Leopold II's medische beleid in Congo ging vooral gepaard met uitbuiting en onderdrukking

Waarom westerse plannen over medische testen in Afrika nare herinneringen oproepen

Internet Archive Book Images

Onderzoek naar de slaapziekte in Congo, begin 20ste eeuw

Het idee dat potentiële coronavaccins in Afrika zouden worden uitgetest, wekte felle verontwaardiging op. Om die reactie goed te kunnen begrijpen, is een blik op het verleden noodzakelijk. En niet het minst op het koloniale medische beleid dat Leopold II in Congo inrichtte in de strijd tegen de slaapziekte.

Twee weken geleden gaf de Franse onderzoeker Camille Locht tekst en uitleg bij zijn onderzoeksplannen. Op de Franse zender LCI vertelde hij dat een bestaand tuberculosevaccin zou getest worden als mogelijk wapen tegen het coronavirus.

‘Zou het niet beter zijn deze studie in Afrika te doen, waar geen mondmaskers, geen behandelingen, geen intensieve zorgen kunnen worden toegediend?’, vroeg een arts van een hospitaal in Parijs. ‘Zoals ook gebeurde bij onderzoeken naar aids, waar men nieuwe behandelingen testte bij prostituees, die sowieso een hoger risico lopen.’

Locht reageerde dat ze dit in overweging namen, ‘als simultaan onderzoek naast de geplande test in Europa en Australië’. Na de live-uitzending waren de reacties niet mals. ‘Neokoloniaal en racistisch’, klonk het op sociale media. ‘Afrikanen zijn geen proefkonijnen!’, reageerde de Franse organisatie SOS Racisme scherp. Ook de vergelijking met prostituees viel zwaar.

Ook de gerenommeerde Congolese arts Jean-Jacques Muyembe-Tamfum, die in Congo de strijd tegen COVID-19 leidt, kwam in het oog van de storm terecht. Dat Congo kandidaat was om een mogelijk vaccin te testen, antwoordde hij op de vraag van een journalist tijdens zijn dagelijkse persconferentie. Hoewel het een ander vaccin betreft, bleek zijn timing ongelukkig.

‘Het is eigen aan klinische testen dat die niet dienen om de testpersonen te helpen.’

‘U zegt dat Congo kandidaat is, wat impliceert dat de Congolezen dat zijn’, schreef Olivier Nulu Kabamba, bio-ethicus en onderzoeker aan de universiteit van Montréal in een open brief aan de arts. ‘De Congolezen op wie u die testen wil uitvoeren, zullen volgens u aanvaarden dat zij finaal geen baat zullen hebben bij die testen. Want dat is eigen aan klinische testen, dat die niet dienen om de testpersonen te helpen.’

Dat Afrikaanse belangen niet van tel waren, dook als argument op in het nationale debat in verschillende Franstalige Afrikaanse landen. ‘Het gevoel leeft heel sterk dat bij dergelijke onderzoeken onzichtbare belangen spelen’, bevestigt de Ivoriaanse gezondheidshistoricus Anicet Zran.

Geen proeflabo

De vraag wiens belangen bij zo’n proefprojecten gediend worden, voert ons naar de kern van het debat. Dat het Afrikaanse continent momenteel het minst getroffen is door het virus dat eerst China en vervolgens Europa trof, voedde het wantrouwen.

‘Stel je voor dat een ebolavaccin tijdens de West-Arikaanse ebolacrisis op Europeanen werd getest.’

‘Stel je eens voor dat tijdens de ebolacrisis in West-Afrika Liberianen beslisten een ebolavaccin op Europeanen te testen’, stelt de Britse historicus Helen Tilley als denkoefening voor. ‘Zo begrijp je misschien beter de politieke ongelijkheid en de kwaadheid bij mensen die zich gereduceerd zien tot proefobject.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Intussen probeerde dokter Muyembe de gemoederen te bedaren: ‘We gaan geen vaccin testen in Congo voor het getest werd in de VS of elders. Ik ben zelf Congolees en zou Congolezen nooit laten gebruiken als proefkonijnen’, stelde hij in een videoboodschap.

Ook de Franse wetenschappers verontschuldigden zich ondertussen en de WHO-secretaris-generaal veroordeelde de kwetsende uitspraken. Maar het debat is daarmee allesbehalve afgerond.

De Amerikaanse overheid houdt een overzicht bij van alle medische onderzoeken die wereldwijd uitgevoerd of voorbereid worden in de strijd tegen COVID-19. Daaruit blijkt dat Afrikaanse landen ondervertegenwoordigd zijn in die onderzoeken. Ook die realiteit kan gevaarlijk zijn, want een vaccin wordt best getest in verschillende regio’s, in diverse klimatologische omstandigheden en op verschillende doelgroepen, om de werking en mogelijke bijwerkingen ervan zo goed mogelijk in kaart te brengen.

Het wantrouwen dat naar aanleiding van het interview met de Franse wetenschappers sterk kwam bovendrijven, dreigt dit onevenwicht verder te versterken.

Het wantrouwen brengt bestaande vaccinatiecampagnes tegen polio en meningitis in gevaar.

Bovendien brengt het schandaal de bestaande vaccinatiecampagnes tegen polio en meningitis in gevaar, getuigt Anicet Zran. ‘Door de verontwaardiging reageerde onze overheid door te stellen dat vaccintests niet aanvaard worden in Ivoorkust. Prompt hielden de inwoners van een dorp in het westen van het land een vrachtwagen tegen. Het voertuig was op weg met medisch materiaal voor routinevaccinaties. “Wij willen geen vaccins!”, werd gescandeerd.’

‘Zo’n propagandataal helpt ons niet verder. We moeten een echt debat voeren over het belang van vaccinaties, maar ook over de dieperliggende oorzaken van het wantrouwen’, roept Zran op.

Koloniale schaduw

De plannen van de Franse onderzoekers hielden wetenschappelijk wel steek, maar ze zagen de ongelijke machtsverhoudingen in de wereld niet. Bovendien, vindt Tilley, zitten de biomedische wetenschappen vol objectiverende impulsen: ‘Het trekt mensen uiteen om hen in stukken te onderzoeken, eerder dan een mens als geheel. Of het nu door dissectie is of door chemische processen in lichamen te onderzoeken via bloedonderzoeken of zelfs operaties. Het is in se een proces van objectivering. Dat maakt ze erg effectief, maar kan onderzoekers blind maken voor de menselijke waardigheid van de deelnemers.’

Dat roept nare herinneringen op. ‘Het ontmenselijken van het Globale Zuiden was een van de drijvende krachten achter de slavenhandel en kolonisering’, schrijft Karsten Noko, een Zimbabwaanse humanitair werker, als opiniebijdrage op Al Jazeera.

‘Laten we niet opnieuw doen alsof er in het verleden niets gebeurd is.’

Op die manier werp de koloniale geschiedenis nog steeds een lange schaduw op het heden. ‘Als je soevereiniteit volledig van je werd afgenomen, als je ook vandaag nog steeds minderwaardig behandeld wordt — denk aan president Trump die naar alle Afrikaanse landen verwees als shitholes — kan je toch niet verbaasd zijn over deze reacties?’, vindt Tilley.

Jean-Pierre Dozon werkte meer dan dertig jaar als medisch antropoloog in West-Afrika en was betrokken bij verschillende onderzoeksprogramma’s, onder meer naar aids en ebola. ‘In Guinee, op het einde van de ebola-epidemie, zag ik dezelfde fouten gemaakt worden als in de eerdere strijd tegen aids. Laten we niet opnieuw doen alsof er in het verleden niets gebeurd is.’

‘Tijdens de koloniale periode zijn dingen gebeurd die deel uitmaken van het collectieve geheugen’, geeft Dozon mee. ‘Zo grepen campagnes tegen de slaapziekte zwaar in op de bewegingsvrijheid van de inwoners en ze gingen vaak gepaard met gewelddadige praktijken. De geschiedenis weegt zwaar op dit thema. Dat laat sporen na.’

De terreur van de slaapziekte

Die zware geschiedenis geldt niet in het minst voor het Congo onder Leopold II en Belgisch Congo. Nadat Engelstalige media felle kritiek uitten op de wanpraktijken die gepaard gingen met het persoonlijke winproject van Leopold II, bestelde de toenmalige Belgische koning een onderzoek naar de slaapziekte bij de Liverpool School of Tropical Medicin.

Over de oorzaak van die ziekte was op dat moment nog weinig bekend. Vandaag weten we dat de dodelijke ziekte veroorzaakt wordt door een parasiet die overgedragen wordt door de tseetseevlieg. De ziekte evolueert traag, maar tast uiteindelijk het centrale zenuwstelsel aan.

Met het onderzoek naar de slaapziekte hoopte Leopold II zijn reputatie op te poetsen door zijn bezorgdheid te uiten over de gezondheid van de lokale inwoners. Maar in werkelijkheid had die gezondheid vooral te lijden onder zijn terreur, een beleid dat gekenmerkt werd door dwangarbeid en een ontwrichtend belastingsbeleid.

Bovendien baarde de slaapziekte de koning voorzal zorgen omdat ze het potentieel van dwangarbeiders dreigde aan te tasten. Zijn initiatief moest dus uiteindelijk zijn eigen economische belangen dienen.

Een van de leidinggevende onderzoekers was John Todd, die negen maanden lang door het noorden van Congo-Vrijstaat trok. Wie onderwerp werd van het onderzoek van zijn medische team, zal die ervaring niet snel vergeten zijn. Met lokale tradities, politiek en geloof werd geen rekening gehouden en er werden erg ingrijpende, zeg maar gewelddadige, methoden gehanteerd.

‘Je zou de blik in de ogen moeten zien van de patiënten wanneer we ze op de grond leggen en prikken.’

In een brief aan zijn moeder beschrijft Todd hoe enkele missionarissen verbolgen reageerden bij het zien van de snelheid en onverschilligheid waarmee onderzoekers aan de lopende band erg pijnlijke ruggenmergprikken uitvoerden. ‘Je zou de blik in de ogen moeten zien van de patiënten wanneer we ze op de grond leggen en prikken. Klaar, zonder enig tijdverlies’, schreef Todd zelf.

In het eindrapport raadden de onderzoekers aan om mensen met het symptoom van gezwollen klieren in afzondering te plaatsen. Die quarantaine was echter niet nodig voor zij die nog in staat waren om arbeid te verrichten. Daarmee leek het Liverpoolteam zelf te anticiperen op de mogelijke vrees voor een verlies aan arbeidskrachten, zo schreef historicus Maryinez Lyons in het in 1992 verschenen boek The Colonial Disease.

De maatregelen die op het eindrapport volgden, zowel in Congo-Vrijstaat als Belgisch Congo, waren erg verregaand. Onder het mom van een medisch beleid werd de bewegingsvrijheid van de Congolezen volledig aan banden gelegd.

Maatregelen gingen zo ver dat bevolkingsgroepen verplaatst of gehergroepeerd werden.

In een eerste fase werden mensen met symptomen in veldhospitalen opgesloten. De lokale bevolking deed er daarom alles aan de zieken voor het koloniale bestuur te verstoppen in een poging hen een triest levenseinde te besparen.

Vanaf 1910 werden verplichte medische paspoorten ingevoerd. Congolezen die zich buiten het eigen dorp wilden verplaatsen, moesten een medisch onderzoek ondergaan om een reisdocument te kunnen verkrijgen bij de lokale koloniale administratie.

Tot in de jaren dertig was het beleid tegen de slaapziekte een belangrijke pijler in het koloniale beleid. Sommige maatregelen gingen zo ver dat hele bevolkingsgroepen verplaatst of gehergroepeerd werden, zogezegd om de verspreiding van de ziekte tegen te gaan. Hiermee hoopten de Belgen in een klap bepaalde economische en politieke problemen op te lossen.

Westerse superioriteitsgevoel

Lokale, bestaande kennis over de slaapziekte werd nooit, ook niet in de onderzoeksfase, waardevol geacht, concludeert Lyons. Verwijzingen naar wat de lokale bevolking al over de ziekte wist, werden hoogstens anekdotisch verwerkt.

Nog steeds kijkt men vanuit een westers superioriteitsgevoel naar het Afrikaanse continent.

Door een westers superioriteitsdenken werd naar het continent gekeken alsof het zich in het jaar nul bevond en er voor de aankomst van de koloniale machten geen kennis en ervaring werden opgebouwd.

Nog steeds kijkt men vanuit een westers superioriteitsgevoel naar het Afrikaanse continent, benadrukt Zran. ‘Er zijn zowel in de strijd tegen aids als ebola steeds Afrikaanse onderzoekers die behandelingen voorstellen. Maar hun bevindingen krijgen vervolgens geen gehoor, zelfs niet bij de eigen overheden.’

Zran geeft het onderzoek naar de werking van het oude malariamedicijn chloroquine als actueel voorbeeld. Vermoed wordt dat het een rol kan spelen in de strijd tegen COVID-19. ‘Als een lokale professor zegt dat chloroquine kan werken, leggen de nationale gezondheidsautoriteiten dat naast zich neer. Als men hoort dat Frankrijk testen met chloroquine autoriseert, laat Ivoorkust het 48 uren later ook toe.’

‘Spreken we over Afrikaanse landen en gezondheidszorg, dan spreken we nog steeds over wat ontbreekt’, merkt Tilley op. Ze hoopt dat de Franse arts en onderzoeker, nu de storm van morele woede is gaan liggen, de tijd nemen om zich bij te scholen in Afrikaanse medische geschiedenis.

‘Er komen te weinig lokale succesverhalen naar buiten, want niemand zoekt ernaar.’

Tilley verwijst naar de oorspronkelijke voorspellingen van de ebolacrisis in West-Afrika. ‘Het voorspelde sterftecijfer is er godzijdank niet uitgekomen. Maar vervolgens heeft het Westen daar krediet voor genomen. “Gelukkig kregen wij het virus klein!”’

‘De waarheid is dat mensen op terrein een enorm aandeel hebben’, stelt Tilley. ‘In Nigeria kon ebola verwoestend tekeer gegaan zijn, maar ze wisten het virus te stoppen. Een ervaren Nigeriaanse arts liet haar leven in die strijd. Het was haar reactiesnelheid, naast die van anderen, die levens redde.’

’Er komen te weinig lokale succesverhalen naar buiten, want niemand zoekt ernaar’, vreest de historica.

‘Waarom gaat men bij voorbaat uit van chaos?’, vraag Zran zich af. Hij ergerde zich aan de toon waarop het Zuiden werd gewaarschuwd voor de gevolgen van de pandemie. ‘Die manier van kijken voedt bij voorbaat het wantrouwen.’

Eigen communicatie eerst

De plannen van de Franse onderzoekster om het tuberculosevaccin in een Afrikaans land te testen waren nog niet concreet en lijken nu ook helemaal van de baan. Dokter Muyembe hoopt in Congo nog steeds te kunnen meewerken aan het medisch onderzoek van een ander kandidaat-vaccin. ‘In het belang van de Congolezen’, benadrukt hij.

Samen met Afrikaanse collega’s leverde hij al belangrijke inspanningen om de ongelijke verhoudingen in de medische wereld aan te pakken. Drie jaar geleden begon hij in Congo met het uitbouwen van een eenheid voor klinisch onderzoek aan het Nationaal Instituut voor Biomedische wetenschappen. Hij speelde bovendien een cruciale rol in het onderzoek naar een ebolavaccin. Nu hij ook bij het onderzoek naar COVID-19 een rol wil spelen, dreigt de geschiedenis zijn eigen strijd te bemoeilijken.

‘Mensen moeten eraan herinnerd worden wat het zou betekenen als Afrika wordt buitengesloten’, denkt Tilley. ‘Zou ook dat niet neokoloniaal zijn?’

Om deze strijd tegen COVID-19 vandaag samen te voeren, is het debat afsluiten geen goed idee, vindt Zran. ‘Nu moeten we de tijd en ruimte nemen om uit te leggen wat een vaccin is en waarom het belangrijk is.’ Die communicatie moet van de eigen lokale autoriteiten komen, vindt hij, om het wantrouwen niet opnieuw te voeden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift