Vier vragen over het Iraanse atoomprogramma beantwoord

Iran en de zogenaamde P5+1 slaagden er op 24 november niet in een definitief akkoord te bereiken over het Iraanse nucleaire dossier. De deadline voor het bereiken van een akkoord werd verschoven naar midden 2015. Analisten waarschuwen ondertussen voor de catastrofale gevolgen van het op de klippen lopen van de diplomatieke onderhandelingen, en wijzen op de gevaren die het uitstel van een akkoord met zich meebrengt. MO* zoekt een antwoord op de meest prangende vragen.

De controversiële kernreactor in Arak, Iran

1. Waar gaat het juist over? 

Iran en de zogenaamde P5+1 (Verenigde Staten, Verenigd Koninkrijk, Rusland, China, Frankrijk en Duitsland) bereikten één jaar geleden een interim-akkoord rond het Iraanse kernprogramma. De onderhandelaars slaagden er op 24 november echter niet in een finaal akkoord te bereiken, en verlengden de deadline voor een finaal akkoord met zeven maanden.

De grootmachten en Iran vonden geen compromis over drie centrale thema’s: het aantal Iraanse centrifuges, het tempo van het opheffen van sancties, en het tijdsbestek van een finale overeenkomst.

Tegen 1 maart 2015 moet overeenstemming gevonden worden over de grote lijnen van een akkoord, waarna alle technische details uitgewerkt moeten zijn tegen 1 juli 2015.

Iran stelt dat het enkel geïnteresseerd is in civiele toepassingen van kernenergie, en ontkent het bezit van een kernwapen na te streven. Het land kreunt onder de internationale economische sancties die sinds 2006 stelselmatig werden verscherpt. President Rouhani werd in 2013 verkozen met de belofte via een nucleair akkoord een einde te brengen aan de wurgende sancties, die in beperkte mate werden opgeheven door het interim-akkoord.

2. Wat staat er op het spel? 

Reza Marashi en Trita Parsi van de Amerikaanse non-profitorganisatie Nationale Iraans-Amerikaanse Raad (NIAC) waarschuwen in een recente paper voor de gevaren van het vastlopen van het diplomatieke vredesproces.

Beide onderzoekers stellen dat het uitblijven van een akkoord de kans doet toenemen dat Iran zijn kernprogramma opnieuw versnelt en minder internationale controle toelaat. Ze waarschuwen dat dit dreigt te leiden tot een ‘pad naar confrontatie’, wat de kansen op een oorlog met Iran opnieuw doet toenemen.

‘Zoals we gezien hebben sinds 2003, zal de Iraanse regering niet braafjes toekijken en sancties, geheime moordaanslagen en cyberoorlog slikken. [De afgelopen elf jaar] tonen een Iran dat druk beantwoordt met druk’, aldus Marashi en Parsi.

Ze waarschuwen ook voor de nefaste impact van het uitblijven van een akkoord op de binnenlandse Iraanse politieke scène. ‘De politieke slinger dreigt opnieuw in de richting van de hardliners te bewegen als Rouhani niet kan aantonen dat zijn diplomatieke inspanningen tot iets hebben geleid.’

‘Het uitblijven van een finaal akkoord dreigt te leiden tot een een pad naar confrontatie, wat de kansen op oorlog met Iran opnieuw doet toenemen’

De Iraanse dissident Akbar Ganji sluit zich daar bij aan. Hij stelt dat een nucleair akkoord goed zou zijn voor de mensenrechtensituatie in Iran, en wijst er op dat het regime niet bereid zal zijn tot democratische hervormingen zolang het zich omgeven ziet door externe bedreigingen.

Ook Karim Sadjadpour van denktank Carnegie Endowment wees er in een getuigenis voor het Amerikaanse Congres op dat de meerderheid van de Iraanse civiele maatschappij voorstander is van nucleaire diplomatie. ‘Velen onder hen geloven dat een meer internationaal geïntegreerd Iran bereid zal zijn een openere samenleving te ontwikkelen’, stelt hij.

Hoewel de Iraanse mensenrechtensituatie ook onder Rouhani uitermate problematisch blijft, hoopt het Iraanse middenveld volgens Sadjadpour dat een nucleair akkoord ervoor zorgt dat Rouhani meer politieke energie kan investeren in de Iraanse binnenlandse scène en mensenrechtensituatie.

Rouzbeh Parsi, Midden-Oosten expert aan de Zweedse Lund Universiteit, benadrukt in een reactie aan MO* dat Iraniërs in de eerste plaats op zoek zijn naar een verbetering van hun economische situatie. Een nucleaire doorbraak en opheffing van de sancties zullen er volgens hem voor zorgen dat de regering meer aandacht kan besteden aan de verbetering van de levensstandaard en mensenrechtensituatie.

Sadjadpour blijft wel voorzichtig en wijst er op dat sceptici evengoed vrezen dat hardliners de repressie juist zouden opvoeren na een nucleair akkoord, om niet als “zwak” over te komen bij de Iraanse bevolking.  

Het oplossen van het kernwapendossier lijkt daarnaast cruciaal om een diplomatieke doorbraak te forceren in de Syrische oorlog. Teheran is samen met Rusland de belangrijkste financiële en militaire steunpilaar van het Syrische regime.

‘Zo’n [diplomatieke dialoog] met Iran kan enkel gebeuren in een geest van samenwerking in plaats van confrontatie. Zo niet zal Iran simpelweg de hakken in het zand zetten en gaat de Syrische oorlog gewoon verder, aldus een commentaarstuk op de website al-Monitor.

3. Welke krachten roeren zich? 

Rohollah Faghihi, journalist bij de Iraanse krant Entekhab, onderscheidt in een reactie aan MO* drie stromingen in Iran die zich uitspreken over het kernwapendossier: militaire bevelhebbers, gematigde conservatieven en hardliners zoals voormalig President Ahmadinejad.

Faghihi stelt dat zowel de gematigde conservatieven als militaire bevelhebbers zich openlijk uitgesproken hebben voor een diplomatieke oplossing, terwijl de hardliners de afgelopen maanden voluit gingen in hun verzet tegen de nucleaire gesprekken. De Iraanse Hoogste Leider Khamenei sprak begin november wel zijn voorzichtige steun uit aan de nucleaire onderhandelingen.

De Iraanse journalist waarschuwt dat dit geen vaststaand gegeven is. ‘Een mislukking zal de hardliners helpen Rouhani nog meer onder druk te zetten in binnenlandse aangelegenheden en het nucleaire dossier. Als een finale overeenkomst uitblijft zullen de tijdelijke beperkingen uit het interim-akkoord wellicht opgeheven worden.’

‘Een diplomatieke doorbraak en opheffing van de sancties daarentegen zal Rouhani het nodige sociaal kapitaal opleveren dat hij nodig heeft om de presidentsverkiezingen van 2016 te winnen tegen de hardliners’, stelt Faghihi. 

Israël en Saoedi-Arabië verzetten zich hevig tegen eender welke overeenkomst met Teheran

Saoedi-Arabië en Israël -de enige kernwapenmacht in de regio- verzetten zich ondertussen hevig tegen eender welke overeenkomst met Teheran. De Israëlische Eerste Minister Netanyahu beschrijft Iran steevast als een ‘existentiële dreiging’, en dreigde in het verleden meermaals militaire actie te zullen ondernemen om Iran te verhinderen een kernwapen te produceren.

De Saoedi’s vrezen dan weer dat een akkoord tussen de P5+1 en Iran de eerste stap is in een grondige hertekening van de geopolitieke kaart van de regio, waarin het de status van favoriete Amerikaanse bondgenoot zou kwijtspelen aan Teheran. De opkomst van Islamitische Staat zette de VS en Iran er de afgelopen maanden steeds meer toe aan om –achter de schermen- hun samenwerking op te drijven.

Israël en Saoedi-Arabië lijken over tal van bondgenoten te beschikken in het Amerikaanse Congres. Dit werd nog versterkt door de overwinning van de Republikeinse Partij bij deeltijdse parlementsverkiezingen begin november 2014. De New York Times heeft het over een beginnende parlementaire ’opstand’ tegen het opheffen van sancties tegen Iran.

De pro-Israëlische lobbygroep AIPAC voert ondertussen de druk op Amerikaanse parlementsleden verder op om de sancties te handhaven en uit te breiden.

4. Wat nu? 

Ali Vaez van de International Crisis Group (ICG) verklaarde tegen al-Monitor dat uitstel geen drama is. ‘Er is niets heilig aan de deadline van 24 november. Als een crisis die al twaalf jaar aansleept niet in twaalf maanden opgelost kan worden en een beetje meer tijd nodig heeft, denk ik dat die tijd gegund moet worden’, stelt de Irankenner van de ICG.

Ellie Geranmayeh van de Pan-Europese denktank European Council on Foreign Relations beaamt dat een verlenging van de gesprekken beter is dan het ineenstorten ervan, maar waarschuwt tegelijk voor mogelijke schadelijke gevolgen.

‘Diegenen in het Westen die zich verzetten tegen een akkoord stellen voor om oorlog te voeren met Iran’

‘[Een verlenging] koopt tegenstanders van het diplomatieke spoor tijd om de gesprekken te bederven. Als beide zijden echt geïnteresseerd zijn in het diplomatieke spoor en een militaire confrontatie willen vermijden, heeft het weinig zin onvermijdelijke harde beslissingen telkens uit te stellen’, aldus Geranmayeh.

De nieuwe door Republikeinse hardliners gedomineerde Amerikaanse Senaat treedt bovendien aan in januari 2015, en lijkt de druk op Iran te willen opvoeren door nog meer sancties in te stellen.

Een cruciale fout, vindt Mark Fitzpatrick van het International Institute for Strategic Studies in Londen. ‘[Ze denken] dat bijkomende sancties Iran kunnen dwingen tot volledige overgave, en vertonen zo een volslagen gebrek aan kennis over de Iraanse manier van denken. Je moet geen Iranexpert zijn om te weten dat geen enkele trotse natie zich zal overgeven tenzij ze volkomen verslagen worden op het slagveld.’

Professor Rouzbeh Parsi sluit zich daar bij aan. ‘Er zijn tal van goede redenen om een akkoord te sluiten. Helaas is politiek zelden zo eenvoudig of rationeel.’

Fitzpatrick waarschuwt: ‘Diegenen in het Westen die zich verzetten tegen een akkoord met Iran – of ze het nu goed beseffen of niet- stellen dus voor om oorlog te voeren met Iran.’

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3210   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift