‘Volgende generaties mogen niet dezelfde gaten in de geschiedenis aantreffen als ik’

Eén historicus vult virtueel het Joodse gat op in de Iraakse geschiedenis

© Safin Hamed / AFP

Een Iraakse historicus wil Irak zijn Joodse verleden teruggeven in een virtueel museum. Want van de 150.000 Joodse inwoners in Irak midden vorige eeuw blijft vandaag slechts een onzichtbare fractie over. Zo'n historische gaten kunnen problemen opleveren, maakt Omar Mohammed zich sterk. ‘Deze verzameling is voor Mosoel. Het is mijn geschenk aan iedereen.’

‘Het voelt als mijn verantwoordelijkheid om het Joodse verleden van Mosoel te herontdekken, om het terug te geven aan de stad’, zegt Omar Mohammed. De historicus verzamelt de orale historie van nog levende joden uit Iraks tweede stad, maar ook documenten over hun sociale en economische situatie, hun aantallen en namen. Alles samen moet dat het Virtuele Museum van de Memorie van Mosoel gaan vormen.

Mohammed is beter bekend als Mosul Eye, de blogger die tijdens de IS-overheersing de wereld stiekem op de hoogte hield van de IS-misdaden in zijn woonplaats Mosoel. Die bezetting was het indirecte gevolg van een ‘gat’ in Mosoels geschiedenis, zegt hij. ‘In de jaren vijftig was er een bloedbad. Nationalisten en communisten vermoordden elkaar in de straten. Dit werd nadien slecht en partijdig vastgelegd, waardoor dezelfde criminelen later leiders en helden werden. Het bepaalde het politieke spectrum van Mosoel.’

‘Ik wil niet dat toekomstige generaties in Mosoel dezelfde gaten in de geschiedenis aantreffen als ik.’

Mohammeds blog tijdens de IS-bezetting moest een herhaling daarvan voorkomen. ‘Zodat toekomstige generaties van Mosoeli’s niet dezelfde gaten in de geschiedenis zouden aantreffen als ik.’

De ruïne van de Sassoonsynagoge

Ook de Joodse geschiedenis van de stad kent gaten. Dat ontdekte Mohammed toen hij na de bevrijding rondliep in de ruïne van de Sassoonsynagoge in Mosoel. Hij wist er nauwelijks iets van en besloot haar te onderzoeken.

Vandaag studeert Omar Mohammed in Europa, omdat hij zijn stad om veiligheidsredenen moest verlaten. Hier ging hij op zoek naar documenten van Ottomaanse, Franse en Britse herkomst die hij aantrof in vergeten hoekjes van archieven. Daarnaast interviewt hij via Zoom oudere, Joodse ex-stadgenoten die nu in Israël, de Verenigde Staten en Europa wonen. Hun leeftijd maakt dat er haast bij zijn werk is.

In de jaren 1940 begonnen Iraakse joden te vertrekken door discriminiatie en vervolging. Tot dan telde Irak zo’n 150.000 Joodse inwoners. Een pro-naziregime in Bagdad, een pogrom in de Joodse wijk van Bagdad en de oprichting van de staat Israël in 1948 speelden een grote rol bij het groeiend antisemitisme.

In het begin van de jaren 1950 vertrok tweederde van de joden door een speciale wet. Die maakte dat ze hun Iraakse nationaliteit inleverden en hun bezittingen moesten achterlaten. De Joodse wijken vervielen en het Joodse verleden raakte vergeten.

Er zijn nu geen joden meer in Irak, op een kleine groep in Bagdad na. Die verschuilt zich achter een christelijke identiteit.

Van paradijs naar verschrikking

Dat stemt ook Edwin Shuker (65) triest. Hij is een van de vele oudere Joodse Irakezen die Mohammed sprak voor zijn project. Tot zijn zestiende woonde Shuker in de Iraakse hoofdstad Bagdad. Met 100.000 leden vormden zij een veel grotere Joodse gemeenschap dan de 15.000 in Mosoel.

© Edwin Shuker

Edwin Shuker met zijn ouders in 1962

Na de uittocht keerde de rust terug. Samen met zo’n 50.000 anderen bleven zijn welgestelde ouders in Bagdad wonen.

Shuker vertelt over een jeugd waarin er geen verschil was tussen de geloofsgroepen. ‘Ik speelde met kinderen van alle geloofsovertuigingen.’ In het publieke leven was alles gemengd. ‘We gingen met moslims om, werkten met hen, gingen naar hun winkels en droegen dezelfde kleding. We spraken zoals zij.’

‘De eerste acht jaar van mijn leven waren vreugde en paradijs, de volgende acht waren verschrikkelijk.’

Dat ging tot aan de voordeur. ‘Binnen spraken we Joods-Arabisch. Mijn ouders hadden vijf dagen per week bezoek en feestjes, en ik herinner me nauwelijks dat daar moslims of christenen op aanwezig waren.’

Veel Joden verdienden goed, zeker in verhouding tot de meeste andere Irakezen, en gaven dat geld uit aan luxeartikelen die van buiten Irak kwamen. ‘De eerste acht jaar van mijn leven waren vreugde en paradijs. De volgende acht waren verschrikkelijk’, zegt Shuker. ‘De stemming veranderde. We werden behandeld als uitschot, als de vijfde kolonne. Ze zagen ons als spionnen.’

In 1963 werden Joden verplicht hun Iraakse identiteit in te leveren, ook Shukers ouders. ‘We stonden dagenlang in de rij. We kregen nieuwe, gele papieren, maar konden niet meer reizen. Tot we in de jaren zeventig uit Irak vertrokken.’

Het was een traumatische gebeurtenis, die hem bijna zestig jaar later nog hevig emotioneert. ‘Toen we in het kantoor kwamen, stonden we voor een monster dat ons beledigde. Hij noemde mijn vader een ezel. “Hou je mond als ik spreek!”, schreeuwde hij tegen hem.’

Ook de Zesdaagse Oorlog van 1967, tussen Israël en zijn buurlanden, had een negatief effect op de Iraakse joden. Irak, dat geen landsgrenzen met Israël heeft, stuurde duizenden militairen. Kort daarna kwam de Baathpartij in Irak aan de macht.

‘De dag van onze ontsnapping werd de dag waarop onze familie was gered.’

Shuker herinnert zich het vertrek van zijn familie uit Bagdad nog als de dag van gisteren. Het was op 15 augustus 1971. Hij en de andere kinderen kregen twee uur van tevoren te horen dat ze zouden vertrekken. Met de trein naar Mosoel, dan naar Koerdisch gebied, om er de grens met Iran over te worden gesmokkeld.

‘De dag van onze ontsnapping werd de dag waarop onze familie gered was. Ieder jaar kwamen we op die dag bij elkaar, haalden we herinneringen op aan Bagdad en vierden we onze vrijheid. Er kwamen steeds meer mensen bij want we trouwden en kregen kinderen. Tot mijn vader overleed. Exact op onze bevrijdingsdag.’

© Edwin Shuker

Edwin Shuker met zijn ouders en twee zussen in 1968

Irak als buitenlands product

Het is belangrijk om deze verhalen door te geven, vindt ook Shuker, net zoals joden dat generaties lang deden met het verhaal over hun uittocht uit Egypte.

Via Zoom organiseert historicus Omar Mohammed conferenties. Op die manier wil hij zijn initiatief meer bekendheid geven. Shuker was één van de deelnemers. Samen met andere Iraakse joden, van wie sommigen de verhalen met de paplepel ingegoten kregen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Zoals Dena Attar, wiens vader in 1914 in Mosoel was geboren als de zoon van een Koerdisch-Joodse moeder en een Joodse kruidenkoopman. Ze vertelt dat zijn Joodse identiteit voor hem altijd bepalend bleef. Niet de Iraakse nationaliteit omdat Irak het product was van buitenlandse afspraken. ‘Hij identificeerde zich vooral als Jood.’ Het verklaart mee de bereidheid van zoveel Iraakse joden, om in de jaren vijftig hun nationaliteit op te geven in ruil voor veiligheid.

Toen Attar in de jaren tachtig in Londen woonde en haar vader in Israël, begonnen ze een langdurige briefwisseling over zijn jeugd in Mosoel, die ze later zou gebruiken voor een masterstudie over het Joodse verleden van Irak. ‘Hij was heel trots op zijn ouders’, vertelt ze aan de telefoon. ‘Ze waren allebei ongeletterd. Maar mijn grootvader reisde regelmatige helemaal naar Saoedi-Arabië om zijn speciale kruidenmengsel voor kamelen te verkopen. Hij leerde zelfs het lokale dialect.’

Haar vader ging zowel naar een Joodse school als een gewone moslimschool in Mosoel. Net als Shuker zei hij dat de geloofsgroepen goed met elkaar omgingen. Al waren er ook incidenten. Zoals tijdens Yom Kippur, als joden blootvoets buiten liepen, en moslimjongeren glasscherven op straat gooiden. De pogrom van 1941 in Bagdad bereikte Mosoel niet omdat Joden daar tijdig gewaarschuwd waren en zich konden beschermen tegen de criminelen en plunderaars.

© Edwin Shuker

De ouders van Edwin Shuker en zijn grootmoeder Violette in 1959

Naar een virtueel museum

Attars vader vertrok rond die tijd naar Londen om te studeren. Dat had hij te danken aan zijn oom, die rabbijn was. Toen zijn vader de slimme jongen op zijn twaalfde van school wilde halen om in de zaak te werken, stak die daar een stokje voor. Zijn waarschuwing dat het ‘een zonde’ zou zijn, viel niet te negeren.

‘De verzameling is opgedragen aan de samenleving van Mosoel. Het is mijn geschenk aan iedereen.’

Het zijn enkele van de verhalen die Omar Mohammed verzamelt. Hij bewerkt zijn Zoom-interviews en voegt er context aan toe om ze voor iedereen toegankelijk te maken. Daarna komen ze in het virtuele museum terecht. ‘De verzameling is opgedragen aan de samenleving van Mosoel. Het is mijn geschenk aan iedereen.’

Maar het kan ook een belangrijke bron worden voor verder onderzoek naar een deel van het Iraakse verleden dat bijna verdween in de krochten van de tijd. Dat dit verleden aandacht krijgt is bovendien belangrijk voor andere minderheden in Irak. Christenen en yezidi’s vrezen dat met de afnemende aantallen ook hun positie in Irak onhoudbaar zal worden en volgen het initiatief met interesse.

Hoewel Shuker erop wijst dat er in Israël al een Museum van het Babylonische Jodendom is, juicht hij Mohammeds virtuele museum van harte toe. ‘Het is logisch het zo te doen, in deze tijd van Zoom, nu we in een virtuele wereld leven. Dit is de toekomst. Ik zal het steunen met alles wat ik heb.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur