‘We voelen “connectie” met natuur, als ze maar grote, droeve ogen heeft’

Wat leren we van ’s werelds meest begeerde vrijgezel?

ⒸTLME

Sudan, de laatste mannelijke noordelijke witte neushoorn is niet meer.

‘De laatste mannelijke noordelijke witte neushoorn is gestorven in het Ol Pejata-reservaat in Kenia. Sudan, xx jaar oud — want we weten niet wanneer hij zal sterven – stierf aan xx in zijn verblijf en werd gevonden door zijn verzorger op xx om xx. De grote vraag naar hoorns in Azië en de daaruit voortkomende onhoudbare stroperij maakten de instandhouding van de soort lastig’.

We schrijven 2018: Elodie Sampéré leest het persbericht dat alvast klaar ligt. ‘We zijn voorbereid op zijn dood’. Als marketeer van het Keniaans natuurpark waar Sudan, het laatste mannetje van zijn soort, zijn dagen sleet, begreep ze dat ’s werelds meest begeerde vrijgezel het uithangbord van het park geworden was: ‘Wil je zien hoe extinctie eruit ziet? Dan moet je naar Ol Pejeta komen.’

Ook na zijn dood heeft zijn sterfelijkheid Sudan een onsterfelijke status opgeleverd. The Last Male on Earth, het laatste mannetje (althans van zijn soort) is vanaf 25 september ook in enkele Belgische zalen te zien. De documentaire van de Nederlandse Floor van der Meulen vertelt het verhaal van Sudans laatste dagen op aarde. Samen met zijn verzorgers, bewakers, wetenschappers, toeristen en zowat de volledige wereldpers telt ze af naar zijn dood.

Toeristen nemen een selfie met het oude beest en kopen vervolgens een t-shirt met #BornHorny of ’s werelds meest begeerde vrijgezel als opdruk. Een profiel op de datingapp Tinder heeft niet mogen baten. Hij was de laatste noordelijke witte neushoorn. Het laatste mannetje dan toch, want Sudan laat een dochter en kleindochter na.

Bronstig was Sudan al lang niet meer. Zijn hoorn droeg hij tot zijn laatste dag. Daar zorgden zwaar bewapende parkwachters voor. Het stuk van ongeveer 15 kilogram had een marktwaarde van naar schatting een miljoen euro. Die begeerde hoorn heeft te veel soortgenoten het leven gekost. Als laatste van zijn soort had Sudan paradoxaal genoeg net daardoor plots een grote toeristische marktwaarde gekregen.

De x-en uit het persbericht zijn ondertussen ingevuld. Op 19 september 2018 blies Sudan zijn laatste adem uit. Toeristen gaan nog steeds met hem op de foto, zij het met zijn grafsteen. Het levert beeldmateriaal op waar je als kijker wat oncomfortabel van op je stoel schuift. Even kijken naar de trailer en je begrijpt dat de maker bedenkingen heeft bij hoe we met het versnelde uitsterven van diersoorten omgaan.

‘Een bij vlagen hoogst ironisch schouwspel’, zo ervoer Floor van der Meulen het naar eigen zeggen. En zo bracht ze het ook in beeld. Is dit dan echt hoe uitsterven eruit ziet? MO* vroeg het aan een filosoof en een mottenvanger.

Kaalslag

René ten Bos liet een Tasmaanse buidelwolf op zijn arm tatoeëren. Het dier is al sinds 1934 uitgestorven, maar fascineert de Nederlandse filosoof mateloos. Ten Bos wijdde een boek aan wat hij beschouwt als een van de meest urgente problemen van onze tijd: extinctie. Aan een ongezien, gevaarlijk hoog tempo sterven diersoorten uit.

‘Het is er niet meer, maar op de een of andere manier is het er veel intenser dan ooit’

Extinctie is iets wat zich voor een groot deel aan onze ogen onttrekt. Het is niet makkelijk voor te stellen. Wat doen we dan? Dan gaan we voorbeelden van voorstellingen zoeken. Voor ten Bos is Sudan slechts een representatie van het probleem, net zoals zijn geliefde Tasmaanse buidelwolf.

‘De buidelwolf bestaat niet meer, maar ga naar Tasmanië en je ziet overal afbeeldingen van het beest. Het is net alsof de status van het dier verandert: het is er niet meer, maar op de een of andere manier is het er veel intenser dan ooit. Dat zie je bij Sudan ook gebeuren.’

ⒸTLME

Nog steeds gaan toeristen met Sudan op de foto, zij het nu met zijn grafsteen.

‘Sudan maakt ons bewust van een vraagstuk waarvoor we meestal de ogen sluiten. De meeste mensen denken helemaal niet na over zaken als extinctie. Het is een te-ver-van-mijn-bedshow. En dan komt ineens dit verhaal van de laatste neushoorn, of toch de mannelijke van een ondersoort, en “oh ja, verrekt”, denken ze dan.’

Volgens ten Bos is uitsterven niet nieuw: ‘Als een soort dun verspreid, dun bevolkt is, kan die soort zijn ecologische functie niet langer vervullen. In die zin is de soort al uitgestorven al lang voor Sudan stierf.’

‘Uitsterven is eerder een proces van kaalslag’, citeert ten Bos de bioloog Thom Van Dooren: ‘Een langzaam proces, waarbij er van allerlei soorten steeds minder exemplaren zijn. Soorten krijgen steeds meer moeite om hun oorspronkelijk rol in een habitat te spelen.’

Het gaat voor ten Bos uiteraard niet enkel over de neushoorn. ‘Dat is natuurlijk een erg charismatisch dier. Maar het gaat ook om sleutelsoorten, die ontzettend belangrijk zijn en een soort scharnierfunctie in een voedselsysteem hebben. Dat zijn vaak niet zo’n charismatische dieren. Dat kunnen evengoed kevertjes zijn, een onooglijk veldmuisje of een rare vleermuis.’

Soortenfetisjisme

Of een mot? Bart Van Camp is mottenvanger in zijn vrije tijd. Niet omdat hij een bijzondere liefde voor nachtvlinders heeft, wel omdat hij iets wil aankaarten. ‘We denken de natuur te beschermen door geld voor een exotische tijger te storten, maar we weten niets over de springstaartjes in onze achtertuin. En we trekken ons hun lot ook niet aan.’

Het feit dat we natuur zijn gaan beschouwen als iets om te bezoeken, iets veraf, is volgens Van Camp deel van het probleem.

Ⓒ Bart Van Camp

De motten die hij op een nacht vond in de tuin van de familie Monbiot bracht hij op een poster samen.

‘Er bevindt zich een Serengetivlakte in je achtertuin of op je balkon, maar je weet het niet’

In zijn vrije tijd vangt hij nachtvlinders in de tuin van bekende mensen. Hij vat zijn vangst samen in aantrekkelijke posters. Wat hebben de Britse schrijver George Monbiot en Open VLD-politica Gwendolyn Rutten met elkaar gemeen? Van Camp stond ooit in hun tuin motten te tellen.

Vervolgens deelde hij niet enkel de poster met de afbeelding van zijn vangst, maar ook die met de motten die hij 25 jaar geleden misschien had kunnen vangen. Ook de magere oogst die hij vermoedelijk over 25 jaar in hun tuin zal aantreffen, krijgen ze voorgeschoteld.

‘Er bevindt zich een Serengetivlakte in je achtertuin of op je balkon, maar je weet het niet’. En ook die moet aandacht krijgen, vindt Van Camp.

‘We voelen wél “connectie” met natuur, als het maar grote, droeve ogen heeft.’

Hij fronst de wenkbrauwen wanneer de toeristen die Sudan mochten aanraken, verwoorden welke emotie ze daarbij voelden: ‘Het voelen van een connectie? Heus?’, zucht hij. ‘We weten allemaal dat het niet goed gaat. We weten wat diversiteitsverlies kan betekenen. En toch doen we veel te weinig. We liggen daar niet écht wakker van. Maar we voelen wel “connectie” met natuur, als ze maar grote, droeve ogen heeft.’

Het mooiste beeld van de documentaire vindt hij persoonlijk dat van de mottenlamp. ‘Veertig seconden duurt het beeld van de paarse lamp waar af en toe een motje tegen vliegt. Je hoort het motje knetteren wanneer het de warme lamp raakt. De hele film gaat over één mannelijke neushoorn en op het einde van de film krijg je plots, veertig seconden lang, die lamp. Tijd genoeg om na te denken: wat betekent dit?’

Volgens de mottenvanger verwijst de lamp naar de grote problemen ‘die niet alleen bij de neushoorn zitten, maar ook bij die onbekende natuur. We gaan gewoon door. We trekken ons het lot aan van de neushoorn en ondertussen zetten we een lamp om insecten te verdelgen op ons terras.’

Motten prijken niet op de lijstjes van diersoorten die beschermd moeten worden. Nochtans zijn ze vaak die sleutelsoorten waar ten Bos ook naar verwees.

En ook de insectenpopulatie neemt gevaarlijk snel af. ‘We hebben in Vlaanderen zestien soortenbeschermingsprogramma’s. Alle zestien zijn ze gericht op de bescherming van aaibare, iconische, populaire of grote soorten, wat uiteraard goed is. Maar we hebben 50.000 soorten in België. Tienduizenden kleintjes, lelijkaards, lastigaards, onbeminde beestjes die het hele systeem draaiend houden.’

‘Wij weten dat louter soorten beschermen geen zoden aan de dijk brengt. Het probleem is dat een habitat verdwijnt.’

‘Problematisch is dat soortenfetisjisme’, volgens Bart van Camp, ‘We kiezen allemaal dolgraag onze soorten. Het is heel aanlokkelijk om een lokaal initiatief te nemen voor de boomkikker. Daar moet je geen grote ingrepen voor doen of je houding echt voor aanpassen. Je kan er heel snel mee scoren. Binnen afzienbare tijd heb je de populatie verdubbeld.’

‘Maar de grote problematiek, de algemene achteruitgang, ook die van onze insectenpopulatie, dat laten we verder gebeuren. We moeten meer aan systeembescherming doen in plaats van te focussen op die soorten.’

Mascottes

ⒸTLME

In Ol Pejeta in Kenia sleet Sudan de laatste dagen van zijn leven, omringd door toeristen die extinctie in de ogen wilden kijken.

Wie denkt aan charismatische dieren en soortenbescherming, kan niet om de reuzenpanda in het logo van de internationale natuurorganisatie WWF heen. ‘Wij focussen niet alleen op die soorten’, reageert de Belgische woordvoerder van WWF, Koen Stuyck. ’Wij weten dat louter soorten beschermen geen zoden aan de dijk zet.’

‘Het probleem is dat een habitat verdwijnt. De diversiteit gaat sterk achteruit. Voor ons is het zeker geen verhaal van enkel die dieren. De dieren zijn een uithangbord om aan natuurherstel en -conservatie te doen, maar tegelijk spelen ze hun rol om het ecosysteem in evenwicht te krijgen.’

Als je een tijger redt, dan red je volgens Stuyck ook andere soorten die minder zichtbaar zijn: ‘Neem nu de herintegratie van de tijger in Cambodja. Om dit te doen slagen, moeten er voldoende andere soorten zijn waarmee de tijger zich kan voeden. Je moet het ecosysteem eerst herstellen in die omgeving. Dat heeft allerlei extra voordelen. Niet alleen voor de dieren, maar ook voor de mens.’

‘Oké, we hebben nog panda’s dankzij alle aandacht, maar ondertussen worden in grote delen van China appels bestoven met kwastjes omdat de bijen verdwenen zijn.’

Stuyck geeft een opsomming van hoe en waar WWF het complexe probleem probeert aan te pakken: ‘Je kan niet telkens tegen iedereen over al onze acties spreken. Je mag mensen niet overdonderen.’

Dat WWF, en veel andere natuurorganisaties vaak een charismatisch dier naar voren schuiven, is volgens ten Bos nodig om een complex probleem zichtbaar te maken. Volgens Stuyck zijn die mascottes ook nodig om aan fondsenwerving te doen.

‘Als je Aziatische bossen wil beschermen en je hebt het over de bunting, dan halen we geen fondsen binnen en kunnen we ons werk niet doen. Daarom focussen we in de communicatie op die grote dieren.’

Insecten en hagen

‘Fondsenwerving is belangrijk’, geeft Bart van Camp toe. ‘Ook in de natuurbescherming moet er een businessmodel zijn, anders vrees ik het ergste.’

Toch twijfelt hij of het model wel werkt: ‘We doen het nu al vijftig jaar zo. Met de zeehondjes, met de walvissen, de panda’s, en het gaat steeds slechter met onze planeet. Oké, we hebben nog panda’s dankzij alle aandacht, maar ondertussen worden in grote delen van China appels bestoven met kwastjes omdat de bijen er verdwenen zijn.’

‘Is het resultaat niet dat mensen geld storten voor een tijger of neushoorn en zich weinig aantrekken van hun eigen omgeving?’, vraagt Van Campt zich af. ‘En intussen… Denk aan het beeld van de mottenlamp. Met dat soort van bescherming hollen we altijd achterop. Met soortenbescherming komen we bijna altijd te laat.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

De sterke communicatie over het beschermen van de charismatische soorten versterkt volgens Van Camp het beeld dat de natuur als iets dat ver weg is, ‘iets dat je kan bezoeken, waar je met een verrekijker en gids in rondloopt.’

‘Ondertussen vergeten we onze eigen straat, onze eigen stad, onze eigen achtertuin. Daar kunnen we nochtans zoveel winnen.’

‘De Duitse regering kondigde begin september een ambitieus programma aan om insecten te beschermen, en dat vraagt best veel inzet en mentaliteitswijziging van alle landgebruikers. In Wallonië gaan ze duizenden kilometers haag planten. Dat zijn dingen die het héle plaatje vooruit helpen.’

‘Wat een rotbeest’

‘Ikzelf denk bij extinctie ook aan het feit dat we vaak willen dat veel beesten weggaan’, zegt ten Bos. Als filosoof vindt hij de vervreemding die we als mens hebben van de natuur erg boeiend. ‘Ik ben net terug van Canada. Ik ben er vaak gestoken door kriebelmuggen. Daar krijg je heel dikke bulten van. Ik dacht echt: wat een rotbeest!’

‘Boeren gaan zich bewapenen. Dan veroordelen we dat. Dat vind ik hypocriet’

‘Wij willen gewoon vaak van beesten af als ze lastig zijn voor ons’, dat ondervinden we allemaal, stelt Ten Bos, ‘Als ik muizen heb, zet ik een val of ik stuur er een kat op af. Je moet dat misschien niet willen, maar we doen het wel.’

‘Om te slagen zullen we ook meer begrip moeten hebben voor de problemen die mensen ervaren met hun omgeving’. Bij herintegratie van grote dieren worden conflicten met mensen te vaak onderschat, vindt ten Bos: ‘Niet iedereen is blij met de terugkeer van de ijsbeer, de tijger of de poema. In Nederland doen we ook moeilijk over de terugkeer van de wolf. Boeren gaan zich bewapenen. Dan veroordelen we dat. Dat vind ik hypocriet.’

Dat we voor een stuk vervreemd zijn van de natuur, is WWF volgens Koen Stuyck allesbehalve ontgaan. ‘Je moet mensen inderdaad uitleggen waarom het belangrijk is dat bijvoorbeeld de wolf terug komt. Dat het te maken heeft met het feit dat er een overpopulatie aan planteneters is: everzwijnen, herten, ratten en konijnen. Omdat ze niet bedreigd worden door een roofdier, vreten ze de bossen kaal. Daardoor verarmen die bossen zienderogen. Als je de roofvijand, de wolf, herintroduceert, dan herstelt het hele ecosysteem zich.’

Om conflicten te vermijden en om te vermijden dat wolf de makkelijkste prooi kiest, zet WWF vrijwilligers in. ‘Meer dan 100 vrijwilligers plaatsen hekken rond plaatsen waar schapen grazen.’

‘Je mag er zeker van zijn, binnen twintig of dertig jaar zullen we ook de huismus en de spreeuw gaan beschermen, wanneer het te laat is’

De natuur opnieuw kennen is volgens de natuurbeschermer, de mottenvanger en de filosoof in elk geval cruciaal om het tij alsnog te kunnen keren. ‘Het is heel belangrijk om uitleg te geven’, geloven ze ook bij WWF. ‘Maar ook om mensen trots te maken, te doen beseffen dat ze zelf een deel zijn van het natuurlijke ecosysteem.’

Sexy zullen zijn nachtvlinders niet worden, weet Van Camp, en net daarom doet hij het ook. Zijn actie zette George Monbiot, die zich in het verleden vaak voor charismatische dieren inzette, alvast aan het denken. En ook aan het schrijven; in The Guardian wijdde Monbiot er een opiniestuk aan.

Wetenschappers houden intussen rekening met ecologische doemscenario’s. Sensibiliseren is volgens Van Camp ieders plicht geworden: ‘Je mag er zeker van zijn, over twintig of dertig jaar zullen we ook de huismus en de spreeuw gaan beschermen, wanneer het te laat is.’

‘De volgende Sudans staan al klaar. We komen altijd te laat. Zolang we niet beter beschermen wat we nog hebben, zullen de lijstjes langer worden. Toon de mensen nu wat er nog in hun straat is.’

Jurassic Park

ⒸTLME

Dood is Sudan niet. In Italië is men klaar om Sudan te klonen. Ook IVF-trajecten zijn al opgestart.

Helemaal dood is Sudan niet. Zijn sperma werd bewaard voor een IVF-traject bij zijn eigen nog levende nageslacht of bij een zuidelijke zustersoort. Ook het klonen van Sudan is momenteel aan de orde. ‘Het is de ambitie om de eerste te zijn’, zegt de Italiaanse fertiliteitspecialist voor de camera van Van der Meulen.

Waarom deze neushoorn opnieuw tot leven wekken? Daar heeft de man geen goed antwoord op. Maar de vraag is volgens hem niet of, maar wanneer Sudan gekloond zal worden. ‘Toen ik als eerste in de wereld succesvol een paard kloonde, viel ik bijna flauw van emotie.’

De Italiaanse wetenschapper twijfelde er niet aan dat dit opnieuw het geval zou zijn als hij de eerste neushoorn succesvol kan reproduceren. Intussen kwam uit Italië het nieuws dat het IVF-traject alvast resultaat heeft opgeleverd. Eicellen die bij Sudans dochter en kleindochter geplukt werden, werden met diepgevroren zaadcellen bevrucht. Dat heeft alvast twee levensvatbare embryo’s opgeleverd.

Met klonen kunnen ze dus nog even wachten. Maar de kans dat het alsnog gebeurt, is groot. Want veel wetenschappers staan te popelen.

‘Stel je voor dat de wolharige mammoeten weer rondlopen in Siberië. Wat moeten die beesten daar doen?’

René ten Bos bekent dat de gedachte dat zijn Tasmaanse buidelwolf weer tot leven zou komen, ook hem opwindt: ‘Wetenschappers zijn enthousiast. Er zijn allerlei projecten bezig. De wolharige mammoet zou terugkomen en misschien ook de buidelwolf.’

‘De fantasie van de bio-ingenieurs die denken dat je zo alle problemen kan oplossen, wordt hiermee gevoed’, vreest hij wel. ‘Maar stel je voor dat de wolharige mammoeten weer rondlopen in Siberië. Wat moeten die beesten daar doen?’

Er zit volgens ten Bos eerder een anti-ecologische gedachte achter: ‘Dat je dieren alleen maar ziet als een bundel DNA waarmee we kunnen klonen, terwijl je een dier niet anders kan zien dan als een deel van een omgeving waarmee het zal interageren. Daar is volgens mij nog niet zo goed over nagedacht.’

Of klonen of IVF de noordelijke witte neushoorn dan nog wel kan helpen? Ook daar heeft Stuyck zijn twijfels bij: ‘Je zal die soort niet meer op zijn poten krijgen. Je hebt een minimum aantal nodig om een soort in leven te houden. We zeggen niet dat het wetenschappelijk zinloos is om daarin te investeren, maar de meest effectieve manier om soorten te beschermen, is door het lokale ecosysteem in evenwicht te houden en te beschermen.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

randomness