Ze komen uit het Zuiden

Analyse

Ze komen uit het Zuiden

30 november 2006

Mittal Steel en Tata Steel kochten dit jaar oude Europese concurrenten op. Is dat het begin van een heel nieuwe economische wereldorde?

‘Le défi Chinois’, zo omschrijft Rob Van Tulder, hoogleraar verbonden aan de vakgroep Business-Society Management van de Rotterdam School of Management, de opkomst van multinationals uit het zuiden. Hij verwijst hiermee naar het legendarische boek van Jean-Jacques Servan-Schreiber Le défi Americain uit 1967, over het gevaar van de opkomst van grote multinationale ondernemingen uit de Verenigde Staten.
‘We zitten ondertussen al aan de vierde generatie multinationals. Na de Amerikanen kwamen de Japanners en vervolgens de Zuid-Koreanen. En telkens weer hadden we daar in Europa grote vraagtekens bij.’ Maar niet alleen China zendt zijn multinationals uit, ook vanuit Rusland en India komen grote investeringsstromen op gang.
Toch zijn er deze keer opmerkelijke verschillen met voorgaande bewegingen van internationalisering van bedrijven. ‘Voor het eerst gaat het om multinationals uit echte ontwikkelingslanden. Ze internationaliseren ook in een veel vroeger stadium en richten zich niet naar consumenten, maar verdedigen vaak de strategische belangen van hun thuisland’, aldus Van Tulder. Deze zuidelijke multinationals zijn steevast actief in zeer strategische sectoren zoals olie, staal en steenkool en in veel gevallen gaat het om staatsondernemingen.
Afrika is in toenemende mate het toneel waarop de grondstoffenhonger van de grote familieondernemingen uit India en de gigantische staatsondernemingen uit China gestild wordt. Voor het eerst is er dus sprake van een aanzienlijke stroom Foreign Direct Investments (FDI) die volledig Zuid-Zuid gericht is. In sommige landen, zoals Botswana, is de Zuid-Zuid stroom al groter dan de vertrouwde Noord-Zuid investeringsstroom.
‘We evolueren hiermee voor een stuk opnieuw naar de situatie van de periode voor de kolonialisering. Toen vormden India en China ook grote regionale handelsblokken’, zegt Van Tulder. ‘Je mag de historische erfenis van het kolonialisme ook niet onderschatten. Veel Afrikaanse staatshoofden zijn oprecht blij dat ze kunnen onderhandelen met iemand uit het Zuiden.’ Dat dit ook de ontwikkeling van de landen die zich aan de ontvangende kant van de investeringsstroom bevinden ten goede komt, wil Van Tulder vandaag nog niet gezegd hebben.
‘Die vraag geldt voor een groot stuk ook als ondernemingen uit het Westen investeren in ontwikkelingslanden. Het is niet sluitend bewezen dat FDI’s daadwerkelijk bijdragen tot de ontwikkeling van een land. Maar het is natuurlijk wel zo dat multinationals uit de opkomende economieën er minder problemen mee hebben om zaken zoals mensenrechten en het milieu naast zich neer te leggen. Dat hoeft ook niet te verwonderen, aangezien daar in hun thuisland door de band ook weinig aandacht aan wordt besteed’, zegt Van Tulder.
‘Ik zeg niet dat bedrijven zoals Shell en BP heilige boontjes zijn, maar ze werken wel in joint ventures met lokale ondernemingen, terwijl  het Aziatisch model vertrekt van gesloten investeringen. Dat houdt in dat het hele project gedragen en uitgevoerd wordt door henzelf, waardoor de lokale bevolking er weinig baat bij heeft. En sommige van die investeringsprojecten worden ook nog eens onder de noemer van ontwikkelingshulp gefinancierd.’ (svdh)

Multinationals met een hart

De meeste bedrijven in het Westen hebben al langer de mond vol van Corporate Social Responsability of Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO): ondernemingen die niet alleen rekening houden met hun winst en aandeelhouders, maar ook aandacht schenken aan ecologische, maatschappelijke en sociale uitdagingen. Zijn de nieuwe multinationals uit het Zuiden daar ook mee bezig? ‘Bij MVO is het reputatiemechanisme zeer belangrijk. Ngo’s en de media oefenen druk uit op de bedrijfsleiding, maar kunnen dat alleen doen als consumenten hun zorgen delen.
In veel ontwikkelingslanden is er geen actief maatschappelijk middenveld, waardoor het belang van een goede reputatie minder speelt’, zegt Luc Van Liedekerke van het Centrum Economie en Ethiek aan de Katholieke Universiteit Leuven.

‘Maar MVO kan ook te danken zijn aan de interne motivatie van de bedrijfsleider. En dat gebeurt zowel bij bedrijven uit ontwikkelingslanden als deze uit het Westen.’

Rob Van Tulder, hoogleraar verbonden aan de vakgroep Business Society Management van de Rotterdam School of Management, is kritischer. ‘Bij multinationals uit het Zuiden is op dit moment aanzienlijk minder sprake van een actieve MVO benadering. Integendeel, door hun positionering als steeds meer te duchten concurrenten kunnen we vrezen dat het belang van MVO nu ook opnieuw afneemt bij westerse bedrijven, actief in bijvoorbeeld Afrika, die eerder wel bereid waren rekening te houden met een aantal ethische principes’.

Birma is een mooi voorbeeld van het mechanisme dat nu speelt. ‘Verschillende westerse bedrijven hebben zich destijds teruggetrokken omwille van het gewelddadige regime’, zegt Van Liederkerke. ‘ Met als gevolg dat de markt onmiddellijk overspoeld werd door de Aziatische spelers, die veel minder bekommerd waren om de daden van het regime.’

Anderzijds hebben multinationals uit het Zuiden er geen baat bij dat conflicten blijven aanslepen. ‘In dat opzicht zou China bijvoorbeeld nog een doorslaggevende rol kunnen spelen bij het conflict in Soedan’, zegt Van Tulder. ‘China heeft baat bij stabilisering en zal daarvoor misschien  op een bepaald moment veel directer tussenkomen bij de regering dan het Westen nu vermag.’ (svdh)

Multinationals uit het Zuiden: de resultaten

Het World Investment Report 2006 plaatst de controverses rond de opkomst van multinationals uit ontwikkelingslanden in een breed, systematisch en actueel perspectief. Het rapport wordt uitgegeven door UNCTAD, het gespecialiseerd orgaan van de Verenigde Naties voor handel en ontwikkeling, en biedt jaarlijks een overzicht van alle trends in Buitenlandse Directe Investeringen (BDI).
Dit jaar is voor het eerst aandacht geschonken aan de toegenomen rol van multinationals uit ontwikkelingslanden.
De totale omzet van multinationals uit ontwikkelingslanden bedroeg in 2005 1, 48 triljoen euro. Die omzet werd door zo’n zes miljoen werknemers geproduceerd.

In de lijst met ’s werelds grootste bedrijven, de Fortune 500, staan vandaag 47 groepen uit ontwikkelingslanden. In 1990 waren dat er slechts negentien. De overgrote meerderheid heeft zijn hoofdkantoor in Azië.

De wereldwijde inkomsten uit Buitenlandse Directe Investeringen (BDI) stegen in 2005 voor het tweede jaar op rij tot 731 miljard euro. Het gaat om een stijging van 29 procent in vergelijking met 2004. Ontwikkelingslanden ontvingen daarvan 267 miljard, 22 procent meer dan in 2004.

In absolute cijfers gaat het meeste geld nog altijd naar Azië en Latijns-Amerika, respectievelijk 132 en 83 miljard euro. Relatief gezien was de groei het sterkst in Afrika, met een stijging van 78 procent en in West-Azië met een stijging van maar liefst 85 procent. De investeringen in Afrika, ter waarde van 24,7 miljard euro, kwamen enkel landen ten goede die rijk zijn aan grondstoffen.
De industriële reuzen uit het Zuiden investeren vooral in de eigen regio. In 2004 was een kwart van de investeringen in ontwikkelingslanden afkomstig uit een ander land van het Zuiden.  (svhw)
Bron: The World Investment Report 2006