Geweld tegen mensenrechten- en milieuverdedigers in Latijns-Amerika

‘Water, bossen en bergen kunnen zichzelf niet beschermen. Iemand moet het voor hen doen.’

© Broederlijk Delen

 

In 2017 werden volgens cijfers van Global Witness en The Guardian meer dan honderd natuurbeschermers vermoord in Latijns-Amerika. Het motief: hun verzet tegen de praktijken van grote mijnbouw- en agrobedrijven, energie- en infrastructuurprojecten. In een nieuw rapport analyseerden partnerorganisaties van Broederlijk Delen de patronen van machtsmisbruik en geweld tegen milieu- en mensenrechtenverdedigers in de Andeslanden. Een delegatie van vier prominente activisten was op bezoek in Brussel.

Fysiek geweld, wetgeving die eenzijdig bedrijfsbelangen dient, publieke stigmatisering. Als het gaat over de strijd om natuurlijke rijkdommen, zijn in de vier Andeslanden (Bolivia, Colombia, Ecuador en Peru) systematisch dezelfde dynamieken van repressie tegen verdedigers van mensenrechten en milieu aan het werk. Dat is in een notendop de boodschap van een nieuw rapport van de mensenrechtenorganisaties APRODEH (Peru), CCAJAR (Colombia), CEDIB (Bolivia) en CEDHU (Ecuador).

Het rapport kadert in een project dat de ngo’s in samenwerking met Broederlijk Delen uitvoeren, met steun van het Europees Instrument voor Democratie en Mensenrechten. Doel van het project is een betere bescherming van lokale leiders en hun gemeenschappen, in de context van sociale conflicten rond grondstoffen- en energieprojecten. De organisaties werken op het terrein samen rond vorming, netwerking, juridische begeleiding en beleidsbeïnvloeding.

© Broederlijk Delen

 

Een delegatie van vier activisten uit de verschillende landen stelde het rapport de voorbije weken voor in Genève en Brussel. Ze werden onder meer uitgenodigd in het Mensenrechtencomité van het Europees Parlement en ontmoetten beleidsmakers in de marge van de VN-Mensenrechtenraad. Ze brachten hun persoonlijke verhalen, riepen op tot internationale druk op hun overheden, maar benadrukten ook de verantwoordelijkheid van Europese bedrijven die investeren in, en handel drijven met de Andesregio.

Stuwdam

Een eerste patroon dat het rapport documenteert, is het systematische gebruik van fysiek geweld door zowel staatsactoren (politie, leger, inlichtingendiensten) als door private spelers (bijvoorbeeld paramilitairen en beveiligingsbedrijven), vaak met medeweten van de overheid.

© Broederlijk Delen

Francisco Hurtado

‘Dit geweld faciliteert de openstelling van nieuwe gebieden voor ontginning, garandeert territoriale controle en maakt kritische stemmen monddood’, legt Francisco Hurtado uit, één van de coauteurs van het rapport. Hurtado is advocaat en socioloog bij de Oecumenische Commissie voor de Mensenrechten in Ecuador (CEDHU). ‘Voorbeelden zijn willekeurige arrestaties en foltering, gerichte aanslagen, en in het meest extreme geval moorden. Vaak liggen spionageactiviteiten aan de basis van dergelijk geweld.’

In Ecuador, dat toch bekendstaat als het meest vreedzame land in de Andes, werden al drie inheemse Shuar-leiders vermoord omwille van hun protest tegen het mijnbouwproject Mirador, in het zuiden van het land. De moorden blijven tot op vandaag straffeloos.

De situatie in Colombia is veruit het meest alarmerend. Vorig jaar werden volgens Global Witness en The Guardian 32 milieuactivisten om het leven gebracht in het land. De cijfers kaderen in een globale, stijgende tendens van gericht politiek geweld in Colombia, na het vredesakkoord met de Farc (in contrast met het dalende aantal slachtoffers van oorlogsgeweld). 

Een verhaal waarin het Colombiaanse gewapend conflict en de hedendaagse strijd om natuurlijke rijkdommen naadloos in mekaar overvloeien, is dat van de Hidroituango-stuwdam. In het stroomgebied van de Cauca-rivier (departement Antioquia) bouwt het energiebedrijf Empresas Públicas de Medellín (EPM) het grootste waterkrachtproject van het land. Het project wordt mee gefinancierd door BNP Paribas, dat samen met andere internationale banken een schijf van 650 miljoen dollar leent. EPM wil een stuwmeer aanleggen over een lengte van 79 kilometer, de dam zelf wordt meer dan 200 meter hoog.

De lokale bevolking in de invloedzone van het project, negentien dorpen, leeft traditioneel van de visvangst, kleinschalige landbouw en artisanale goudwinning uit de rivier. Velen van hen zijn uit andere streken gevlucht omwille van de oorlog. ‘Colombia voorziet vandaag al in voldoende elektriciteitsvoorziening voor iedereen’, vertelt Isabel Zuleta. Zij woont in het dorp Ituango, waar de bouw van de stuwdam volop bezig is, en is woordvoerster van Ríos Vivos, een sociale beweging die over het hele land de problematiek van grote waterkrachtcentrales aankaart.

© Broederlijk Delen

Isabel Zuleta

‘De vraag is dan ook: nieuwe energie voor wie? En aan welke kost? Voor ons is het antwoord duidelijk: die elektriciteit is bestemd voor de grote mijnbouwbedrijven die concessies hebben in deze streek. Daarvoor kappen ze onze bossen en kunnen verschillende vissoorten zich niet meer voortplanten. En zo worden we opnieuw gedwongen om te vluchten.’

‘Die elektriciteit is bestemd voor de grote mijnbouwbedrijven die concessies hebben in deze streek. Daarvoor kappen ze onze bossen en kunnen verschillende vissoorten zich niet meer voortplanten. En zo worden we opnieuw gedwongen om te vluchten.’

Het is Ríos Vivos om nog een andere kwestie te doen: in het gebied van de geplande stuwdam bevinden zich vermoedelijk lichamen van honderden vermisten, slachtoffers van gevechten tussen verschillende gewapende groepen (zowel guerrillero’s als paramilitairen en leger). Tussen 1984 en 2017 waren er meldingen van meer dan 27.000 gewelddadige incidenten in de streek. 159 lichamen werden door de lokale autoriteiten al opgegraven. In juni dit jaar wil EPM het stuwmeer laten vollopen. Ríos Vivos vraagt dat het project minstens wordt opgeschort tot het ware lot van alle vermisten is opgehelderd. Zuleta: ‘De bescherming van de natuur hangt ook samen met onze historische herinnering. We hebben de rivier nodig om ons de waarheid te vertellen.’

Maar de acties van de organisatie zijn niet zonder risico. Ríos Vivos heeft de bedreigingen en aanvallen tegen haar leiders in kaart gebracht: 151 gevallen van geweld, waaronder 2 moorden, 2 moordpogingen en 63 bedreigingen. Paramilitaire groepen zijn volgens de beweging de belangrijkste verantwoordelijken. Ook zelf ontsnapte Zuleta al nipt aan een poging om haar te doen verdwijnen en ontving ze al meermaals bedreigingen. Beschermingsprogramma’s voor mensenrechtenverdedigers vanwege de overheid bestaan op papier, maar worden niet nageleefd.

Nationaal belang

© Broederlijk Delen

Marco Gandarillas

Vaak gebeurt de repressie subtieler. Wetgeving in verschillende landen bevoordeelt eenzijdig de grondstoffenwinning door bedrijven, en bouwt de bewegingsvrijheid van mensenrechten- en milieuverdedigers stelselmatig af. In deze trend ziet het rapport een tweede patroon van machtsmisbruik in de verschillende landen.

‘Er is wat dit betreft weinig verschil tussen de rechts-liberale regeringen in Colombia en Peru enerzijds, en de zogenaamd progressieve regeringen in Bolivia en Ecuador anderzijds’, meent Marco Gandarillas, onderzoeker bij het Boliviaans Documentatie- en Informatiecentrum (CEDIB).

Zo is er de wettelijke figuur van het ‘nationaal (publiek) belang’, die in alle vier de landen voorkomt. Door projecten dit statuut toe te kennen, kunnen landeigenaars of –gebruikers gemakkelijk onteigend worden, of zelfs zonder enige vorm van compensatie van hun land verdreven.

Een typisch fenomeen is de servidumbre (letterlijk: slavernij), waarbij het land voor een bepaalde periode moet worden afgestaan aan projecten, in ruil voor een schadevergoeding. ‘Dergelijke normen zijn in tegenspraak met andere grondwettelijke bepalingen rond rechten met betrekking tot landgebruik van lokale bevolkingsgroepen, en rond de bescherming van cruciale ecosystemen’, aldus Gandarillas.      

Nog zo’n constante in de wetgeving: de hervormingen in het strafrecht, die de acties van mensenrechten- en milieuactivisten criminaliseren. Het gaat om een gelijkaardig gamma van nieuwe of zeer breed toegepaste misdrijven in de verschillende landen: ongeoorloofde vereniging, ontvoering, sabotage van publieke diensten, en zelfs terrorisme.

De lijst met rechtszaken tegen activisten in de vier landen is lang. Die zaken leiden niet noodzakelijk tot veroordeling (heel veel cases worden gedeponeerd vanwege gebrek aan bewijsmateriaal), maar ze houden prominente persoonlijkheden ook figuurlijk gegijzeld: ze raken geïsoleerd en afgeleid van hun werk, worden geconfronteerd met buitensporige kosten en familiale problemen. Ook op psychologisch vlak eist die vervolging een zware tol.       

‘We zijn niet tegen mijnbouw, maar eisen wel dat het bedrijf en de overheid internationale standaarden rond waterkwaliteit en gezondheid respecteren’

© Broederlijk Delen

Oscar Mollohuanca

Oscar Mollohuanca, ex-burgemeester van de provincie Espinar in Peru, bracht voor zijn betrokkenheid bij protesten tegen de kopermijnen van het Zwitserse bedrijf Glencore twee weken in de gevangenis door. Er loopt nog een rechtszaak tegen hem, waarbij twintig jaar celstraf wordt geëist vanwege verstoring van de publieke orde.

‘We moeten al dertig jaar samenleven met de mijnbouw’, legt Mollohuanca uit. ‘We zijn niet tegen mijnbouw, maar eisen wel dat het bedrijf en de overheid internationale standaarden rond waterkwaliteit en gezondheid respecteren’.

Verschillende studies tonen aan dat de omgeving van de mijn vervuild is door zware metalen en dat omwonenden er ziek van worden. Mollohuanca: ‘In plaats van onze eisen voor een gezond leefmilieu ernstig te nemen, stuurt de regering de politie en het leger naar Espinar. Maar we zullen blijven opkomen voor de duurzame ontwikkeling van onze provincie’.

In Peru lopen volgens cijfers van de mensenrechtenorganisatie Coordinadora Nacional de Derechos Humanos momenteel ongegronde rechtszaken tegen 800 mensenrechten- en milieuverdedigers.

Stigmatisering

© Broederlijk Delen

 

Tot slot is ook de stigmatisering van milieu- en mensenrechtenverdedigers een patroon in de vier landen. ‘In Bolivia en Ecuador zijn vooral regeringsactoren verantwoordelijk voor het stigmatiserend discours, en ook voor het onzichtbaar maken van de activiteiten van mensenrechten- en milieuactivisten‘, legt Francisco Hurtado uit. ‘Dit is een gevolg van de sterkere staatsinmenging in de politiek en het algemene ontwikkelingsbeleid van deze landen. In Peru en Colombia komen de aanvallen vanuit een meer diverse groep actoren: ambtenaren, media, bedrijven, en andere machtshebbers.’

‘Wie zich in Bolivia verzet tegen stuwdammen en olieontginning, zoals de inheemse gemeenschappen doen, wordt bestempeld als ecoterrorist of vijand van ontwikkeling’

Marco Gandarillas: ‘Wie zich in Bolivia verzet tegen stuwdammen en olieontginning, zoals de inheemse gemeenschappen doen, wordt bestempeld als ecoterrorist of vijand van ontwikkeling’. Zijn organisatie CEDIB is al enige tijd zelf het mikpunt van intimidatie en pesterijen, omdat ze kritiek uit op het grondstoffen- en energiebeleid van de regering-Morales. CEDIB werd gedwongen haar kantoor te verlaten na een geschil met de universiteit van Cochabamba, en een tijdlang werden de bankrekeningen van de organisatie geblokkeerd.

‘In Ecuador heeft ex-president Correa systematisch agressieve taal gehanteerd ten opzichte van milieuverdedigers’, zegt Francisco Hurtado. ‘Vaak heel gericht,  of op momenten waarbij fysiek geweld werd gebruikt tegen de bevolking. Bijvoorbeeld na de ontruiming van vier inheemse Shuar-dorpen in 2016, voor het mijnbouwproject Panantza-San Carlos’. Ook Human Rights Watch stelt dat de regering van Correa het rechtssysteem misbruikte om inheemse leiders te vervolgen en verzet tegen olie- en mijnbouwprojecten in de kiem te smoren.

In Colombia en Peru worden mensenrechten- en milieuverdedigers dan weer regelmatig in verband gebracht met linkse guerrillagroepen, of zelfs met drugskartels. Het oorlogsverleden ligt in beide landen nog vers in het publieke geheugen; machtshebbers spelen handig in op de wijdverspreide communisten- en terroristenvrees om hun repressie te legitimeren.

Principe 10

Ook al zijn de trends op het continent weinig hoopgevend, op de internationale politieke agenda lijkt de ernst van de situatie stilaan door te dringen. Regeringsvertegenwoordigers van vierentwintig Latijns-Amerikaanse staten zetten begin maart hun handtekening onder een nieuw bindend verdrag dat burgers toegang tot informatie, rechtsspraak en participatie aan de besluitvorming inzake milieukwesties moet garanderen, zoals bepaald door Principe 10 van de Rio-Verklaring over Milieu en Ontwikkeling (1992). Vanaf september 2018 begint het nationale ratificatieproces. Partnerorganisaties van Broederlijk Delen slaagden erin om een specifiek artikel rond de bescherming van milieuverdedigers in het verdrag te laten opnemen.

Maar ook buiten Latijns-Amerika groeit de beweging die afdwingbare regulering eist rond mensenrechten en bedrijven, waaronder sterke beschermingsmaatregelen voor mensenrechten- en milieuverdedigers. Het inzicht dat zelfregulering er niet in slaagt een einde te maken aan de straffeloosheid, lijkt terrein te winnen.

© Broederlijk Delen

 

Sinds 2014 lopen er onderhandelingen over een bindend VN-verdrag rond bedrijven en mensenrechten, dat de verantwoordelijkheden van overheden én bedrijven op internationaal niveau wil verankeren. 100 staten namen deel aan de derde sessie van de werkgroep in oktober 2017. De Europese Unie blijft sceptisch, maar 250 parlementairen vanuit 14 Europese landen drukten al hun steun uit voor een bindend verdrag. Ook België geeft positieve signalen. Oktober 2018 wordt een moment van de waarheid: dan wordt een concrete tekst besproken en moeten staten kleur bekennen. Het geweld tegen mensenrechten- en milieuverdedigers in de context van bedrijfsactiviteiten is één van de hete hangijzers in de besprekingen.

‘Als we er niet in slagen de mensen te beschermen die in de frontlinie staan van milieubescherming, kunnen we ook de mensenrechten niet beschermen’, zei VN-Rapporteur voor Mensenrechten & Milieu John Knox tijdens de sessie van de VN-Mensenrechtenraad in maart.

Of zoals Isabel Zuleta (Ríos Vivos, Colombia) het verwoordde in het Europees Parlement: ‘Water, bossen en bergen kunnen zichzelf niet beschermen. Iemand moet het voor hen doen.’

 

Wies Willems is beleidsmedewerker natuurlijke rijkdommen bij Broederlijk Delen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift