‘Deze investeringen zijn niet compatibel met de klimaatdoelstellingen’

Waarom blijft de EU investeren in aardgas, ondanks haar klimaatbeloftes?

© Reuters/Anton Vaganov

Niet ver van het dorpje Kingisepp in Rusland wordt gewerkt aan de Nord Stream 2-gaspijplijn, 5 juni 2019.

Een mooi voorstel van Europees Commissievoorzitter Von der Leyen deze week: tegen 2030 als Europa 55 procent minder broeikasgassen uitstoten. Maar intussen blijft de EU wel verder investeren in de bouw en uitbreiding van gaspijplijnen, ook al komen die steeds meer onder druk te staan. Waarom wordt dit soort Europese giga-investeringen in fossiele brandstoffen niet vaker in vraag gesteld?

Twee kleine inhoudelijke fouten in deze tekst werden intussen rechtgezet, meer informatie vindt u onderaan het artikel.

De Nord Stream-gaspijplijn tussen Rusland en Duitsland wordt uitgebreid met Nord Stream 2, op vraag van de Europese landen. Maar dat project komt steeds meer onder druk te staan om politieke redenen, onder andere door de vergiftiging van Russisch oppositielid Alexei Navalny. Welke Europese lidstaat wil voor zijn energielevering afhankelijk zijn van een buurland met zulke bedenkelijke politieke praktijken?

Maar Nord Stream 2 is niet de enige gasinfrastructuur die Europese landen in de komende jaren willen uitbreiden of bijbouwen. Er liggen plannen klaar voor nog een reeks andere pijpleidingen die meer gas naar Europa moeten pompen: onder andere de Baltische Pijp (van Noorwegen via Denemarken naar Polen), de East Med Gas Pipeline (in de Middellandse Zee) en de Eastring-pijplijn (over de Balkan heen, van Slovakije naar Bulgarije).

Selectie gasprojecten in de Europese unie

De Trans-Adriatische Pijpleiding (TAP) was eind juli volgens het bedrijf dat haar bouwt zelfs al ‘voor 97 procent afgewerkt’. Eind dit jaar zou ze gas van Azerbeidjan kunnen leveren tot in Italië.

Daarbovenop worden ook haventerminals uitgebreid die bedoeld zijn voor het transport, de opslag en omzetting van vloeibaar gas (LNG). De Europese Commissie maakte eind vorig jaar 130 miljoen euro aan fondsen vrij om de capaciteit van de Świnoujście-terminal in Polen te vergroten. En in Kroatië wordt een volledig nieuwe terminal gebouwd op het toeristische eiland Krk. Opnieuw met steun van de Europese Unie, goed voor 101 miljoen euro.

‘Dit alles terwijl we eigenlijk fossiele brandstoffen zo snel mogelijk uit onze energietoevoer moeten krijgen’, zegt Andy Gheorghiu, een klimaatactivist en beleidsadviseur voor Food & Water Europe, het Europees programma van een Amerikaanse nonprofit.

Europees geld voor fossiele brandstof

Het opvallende aan deze nieuwe gasinfrastructuur is dat ze mee gefinancierd wordt door de Europese Unie. Onder de noemer Projects of Common Interest heeft de EU miljarden euro’s opzijgezet om meer aardgas naar Europa te halen en om het interne transport ervan te vergemakkelijken.

‘Als we geld blijven pompen in gasinfrastructuur, gaan we deze klimaatbeloftes nooit halen.’

Deze grootschalige investering in fossiele brandstoffen lijkt tegenstrijdig met de voortrekkersrol die Europa wil spelen in duurzaam klimaatbeleid. Bij de verbranding van fossiele brandstoffen komt veel CO2 vrij. Europees Commissievoorzitter Ursula von der Leyen stelde deze week in haar eerste beleidsverklaring nog een daling van 55 procent van de CO2-uitstoot tegen 2030 voor.

‘Als we geld blijven pompen in gasinfrastructuur, gaan we deze klimaatbeloftes nooit halen en komen we gegarandeerd boven de 1,5 graad Celsius of zelfs twee graden Celsius opwarming uit,’ zegt Andy Gheorghiu. ‘We hebben al die nieuwe infrastructuur zelfs niet nodig. Recente studies tonen aan dat zelfs in het worst-case scenario we voldoende infrastructuur hebben om aan onze energiebehoeftes te voldoen.’

Vrij verkeer van gas

Ondanks de bezwaren speelt aardgas toch een belangrijke rol in de energiestrategie van de EU en zelfs in de ‘Green Deal’ van de Commissie. Daar zijn verschillende redenen voor.

Een belangrijke reden is geopolitiek. De EU wil niet te afhankelijk zijn van slechts één gasproducent, vooral niet van Rusland, en wil dus een diverse toevoer hebben. Een mogelijk conflict mag er niet voor zorgen dat sommige lidstaten plots zonder energie zitten. De Unie investeert daarom in gasinfrastructuur waarmee gas uit verschillende landen wordt geïmporteerd en die gas naar overal in Europa kan transporteren. Als één bron wegvalt, kunnen de lidstaten hun gas elders gaan halen.

CEphoto, Uwe Aranas

Een graafmachine in Garzweiler, Duitsland maakt plaats voor de aanleg van een gaspijplijn.

‘De EU doet in feite haar best om, na het vrij verkeer van goederen en van personen, nu ook vrij verkeer van gasmoleculen te creëren’, zegt UGent-professor Thijs Van de Graaf, die zich specialiseert in het domein waar energieveiligheid, geopolitiek en klimaatbeleid elkaar raken.

Al dat gas in Europa krijgen en intern verplaatsen, dat vereist grote investeringen in infrastructuur. Samen met Nord Stream 2 moeten extra pijpleidingen worden aangelegd naar andere gasproducenten, en er moeten verbindingen worden gelegd tussen Europese landen.

‘De investeringen zijn niet compatibel met de klimaatdoelstellingen.’

Ook de nieuwe LNG-haventerminals moeten meer capaciteit en flexibiliteit in de Europese gasmarkt brengen. Ze dienen vooral voor de import van gas uit de Verenigde Staten. De VS hebben de afgelopen tien jaar hun productie van schaliegas de hoogte in gedreven via fracking, een enorm schadelijke boortechniek waar in Europa veel protest tegen was bij tests. In meerdere Europese landen is fracking zelfs verboden. Het goedkope fracking-gas uit de VS is daarentegen welkom.

Van de Graaf maakt zich zorgen over de grote investeringen. ‘De discussie over aardgas is te veel de geopolitiek ingezogen. Er worden weinig vragen gesteld over het toekomstperspectief van al die gasinfrastructuur. Gaat daar nog lang een markt voor zijn? Deze investeringen zijn niet compatibel met de klimaatdoelstellingen.’

‘De energiemix in Europa wordt steeds groener en we moeten die evolutie blijven volhouden. Fossiele brandstoffen, inclusief gas, moeten eruit. Maar pijpleidingen en haventerminals zijn geen investeringen op de korte termijn, die moeten decennialang gebruikt worden om de investering waard te zijn. Daardoor kan een zogenaamd lock-in-effect ontstaan (waarbij je je aan een bedrijf of activiteit verbindt en er nog zeer moeilijk kan uitstappen, red.). De aanwezigheid van splinternieuwe infrastructuur en de nood om de investering terug te verdienen gaan ons dwingen afhankelijk te blijven van gas.’

Andy Gheorghiu voegt daar nog een bezwaar aan toe: ‘Elke euro die naar fossiele brandstoffen gaat, kan niet naar hernieuwbare energie gaan. De EU moet een keuze maken, want veel tijd hebben we niet meer.’

Gas als “overgangsbrandstof”

Maar voorstanders van de investeringen in gas, waaronder meerdere EU-landen, hebben een antwoord klaar voor de kritiek. Enerzijds benadrukken ze dat gas de minst vervuilende van alle fossiele brandstoffen is. Daarnaast wijzen ze erop dat de infrastructuur voor aardgas en LNG in theorie ook gebruikt kan worden om het “groene” waterstofgas te transporteren en op te slaan.

De gedachtegang van de gassector, en de EU volgt die in grote mate, is dat aardgas de ideale overgangsbrandstof zou vormen. Een brug van de huidige situatie naar een duurzame, groene energiesector.

Op de korte termijn zou gas een minder vervuilend alternatief voor olie en kool zijn. Het kan de beperkingen en schommelingen van de capaciteit voor hernieuwbare energie opvangen. Op de lange termijn zou de gasinfrastructuur hergebruikt kunnen worden voor waterstofgas, en is er volgens de gasbedrijven dus geen lock-in-effect.

‘Maar als gas een overgang moet vormen, een brug, is dat wel een heel korte brug’, zegt Van de Graaf. ‘Het is niet zo eenvoudig.’

‘De technologie om waterstofgas echt klimaatneutraal te maken, komt maar niet van de grond.’

Ook Andy Gheorghiu is kritisch. ‘Het idee van gas als brug naar een duurzame wereld wordt graag gepusht door de gasindustrie, maar hun analyse heeft enkele significante problemen. Ze moeten om te beginnen kijken naar de hele levenscyclus van aardgas, niet enkel naar het moment van verbranding. Als je dat doet, zie je dat aardgas helemaal niet zo efficiënt is de gasindustrie wil doen uitschijnen.’

Een onderzoek van de bekende Amerikaanse Cornell University concludeerde inderdaad dat gas slechts iets minder vervuilend is dan olie of steenkool, en dat enkel in zeer specifieke omstandigheden.

Aardgas bestaat in grote mate uit methaangas, en dat veroorzaakt een nog veel sterker broeikaseffect dan CO2. Dat methaangas komt niet alleen vrij bij de verbranding, maar ook bij de ontginning en bij het transport van aardgas. Wanneer je dat bovenop de CO2-uitstoot telt, komt aardgas terug op gelijke voet te staan met olie en kool.

Waterstofgas als alternatief?

Ook het verhaal van waterstofgas is niet zo simpel als de industrie het brengt. Zij lijken in waterstofgas de brandstof van de toekomst te zien, een “groene” energiebron waarvoor de bestaande gasinfrastructuur gebruikt kan worden. ‘Maar verder dan mooie beloftes en zeer hoopvolle voorspellingen komt het eigenlijk niet’, zegt Gheorghiu.

‘Op dit moment wordt 95 procent van het waterstofgas nog geproduceerd aan de hand van fossiele brandstoffen, waardoor het moeilijk als “groene” energiebron kan worden beschouwd. Bovendien heeft de bestaande gasinfrastructuur allerlei vernieuwingen en aanpassingen nodig voor die effectief benut kan worden voor waterstofgas. Dat vereist dan opnieuw gigantische investeringen, waardoor we dubbel betalen. In plaats van gewoonweg nu al in te zetten op echt hernieuwbare energie.’

Van de Graaf treedt hem bij. ‘Bedrijven in de gassector rekenen op waterstof om in leven te blijven, maar de technologie om dat echt klimaatneutraal te maken, komt maar niet van de grond. Carbon Capture Systems, die CO2 opvangen voor het de atmosfeer in gaat, voldoen niet aan de verwachtingen maar zijn wel cruciaal voor het plan van de gasindustrie.’

‘We hebben bovenal concrete oplossingen nodig’, concludeert Andy Gheorghiu. ‘En die worden niet aangeboden door de gasindustrie. Toch stapt de EU mee in het verhaal van de industrie. Daardoor worden de alternatieven geblokkeerd en raken we niet vooruit.’

Update 19 september 2020

Aanvankelijk stelde dit artikel foutief dat de LNG-terminal in Krk, Kroatië €233,6 miljoen euro steun kreeg van de Europese Commissie. In feite kreeg het €101 miljoen van de Connecting Europe Facility. Op de bijgevoegde kaart stond bovendien dat de Eastring-pijpleiding erkend was als PCI. Dat is inderdaad ooit gebeurd, maar die erkenning werd teruggetrokken eind 2019 na een negatieve haalbaarheidsstudie.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift