Autoritaire president Bongo handhaaft interne stabiliteit en economische groei

Waarom de coup in Gabon als een verrassing kwam

Foreign and Commonwealth Office CC BY 2.0

President Ali Bongo Ondimba (rechts)

De poging tot een staatsgreep in Gabon vorige week kwam voor velen als een verrassing. Het Afrikaanse land is economisch sterk en relatief stabiel. Toch waren er enkele signalen, zeggen Clayton Besaw en Jonathan Powell van de University of Central Florida.

Staatsgrepen zijn wereldwijd steeds zeldzamer geworden. Als er een coup –of couppoging– plaatsvindt, is daarvoor veel aandacht. Er worden databronnen bijgehaald en analyses geschreven om de historische patronen en consequenties van coups in de afgelopen eeuw in kaart te brengen.

Het is niet verrassend dat uit data blijkt dat coups democratische vooruitgang kunnen ondermijnen, leiden tot escalerend geweld en de groei hinderen. Ze kunnen ook economische crises verergeren en politieke instabiliteit veroorzaken.

Gezien deze negatieve gevolgen, moeten we blij zijn dat het aantal coups in de afgelopen tien jaar is afgenomen. In het geval van Gabon, een economisch sterk en relatief stabiel land, werd het risico op een staatsgreep in 2019 laag ingeschat.

Computermodellen

Voor 2019 suggereerden onze modellen een verdere afname van het risico op coups, zowel wereldwijd als in Afrika. Maar zelfs de krachtigste computermodellen kunnen niet elke coup voorspellen.

Op de schaal van landen in sub-Saharaans Afrika waar mogelijk een coup kon plaatsvinden, stond Gabon stond op de 47ste plaats. Alleen op de Seychellen en in Tanzania werd de kans op een coup lager ingeschat

De recente couppoging in Gabon is daar een goed voorbeeld van: op de schaal van landen in sub-Saharaans Afrika waar mogelijk een coup kon plaatsvinden, stond Gabon stond op de 47ste plaats. Alleen op de Seychellen en in Tanzania werd de kans op een coup lager ingeschat.

Om de stabiliteit in Gabon verder te illustreren, het bruto nationaal product per hoofd van de bevolking is hoog. Alleen de Seychellen, Equatoriaal Guinea en Mauritius presteren beter.

Hoe kan het dan dat niemand de coup op 7 januari in Gabon heeft zien aankomen en erop geanticipeerd heeft? Op basis van een analyse van coups over de afgelopen vijftig jaar kunnen we zeggen dat het feit dat de coup als een verrassing kwam, de kans vergroot heeft dat hij zou mislukken.

Tot 7 januari van dit jaar had Gabon vijftig jaar lang geen couppoging meegemaakt. De laatste poging om de regering omver te werpen, was in 1964. Politieke opponenten in het leger probeerden toen president Leon M’ba af te zetten.

Aanvankelijk lukte dat, maar de Franse president Charles de Gaulle gaf snel opdracht tot een militaire interventie om de regering-M’ba weer in het zadel te helpen. Omdat er een defensiepact was tussen beide landen en er oliebelangen op het spel stonden, stonden Franse parachutisten het Gabonese leger bij. Binnen twee dagen was het nieuwe regime alweer ten val gebracht.

Met steun van de Fransen werden de samenzweerders gearresteerd en werden systemen uitgedacht om de kans op coups in de toekomst te minimaliseren. Gabon werd al snel een van de meest stabiele en economisch succesvolle postkoloniale landen in Afrika.

Wat heeft dan de recente onrust veroorzaakt?

Coupplegers niet capabel

President Ali Bongo wordt gezien als autoritair, maar hij wist interne stabiliteit en economische groei te handhaven.

Daarom suggereerden de modellen dat een coup in Gabon niet erg waarschijnlijk was. Als je naar het land kijkt als buitenstaander, lijkt de coup inderdaad bizar. Wie dieper graaft, ziet echter dat er aanwijzingen waren. Zo werd president Bongo in oktober vorig jaar ziek tijdens een internationaal forum in Saoedi-Arabië. Details over zijn toestand werden geheim gehouden en de president keerde op een ander tijdstip terug naar Gabon dan gepland.

Hierdoor gingen de alarmbellen af bij de Afrikaanse Unie en de Verenigde Naties. Beide organisaties vroegen de Gabonese politieke elite om zich terughoudend op te stellen en het constitutionele proces naar een vreedzame machtswisseling te respecteren. Dit deden ze om een leiderschapsvacuüm te voorkomen, want die zetten in het verleden vaak de deur open voor militaire interventie in Afrika. Zo leidde de dood van leiders in Togo (2005), Guinee (2008) en Guinee-Bissau (2012) tot coups.

De Gabonese coupleider luitenant Kelly Ondo Obiang noemde het leiderschapsvacuüm als rechtvaardiging voor de coup na de slecht ontvangen nieuwjaarstoespraak van Bongo, waarin hij kwetsbaar en onstabiel overkwam. In de ogen van Obiang was de president niet langer capabel om zijn taak uit te voeren, namelijk het beschermen van de Gabonese democratie en het garanderen van politieke stabiliteit.

Net als bij de coup tegen M’ba, liep ook die tegen Bongo snel op een mislukking uit. Obiangs revolutie kreeg geen brede bijval in het leger; ook wist hij geen volksopstand te creëren.

De samenzweerders hadden voor zichzelf misschien een goed verhaal om een coup te rechtvaardigen, maar ze hadden hun kansen op succes verkeerd ingeschat, gezien de politieke en economische situatie in Gabon.

Volk niet ontvankelijk

Vergeleken met alle Afrikaanse couppogingen sinds 1950, wijkt de laatste ervaring in Gabon af van de typische succesvolle coup.

Als we kijken naar het relatieve risico voorafgaand aan alle coups sinds 1950, zien we dat het percentiele risico (72ste) van Gabon bijna 23 punten lager is dan het mediane risicopercentiel (95ste) voor alle Afrikaanse coups in de dataset. Dat suggereert dat de omstandigheden in Gabon veel minder ontvankelijk waren voor een coup dan die bij veel eerdere pogingen.

De coupplegers hebben hun geloofwaardigheid verzwakt door aan te geven dat ze beperkte steun hadden, toen ze het leger en volk vroegen zich achter hun te scharen.

Waarom hebben de coupplegers dan zoveel risico genomen? Naunihal Singh, universitair docent aan het Naval War College en auteur van Seizing Power: The Strategic Logic of Military Coups, stelt dat risicovolle besluiten succesvol kunnen worden als de samenzweerders geloofwaardige signalen kunnen afgeven aan potentiële aanhangers dat een coup zal slagen.

Dit zou lastig geweest zijn voor Obiang, aangezien zijn samenzweerders relatief anoniem waren en lage rangen hadden. Singh beweerde recent dat de coupplegers waarschijnlijk hun geloofwaardigheid verzwakt hebben door aan te geven dat ze beperkte steun hadden, toen ze het leger en volk vroegen zich achter hun te scharen. In plaats van een signaal van macht af te geven, erkenden ze hun zwakte.

Als de regionale vijandigheid ten aanzien van couppogingen toeneemt, samen met sociaaleconomische ontwikkeling, is te verwachten dat er minder coups zullen komen en dat samenzweringen risicovoller worden.

Onze data ondersteunen dat. Als het relatieve risico op een coup lager is, mislukken er meer coups in Afrika. Bij coups in het laagrisico-percentiel, mislukte meer dan 60 procent.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift