Dossier: 
Vrouwelijk verzet

Klimaatcrisis: ‘Vrouwen zijn het slachtoffer én het begin van verandering’

TED Conference (CC BY-NC-ND 2.0)

Hindou Oumarou Ibrahim: ‘Wij vrouwen zullen niet tot de generatie behoren die de geen-weg-terug-knop heeft ingedrukt.’

Van Oeganda tot Tsjaad en Colombia, vrouwen gaan de barricade op om te strijden tegen klimaatontwrichtende projecten in hun achtertuin. Hun boodschap: vervuilende olie- en gasinvesteringen, vaak gesteund door noordelijke landen, raken vrouwen persoonlijk. ‘Ik kan niet over vrouwenrechten praten zonder het over milieu en klimaat te hebben.’

Vrouwenrechtenvoorvechtster, klimaatactiviste en leidster van haar inheemse gemeenschap; de charismatische Hindou Oumarou Ibrahim uit Tsjaad is het allemaal. Als lid van de nomadische Mbororogemeenschap, wat ‘veehoeders’ betekent, weet Ibrahim als geen ander wat het betekent wanneer het klimaat verandert en de natuur zich tegen je leefwijze keert.

‘De seizoenen staan op hun kop en het regenseizoen wordt steeds onregelmatiger.’

‘Mijn mensen leven van hun vee; ze volgen de regenval en bewegen langs graasweiden’, zegt Ibrahim. Maar de laatste twintig jaar is daar verandering in gekomen. ‘De seizoenen staan op hun kop en het regenseizoen wordt steeds onregelmatiger.’ Delen van Tsjaad hebben te kampen met zware regenval gevolgd door maandenlange droogte met hittepieken tot wel 48 graden. Het Tsjaadmeer, een levenslijn voor herders, boeren en vissers, is sinds de jaren zestig van de vorige eeuw met 90 procent gekrompen. ‘Door het veranderende klimaat ontstaat er droogte, is er onvoldoende eten voor de dieren en voedselonzekerheid voor ons.’

Vroeger, toen Ibrahim (nu 36 jaar) met haar familie en de kudde in hoofdstad N’djamena neerstreek zodat zij naar school kon, melkten ze de koeien tijdens het regenseizoen zeker twee keer per dag. Nu kan dat door ondervoeding van de dieren soms nog maar om de dag. Om te overleven heeft een deel van de Mbororo het nomadenbestaan achter zich gelaten en trekken de mannen naar de stad op zoek naar werk.

‘De vrouwen blijven achter en hebben nu dubbel zoveel werk te doen’, zegt Ibrahim. ‘Ze moeten water en brandhout halen en de kinderen voeden; en dat in steeds zwaardere omstandigheden.’ Vaak is het kiezen wie van de gezinsleden die dag kan eten en meestal zijn het de moeders die zich opofferen.

Ibrahim prijst zichzelf gelukkig dat ze als meisje naar school kon gaan, ‘een uitzondering in mijn gemeenschap’, en gebruikt haar positie om op te komen voor de rechten van meisjes en vrouwen in Tsjaad. Dat doet ze niet alleen met haar eigen organisatie, de Association des Femmes Peules Autochtones du Tchad (AFPAT), maar ook op internationale fora; van de Verenigde Naties (VN) tot aan onderhandelingsrondes voor klimaatverdragen.

‘Al vroeg kwam ik tot de cruciale conclusie dat ik niet over vrouwenrechten kan praten zonder het over milieu en klimaat te hebben.’ Elke dag weer wordt het leven van de mensen uit Ibrahims gemeenschap beïnvloed door dat veranderende klimaat, ‘en het zijn inheemse gemeenschappen en vrouwen die daar het meest kwetsbaar zijn en daarom het hardst worden geraakt.’

Stuart Rankin (CC BY-NC 2.0)

Duinen in het Tsjaadmeer in 2017. Het meer is sinds de jaren zestig van de vorige eeuw met 90 procent gekrompen.

Die cruciale link tussen vrouwenrechten en de klimaatcrisis werd al in 1995 erkend tijdens de vierde Wereldvrouwenconferentie in Beijing. Toen zetten duizenden vrouwenrechtenactivisten het thema milieu op de internationale vrouwenrechtenagenda. Nu de problematiek 25 jaar later tot ongekende proporties is gegroeid, is het volgens vrouwelijke activisten over de hele wereld tijd voor diepgaande verandering.

Klimaatverandering versterkt de genderongelijkheid en maakt vrouwen kwetsbaar, erkennen ook de VN. Die disproportionele impact op kwetsbare groepen prijkt hoog op de klimaatagenda. Het begint er al mee dat vrouwen vaak verantwoordelijk zijn voor het beheren van water, energie (brandhout) en de basisvoeding in de gemeenschap. Zo nemen vrouwen in ontwikkelingslanden 60 tot 80 procent van de voedselproductie voor hun rekening. Door klimaatproblemen wordt het steeds moeilijker om die verantwoordelijkheid te blijven dragen.

In Tsjaad zijn het de lange droge periodes en wisselende regenpatronen waar gemeenschappen zich tegen moeten wapenen. Dat de vrouwen steeds verder moeten lopen voor water en voedsel brengt ze ook vaker in onveilige situaties. Ibrahim: ‘En omdat meisjes nu nog harder nodig zijn in het huishouden verdwijnt het idee van school steeds meer naar de achtergrond.’

In Mozambique ontwortelde cycloon Idai in 2019 duizenden mensen. Een jaar na de cycloon worden vrouwen en meisjes nog steeds geconfronteerd met ernstige gezondheidsbedreigingen en is er nauwelijks toegang tot basale zorg, schrijft CARE International.

Jaarlijks worden meer mensen ontheemd door natuurrampen dan door conflicten en geweld.

Inmiddels raken er jaarlijks wereldwijd zeker 21 miljoen mensen door natuurrampen ontheemd; dat zijn er meer dan door conflicten en geweld.

Die natuurrampen, vaak het gevolg van extreem weer en veranderende weerpatronen, kunnen een hele keten van ongewenste gender-impact hebben, liet een bekend onderzoek van de London School of Economics al in 2007 zien. Van migratie tot armoede, en – zodat er een mond minder te voeden is – de uithuwelijking van jonge dochters. Dit kan dan weer leiden tot kinderzwangerschappen en moedersterfte. Daarom zijn het net die vrouwen en meisjes, zeggen steeds meer experts, die een cruciale rol spelen in het proces om klimaatverandering nu duurzaam aan te pakken.

Voor Isabelle Geuskens van Milieudefensie is het essentieel dat in de strijd tegen klimaatverandering het perspectief van vrouwen wordt erkend. ‘Inheemse vrouwen, vrouwen in het Zuiden, vrouwelijke arbeiders, vrouwen van kleur, vrouwen in rurale gebieden, allemaal’, zegt Geuskens die nu bij de Nederlandse organisatie aan een rechtvaardig milieubeleid werkt, maar haar wortels in de vrouwen- en vredesbeweging heeft.

Binnen de milieu- en groene sector hier, merkte Geuskens op, wordt nog wel eens met een noordelijke bril naar klimaatthema’s gekeken. ‘Ik mis nog vaak de vraag hoe de transitie naar een duurzame wereld ook een rechtvaardige transitie wordt voor iedereen, voor mensen in Noord en Zuid.’

Volgens Geuskens zijn het juist vrouwen en inheemse gemeenschappen die daarover veel te zeggen hebben en daarom ook bij dat klimaatbeleid betrokken moet worden. ‘Vrouwengroeperingen (in het Zuiden, red.) leggen al langer de link tussen mensenrechten, specifieke vrouwenrechten en thema’s als milieuvervuiling, industrialisering, overconsumptie en de ecologische voetafdruk die de ontwikkeling van westerse landen op hun leefgebied achterlaat; omdat vrouwen in hun dagelijks leven met de impact hiervan te maken krijgen.’

Juist omdat klimaatverandering en milieuvervuiling vrouwen zo direct in hun persoonlijke leefwereld raakt, zoals ecoloog en hoofddocent aan de Radboud Universiteit Irene Dankelman ook stelt in de Genderspecial van Vice Versa, staan ze nu op en eisen verandering. Volgens haar zijn het juist vrouwen en leiders uit de betreffende regio die zeggen: wij pikken dit niet langer. ‘Deze goudmijn, megadam of stijgende zeespiegel raakt mij en mijn familie en daar wil ik mij tegen verzetten.’

‘Ik mis nog vaak de vraag hoe de transitie naar een duurzame wereld ook een rechtvaardige transitie wordt voor iedereen.’

Geuskens zet zich zich nu samen met Milieudefensie-partners over de hele wereld in voor een rechtvaardige energietransitie. Activisten in Oeganda, Congo DRC, Nigeria, Togo, India, Bolivia en Colombia nemen het voornamelijk op tegen de fossiele ontwikkelingen in hun land.

Juist dit soort fossiele projecten, zeggen de partners, frustreren de omslag naar een groene economie. We voelen ons tegengewerkt door al dat geld dat deze kant opkomt om olie en gas op te pompen, zeggen zij.

Een bekend voorbeeld is de oliewinning van Shell in Nigeria, die desastreuze gevolgen voor het milieu heeft en plaatselijke bewoners nauwelijks iets brengt. Maar ook landonteigening en de afsluiting van cruciale visgronden bij zeeboringen horen tot de impact van gas en olie-exploitatie. Leden van het Just Energy Transition-netwerk ondersteunen gemeenschappen die hiermee te maken krijgen, met informatie en juridische middelen om zich tegen projecten te verzetten. Daarbij zetten ze duurzame energiewinning ook op de politieke agenda.

Het is toch ongelofelijk, zegt Geuskens, dat veel fossiele investeringen in het mondiale Zuiden door multinationals en investeerders blijven worden aangezwengeld. ‘En vaak ook nog financieel gesteund worden door westerse overheden.’

Europees en ook Nederlands beleid is hier deels de boosdoener. ‘Nederlands internationaal beleid, dat aan de ene kant vrouwenrechten en gendergelijkheid steunt, werkt dit aan de andere kant structureel tegen door nog steeds in te zetten op fossiele industrie. En dat heeft een enorme impact op lokale gemeenschappen en vooral op vrouwen.’ In de lobby daartegen spelen vrouwen volgens haar een belangrijke rol. ‘Dankzij vrouwen in Oeganda is het gebruik van off grid zonne-energie enorm toegenomen.’

Europa presenteert zichzelf graag als het enige continent dat trots kan zeggen dat haar CO2-uitstoot afneemt, maar een groot deel van de vervuiling gaat buiten de grenzen gewoon door. Zo zwermen westerse bedrijven, vaak met steun van hun overheden, nog altijd over de wereld uit om nieuwe olie- en gasvelden te ontginnen. Terwijl de wereld in 2015 nog het klimaatakkoord van Parijs ondertekende en afsprak over te stappen op hernieuwbare energie, wordt elk jaar meer fossiele energie geproduceerd en gebruikt.

Ook Nederland steunt, ondanks beloften om te stoppen, nog steeds fossiele activiteiten in het mondiale Zuiden. Volgens onderzoek van onder andere Milieudefensie en Oil Change International gaat dat om flinke geldstromen: voor 2,9 miljard euro per jaar worden Nederlandse bedrijven door de overheid geholpen met fossiele brandstofprojecten in landen zoals Brazilië, Tanzania, Nigeria, Maleisië en Egypte. Deze zomer nog maakte Nederland bekend via een exportkredietverzekering een groot gasproject in een van de armste delen van Mozambique te zullen ondersteunen. Geuskens: ‘We kunnen hier in Nederland wel een groene broek aantrekken, maar de vraag is: wat doen we in onze achtertuin terwijl die voortuin er zo groen en fleurig bijstaat?’

Terwijl de winst van de fossielproductie noordwaarts stroomt, is de impact vooral voelbaar in ontwikkelende landen, waarschuwt Ibrahim samen met Nederlands GroenLinks-Europarlementariër Bas Eickhout in een opiniestuk voor de Thomas Reuters Foundation. De grootste ontvangers van steun voor fossiele brandstoffen zijn niet de armste landen of de lokale bevolking, schrijven zij, maar multinationale ondernemingen en rijke donorlanden. ‘Terwijl die steun ter plaatse vaak leidt tot schending van de rechten van mensen en inheemse volkeren, ontheemding en schade aan gezondheid en milieu.’

Ook in Tsjaad is die negatieve impact van fossiel voelbaar, licht Ibrahim telefonisch toe. Terwijl ze een avondmaal voor haar gezin bereidt, zet ze via Skype moeiteloos de situatie in Tsjaad uiteen. ‘De energievoorziening is er nul, de meeste kinderen hebben nog nooit een lichtknopje ingedrukt.’ Toegang tot energie zou de broodnodige ontwikkeling kunnen bieden, zegt Ibrahim. Maar dan moet het wel duurzaam gebeuren, ‘via kleinschalige en vooral hernieuwbare energieprojecten, zoals zon- en wind.’ En dus niet, benadrukt ze, zoals het nu gebeurt: via driehonderd olieputten en een 1.000 km lange pijplijn die zich een weg door het regenwoud boort en stukken grond vervuilt.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Dat olieproject, een Amerikaans-Chinese investering van 3,7 miljard dollar (ongeveer 3,1 miljard euro), gaat gepaard met landonteigening en schade aan ecosystemen waarvan de bevolking afhankelijk is. In Ibrahims organisatie vinden vrouwen een plek om zich hierover te informeren en gehoord te worden. Het is een safe space, zegt Ibrahim, een veilige ruimte waar herders, boeren en nomaden, mannen en vrouwen samen oplossingen bespreken. ‘Hoe onze watervoorraden te beschermen? Wie verantwoordelijk te houden voor een olielek?’ Dat vrouwen nu ook bij dit soort prangende vragen hun stem kunnen geven is misschien nieuw in Tsjaad, zegt Ibrahim, maar wel cruciaal: ‘Ze zijn niet alleen slachtoffer, maar ook het begin van verandering.’

Ook in Oeganda verzetten vrouwen zich tegen gas- en olieontwikkelingen. Diana Nabiruma is hoofd communicatie bij het Africa Institute for Energy Governance (AFIEGO). Deze ngo is partner in het Just Energy Transition-netwerk en zet zich in voor een eerlijk energiebeleid voor de meest kwetsbaren.

Tot frustratie van Nabiruma staan in het westen van Oeganda, in de ecodiverse Albertine Rift, een groot olieproject en een 1.500 kilometer lange pijplijn op de planning. De voorbereidingen van de oliewinning zijn in volle gang: de hervestiging van gemeenschappen is al begonnen. Nu zitten de mensen te wachten tot het project begint. ‘Ondertussen kunnen ze niets met hun land; een huis bouwen of koffie groeien heeft geen zin, want straks moeten ze weg. Alles ligt stil en de compensatie laat op zich wachten.’

Chris Moore (CC BY-NC 2.0)

Leeuwenwelpjes in het Queen Elizabeth National Park in Oeganda, 2009.

AFIEGO ondersteunt de plaatselijke bevolking bij hun verzet tegen het olieproject; vrouwen spelen daarbij een belangrijke rol volgens Nabiruma. Zo voeren ze nu campagne tegen het feit dat land bij het overlijden van de man naar zijn familie gaat, en niet naar de vrouw die daardoor haar levensonderhoud verliest. ‘Compensatie van ingenomen land door bedrijven moet dus ook niet enkel naar de man gaan – dat agenderen wij nu.’

‘Compensatie van ingenomen land door bedrijven moet niet enkel naar de man gaan.’

Of het vrouwelijk protest al tot succes heeft geleid? ‘Jazeker’, vertelt ze trots. ‘In 2017 vormden de vrouwen de kern van het verzet tegen de olie-exploratie van Queen Elizabeth National Park.’ Oliewinning zou betekenen dat veel vrouwen die hun geld in de vishandel verdienen hun inkomen verliezen. De angst niet langer te kunnen voorzien in het levensonderhoud van hun families, dreef ze de barricades op. Met vreedzame protesten en campagnes samen met internationale milieuorganisaties wisten de vrouwen in Oeganda volgens Nabiruma duidelijk te maken hoe de exploitatie hen persoonlijk zou benadelen. Dat verhaal werd opgepikt door internationale media en zo werd het de bedrijven al snel te heet onder de voeten. ‘Door het verzet van de vrouwen en andere partijen was er geen enkel bedrijf dat de exploitatie-licenties wilde oppakken.’

Toch blijft het volgens Nabiruma dweilen met de kraan open zolang westerse spelers in deze fossiele projecten blijven investeren. Dat olie- en gasprojecten juist ontwikkeling en werkgelegenheid brengen, zoals veel westerse donoren vaak als argument gebruiken, is volgens haar achterhaald. ‘Geen enkel arm land is er met olie- en gaswinning op vooruit gegaan’, zegt Nabiruma. ‘Maar toch zegt de Wereldbank dat fossiel voor ons in het Zuiden een “noodzakelijke investering” is. Ook de landen van de Europese Unie, die thuis afspreken om voor hernieuwbare energie te gaan, zien in Oeganda fossiele energie als ontwikkelingsmiddel.’

Terwijl de Oegandese bevolking warm wordt gemaakt met de belofte van banen en voorspoed, wordt met geen woord gerept over de klimaatimpact van de grootschalige fossiele projecten. ‘Verdienen wij dan geen schone lucht of een goede gezondheid?’, vraagt Nabiruma zich hardop af.

Hoogste tijd dus, vindt ook Ibrahim, voor al die landen die in Parijs afspraken de opwarming van de aarde tot 1,5 graden te beperken, om de daad bij het woord te voegen. Om nu die switch naar een duurzame energiewinning te maken. In die transitie verdienen vrouwen een plek aan de tafels waar dat nieuwe klimaatbeleid uitgestippeld gaat worden: ‘Wij vrouwen zullen niet tot de generatie behoren die de geen-weg-terug-knop heeft ingedrukt.’

Dit artikel verscheen eerder in de Genderspecial van Vice Versa en WO=MEN. Bekijk hieronder de opname van onze online MO*talks op 9 september 2020, met onder andere Hindou Oumarou Ibrahim als gast.

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift