Een politieke keuze?

Wie is kwetsbaar en wie niet? Kaart van VN-klimaatpanel stuit op kritiek

Asian Development Bank / Flickr (CC BY-NC-ND 2.0)

Vrouwen waden door een overstroomde straat in Pakistan. Het IPCC-rapport schetst een grimmig beeld van hoe de mensheid wordt bedreigd.

Het klimaatpanel van de VN bestempelt 3,3 tot 3,6 miljard mensen als zeer kwetsbaar voor klimaatrampen. Maar hoe die groep bepaald wordt, staat ter discussie. Is het vooral een politieke keuze?

Met de verschijning van het laatste klimaatrapport van het wetenschappelijke klimaatpanel van de VN (IPCC) heeft een grote wetenschappelijke instantie voor het eerst aangewezen hoeveel mensen zeer kwetsbaar zijn voor klimaatverandering. Het IPCC spreekt over 3,3 tot 3,6 miljard mensen – bijna de helft van de wereldbevolking.

Het IPCC-rapport schetst zo een grimmig beeld van hoe de mensheid wordt bedreigd. En het blijkt ook een gevoelige snaar te raken.

Een kaart die laat zien hoe wetenschappers tot het enorme aantal zijn gekomen, werd door veel nationale vertegenwoordigers geschrapt uit uit de voor beleidsmakers bedoelde samenvatting van het rapport. De kaart zou misleidend en problematisch zijn.

Heel Afrika

Zo is op de kaart een groot deel van het Afrikaanse continent roodgekleurd vanwege ‘zeer hoge’ kwetsbaarheid, terwijl Caribische eilanden als minder kwetsbaar worden afgebeeld.

Die laatsten worden weliswaar bedreigd door zware orkanen en zeespiegelstijging, maar hebben in verhouding meer middelen en infrastructuur om de klimaatextremen het hoofd te bieden. Australië, waar onlangs nog zeker twintig mensen omkwamen bij overstromingen, wordt ingedeeld als een van de veiligste plaatsen op de wereld.

De indeling raakt zowel de trots van landen – geen land wil gezien worden als een hopeloos geval – als hun toegang tot hulpbronnen. Middels het VN-klimaatverdrag hebben rijke landen afgesproken om financiering te verstrekken aan ontwikkelingslanden, ‘vooral de bijzonder kwetsbare landen’. Maar er is niet afgesproken hoe die kwetsbaarheid gemeten wordt.

Hoewel IPCC-rapporten op zich geen beleid voorschrijven, kunnen ze wel degelijk van invloed zijn op beslissingen over welke landen een speciale behandeling verdienen.

Een politieke vraag

De indeling biedt ‘een vereenvoudigd overzichtsbeeld’ van wereldwijde kwetsbaarheid, zegt Jörn Birkmann. Hij is een van de coördinerende hoofdauteurs van het rapport en verbonden aan de Universiteit van Stuttgart, waar hij klimaatkwetsbaarheid onderzoekt.

‘Er is niet één waarheid als het gaat om kwetsbaarheid, omdat er allerlei verschillende mogelijke interpretaties zijn.

De classificatie laat bijvoorbeeld zien dat Micronesië kwetsbaarder is dan Australië, ‘ook al kampt Australië met veel overstromingen. En dat is een belangrijke boodschap’, zegt hij.

Het definiëren van kwetsbaarheid is ‘een politieke vraag’, zegt Richard Klein, senior onderzoeker bij het Stockholm Environment Institute. ‘Er is niet één waarheid als het gaat om kwetsbaarheid, omdat er allerlei verschillende mogelijke interpretaties zijn. De indicatoren kunnen je alles vertellen wat je wilt dat ze je vertellen.’

Het IPCC definieert kwetsbaarheid in het rapport als ‘de geneigdheid of aanleg om nadelig te worden beïnvloed’ en ‘het gebrek aan capaciteit om [met klimaatverandering] om te gaan en zich [daaraan] aan te passen’.

Het getal 3,3 tot 3,6 miljard komt overeen met de bevolking van de landen die zijn gerangschikt in de twee meest kwetsbare niveaus (van de vijf). Mozambique, Somalië, Nigeria, Afghanistan en Haïti worden gelabeld met ‘zeer hoge’ kwetsbaarheid, en India, Pakistan en de Filippijnen krijgen het label ‘hoge’ kwetsbaarheid.

Niet individueel

De auteurs keken naar de veerkracht en het aanpassingsvermogen van elk land als geheel.

Daartegenover leven naar schatting 1,8 tot 2 miljard mensen in landen die aangemerkt worden met lage of zeer lage kwetsbaarheid. In die laatste categorie vallen het VK, Australië, Canada en Zweden.

Auteur Birkmann: ‘We geven geen specifiek kwetsbaarheidslabel aan specifieke personen. We zeggen niet dat alle mensen in Tsjaad of Afghanistan kwetsbaar zijn.’ Waar de auteurs wel naar keken, was de veerkracht en het aanpassingsvermogen van elk land als geheel. En dat hangt weer meer af van ontwikkelingscriteria dan van klimatologische omstandigheden.

De classificatie is gebaseerd op indicatoren uit de INFORM Risk Index en de World Risk Index, die gaan over factoren als toegang tot basisinfrastructuur en gezondheidszorg, voeding, extreme armoede, alfabetiseringsgraad, ongelijkheid, bestuur en corruptie.

Er wordt daarin geen rekening gehouden met blootstelling aan zeespiegelstijging, stormen, hittestress of overstromingen. Ook risicoanalyses ontbreken. Dat toont het gebrek aan consensus over hoe de ernst van verschillende klimaatgevaren vergeleken moeten worden.

Verschillen binnen landen

Sommige landen hebben hun bezorgdheid geuit over het feit dat de nationale gemiddelden geen verklaring kunnen geven voor verschillen binnen landen. Anderen vinden de criteria op het gebied van bestuur en corruptie bevooroordeeld ten opzichte van rijke landen.

Debra Roberts, medevoorzitter van de IPCC-werkgroep over klimaateffecten en adaptatie, verdedigt de aanpak. Als hoofd Duurzame en Veerkrachtige Stadsinitiatieven bij de Zuid-Afrikaanse stad Durban weet ze welke beleidsimplicaties de indeling met zich meebrengt.

Zij noemt de kwetsbaarheidsbeoordeling nuttig, ‘omdat het ons een idee geeft van de omvang van het probleem’. En hoewel de kaart zich baseert op maar enkele indicatoren, slaan die op ‘een veel breder verhaal, namelijk dat onze fundamenten gevaar lopen’.

‘Specifieke demografische data maken geen fundamenteel verschil voor het mondiale beeld.’

Het IPCC erkent de beperkingen van de indeling van kwetsbaarheid op nationaal niveau, en stelt dat er zeer kwetsbare groepen bestaan binnen landen met een lage kwetsbaarheid. In Noord-Amerika bijvoorbeeld leven stedelijke etnische minderheden, immigranten en native Americans vaker in klimaatgevaarlijke zones. En in Europa zijn arme huishoudens en ouderen kwetsbaarder voor overstromingen en hittestress.

Toch maken deze specifieke demografische data geen fundamenteel verschil voor het mondiale beeld, zegt Birkmann. Landen als de VS, Duitsland en het VK hebben de financiële capaciteit om de kwetsbaarheid van deze groepen te verminderen. ‘Dat is niet het geval in Somalië.’

Onderzoeker Klein denkt dat de toegang tot middelen en de capaciteit om te reageren op klimaatrampen niet per se betekent dat een overheid ze ook optimaal zal gebruiken. ‘Volgens mij zou het nuttig zijn om veel specifieker te zijn over wat ménsen nou precies kwetsbaar maakt; niet landen. En ook om betere aanpassingsstrategieën te bedenken die mensen minder kwetsbaar maken. En dat is een heel ander verhaal’, besluit hij.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen bij IPS-partner Climate Home News.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift