Mogen de Libiërs eindelijk over hun geld beschikken?

Waarom België beter niet morrelt aan de bevroren Libische fondsen

© Reuters / Ayman Al-Sahili

Een bankmedewerker telt geld in een bank in Misrata, Libië, 17 januari 2021.

België maakte geen goede beurt toen het de bevroren Libische fondsen wilde gebruiken om de vzw van prins Laurent terug te betalen. Het sanctiecomité van de Verenigde Naties weigerde onlangs dat verzoek van onze regering. Maar waarom blijven de Libische fondsen ook tien jaar na Khaddafi’s dood bevroren? En voor hoelang nog?

Toen in 2011 een opstand uitbrak in Libië en de toenmalige dictator Moe’ammar al-Khaddafi hard terug dreigde te slaan, ging de internationale gemeenschap meteen over tot actie. Op 26 februari 2011 werd in de Veiligheidsraad een resolutie goedgekeurd om de fondsen van de Nationale Bank en die van het Libische Investeringsfonds (Libyan Investment Authority) te bevriezen. Op die manier kon al-Khaddafi het geld niet tegen zijn eigen volk gebruiken, klonk het toen.

Nadat de militaire interventie van de NAVO officieel werd beëindigd, beslisten de Verenigde Naties (VN) om het geld van de Centrale Bank te ontdooien. Dat ging om een bedrag van 110 miljard dollar. Maar de tegoeden van de Libyan Investment Authority (LIA), naar schatting 67 miljard dollar, moesten bevroren blijven totdat ‘het Libië na al-Khaddafi’ meer vorm had gekregen.

De eeuwigheid van een tijdelijke maatregel

Tien jaar later is dat geld nog steeds bevroren. België verzocht om de Libische fondsen prins Laurent terug te betalen, maar enkele weken geleden, op 4 februari, verwierp het bevoegde sanctiecomité van de VN dat verzoek.

In 2008 sloot de eigenzinnige prins met zijn vzw GDST (Global Sustainable Development Trust) een contract voor een project rond herbebossing in Libië. Twee jaar later verbrak de Libische overheid dat contract eenzijdig. Laurent klopte vervolgens aan bij het gerecht, dat oordeelde dat Libië 49 miljoen euro moest ophoesten voor de vzw.

Terwijl de Libische bevolking nauwelijks in haar basisbehoeften kan voorzien, blijven er miljarden in het buitenland geparkeerd.

Het sanctiecomité stemde er niet mee in om het geld rechtstreeks uit de in België bevroren fondsen te halen. Voor schulden moet er volgens het comité immers niet worden aangeklopt bij een staatsinstelling zoals de LIA, maar bij de Libische overheid zelf.

Helemaal verrassend was de beslissing van het VN-sanctiecomité niet. Eind 2018 werd ons land al op de vingers getikt, toen bleek dat de Brusselse effectenreus Euroclear – tegen de internationale afspraken in – geld liet doorsluizen naar de LIA. Tussen 2012 en 2017 vloeide zo ruim twee miljard euro af naar rekeningen in Bahrein en Luxemburg.

Ons land, waar niemand van de bevoegde ministers op de hoogte leek te zijn, verdedigde zich met het argument dat Euroclears handelingen in lijn lagen met de interpretatie die op Europees niveau aan de VN-resolutie was gegeven. Een groep experten van de Europese Unie betoogde dat de bevriezing betrekking had op de fondsen, maar niet op de intresten ervan. De EU had volgens het VN-sanctiecomité de resolutie slecht geïnterpreteerd.

‘Het is bijzonder ironisch dat uitgerekend België, waar de staat het invriezen niet op de juiste manier heeft geïmplementeerd, nu een achterpoortje wil vinden om de bevriezing van de fondsen te omzeilen’, reageert Tim Eaton, Libië-expert bij Chatham House. Eind februari publiceerde hij nog een analyse van het Libische Investeringsfonds.

Naast ironisch en moreel onverantwoord is de Belgische actie ook in strijd met de VN-resolutie. Maar als er iets positiefs is aan dit debacle, is het wel dat het de schizofrene situatie aan de kaak stelt waarin Libië zich al tien jaar bevindt. Want terwijl de Libische bevolking nauwelijks in haar basisbehoeften kan voorzien, blijven er miljarden in het buitenland geparkeerd.

Hoe komt het dat het geld nog altijd bevroren is? Zou het niet beter zijn om het vrij te maken om in Libië scholen en ziekenhuizen te bouwen, of om het land te moderniseren?

Vage resolutie

‘De bevriezing was een voorzorgsmaatregel. Omdat het Libische investeringsfonds (LIA) niet de dagelijkse functionering van de staat financiert, werd ervoor gekozen om de 67 miljard dollar niet te ontdooien voordat er meer duidelijkheid is in Libië’, zegt Jalel Harchaoui, senior fellow bij Global Initiative against Transnational Organized Crime.

‘De resolutie was in feite een manier, op de eerste plaats van de VS, om een staatsbeslissing een multilateraal karakter te geven. Maar wat opvalt is dat het VN-sanctiecomité heel vaag was in de formulering van de resolutie. Het voorzag niet in hoe de bevriezing geïmplementeerd moest worden, wie op de implementatie moest toezien, welke maatregelen er getroffen moesten worden als de resolutie niet nageleefd wordt.’

‘Khadafi gebruikte het geld om politieke invloed uit te oefenen.’

‘Ook was niet voorzien dat de bevriezing zo lang zou duren. Nooit eerder werd er zo’n gigantisch bedrag in zo’n korte tijd in beslag genomen als het Libische geld in 2011. Tien jaar later zijn we nog altijd bij het begin’, zegt Jalel Harchaoui.

Dat de bevriezing niet opgeheven werd, is op zich geen slechte zaak, meent Tim Eaton. De LIA werd opgericht in 2006. Bestaande ondernemingen die de LIA voorafgingen werden bij dit nieuwe investeringsfonds ondergebracht. De bedoeling was de fondsen voor toekomstige generaties te vrijwaren en een nieuw economisch model tot stand te brengen. Zo zou het Libië van de toekomst niet langer alleen maar afhankelijk zijn van olie-inkomsten.

‘Er was ook een politieke doelstelling’, voegt Eaton toe. ‘al-Khaddafi gebruikte het geld om politieke invloed uit te oefenen. Dat deed hij bijvoorbeeld door projecten op te zetten in een aantal Afrikaanse landen.’

‘Het fonds werd opgericht enkele jaren nadat de VS en Groot-Brittannië de sancties tegen al-Khaddafi en het embargo naar aanleiding van de zaak-Lockerbie (bomaanslag in 1988 op een Boeing van Pan Am, die daarna in het Schotse dorp Lockerbie neerstortte en waarvoor de Libiër Abdelbaset al-Megrahi werd veroordeeld, red.) begonnen af te bouwen. Op dat moment waren de olieprijzen enorm gestegen. Er kwam veel geld binnen en de uitgaven van de staat bleven onveranderd’, zegt Jalel Harchaoui.

Zo bouwde de LIA een imperium uit en werd er geïnvesteerd in onder meer markten of luxueuze hotels. ‘De rekeningen en vermogens zijn verspreid over Afrika, Europa en de VS, maar ook over landen als Bahrein en Jordanië. Daarom is het zo moeilijk om de bevriezing op te leggen aan het gehele vermogen’, aldus Jalel Harchaoui.

Waar is het geld?

Bij wie het geld uiteindelijk terechtkwam en hoe het werd gespendeerd, was een vraag die na het Euroclear-schandaal onbeantwoord bleef. Nochtans geen onbelangrijke vraag, want de situatie in Libië is nog steeds niet stabiel. Milities en huurlingen hebben vrij spel en er is een grote buitenlandse inmenging.

‘Je kunt van de LIA niet verwachten dat ze voor elke ontvangen cent laat weten waarvoor hij gebruikt wordt. Anderzijds is het niet makkelijk om een bedrag van 2 miljoen euro geheim te houden. De LIA heeft een audit besteld (bij EY, vroeger Ernst & Young, red.) en de uitkomst daarvan moet duidelijkheid brengen’, zegt Tim Eaton.

‘Het is verstandiger om de fondsen niet te ontdooien, voordat we de resultaten van het onderzoek en de hervormingen kennen.’

De onderzoeker meent dat de bevriezing zeker nuttig was om te voorkomen dat het Libische geld in slechte handen zou komen. Dat er tot nu toe geen ontdooiing van de fondsen kwam, kwam doordat de LIA niet kon bewijzen dat ze in staat was om de fondsen onder controle te hebben en goed te beheren, legt Eaton uit.

Tegelijkertijd vindt hij het een goed moment om te bekijken hoe het verder moet. ‘Het geld is verspreid over de hele wereld, maar nu zegt de LIA dat ze wel zicht heeft op de fondsen. Ze weet wat de waarde is van dat vermogen en werkt aan een hervormingsproces voor meer transparantie en beter bestuur. Daarom acht de LIA een aantal wijzigingen aan de bevriezing mogelijk’, zegt Tim Eaton.

De vraag is maar of het zal lukken om die hervormingen door te voeren. Onlangs werden er belangrijke stappen gezet richting een nieuwe eenheidsregering in Libië. Ook staan er eind dit jaar verkiezingen op de agenda. Toch is het verstandiger om de fondsen niet te ontdooien, voordat we de resultaten van het onderzoek en de hervormingen kennen, oordeelt de onderzoeker.

De internationale gemeenschap kan hierbij een belangrijke rol spelen. Eaton: ‘In plaats van de bevriezing van de fondsen te proberen omzeilen, zouden België en ook andere landen het momentum moeten aangrijpen om de hervormingen in Libië te stimuleren.’

En waar een wil is, is een weg. Ondanks de verdeeldheid en de onstabiliteit heeft Libië getoond dat belangrijke instellingen inderdaad relatief onafhankelijk van de politieke conflicten en intriges kunnen functioneren. Met Mustafa Sanallah werd dat bewijs andermaal geleverd. Enkele weken geleden riep de Amerikaanse staatssecretaris voor Buitenlandse Zaken de flamboyante voorzitter van de Nationale Oliemaatschappij (NOC) nog uit tot anti-corruptiekampioen van Libië.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3093   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur