Jan Egeland en Toby Lanzer over humanitaire crisis en vredesonderhandelingen in Afghanistan

VS en Taliban praten over einde dodelijkste conflict, meer dan 13 miljoen Afghanen lijden honger

(c) Becky Bakr Abdulla/NRC

Jawala is een ontheemde uit de provincie Zabul, die nu in Kandahar leeft. Ze toont de officiële eignedomsbrwijzen van haar huis en land.

De 36 miljoen Afghanen bevinden zich ‘midden een perfecte storm met meer oorlogsgeweld dan ooit, een verpletterende droogte en dus grote voedselonzekerheid, toenemende interne ontheemding en meer kinderen die niet meer naar school kunnen’, zegt Jan Egeland, secretaris-generaal van de Norwegian Refugee Council.

‘De grootste honger in Afghanistan is zeker de honger naar vrede’, vult Toby Lanzer aan. Lanzer is adjunct Speciaal Gezant van de Verenigde Naties in Afghanistan, en hoofdverantwoordelijke voor humanitaire en ontwikkelingshulp. ‘Iedereen wil vrede, iedereen wil in veiligheid kunnen leven. Maar mensen hebben ook andere behoeften: volle magen, toegang tot onderwijs en gezondheidszorg. 13,5 miljoen Afghanen overleven op gemiddeld minder dan één maaltijd per dag. Moeders ontberen gezondheidszorg en kinderen riskeren in Afghanistan, als een van de laatste drie landen ter wereld, kinderverlamming.’

Zowel Lanzer als Egeland bezochten heel recent de regio’s die door droogte getroffen werden. MO* sprak met Lanzer in Brussel en met Egeland via Skype. Over de humanitaire crisis, de teleurstellende reactie van de Europese Commissie, en vooral: over de onderhandelingen die tot vrede moeten leiden.

De perfecte storm

‘Er zijn vandaag meer redenen dan ooit om te investeren in hulp, ontwikkeling en vrede in Afghanistan’, zegt Toby Lanzer, de nummer twee van de Verenigde Naties in Kaboel. Hij somt die redenen kort op.

  • Afghanistan is al enkele jaren het dodelijkste conflict in de wereld met in 2018 alweer meer slachtoffers dan in 2017.
  • Afghanistan beleefde de ergste droogte in een generatie waardoor 13,5 miljoen mensen ernstig voedselonzeker zijn en overleven op minder dan één maaltijd per dag terwijl 3,6 miljoen mensen nog één stap verwijderd zijn van regelrechte hongersnood.
  • De armoede in Afghanistan stijgt snel: 5 jaar geleden leefde 38 procent van de mensen onder de extreme armoedegrens, vandaag is dat 54 procent.
  • Tegelijk is er vandaag meer hoop dan de voorbije jaren, want nu VS besloten heeft dat de Taliban deel moeten uitmaken van de oplossing zijn de eerste echte onderhandelingen begonnen -al moeten de politieke elites en machthebbers van Afghanistan nog een lange weg afleggen.
  • Ten slotte zijn er op 20 juli 2019 nieuwe presidentsverkiezingen, met nu al 18 geregistreerde kandidaten.

Jan Egeland, secretaris-generaal van de Norwegian Refugee Council (NRC), vult dat donkere overzicht aan met eigen cijfers.

  • 17 miljoen Afghanen leven in regio’s die direct getroffen worden door de oorlog. Ongeveer 6,3 miljoen Afghanen hebben nood aan humanitaire hulp, 1,5 miljoen mensen zijn ontheemd binnen Afghanistan en 3,6 miljoen mensen staan op de rand van hongersnood.
  • Tegenover de snel groeiende noden, staat even snel slinkende hulp. In 2012 kreeg de helft van de ontheemden in Afghanistan humanitaire hulp, terwijl dat in 2017 nog maar een kwart was.
  • In 2018 werden 1250 scholen aangevallen of overgenomen door gewapende groepen. Het gevolg was dat er nog eens 500.000 kinderen hun onderwijskansen verloren – het is de eerste keer sinds 2002 dat het aantal kinderen op de schoolbanken vermindert.

In 2018 vielen er 10.933 burgerslachtoffers in Afghanistan, terwijl 45.000 militairen en politiemensen uitgeschakeld werden

Unama, de VN-missie in Afghanistan die meer dan 4000 medewerkers telt, publiceert geregeld cijfers over het aantal burgerslachtoffers in het Afghaanse conflict. Het rapport van 2018 was nog niet verschenen, dus wou Toby Lanzer de cijfers nog niet geven, maar na aandringen bevestigde hij: 2018 was alweer een dodelijker jaar voor Afghanen dan het jaar voordien, toen de VN 10.453 doden en gewonden telden. Intussen verschenen de cijfers voor 2018 wel: 10.933 burgerslachtoffers, waarvan 3804 doden. Daar komt bij dat de regering 45.000 slachtoffers onder haar militairen en politiemensen telde.

(c) Becky Bakr Abdulla/NRC

Hakim Mazullah is ontheemd dor het conflict en kan niet meer gaan zonder krukken. Zijn huis is vernietigd en hij moet dus nu verder leven in de buurt van Kandahar.

Elke oorlog moet aan de onderhandelingstafel eindigen

‘Het is een ijzeren wet van bijna elk conflict: vroeg of laat moet je toch gaan praten met de vijand’, zegt Toby Lanzer. Hij vindt dan ook dat het tijd wordt om de Taliban de mogelijkheid geven zich te gedragen als een politieke, niet-gewelddadige beweging. Lanzer begrijpt dat niet iedereen gerust is in de goede afloop van die aanpak, maar het is zaak om nu vertrouwen op te bouwen, zegt hij.

Het is opvallend dat de Afghaanse regering in Doha noch in Moskou uitgenodigd is

Op dit moment lopen er twee sporen die naar vredesonderhandelingen moeten leiden. De rechtstreekse gesprekken tussen de Taliban en de Verenigde Staten vormen het belangrijkste initiatief. De Taliban hebben immers altijd geweigerd te praten met de regering in Kaboel zolang de VS of de NAVO militair actief waren in Afghanistan. Tot begin dit jaar weigerden de VS op hun beurt formeel aan tafel te gaan met de beweging die in Washington alleen maar gekend staat als “terroristisch”. De gesprekken gingen van toch start van 21 tot 26 januari, in Doha, waar de Taliban hun officiële vertegenwoordiging hebben.

Daarnaast vonden er op 5 en 6 februari in Moskou informele intra-Afghaanse gesprekken plaats. Deze gesprekken waren officieel geen Russisch initiatief, al is het moeilijk denkbaar dat diverse Afghaanse delegaties, inclusief de Taliban, inreisvisa zouden krijgen voor gesprekken waarbij Moskou zelf niet minstens zijdelings betrokken zou zijn.

Vrijdag 22 februari ontmoetten de speciale VS-gezant, Zalmay Khalilzad, en de Russische ambassadeur voor Afghanistan, Zamir Kabulov, elkaar om de violen te stemmen. Bovenaan de agenda: het belang van een plek aan de tafel voor de huidige Afghaanse regering. Het is inderdaad opvallend dat de regering noch in Doha noch in Moskou uitgenodigd was. En als de VS en de Taliban elkaar op 25 februari opnieuw ontmoeten, is Kaboel opnieuw de grote afwezige.

‘Het grootste puzzelwerk moet binnen Afghanistan zelf gebeuren, maar dat lijkt me heel moeilijk voor de presidentsverkiezingen van juli’

Jan Egeland: ‘Dat maakt ook duidelijk dat de gesprekken tussen Taliban en VS-regering nog geen vredesgesprekken zijn, maar onderhandelingen over een mogelijk staakt-het-vuren, op weg naar een einde van de oorlog.’ Toby Lanzer is het daarmee eens: ‘Wat de VS in Doha doen of wat zich in Moskou afspeelde, dat zijn kleine puzzelstukjes. Het grootste puzzelwerk moet binnen Afghanistan zelf gebeuren, maar dat lijkt me heel moeilijk om nog voor de presidentsverkiezingen te beginnen. Want het is niet duidelijk wie er na die verkiezingen voor de regering mee aan tafel zal schuiven. Toch is het zonder meer duidelijk dat je geen duurzame vrede kan krijgen in Afghanistan zonder actieve deelname van de Afghaanse elites en sleutelfiguren met macht. Dat betekent meteen ook dat je veel verder moet gaan dan de president en de regering in Kaboel – al zijn zij uiteraard onmisbare spelers.’

De regering timmert intussen wel al aan een twaalfkoppig team onderhandelaars. Danish Kharokhel van persagentschap Pajhwok meldde zondag 24 dat een vroeger voorstel van samenstelling opnieuw bekeken wordt, om meer representatief te zijn voor wie macht had in de voorbije decennia.

Zorgen over vrede

Barnett R. Rubin, een vooraanstaand Afghanistan-expert uit de VS, reageerde met deze tweet op de discussies die ontstonden naar aanleiding van de recente gesprekken tussen de VS en de Taliban: ‘Ongeacht of de Taliban veranderd zijn, ze zijn zeker nog steeds niet voor liberale democratie, gendergelijkheid of feminisme. Maar een vredesproces is niet bedoeld om hen aan de macht te brengen of om hun beleid te realiseren. Het betekent wel dat ze deel kunnen worden van het politieke systeem als ze geweld verzaken.’

Daarmee zet Rubin alvast de puntjes op één i: praten met de vijand is geen overgave, het is wel de erkenning van elkaars bestaan, van botsende belangen, en van de noodzaak om een onderhandelde oplossing te vinden -ofwel omdat een militaire overwinning niet mogelijk is, ofwel omdat beide partijen overtuigd zijn dat onderhandelen beter is dan schieten. In het geval van Afghanistan ontstaan de gesprekken omwille van de eerste reden: meer dan 18 jaar na de Amerikaanse interventie is duidelijk dat de langste oorlog die de VS ooit voerden niet te winnen is op het slagveld, ondanks de uitgebreide steun van Navo-bondgenoten en ondanks de biljoenen die hiervoor uitgegeven werden.

Er moeten inderdaad vrouwen bij aan de onderhandelingstafel zitten, al is de vraag vooral hoe we ervoor kunnen zorgen dat mannen dan luisteren.

Ik vroeg aan Toby Lanzer of hij begrijpt dat er onrust ontstaat over de vrijwaring van mensenrechten en meer bepaald vrouwenrechten nu de kans op een vredesakkoord met de Taliban heel goed mogelijk wordt. Lanzer haalt even diep adem, en zegt dan: ‘Afghanistan is de ergste plaats op de wereld om vrouw te zijn, en het is niet altijd duidelijk of er daarin wel vooruitgang plaatsvindt.’ Hij verwijst naar gesprekken met kindbruiden en andere vrouwen die de diepste hel op aarde hebben meegemaakt.

Maar, voegt hij toe, ‘dat betekent ook dat Afghaanse vrouwen niet enkel de dag vrezen dat een vredesakkoord met de Taliban ondertekend wordt. Integendeel.’ Dat betekent volgens de VN-topman niet dat er geen grote zorgen zouden zijn. ‘Er moeten inderdaad vrouwen bij aan de onderhandelingstafel zitten, al is de vraag vooral hoe we ervoor kunnen zorgen dat mannen dan luisteren. Vredesonderhandelingen’, besluit Lanzer, ‘zijn onvoorwaardelijk, maar de vrede zelf, die is natuurlijk wel aan voorwaarden gebonden -zoals het respect voor mensenrechten.’

(c) Becky Bakr Abdulla/NRC

De Assad Souri middelbare school voor ontheemde kinderen in Zhari, een disctrict van Kandahar, is een van de honderden scholen die vernietigd werden afgelopen jaar

Jan Egeland begrijpt de nervositeit maar al te goed. ‘Ik was al in Kaboel in 1996, als staatssecretaris voor humanitaire hulp. Toen probeerde we – tevergeefs – toestemming te krijgen om meisjesscholen te openen. Ik begrijp de scepsis dus wel, maar de Taliban hebben duidelijk gemaakt dat ze op dit vlak van ideeën veranderd zijn. En ik merk in de regio’s in het zuiden, zowel in Kandahar als in Uruzgan, dat mensen meestal optimistisch zijn over de vooruitzichten voor vrouwen op vlak van onderwijs en werk.’

Nochtans, werp ik tegen, werden er in 2018 meer dan 1200 scholen aangevallen. ‘Er is inderdaad veel meer geweld in de aanloop naar gesprekken die een einde moeten maken aan het geweld. Je ziet dat vaak: als er vredesonderhandelingen aankomen, willen de verschillende partijen hun militaire kracht bewijzen en hun sterkte op het terrein vergroten.’ Dat specifiek scholen onder vuur liggen, heeft onder andere te maken met het feit dat een aantal daarvan opgebouwd werden door de NAVO-troepen.

Egeland: ‘Er werden grote fouten gemaakt toen de militairen klassiek burgerlijk ontwikkelingswerk of humanitair werk begonnen te doen.’ Maar belangrijker, volgens hem, is het feit dat veel scholen, of vlakbij gelegen terreinen, dienst doen als kazernes voor het Afghaanse leger. ‘Dat is een prioritaire bezorgdheid voor ons’, zegt Egeland. ‘We willen de scholen demilitariseren.’

De lange termijn

Vandaag telt Afghanistan 36 miljoen inwoners en wonen zo’n vier miljoen mensen van Afghaanse afkomst in buurlanden Pakistan en Iran. Volgens de VN zou die bevolking explosief kunnen toenemen tot 77 miljoen in 2045. ‘Als je dat combineert met de nu al voelbare gevolgen van klimaatverandering en droogte, voedselonzekerheid en gebrek aan onderwijs en werk, dan weet je hoe explosief de toekomst is, en hoe groot de migratiedruk wordt.’ Om de ergste verwachtingen te keren, moet Afghanistan volgens Toby Lanzer dringend opnieuw onderdeel worden van regionale en internationale handel, zodat het ‘zijn noten en vruchten kan verkopen en graan kan aankopen, want het land is eigenlijk niet geschikt voor het verbouwen van graan.’

De realiteit is dat de aandacht van de internationale gemeenschap verdampt en verschuift als de echte crisis of het geweld vermindert.

De internationale gemeenschap zegde voor 2014, toen Amerikaanse en andere NAVOlanden hun militaire aanwezigheid drastisch verminderden, toe om tot en met 2020 jaarlijks 3,8 miljard dollar in ontwikkeling en heropbouw te investeren. Tony Lanzer: ‘3,8 miljard dollar is veel geld, maar peanuts in vergelijking met de honderden miljarden die jaarlijks uitgegeven werden en worden aan militaire aanwezigheid en veiligheid. Stel dat je na het einde van de oorlog een deel van de militaire bestedingen zou kunnen verschuiven naar ontwikkelingsinvesteringen, dan was iedereen zeker beter af. Maar ik vrees dat we niet in die ideale wereld leven.’ De realiteit, vrezen ook Lanzer en Egeland, is dat de aandacht van de internationale gemeenschap verdampt en verschuift als de echte crisis of het geweld vermindert.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
De Europese Commissie, zegt Lanzer op weinig diplomatieke manier, stelt wat dat betreft teleur. Toby Lanzer: ‘De VN konden vorig jaar, samen met ngo’s, ongeveer 4,5 miljoen mensen met humanitaire hulp bereiken. Voor dat werk hebben we dit jaar een budget van 612 miljoen dollar nodig. Daarvan werd tot nu nog maar 3 procent toegezegd. Ik ben met name teleurgesteld in de houding van de Europese Commissie. ECHO, de humanitaire organisatie van de Europese Commissie, heeft in 2019 een budget voor Afghanistan dat nog maar half zo groot is dan vorig jaar, en dat op een moment dat de humanitaire noden groter zijn dan ooit. De Commissie focust vooral op de ontwikkelingsagenda – dat is uitstekend – maar dat mag niet ten koste gaan van de urgente humanitaire noden. Er zijn te veel kinderen die sterven, en zij hebben niets aan grote projecten die over tien jaar resultaat opleveren.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur