prabowo Subianto (CC BY-SA 3.0)

Tijdens de presidentsverkiezingen van 2014 en de gouverneursverkiezingen van 2017 waren het de kringen rondom ex-generaal Subianto Prabowo, schoonzoon van ex-dictator Soeharto, die de mobilisatiekracht van radicaal-islamistische groepen gebruikten om hun eigen politieke macht te vergroten.

Ik laat de uitkomst van de verkiezingen in de handen van Allah’, zei hij bij zijn terugkeer uit Mekka. Ook hij werd er door politieke tegenstanders, de Indonesische boulevardpers en de islamisten van de harde lijn, namelijk van beschuldigd geen Javaanse moslim te zijn, maar een Chinese christen. En dus, was ook toen de onderliggende aanname, niet geschikt om het grootste moslimland ter wereld te leiden.

Atheïsme is geen optie volgens de grondwet, en godslastering is sinds 1965 strafbaar.

Die religieuze ijver in de politiek is opvallend voor een land dat zich beroept en beroemt op een seculiere grondwet, gebaseerd op de Pancasila of vijf funderende principes, die in de loop van de turbulente geschiedenis van onafhankelijk Indonesië overeind gebleven zijn.

In het buitenland is niet iedereen overtuigd van het seculiere karakter van deze Pancasila, aangezien het eerste principe luidt: ‘Geloof in de Ene en enige God’. Tobias Basuki van het Centre for Strategic and International Studies in Jakarta wijst erop dat de term “Ketuhanan” in de originele tekst volgens hem niet God betekent, maar godheid – wat meer ruimte laat voor andere religies. Die tolerantie vind je volgens hem terug in de officiële erkenning van christendom, boeddhisme, hindoeïsme en confucianisme als religieuze identiteiten naast de islam. Maar atheïsme is geen optie volgens de grondwet, de inheemse religies moeten zich meestal vermommen als islam, en godslastering is sinds 1965 strafbaar.

Begin juni riep president Jokowi de veiligheidsdiensten van het land op iedereen die de seculiere grondslagen van de republiek in gevaar bracht ‘te verpletteren’. Die forse uitspraak was verrassend na de opvallend verzoenende taal die Jokowi tijdens de agitatie rondom Ahok gesproken had. In een interview met het weekblad Tempo zei hij op 5 juni: ‘Wij kunnen niet onderhandelen met mensen die een zooitje willen maken van de grondslagen en de ideologie van onze natie.’

Jokowi voegde een week later de daad bij het woord door de Hizbut Tahrir Indonesia, een radicale organisatie die al drie decennia pleit voor een islamitisch kalifaat in Zuidoost-Azië, te verbieden. Dat hij – voorlopig? – het FPI ongemoeid laat, is daarbij opvallend. Bovendien kreeg de president meteen kritiek van mensenrechtengroepen die het onaanvaardbaar vinden dat een organisatie op ideologische gronden verboden wordt, en niet wegens het schenden van wetten.

Sharia versus corruptie, corruptie dankzij sharia

IJveren voor de sharia is behoorlijk populair, zegt Ahmed Suaedy: ‘Voor heel veel mensen heeft sharia een idealistische betekenis. Ze zien het als een manier om corruptie en armoede te bestrijden op goed-islamitische wijze. De voorhoede-organisaties dromen van een streng moreel regime, de massa wil rechtvaardigheid. En iedereen noemt het sharia.’ In een recente opiniepeiling door het Pew Institute verklaart 70 procent van de Indonesiërs zich voorstander van de sharia.

‘De voorhoede-organisaties dromen van een streng moreel regime, de massa wil rechtvaardigheid. En iedereen noemt het sharia.’

Het FPI en andere hardliners hebben een veel specifiekere invulling van een islamitische polis. Hun strijd voor de sharia is er niet een voor rechtvaardige verhoudingen in de samenleving, maar een strijd om de macht en voor een puriteins Indonesië. Zij aarzelen dan ook niet om maximaal gebruik te maken van de wet op godslastering.

Die wet uit 1965 werd pas echt gebruikt tijdens de regeerperiode van Susilo Bambang Yudhoyono (van 2004 tot 2014). Volgens Human Rights Watch werden er in die periode minstens 106 gevallen voor de rechtbank gebracht – en allemaal werden ze schuldig bevonden. Het Indonesische Setara Instituut telt 89 gevallen, maar is het wel eens met HRW dat die allemaal plaatsvonden tijdens de SBY-jaren.

Ahmed Suaedy en zijn centrum voor interreligieuze dialoog proberen tegengas te geven. De overheid moet dringend een echt cultureel beleid voeren, zegt hij, en ze moet dat baseren op de lokale tradities, die niet alleen heel verscheiden zijn, maar ook veel waarde hechten aan verdraagzaamheid en diversiteit.

© Reuters

 

Het is dan ook enigszins paradoxaal dat de islamisering van de samenleving nu vooral afgedwongen wordt op lokaal niveau, als gevolg van een doorgedreven regionalisering van het politieke bestuur, bedoeld om extreme centralisering van de macht zoals onder Soeharto tegen te gaan.

In een recente opiniepeiling door het Pew Institute verklaart 70 procent van de Indonesiërs zich voorstander van de sharia.

Lokale politici vielen, bij gebrek aan echte partijstructuren, voor hun verkiezingscampagnes en financiering terug op netwerken die wél lokaal verankerd waren. Op heel wat plaatsen in Indonesië bleken dat semi-ondergrondse netwerken te zijn met wortels in de islamistische beweging. Zodat bijna alle lokale overheden die shariawetten invoeren gedomineerd worden door traditionele centrumpartijen, niet door de islamitische partijen.

Die lokale macht wordt ook gebruikt om de beurs van de politici te spekken, zegt Michael Buehler, auteur van The Politics of Shari’a Law. Islamist Activists and the State in Democratizing Indonesia: verkopers van alcohol, video’s of cd’s, en uitbaters van massagesalons en goktenten kunnen slechts zaken blijven doen als ze tot een “afspraak” komen met de lokale overheid – het is één manier waarop de devolutie van de macht geleid heeft tot een vermenigvuldiging van de corruptie.

Andere voorbeelden van lokale shariaregels leveren Kees van Dijk en Nico J.G. Kaptein in Islam, Politics and Change. The Indonesian Experience after Suharto: sommige overheden verplichten ambtenaren om een islamitische cursus te volgen tijdens de ramadan, leggen het kunnen reciteren van de koran op als toelatingsvoorwaarde voor secundair onderwijs of voor een huwelijk, verbieden niet-soennitische geloofsovertuigingen of -praktijken, bestraffen gokken, alcoholverkoop of -consumptie en “onwettige seksuele relaties” – waar zo ongeveer alles onder kan vallen, van een afspraak in de kroeg met een vriend tot homoseksualiteit. En uiteraard beogen de meeste van die lokale wetten het terugdringen van de aanwezigheid van vrouwen in de openbare ruimte. Dat gaat van kledingvoorschriften tot een avondklok voor vrouwen die niet vergezeld zijn van een mannelijk familielid.

Uniek islamitisch middenveld

In veel landen waar een streng islamisme opgang maakt, is er tussen de autoritaire staat en de moskee alleen maar maatschappelijke woestijn. Niet zo in Indonesië, dat het best georganiseerde en grootste islamitische middenveld ter wereld heeft. Echt betrouwbare cijfers zijn er niet, maar een studie van 2004 sprak van 9 miljoen Indonesiërs die zich ‘heel sterk identificeerden’ met de Muhammadiyah, opgericht in 1912, die streeft naar een uitgezuiverde beleving van het geloof en daarbij de letter van wet en koran centraal stelt, en wel 38 miljoen die een zelfde relatie hadden met de Nahdlatul Ulama, opericht in 1926, die traditioneler is ingesteld en als hoofddoel heeft de volkse islam uit Indonesië te verdedigen en te behouden.

De meeste salafistische organisaties werden opgericht door jongeren die terugkeerden van een studie in Saoedi-Arabië.

Deze twee grote massabewegingen, met jeugd-, vrouwen- en studentenafdelingen, organiseren onder meer onderwijs, gezondheidszorg en welzijnszorg. Zij zijn de opvallendste, maar bijlange niet de enige en zelfs niet altijd de belangrijkste organisaties in een groot en zeer divers middenveld. Maar de opkomst van salafisme en jihadisme hebben ze niet kunnen voorkomen. Enerzijds doordat geen van beide de voorbije jaren een sterke leider met nationale uitstraling gehad heeft.

 

© Gie Goris

 

Anderzijds profiteren de radicale strekkingen van onbeperkte steun van wahabitische stichtingen in Saoedi-Arabië. En dat doet volgens Michael Vatikiotis, regionaal directeur Azië voor het Centre for Humanitarian Dialogue, de balans bij steeds meer mensen doorslaan in de richting van een wahabitische lezing van de islam, ten nadele van de veel tolerantere hanafitische rechtsschool die eeuwenlang dominant was in Indonesië. De meeste salafistische organisaties werden opgericht door jongeren die terugkeerden van een studie in Saoedi-Arabië.

Vatikiotis wijst overigens ook op de opkomst van een nieuw regionaal jihadisme, met name op Katibah Nusantara, een deel van IS met nu al zo’n vijfhonderd strijders uit Indonesië, Maleisië, Singapore en de Filipijnen. Op 29 oktober 2016, midden in de aanzwellende Ahok-crisis, zette de Syrische militie Jabhat Fatah al-Sham, voorheen bekend als het Al-Nusra Front, ook beelden online van zwaar bewapende strijders die voor een grote houten doodskist een spandoek ophielden met daarop: ‘Veroordeel Ahok of wij zullen hem veroordelen met kogels.’

Na de forse uitspraken en het verbod op de Hizbut Tahrir ligt president Jokowi op ramkoers met de islamistische extremisten.

De Indonesische politiek wacht met bange voorgevoelens de presidentsverkiezingen in 2019 af. De kans dat Jokowi nog eens ongedeerd uit een lastercampagne over zijn Javaanse of islamitische geloofsbrieven komt lijkt met de dag kleiner te worden, nu de islamisten snel aan invloed en macht winnen.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Hoofdredacteur

    Gie Goris is hoofdredacteur MO* en MO.be. Hij publiceerde de voorbije jaren vooral rond de regio Afghanistan, Pakistan en India