Leuvense scholen geven psychosociale aspecten integratie vluchtelingen plaats in zorgnetwerk

Vluchtelingenkinderen staan voor een berg psychosociale problemen. Wie helpt hen klimmen?

© Xander Stockmans

De negenjarige Roliana in gesprek met de Leuvense schepen van Onderwijs Lalynn Wadera tijdens een studiedag van Samen Onderwijs Maken in Leuven, over hoe ze ondersteund wordt om taalvaardigheid te ontwikkelen

‘De vlucht werkt door, een leven lang. De vlucht rechtvaardigt zichzelf, het leven erna stelt telkens weer nieuwe vragen. Ik ben naar de verkeerde kant ontslagen, de gevangenis in. Het leven na de vlucht is voor sommigen als krimpen, als verdwijnen. In dit vreemde land sterf ik en jij merkt het niet. Thuis is datgene in een mens wat niet doodgaat. Een illusie die nooit verdwijnt, ook niet als je er niet meer in gelooft.’*

Tijdens de invasie van haar stad in Syrië, bracht ze een foto van een gebombardeerd huis mee naar de klas. Om te tonen aan haar vriendinnen en de juf. Papa had de foto verborgen, maar ze had hem gevonden en stiekem in haar boekentas gestopt. In de stad waar ze geboren werd, stierven op dat moment burgers onder bommen.

‘De kinderen keken verwonderd naar de foto en leefden mee’, zei de juf achteraf. ‘Dat ze die foto bij zich had en er spontaan over wilde vertellen, zegt veel over haar veilig gevoel bij ons.’

Haar oma, de mama van haar mama, was nog daar, onder de bommen. Soms zag ze haar mama op de smartphone naar beelden van dode kinderen kijken. Ze wist dat mama in de slaapkamer ging huilen, zodat zij het niet zou zien.

‘Ik wil ook graag iets over Syrië vertellen in de klas, maar dan kijken de andere kinderen zo raar en dan durf ik niet meer.’

In het Leuvense Museum M vond een studiedag plaats van een pilootproject van Samen Onderwijs Maken (SOM), een netwerk dat de krachten van Leuvense kleuterscholen tot universiteit en hogescholen bundelt om ervoor te zorgen dat elk kind met gelijke kansen opgroeit. Bijgestaan door gezinstherapeuten Nele Deruddere en Lucia De Haene, verbonden aan de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen van KU Leuven, spraken kinderen en hun ouders er over hun gevoelens.

In hun artikel Collaboratieve zorg op school voor vluchtelingenkinderen schrijven De Haene en Deruddere dat vluchtelingenkinderen vaak te maken krijgen met op elkaar inwerkende factoren als taal- en leerachterstand, psychosociale problemen, sociaal isolement, gespannen gezinsrelaties, opdeling van het gezin, chronische stresscontext, discriminatie, verschillende verhuizingen, gebrek aan stabiliteit en thuisgevoel, cultuurverandering, vrees voor de veiligheid van familieleden in het thuisland.

Cultuurverandering en cultuurbehoud

Niet alle kinderen durven de stap te zetten om in de klas over hun gevoelens te spreken. ‘Ik wil ook graag iets over Syrië vertellen in de klas, maar dan kijken de andere kinderen zo raar en dan durf ik niet meer’, zei Yara (10) tijdens een van de werksessies. ‘Ik denk dat ze het een beetje raar vinden, of dat ze het niet begrijpen.’

Haar twee leefwerelden zijn zo verschillend dat ze vreest dat de ene de andere nooit zal begrijpen. En dus zwijgt ze.

© Xander Stockmans

Een medewerker van het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB) tijdens de studiedag van Samen Onderwijs Maken in Leuven.

‘De reden waarom ze op school niet over haar identiteit durft vertellen, is omdat ze de psychologie van het zich anders voelen meedraagt van thuis naar de school’, zei haar papa.’*

* ‘Voor zover hij zich in het openbaar van zijn moedertaal bedient, doet hij dat alleen fluisterend. Hij wil gezien worden, maar alleen als stralend hoogtepunt van zijn eigen metamorfose. Terwijl hij zich aanpast, zijn best doet om niet op te vallen, krampachtig in het gareel probeert te blijven, verlangt hij ernaar werkelijk te arriveren, de utopie van alle vluchtelingen. Elke vluchteling arriveert op zijn manier. Sommigen telkens opnieuw, anderen nooit.’‘Het verhaal en de pijn van de leefwereld thuis een plaats kunnen geven op school is van cruciaal belang voor de ontwikkeling van de kinderen en hun gezin’, zei Lucia De Haene. ‘Familierelaties worden sterk getekend door chronische stress, het trauma en de zorgen van de ouders. En tegelijk is de familie nodig om het veiligheidsgevoel van de kinderen te herstellen.’

Tegelijk voelen de ouders dat hun kinderen snel integreren in Vlaanderen en dat ze loskomen van de eigen cultuur en familie. Deze snelle cultuurverandering confronteert de ouders nog meer met hun ontworteling.

Als de Vlaamse samenleving – de school, culturele instellingen, de bredere omgeving van het kind – de plaats is waar de kinderen hun eigen cultuur volledig vervangen door de Vlaamse, waar enkel cultuurverandering als positief wordt geduid en cultuurbehoud als zorgwekkend*, zullen de ouders die samenleving ervaren als een bedreiging. Dat kan zich later vertalen in een hardere houding tegenover de kinderen, wat sociale isolatie alleen maar meer in de hand kan werken.

* ‘Autochtonen vinden het leuk als hij via kleinigheden laat merken dat hij erbij begint te horen. De kleuren van de binnenlandse vlag op de wang van een meisje dat er buitenlands uitziet doet harten sneller kloppen.’Een evenwicht tussen cultuurverandering en cultuurbehoud is daarom cruciaal voor een gezonde ontwikkeling van het kind.

‘We zijn blij dat onze kinderen hier van goed onderwijs genieten, maar we zijn bang dat we hen gaan verliezen in het systeem’, zei de mama van Yara.

‘De school is de plaats waar ze de oorlog kunnen vergeten, maar ook waar ze zichzelf kunnen vergeten; een plaats van hoop, maar ook van angst om los te laten’, zei De Haene tegen haar.

‘De school is de plaats waar ze de oorlog vergeten, maar ook waar ze zichzelf vergeten.’ ‘Ze vergeten onze taal. Wij kunnen niet meer goed communiceren met onze eigen kinderen.’

‘Je bent bang dat het hart van jullie kinderen een volledig Belgisch hart wordt en dat er geen plaats meer is voor wat jullie meedragen uit Koerdistan’, vulde Nele Deruddere aan.

‘We zijn bang voor een breuk tussen ons en onze kinderen’, zei de papa. ‘Ze spreken niet meer zo goed Koerdisch. Dat is niet alleen een probleem omdat onze cultuur verloren gaat, maar ook omdat wij als ouders simpelweg niet meer goed kunnen communiceren met onze eigen kinderen. Soms staat er een muur tussen mijzelf en mijn kinderen.’

‘We dwingen de kinderen niet om te spreken over Koerdistan, maar met onze taal kunnen we op een rustige manier de band met hun identiteit behouden. Als ik Koerdisch spreek en de kinderen antwoorden in het Koerdisch, geeft me dat een warm gevoel.’

‘Cultuurbehoud gaat niet alleen om een behoud van de cultuur om de cultuur’, zegt Lucia De Haene. ‘Het kan ook een manier zijn om met trauma om te gaan, zeker voor mensen van wie de identiteit ook in het herkomstland onderdrukt werd. Ze willen de band van hun kinderen met het herkomstland beschermen zonder hen te moeten overspoelen met herinneringen aan oorlog en geweld. Dit perspectief kan praktijkwerkers handvaten bieden om cultuurbehoud beter te begrijpen.’

© Xander Stockmans

Gezinstherapeuten van de KU Leuven Lucia De Haene en Nele Deruddere leiden een werksessie met vluchtelingenkinderen tijdens een studiedag van Samen Onderwijs Maken in Leuven.

Machteloosheid

Andere ouders voelen soms dat hun kinderen voelen dat ze het als ouders ‘niet aankunnen’, dat hun kinderen hen niet ten volle vertrouwen om hen door de samenleving te loodsen.*

* ‘De vader verliest zijn gezag. Wat hij zijn kinderen kon meegeven, is niet meer van belang, hij moet zelf de weg zien te vinden, tastend in het donker, hij is niet meer degene die alles weet, maar de verdwaalde, die zich slechter kan oriënteren dan zijn kinderen. Zijn dochter is de beste van de klas. Zijn dochter moet de complimenten van haar leraar voor hem vertalen. Dat machtsverlies is voor de vader moeilijk te verkroppen, het vernedert hem.’Een voorbeeld van de dilemma’s die daarbij komen kijken. Een meisje wordt uitgenodigd op het verjaardagsfeestje van een klasvriendin. Ze is bang dat haar ouders de weg niet zullen vinden en vraagt of een Vlaamse vriend haar kan brengen.

Voor vele dagdagelijkse zaken plaatst ze meer vertrouwen in Vlaamse vrienden omdat die meer beschikbaar kunnen zijn dan haar eigen ouders. Omdat die meer financiële slagkracht hebben om haar kansen en activiteiten aan te bieden. Omdat die meer kennis hebben over de samenleving en haar er beter doorheen kunnen loodsen. Omdat die emotioneel stabieler zijn. Ze hecht zich sterker aan hen dan aan haar eigen ouders. Dat ondermijnt het ouderlijk gezag.

Het vergroot ook de angst, de vervreemding en het wantrouwen van de ouders tegenover de Vlaamse samenleving. Ze ervaren de helpers ongewild als bedreigend omdat die hun kinderen “afnemen”, ook al weten ze dat dit niet zo bedoeld is. Vooral voelen de ouders dat hun dochter voelt dat zij niet kunnen instaan voor haar integratie in haar leefwereld. Daardoor voelen ze zich machteloos.

Opname van het kind binnen een vriendengroep op school en binnen de samenleving waarin ze dagelijks opgroeit, is nochtans erg belangrijk. ‘Bij veel kinderen kunnen positieve schoolervaringen een essentiële bijdrage leveren aan hun psychosociaal welbevinden en op die manier soms preventief zijn om geestelijke gezondheidszorg te vermijden’, zegt Nele Deruddere.

Maar omdat de eigen ouders niet altijd kunnen instaan voor die positieve schoolervaringen ontstaat er bij hén een psychosociaal probleem.*

* ‘Een vluchteling hoeft niet verkeerd te lopen om te verdwalen.’Hulpverleners moeten daarom proberen om te mediëren in plaats van de ouders te vervangen. Het is uiteindelijk niet de bedoeling om de ouders te verzwakken tegenover hun eigen kinderen en de pijn van de ontworteling alleen maar groter te maken, maar hen te versterken om hun kinderen zélf door de nieuwe, soms beangstigende samenleving te loodsen en hun geloof in die samenleving te vergroten.

Een goede integratie van het kind is vaak effectiever om psychosociale problemen tegen te gaan, dan therapie. Maar omdat de ouders daar niet altijd voor kunnen instaan, ontstaat er bij hén een gevoel van machteloosheid.

Dat is moeilijk, want soms is vervangen de enige optie. Bijvoorbeeld bij het helpen met lezen en voorlezen als de ouders nog onvoldoende Nederlands spreken.

De perceptie dat de Vlaamse hulpverleners meer macht hebben, en meer kennis over hoe de samenleving werkt, kan er ook toe leiden dat de ouders niks durven zeggen als ze het met iets niet eens zijn. Hun inbreng wordt dan niet gehoord. Langzaam kunnen ze de controle verliezen, zonder dat ze aan de alarmbel trekken.

‘Het is belangrijk dat ouders van kansarme kinderen en de leerkrachten op school elkaar regelmatig ontmoeten’, zei de medewerker van het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB) tijdens de werksessie.

‘Dialoog, dat is de basis. Zoals we hier nu doen tijdens deze sessie. Datgene uitspreken wat anders onuitgesproken blijft. De volgende stap is dat ouders ons helpen om het zo goed mogelijk te doen voor hun kinderen. Zeg ons alles wat op jullie lever ligt.’

‘We willen graag alles zeggen, maar soms voelen we dat we niet op dezelfde hoogte staan’, zei de papa van Yara.
‘Minderwaardig?’, vulde De Haene aan.
‘Neen, niet minderwaardig’, zei de papa. ‘Maar tijdens een oudercontact bijvoorbeeld, kan ik alleen maar antwoorden op dingen die ik begrepen heb, daar blijft het bij. Ik kan niet veel terug geven, omdat ik niet veel begrijp. Dus niet omdat we ons minderwaardig voelen.’*

* ‘Iedere vluchteling heeft een lijstje in zijn hoofd waarop staat aan wie of wat hij dank is verschuldigd. We zijn nog altijd niet zo gelijk dat de een niet hoeft uit te delen en de ander niet hoeft te ontvangen.’‘We moeten alert zijn voor machtsongelijkheid tussen de vluchteling en de hulpverleners en netwerkpartners’, schrijven de KU Leuven-onderzoekers. ‘Wanneer macht en onmacht binnen een netwerk vrij spel krijgen, vergroot de kans op hertraumatisering.’

‘Ondersteuning door tolken is daarom een minimale voorwaarde, zodat dialoog kan leiden tot gedeelde beslissingen’, schrijven de onderzoekers. ‘Ruimte maken voor dialoog rond het gezinsfunctioneren en de interventies die daarop gericht zijn, lijkt dan ook wenselijk om een optimale collaboratieve zorgsetting te creëren.’

© Xander Stockmans

De Leuvense schepen van Onderwijs Lalynn Wadera in gesprek met twee kinderen tijdens de studiedag van Samen Onderwijs Maken in Leuven.

‘Collaboratieve zorgnetwerken’

Om hulpverlening toegankelijk te maken, ontwikkelt Samen Onderwijs Maken collaboratieve zorgnetwerken: hulpverleners uit de geestelijke gezondheidszorg bedden zich in in de buurtwerking, in de school, in de samenleving.

Ouders kunnen psychologisch bijgestaan worden zonder dat ze “op de sofa moeten liggen”. De ruimte waarin ze zich anders ook bewegen, bijvoorbeeld op school, wordt de ruimte van de hulpverlening.

Hulpverleners uit de geestelijke gezondheidszorg bedden zich in in de samenleving.

Zo kunnen ze in die vertrouwde contexten zelf hun zorgvraag formuleren tegenover een leerkracht. Bij een volgend gesprek kan er dan een therapeut bij zitten. ‘Veel psychisch lijden vindt zijn oorsprong in de breuk van hun maatschappelijke positie in het herkomstland én het gastland, en in de breuk van hun familiale relaties’, zegt De Haene.

‘Hun fundamentele menselijke verbondenheid met de familie, de omgeving, de bredere samenleving is stukgeslagen. Sociale ongelijkheid, isolatie, discriminatie en racisme in het gastland doen deze breuk voortbestaan. Daarom moet de hulpverlening ingebed zijn in de maatschappij en erop gericht zijn hun maatschappelijke positie te herstellen.’

“Samen Onderwijs Maken”: de school als vehikel van solidariteit
‘Na 2015 kwamen heel wat vluchtelingenkinderen in de Leuvense scholen toe. Samen Onderwijs Maken was net opgericht. De stad voorzag extra budget. Na een bevraging van een honderdtal leerkrachten ontwikkelden we een actieplan om psychosociale trajecten van gevluchte kinderen te ondersteunen op school’, zegt Lore Baeyens, coördinator van Samen Onderwijs Maken (SOM).
‘Er is nu een Steunteam Vluchtelingen waar elke leerkracht of school met vragen terecht kan over taalondersteuning, maatschappelijke participatie of psychosociale problemen. In het steunteam zit iemand van Stad Leuven, van het Centrum voor Taal en Onderwijs en van het team transculturele traumazorg aan vluchtelingen van het praktijkcentrum PraxisP van de KU Leuven. Het Steunteam kan naar de school komen en daar werken aan hulpverlening in de schoolse context, weg van de typische consultatiekamers. Rond het gezin wordt een zorgnetwerk gemobiliseerd om de maatschappelijke participatie van de ouders en hun invloed in de samenleving te vergroten. Ze worden geïnformeerd over hun rechten en kunnen worden bijgestaan om die af te dwingen. Vaak ervaren ze onzekerheid omdat ze een zwakke maatschappelijke positie innemen. Ze kennen hun rechten niet, weten niet hoe ze zich kunnen handhaven of verdedigen. Zich ondersteund voelen in de maatschappelijke positie stabiliseert de gezinssituatie en creëert ook een gezondere leeromgeving voor de kinderen thuis.’
Deskundigen zitten maandelijks samen in leerlabo’s om kennis uit te wisselen en scholen te ondersteunen rond het eerste onthaal van vluchtelingen op school, positief omgaan met meertaligheid, werken rond trauma’s en cultuurverschillen,… Een maatregel die uit de leerlabo’s kwam: mensen van de bredere gemeenschap van het kind laten deelnemen aan oudercontacten, of hen horen tijdens begeleiding rond psychosociale problemen. ‘Zo krijgt het gezin ruimte om de eigen betekenisgeving te uiten, en krijgen ze erkenning van de kennis en ervaringen van hun culturele gemeenschap’, schrijven onderzoekers van de KU Leuven.
Ten slotte is er een professionaliseringstraject om de taalvaardigheid en spreekdurf van leerlingen te vergroten. ‘Vorig schooljaar namen zes scholen deel’, zegt Pandora Versteden van het Leuvense Centrum voor Taal en Onderwijs. ‘Van elke school zit de directeur in een kernteam om input te geven aan het beleid van de Leuvense schepen van Onderwijs. Als je in die zes scholen gaat kijken, zal je zien dat leerkrachten effectief nieuwe dingen aan het toepassen zijn.’

Taal is macht

‘Lezen is bepalend voor je plaats op de maatschappelijke ladder. Kinderen die nu goed leren lezen, zullen later minder moeite hebben om hogere studies aan te kunnen omdat ze complexere teksten beter leren begrijpen. De school vraagt de hulp van de ouders, omdat lezen op school niet genoeg is. De kinderen moeten drie keer per week thuis lezen na school. Vooral begrijpend lezen en leesplezier ontwikkelen zijn belangrijk.’*

* ‘Hij vermoedt nog niet wat zijn ouders van het begin al weten: taal is macht. Wie het alfabet beheerst, kan zich verdedigen.’Dat is de briefing over het belang van lezen en taalvaardigheid die de school van Roliana (9) gaf voor alle ouders. Roliana was een van de kinderen die mochten getuigen tijdens de studiedag van SOM. Ze is een goed voorbeeld van hoe samenwerking tussen de school, de ouders en de buurtwerking de taalvaardigheid van vluchtelingenkinderen stimuleert, daar waar de ouders dat niet alleen kunnen.

‘Mijn mama en papa kunnen nog niet heel goed Nederlands’, zei Roliana. ‘Iemand die wij goed kennen, Lut van Gastvrij Michotte, heeft ons geholpen om iemand te vinden in mijn straat: Linda. Drie keer per week ga ik naar Linda en dan lezen we samen. Vroeger moest ik woordjes in stukjes hakken, maar nu lees ik gewoon vlot. Ik ga ook naar de huiswerkklas op school. Daar oefenen we op schrijven.’

Zonder deze ondersteuning zou Roliana simpelweg niet dezelfde kansen krijgen als de andere kinderen van haar klas.

‘De beste manier om taalvaardigheid te kweken: verlaat de school, ga naar de dansschool, ga betogen voor het klimaat. Stimuleer dat kinderen buiten de lesuren met taal bezig zijn.’

Ze zat in een panel naast hoogleraar taalkunde aan de KU Leuven Kris Van den Branden en vertelde hoe ze al aan drie klimaatmarsen deelnam, en na de studiedag meteen naar de wekelijkse dansles moest.

Van den Branden hoorde het graag. ‘Lezen en taallessen, het is slechts een van de middelen’, zei hij. ‘De beste manier om snel een rijke taalvaardigheid te kweken: ga naar buiten, verlaat de school. Doe zoals Roliana: ga naar de dansschool, doe mee aan de zomerschool, ga mee betogen voor het klimaat. Stimuleer dat kinderen buiten de lesuren met taal bezig zijn.’

‘Dat is extra belangrijk in onthaalklassen tijdens het eerste jaar na aankomst. Nieuwkomers moeten van in het begin sneller en meer contact hebben met andere leerlingen. We steken ze te snel en te lang in aparte klassen. In het huidige Vlaamse onthaalonderwijs wordt de nadruk bijna uitsluitend gelegd op formele taalverwerving. Dat is spijtig.’

‘Waarom blijkt uit groot EU-onderzoek dat vijftienjarigen in Vlaanderen beter Engels begrijpen dan Frans? Omdat rijk taalaanbod in het Engels overal aanwezig is. Het onderwijs wordt dus ook beter als we de muur tussen taalonderwijs en de wereld breken. Misschien zijn taallessen de minst geschikte context voor vroege taalverwerving door nieuwkomers. Zorg voor kansen tot zelf spreken en betekenisvolle interactie. En veel spreken is beter dan juist spreken.’

© Xander Stockmans

Roliana en hoogleraar taalkunde Kris Van den Branden (achteraan) tijdens een studiedag van Samen Onderwijs Maken in Leuven.

Dat is vaak het moeilijkste voor de ouders: zij kunnen die rijke gesprekken met hun kinderen niet aangaan in het Nederlands. Lucia De Haene wees daarom op de keerzijde van de medaille: ‘Sommige ouders hebben het gevoel dat zij in het leerproces van hun kinderen weinig kunnen betekenen vanwege hun nog gebrekkige Nederlands. Dat kan gepaard gaan met een groot gevoel van machteloosheid.’*

* ‘Als een mens een andere stam heeft, betekent dat dan dat alleen zijn bladeren vernederlandsen? De stam als geslacht, een eenheid groter dan gezin. Een verleden waaraan hij is ontsnapt. In hem gegrift als een tatoeage, waarvan hij in een nieuwe taal de sporen voelt.’En ook dit: als de moedertaal niet als gelijkwaardig getoond wordt aan het kind, ontstaat het gevoel dat een deel van de identiteit minderwaardig is.

‘Een schoolbeleid dat gevoelig is voor taal zorgt voor meer welbevinden bij meertalige leerlingen’, zei Pandora Versteden van het Leuvense Centrum voor Taal en Onderwijs. ‘Als je een taal leert, leer je een stukje van jezelf. Als je een taal verliest, verlies je een stuk van jezelf.’

‘De twee talen, de thuistaal en het Nederlands, zijn twee punten van een ijsberg. Onder het water zit de basis die nodig is om die twee punten te kunnen vormen: de thuisomgeving, het bredere ondersteuningsnetwerk. Kansarmoede zorgt er vaak voor dat ouders minder toekomen aan het stimuleren van de taal.’

‘Voorlezen in de moedertaal helpt ook, want zo ontwikkelen de kinderen een sterk taalgevoel dat ook hun Nederlandse taalvaardigheid zal bevorderen, zei Kris Van den Branden.

Roliana mag dan wel vlot Nederlands leren, ze verleert haar moedertaal.* En dat baart haar ouders grote zorgen. Het draagt bij tot de angst dat ze hun kinderen “verliezen”.

* ‘Soms besluipt hem het gevoel dat zijn kinderjaren opgesloten zitten in zijn moedertaal. Naverteld in een andere taal lijkt het zijn jeugd niet meer. Maar een feest van gemaskerden vol zwijgende voorouders. Op andere dagen voelt het alsof de talen in zijn hoofd met elkaar vechten omdat ze niet gelijktijdig en gelijkwaardig naast elkaar kunnen bestaan. Beheersing van de ene taal betekent verwaarlozing van de andere.’Onderzoekers spreken al jaren over de band tussen taalontwikkeling, de plaats van meertaligheid in de schoolse praktijk, welbevinden en identiteitsbeleving bij kinderen met migratiegeschiedenis. ‘Scholen zouden een brug moeten zijn tussen gezin en school, tussen beide contexten, zodat het geen gescheiden werelden zijn, maar één wereld. De taal van het herkomstland kan een plaats krijgen op school’, zei Kris Van den Branden.

Roliana blinkt van trots als ze haar beste vriendin Norah in het Koerdisch tot tien hoort tellen. Dan ziet ze hoe het voor andere kinderen de moeite waard is om het Syrisch-Koerdische deeltje van haar identiteit aan te leren, net zoals zij moeite doet om zich de Vlaamse identiteit eigen te maken. Dat schept een gevoel van gelijkwaardigheid.

* Citaten uit Na De Vlucht door Ilija Trojanow, uitgegeven door De Geus. 128 blzn. ISBN 9789044540635

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur