Van rolstoelblokkades tegen Nixon over het Tahrirplein tot politiek debat in Europa

Van ‘medisch probleem’ naar volwaardige burger: ‘Handicap is een normaal onderdeel van iemands identiteit’

Lilian Wagdy (CC BY 2.0)

Bij een protest op 28 januari (wat op zijn ooglap staat) 2011 verloor Ahmad Harara zijn rechteroog, in oktober van datzelfde jaar verloor hij ook zijn linkeroog tijdens protesten.

Ja, het is 2021, maar mensen met een handicap hebben nog steeds veel rechten om voor te strijden. En het ene protest inspireert het andere, over de grenzen heen, van de rolstoelblokkades tegen president Nixon over de revolutie op het Egyptische Tahrirplein tot politieke debatten in Europa vandaag. ‘Zie handicap als een normaal onderdeel van iemands identiteit, niet als een ongewenst medisch probleem.’

‘De mensen die ik daar zag protesteren hadden allemaal tijdens de revolutie een been verloren, of een oog, zoals ik.’ Die herkenning lokte Ahmed Harara in oktober 2011 naar het Tahrirplein in Caïro, Egypte, waar op dat moment een aantal betogers met een handicap protesteerden, zo vertelde hij nadien aan de internationale pers.

Sinds het begin van de revolutie was Harara naar élke manifestatie tegen de toenmalige president Moebarak afgezakt. In januari 2011 was Harara daarbij zijn rechteroog verloren door een rubberkogel van de politie. Op de Vrijdag van de Woede, zoals het begin van de Arabische revoluties in Egypte herinnerd wordt. In oktober van datzelfde jaar ging Harara naar een sit-in voor rechten voor mensen met een handicap, waar zijn linkeroog geraakt werd.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

‘Zijn vader en moeder weten het nog niet. We hebben hen nog niet durven bellen’, reageerde zijn oom Sami Gamal. ‘Zijn carrière als tandarts kan Ahmed wel op zijn buik schrijven. En hoe komt hij nu nog aan een vrouw?’ Ahmed Harara werd blind en ruilde zijn beroep van tandarts in voor dat van activist. Vandaag lobbyt hij als icoon van de revolutie nog steeds voor de rechten van mensen met een handicap in Egypte.

‘De Arabische revoluties van 2011 hebben een momentum gecreëerd voor vele sociale bewegingen’, zo zegt de Egyptische historica Amany Soliman. Tien jaar na de Arabische Lente evalueert ze de situatie van inwoners met een handicap met gemengde gevoelens. ‘Mensen vonden een manier om hun strijd aan de karretjes van anderen te hangen. In eenheid om wat ze niet wilden — Moebarak (de toenmalige president/dictator, red.) — werden de eisen van mensen met een handicap nu wel serieus genomen. Samen op straat komen maakte zichtbaar wat mensen deelden, in dezelfde strijd.’

‘Samen op straat komen maakte zichtbaar wat mensen deelden, in dezelfde strijd.’

Soliman werkt mee aan Rethinking Disability, een project van een internationaal team van academici. Ze onderzoeken welke gevolgen het Internationale Jaar van Mensen met een Handicap (1981) van de Verenigde Naties had, en hoe dat initiatief de rechten van mensen met een handicap op de globale politieke agenda zette. Het bood in elk geval openingen om de ontoegankelijkheid van gebouwen aan te kaarten, en ook het recht op aangepaste vrije tijd, onderwijs en gezondheidszorg.

Ook vandaag is het in Egypte, net als in veel andere landen, nodig om gebouwen toegankelijker te maken, de les in de sportclub aan te passen of een basispensioen te garanderen voor mensen met een handicap die geen normaal arbeidsritme konden volgen.

Modernisering langs de buitenkant

Egypte tekende in 2008 evengoed het VN-verdrag die de basisrechten van mensen met een handicap zou moeten beschermen. Vooral onder Moebarak, die van 1981 tot 2011 president was, voerde Egypte op eigen initiatief tientallen nationale wetten met dat doel in, en tekende het alle mogelijke internationale verdragen.

‘De wetgeving breidde erg uit, maar het probleem zat en zit in de toepassing ervan’, zegt Soliman. ‘De overheid was onder Moebarak erg gefocust op het imago dat Egypte naar buiten toe uitstraalde. ​​​​​Ik wil niet zeggen dat die initiatieven niet oprecht waren, maar Moebarak stelde de modernisering mooier voor dan ze was. Het is die opsmuk die de burgers doorzagen tijdens de revoluties.’

Door de revolutie in 2011 werden de eisen van mensen met een handicap voor het eerst echt als een politiek agendapunt gezien.

De wetgeving die toen werd ingevoerd, verplichtte aanpassingen op werkplekken, scholen of horeca. Maar zolang er geen controleorgaan is om dat op te volgen, blijft het bij loze beloftes. Door de revolutie in 2011 werden de eisen van mensen met een handicap voor het eerst echt als een politiek agendapunt gezien. Het Tahrirplein bood hen een momentum voor politieke strijd om hun rechten.

Waarom duurde het tot 2011 voor mensen met een handicap op straat kwamen met hun eisen? De reactie van Harara’s oom onthult hoe er in de Egyptische samenleving naar handicap gekeken wordt. En de wetgeving schiet tekort in het verhelpen van die stigmatiserende visie.

Hoe dat kan, wordt duidelijk wanneer Soliman uitlegt wat er voorafging aan het momentum op het Tahrirplein: ‘Onder president Sadat (de voorganger van Moebarak, red.) waren er quota die tewerkstelling voor mensen met een handicap garandeerden’, vertelt Soliman. ‘Minstens vijf procent van de mensen die in de publieke sector werkte, moest iemand met een handicap zijn.’

‘Dat was een belangrijke verandering,’ vervolgt de historica, ‘iemand met een handicap wachtte niet langer passief op een maandelijkse uitkering, maar werd een productieve burger. Maar toen ik kind was, zeiden mensen: “Kijk daar, een vijfprocent. Die krijgt een bureau, mag een koffie met een koekje en dan naar huis voor een salaris.” Die andere mentaliteit vertaalde zich dus niet meteen naar de rest van de samenleving.’

Het effect van de wetten uit de periode-Sadat zagen we pas vanaf de jaren ‘80, zegt Soliman. ‘Mensen met een handicap kunnen bijvoorbeeld een rechtszaak aanspannen op basis van discriminatie, wanneer hen toegang tot een gebouw of een baan in een bedrijf werd geweigerd.’ Al vindt de wetgeving nog niet genoeg ingang in de samenleving, ze zijn wél afdwingbaar indien nodig.

Na de revolutie

In de kloof tussen wetgeving en de toepassing ervan ontstaat verzet, stellen de onderzoekers van het project Rethinking Disability. Overal ter wereld zien ze dezelfde dynamieken terugkeren. Maar het perspectief vanuit het Midden-Oosten wordt vaak vergeten, bedenkt Soliman zich. ‘De strijd voor gelijkheid is nog lang voor mensen met een handicap, wereldwijd. En daarin mag de impact van de Arabische Revoluties niet onderschat worden.’

‘De revolutie en alles wat daarop volgde gaf het land economische klappen. Redelijke investeringen blijven een groot probleem.’

Wat volgde er na het momentum op het Tahrirplein? ‘Na het wegjagen van Moebarak kwam de vraag: hoe antwoorden we op al die specifieke eisen? Er volgde een nieuwe grondwet, en die riep daarvoor een adviesraad in het leven voor en door mensen met een handicap’, vertelt historica Soliman. Want om de ongelijkheid echt permanent aan te pakken is het belangrijk dat mensen met een handicap zelf aan het woord komen.

In het nieuwe parlement dat na de revolutie gevormd werd, zetelden 9 leden met een handicap, op een totaal van 596. Een van hen was Heba Hagrass. Zij bereikte, ondanks veel weerstand, dat de bestaande wet vernieuwd werd.

Dat gaf op zijn beurt de nieuwe (en huidige) president Abdul-Fatah al-Sisi de aanleiding om 2018 uit te roepen tot ‘nationaal jaar voor personen met een handicap’. Al-Sisi wilde op deze manier onderstrepen dat er onder zijn beleid vooruitgang geboekt was. De bevolking mocht gerust zijn: met een nieuwe grondwet was Egypte nu een nieuwe weg ingeslagen.

Maar Soliman nuanceert: ‘De wet kent te veel achterpoortjes. Wat in het parlement is goedgekeurd, spreekt soms de grondwet tegen, waardoor de beloofde verandering er niet komt. Het optimisme van 2018 is allang verdwenen.’

‘Bovendien gaven de revolutie en alles wat daarop volgde het land economische klappen. Vaak hoor je dat men maar al te graag in elk gebouw een lift wil installeren, maar dat er simpelweg geen geld is. Redelijke investeringen blijven een groot probleem. Er zetelen nu ook geen mensen met een handicap meer in het parlement.’

Standbeelden en inspiratieporno

Soliman ziet een vooruitgang in het denken over handicap in Egypte. ‘Het wordt nog te vaak afgeschreven als enkel een medisch probleem, maar het activisme van de jaren ‘80 zorgde voor een inpassing in de mensenrechten, die niet meer terug te draaien valt. De aandacht voor de atleten is het begin van de erkenning als volwaardige sociale groep.’

De historica ziet ook een positief gevolg van al-Sisi’s ‘nationale jaar’: handicap wordt nu anders voorgesteld in Egyptische media, vindt ze. ‘Elke tv-zender heeft sindsdien een gebarentolk en dat is de normaalste zaak van de wereld. Hier staan op de pleinen eerder standbeelden van paralympiërs dan van bekende voetballers. Ze worden onthaald als helden, omdat Egypte het daar veel beter doet dan op de Olympische Spelen.’

‘Het mag niet zo zijn dat onze levens enkel waarde kennen als ze mensen zónder handicap kunnen inspireren.’

Maar standbeelden alleen brengen daarom geen beterschap voor de rechten van mensen met een handicap. De Australische rechtenactiviste en comédienne Stella Young legde enkele jaren geleden de vinger op die wonde in een veelbekeken TEDx-speech. Ze waarschuwde voor zogenaamde inspiratieporno: ‘Het mag niet zo zijn dat onze levens enkel waarde kennen als ze mensen zónder handicap kunnen inspireren. We doen ook heel normale dingen.’

‘Niet-gehandicapten kunnen zich handicap niet als normaal voorstellen,’ stelde Young ook, ‘omdat het niet zo getoond wordt.’ Standbeelden en inspirerende atleten zijn maar een begin.

‘Verhalen blijven belangrijk, omdat er voorlopig weinig andere manieren zijn om echt gehoord te worden’, zei de Belgische historica Anaïs van Ertvelde vorig jaar in een interview met Zwijgen is geen Optie. Van Ertvelde deed onderzoek naar de geschiedenis van sociale bewegingen in relatie tot lichaam, handicap en gender en werkte ook mee aan Rethinking Disability.

Verhalen zijn ook een sterkte in de collectieve strijd van verschillende progressieve groepen, vindt Van Ertvelde. ‘Een verhaal maakt vaak onbesproken noden van anderen los. De strijd van mensen met een handicap is er een van iedereen die van de norm afwijkt, waardoor die categorieën verbonden kunnen worden. (…) Het is voor een groot stuk dezelfde strijd. Maar het blijft moeilijk om ze samen te brengen.’

En net dat is wat er in 2011 gebeurde op het Tahrirplein in Egypte, zegt Soliman: de verbinding van de strijd tussen verschillende groepen. ‘Dat momentum toonde hoe die solidariteit werkt. Mensen met een handicap werden gehoord toen oorlogsveteranen zich bij hen aansloten. En de manifestanten die tijdens de protesten een oog of een ledemaat kwijtraakten, brengen een vernieuwde aandacht naar mensen met een handicap als evenwaardige minderheid.’

Activisten en academici blijven wijzen op de nood om handicap te normaliseren in de maatschappij, in Egypte én elders in de wereld. Om handicap te zien als een normaal onderdeel van iemands identiteit, niet als een ongewenst medisch probleem. Young herinnerde er in haar TEDx-speech ook aan dat een meerderheid van mensen met een handicap zijn dagelijks leven ook niet herkent in een te eenzijdig positief beeld.

In de VS: blokkade met rolstoelen

Mensen met een handicap eisen overal ruimte op om fysiek samen te komen op hun eigen voorwaarden, en in die ruimtes hun verhalen uit te wisselen. Een revolutionair moment in dat activisme was een jeugdkamp in de Verenigde Staten in 1971. De Obama’s maakten er met hun productiehuis Higher Ground de Netflix-documentaire Crip Camp: A Disability Revolution over.

Crip Camp neemt je mee naar Camp Jened, op een grasveld in het zuidoosten van de staat New York. Het kamp begon in 1950 als een experiment, maar boekte gaandeweg veel succes. Het getuigde van de nood aan een plek waar mensen met een handicap konden samenkomen en hun vrije tijd beleven zoals ze dat zelf wilden. Diagnoses waren er geen probleem, maar werden een uitnodiging om ervaringen uit te wisselen.

Dertig rolstoelen waren genoeg om de hoofdlanen in het New Yorkse stadscentrum te blokkeren.

De kampgangers van 1971 lieten die uitwisseling uitgroeien tot politiek activisme voor de rechten van mensen met een handicap. Ze kwamen een jaar na het kamp opnieuw samen, toen toenmalig VS-president Nixon besliste om levensnoodzakelijke medicatie te rantsoeneren en een wet verwierp waarmee overheidsgebouwen aangepast zouden worden. Dertig rolstoelen waren genoeg om de hoofdlanen in het New Yorkse stadscentrum te blokkeren.

De actie in de Verenigde Saten had een domino-effect: er volgen nog talloze protesten waar krukken en rolstoelen creatief worden ingezet om de onzichtbare discriminatie zichtbaar te maken, met de befaamde Capitol Crawl in maart 1990 als hoogtepunt.

Crip Camp toont hoe mensen met een handicap de langste bezetting van een overheidsgebouw volhielden door allianties te vormen, met de Black Panthers en holebi-activisten. Die zamelden hun eigen gemeenschap dekens, eten en medicatie in voor de actievoerders. De minderheidsbewegingen begrepen elkaar in hun strijd tegen discriminatie. Ze eisten van Jimmy Carter (president van 1977-1981) dat die een reeds ondertekende wet zou doen toepassen, een eis die plots ook een sterker gehoor kreeg toen Vietnam-veteranen zich aansloten.

Het zijn deze protesten en allianties die uiteindelijk leidden tot het VN-verdrag van 2006, dat vandaag wereldwijd een minimumbescherming tegen discriminatie moet garanderen. ‘Het luidt een echte mentaliteitsverandering in’, schrijft gelijkekansencentrum Unia op zijn website over het het VN-verdrag. ‘Een mens met een handicap is niet langer iemand zonder stem of mening die afhankelijk is van hulp of liefdadigheid, maar een persoon met rechten, net als alle andere burgers.’

Wetgeving afdwingen

Ook in West-Europa anno 2021 hebben activisten nog werk aan de winkel. Handicap blijft een kwestie waarover parlementsleden zónder handicap debatteren: ‘Zijn de aanpassingen de investeringen wel waard?’

De visie die bij ons geldt, is eerder: ‘De beperking ligt niet zozeer bij de persoon als wel bij de omgeving.’ Het ‘sociale model’ pleit ervoor om een netwerk van vrienden en familie op te bouwen om de fysieke drempels weg te halen. Maar handicap is daarbij nog steeds wel ‘de uitzondering op het normale’.

Hoe kunnen mensenrechten hun momentum vasthouden? Is discriminatie een collectief probleem met een politieke oplossing? Moeten we handicap verschuiven van de uitzondering naar de normaliteit?

De ongelijkheid tussen mensen met en zonder handicap wegwerken, is nog steeds een kwestie van wetgeving afdwingen. In een ideale wereld zou iedere overheid, werkgever en medeburger de bestaande wetten naleven. Tot dat gebeurt, is het verzet door mensen met een handicap een sociale beweging zoals iedere andere.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift