Windmolens hebben (g)een imagoprobleem

Gemeentebestuur verwerpt vergunning, buurtcomité protesteert: opvallend vaak komen windturbines negatief in het nieuws. Anderzijds wijzen opiniepeilingen op een grote steun voor windenergie onder de Vlaamse bevolking. Hebben windmolens een imagoprobleem en hoe komt dat? 

Een analyse van de berichtgeving toont dat windmolens vaak op een negatieve manier in de Vlaamse pers aan bod komen.

Artikels over gemeentebesturen die in beroep gaan tegen bouwvergunningen voor windmolens, actiecomités die hun bezorgdheid uiten, projecten die op buurtprotest stoten…

De berichtgeving in 2015 focuste onder meer op de controverse rond windmolens in Aalter, Arendonk, Bilzen, Boutersem, Denderleeuw, Dentergem, Denterhoutem, Erebodegem, Haaltert, Heers, Hoegaarden, Kaprijke, Linter, Maldegem, Melle, Menen, Oelegem, Reet, Riemst, Riemst, Rumst/Kontich, Tienen, Turnhout, Vrasene, Wervik, Wevelgem, Woestijne, Zonnebeke en Zulte/Oeselgem.

Een hele waslijst. Afgaande op de vinger-aan-de-pols van de lokale journalistiek zou je besluiten dat windmolens in Vlaanderen een ernstig imagoprobleem hebben. Opinie-onderzoeken lijken echter het omgekeerde aan te tonen.

Poppy CC BY NC ND 2.0

 

‘Heel erg voorstander van windturbines’

In opdracht van de Organisatie Duurzame Energie (ODE) en de Vlaamse Wind Energie Associatie (VWEA) voerde peilingbureau Ipsos in maart 2014 een onderzoek uit bij 581 Nederlandstaligen tussen 16 en 70 jaar. Op de vraag ‘Zou windenergie volgens u moeten zorgen voor een groot deel van de Belgische elektriciteitsvoorziening?’ antwoordde 87 procent ‘ja’, 6 procent ‘neen’ en 7 procent gaf aan ‘geen mening’ te hebben.

Identiek dezelfde scores kwamen er op de vraag ‘Denkt u dat men het potentieel voor windenergie maximaal zou moeten benutten in Vlaanderen?’ De peiling duidt met andere woorden op een grote steun voor windenergie onder de Vlaamse bevolking.

Op de vraag ‘Wat is uw mening over de aanleg van windturbines in Vlaanderen in het algemeen?’, toonde 38 procent van de respondenten zich ‘heel erg voor’ en 46 procent ‘eerder voor’. 

Bovenstaande resultaten liggen ook in de lijn van de representatieve steekproef die het Vlaams Energie Agentschap in 2011 liet afnemen. Op de vraag ‘Wat is uw mening over de aanleg van windturbines in Vlaanderen in het algemeen?’, toonde 38 procent van de respondenten zich ‘heel erg voor’ en 46 procent ‘eerder voor’. Opnieuw dus toonde meer dan tachtig procent zich voorstaander van windenergie. Bij de subcategorie van de bevraagden die bij hun thuis ‘een windturbine zien’ liep de steun zelfs op tot 94 procent.

Anderzijds: op de vraag ‘Op welke afstand van uw woning vindt u een windturbine aanvaardbaar?’ antwoordde in het onderzoek slechts 13 procent ‘op 500 meter of minder’, 26 procent antwoordde ‘500 meter tot 1000 meter’ en 39 procent ‘1000 tot 5000 meter’.

Nog een ander onderzoek, in 2010 uitgevoerd door de Hogeschool West-Vlaanderen, wees op het verschil in houding tegenover windturbineparken voor en na de bouw ervan. Bij de ondervraagden in Izegem, Ieper, Kortrijk en Brugge zag je hetzelfde effect: na de bouw van het windturbinepark lieten meer ondervraagden er zich positief over uit dan er voor.

© Aspiravi

Windturbines in Amel

De zwijgende meerderheid

Positieve opinie-peilingen maar negatieve berichtgeving, hoe rijm je die twee? En heeft windenergie een imagoprobleem? MO* legde de vragen voor aan Bart Bode, algemeen directeur van de Organisatie Duurzame Energie, en spreekbuis van de windenergie-sector.

Heeft windenergie een imagoprobleem?

Bart Bode: Ga je het thema windmolens mediatiek analyseren, dan zeg je inderdaad: “We zitten met een groot probleem.” Maar het onderzoek dat we vorig jaar lieten uitvoeren door Ipsos wijst net op een groot draagvlak voor windenergie.

Ik denk dat het probleem ligt bij zwijgende meerderheid. Als ik mij voorstander van een windenergie verklaar, krijg ik er geen gehoor voor. Probleem is dat de meeste mensen zich er ook niet over uitspreken.

Het onderzoek van de Hogeschool West-Vlaanderen, dat wijst op een positievere houding eens een windpark is gerealiseerd, toont dat er angst is voor het onbekende. Dat onbekende is: wat zal de reële impact zijn op mijn leefomgeving? Daar heb je een aantal indicaties voor, zoals geluid en slagschaduw.

Heeft u begrip voor de bezorgdheid van sommige omwonenden rond geluidsoverlast?

Bode: Objectieve normen leggen vast hoeveel decibel een windturbine mag produceren. Tenzij je in een stiltegebied woont, verdwijnen die decibels al snel in het omgevingsgeluid.

Kijk, mijn vrouw hoort ‘s nachts de hond van de buurman blaffen. Ik hoor dat niet. Dat heeft dus niets te maken met het aantal decibel. En daar merk je dat mensen die veeleer negatief zijn ingesteld ten opzichte van windturbines, ook daadwerkelijk meer last hebben van geluid en slagschaduw.

© Kristof Clerix

Bart Bode (ODE)

Hoe ga je om met de bekommernis van buurtbewoners om een bepaald historisch uitzicht?

Bode: Dat visuele aspect vind ik een zeer moeilijke zaak. Dat is een groot stuk interpretatie. De KU Leuven heeft daar eens een onderzoek naar gedaan. Wat blijkt? Als je een meer gemengd landschap hebt, geven respondenten aan dat een windturbine niet als storend element optreedt. In een puur open landschap worden turbines wel als vreemd of storend ervaren. Maar hoe je dat gaat objectiveren, dat is de vraag.

Wat je wel kan objectiveren, zijn het aantal bezwaarschriften dat wordt ingediend tegen nieuwe windmolenparken.

Bode: Nogmaals: mensen die positief staan tegenover windmolens komen haast niet aan bod in de media, enkel de groep die protesteert. Of die representatief is of niet, dat wordt langs geen kanten nagegaan. Is dat vijf man en een paardenkop, of gaat het om tachtig procent van de gemeente? Dat onderscheid wordt niet gemaakt.

Wanneer een lokale actiegroep in een dorp duizend handtekeningen inzamelt tegen een windmolenpark, zegt dat dan niets over het reële draagvlak in dat dorp?

Bode: Als die handtekeningen inderdaad van de lokale bevolking zijn, lijkt het me representatief te zijn. En dan is er inderdaad een ernstig probleem qua draagvlak. Maar vanuit de windenergie-sector hoor ik soms andere voorbeelden. Van een dame bijvoorbeeld die een herberg uitbaatte, en alle passerende wielertoeristen vroeg om een handtekening tegen het geplande windmolenpark in de buurt. Zo had ze er honderden ingezameld. Met andere woorden: je moet altijd opletten met de kwaliteit van de getallen.

Maar stel dat het échte handtekeningen van échte dorpelingen zijn…

Bode: Dan moet je daar wel iets mee doen. Hier bij de Organisatie Duurzame Energie hebben we al een aantal keer actiecomités over de vloer gehad. Ik vond dat een zeer redelijke en volwassen dialoog. Ze zeiden dat ze niet tegen windturbines an sich gekant zijn, maar tegen bepaalde concrete elementen. Daar kan je een dialoog mee voeren.

Ik heb wel begrip voor de besognes van actiecomités. Als het redelijke eisen zijn, moeten we er iets mee doen. Maar voor alle duidelijkheid: sommigen stellen ook onredelijk eisen. In de gemeente Kalmthout was er onlangs veel protest over een windmolenproject. Geluidsoverlast, zo luidde de klacht. Vervolgens zijn er metingen geweest. Daaruit bleek dat in de slaapkamer van iemand die hard protesteerde welgeteld 18 decibel werd gemeten. Om maar aan te geven: wat is onredelijk?

Het MO*artikel ‘Op deze plekken in Vlaanderen komen (hoogstwaarschijnlijk) nieuwe windmolens’ werd meteen geretweet door Immoweb. Wat antwoordt u aan een omwonende die zich zorgen maakt over een mogelijke waardeverminderng van zijn huis door de komst van een windmolen in de buurt?

Bode: Denken dat je huis in waarde zal dalen door de nabijheid van een windmolen getuigt van een kortetermijnvisie. Ik zou het net omdraaien. Als we binnenkort een probleem hebben met de energiebevoorrading, dan zal de waarde van een woning hoger zijn wanneer ze dichter bij een windturbine staat. In het kader van de toekomstige energienetten zal de nabijheid van elektriciteitsproductie een meerwaarde betekenen. Ik ben ervan overtuigd dat het op een dag écht zo zal zijn.  

Met dank aan David Ongenaert voor de analyse van de media-berichtgeving. 

© Aspiravi

Antwerpen Rechteroever

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur