Dossier: 

Zin en onzin van de islamles

De geschiedenisles heeft weinig oog voor de diversiteit binnen de samenleving, wordt wel eens gezegd. Maar biedt de islamles een alternatief? Kan dit de leemte vullen en de kinderen met een islamitische achtergrond een houvast bieden? En wat met de kennisoverdracht? Wat zijn de leerplannen en de eindtermen?

  • Shane T. McCoy (Public Domain CC0) Shane T. McCoy (Public Domain CC0)

H et eerste wat Ahmed Azzouz, inspecteur islamitische godsdienst, wilde benadrukken is het feit dat de leerplannen opgesteld zijn op zo’n manier dat ze niet indruisen tegen mensenrechten. ‘Respect voor mensenrechten, dat is het algemene kader waarin we opereren’, zegt hij.

‘Dat is een verplichting vanuit de overheid, het geldt voor alle levensbeschouwelijke vakken en het is ook mijn visie’, legt hij verder uit. ‘Wij, bij de Moslimexecutieve, de instantie die bevoegd is voor islamonderwijs in België, zijn voorstander van een moderne lezing van de islam. Voorts houden we rekening met de wetten van het land en met het pedagogische project van de school’.

Ahmed Azzouz maakt ook meteen duidelijk dat radicalisering een aandachtspunt is in deze lessen. ‘Wij trachten een tegendiscours klaar te hebben dat leerlingen versterkt en hen weerhoudt om via bijvoorbeeld het internet meegesleept te worden in een extremistisch gedachtegoed’. ‘Ook dat gebeurt in opdracht van de overheid. En wij hebben in dat verband een aantal studiedagen georganiseerd voor de leerkrachten islamitische godsdienst’, zegt de inspecteur.

Stromingen en rechtsscholen

Eigenlijk was dat niet de eerste vraag die ik wilde stellen. Wat ik vooral wilde weten was of de lessen islamitische godsdienst verder reiken dan het doorgeven van basiskennis. Ik wilde nagaan of deze lessen ook onderwerpen aansnijden als de verschillende stromingen binnen de islam, de vier rechtsscholen bij de soennieten, de verscheidenheid binnen het islamitische gedachtegoed, de hoogtes en laagtes daarin … Of blijven ze daarentegen steken in de herhaling van de vijf zuilen, zoals sommige ouders beweren.

‘Wat je krijgt als leerkracht is een algemeen kader en het is aan jou om zelf de les in te vullen’

‘Als je de leerplannen doorneemt, zie je dat er een verticale lijn is en een horizontale lijn. In de horizontale lijn zijn er thema’s die elk jaar terugkomen. Er zijn thema’s die verband houden met het geloof, is een luik “gedrag” en er is het luik “samenleving”. Elk jaar wordt op die thema’s verder gebouwd’, zegt Hacer Düzgün, die in het verleden als ondervoorzitter van de Moslimexecutieve nauw betrokken was bij de opstelling van de leerinhouden. ‘Wat je krijgt als leerkracht is een algemeen kader en het is aan jou om zelf de les in te vullen.'

Hacer Düzgün geeft les aan leerlingen van de derde graad. Ze ondervindt geen problemen om ingewikkelde thema’s aan bod te laten komen. ‘Ook thema’s als diversiteit binnen de islamitische samenlevingen, de verschillende stromingen en rechtsscholen komen bij mij aan bod. Ik moet dat doen want ik heb zelf in de klas leerlingen met verschillende islamitische achtergronden. Ook soefisme komt bij mij aan bod’, zegt ze.

Redumentaire kennis

Maar dat is niet de ervaring van alle leerkrachten. Nordin die sinds enkele maanden is aangesteld als leerkracht in het basisonderwijs en het lager secundair onderwijs stelt vast dat op dat vlak de kennis bij de leerlingen heel rudimentair is. ‘Ik heb onlangs een test aan de leerlingen voorgelegd met vragen die verband houden met basisinformatie die ze normaal gezien zouden moeten kennen. Maar de meesten konden niet antwoorden’, stelt hij vast. Hij verwijst ook naar het niveauverschil tussen de leerlingen. ‘Sommigen weten heel veel, anderen bijna niets. De kennis van de leerlingen is niet alleen rudimentair maar ook chaotisch. Er zit geen structuur in’, zegt Nordin.

‘Ik mis idealisme bij sommige leerkrachten, daar moet ook aan gewerkt worden’

Dat zijn voorganger weinig deed is volgens hem een belangrijke verklaring voor het algemene lage niveau. ‘De eerste generatie islamleerkrachten heeft zelf slechts een basiskennis over de islam. Ze hebben ook geen pedagogische vorming gehad. Daarbovenop zijn er een aantal leerkrachten die dit beroep gekozen hebben om aan een job te geraken, omdat ze geen alternatief hebben’.

‘De voorwaarden om als islamleerkracht aangesteld te worden zijn eigenlijk vrij gemakkelijk’, zegt Bahattin Koçak, die al twintig jaar voor de klas staat. ‘Voor het basisonderwijs moet je alleen een A2-diploma hebben, een getuigschrift van de specifieke lerarenopleiding behalen en na een selectieproef van de Executieve kan je als leerkracht aan de slag. Dat is niet te vergelijken met de leerkrachten katholieke godsdienst of zedenleer. Ze moeten een opleiding volgen die drie jaar duurt. Voor islamleerkrachten zijn zulke opleidingen pas van start gegaan of moeten ze nog starten’, zegt islamleerkracht Bahattin Koçak.

‘Ik mis idealisme bij sommige leerkrachten, daar moet ook aan gewerkt worden. En we hebben in Vlaanderen slechts drie inspecteurs. Dat is ook te weinig’, zegt Koçak nog.

Opvoeden en begeleiden

Ook Najet die les geeft in het lager onderwijs stelt vast dat de leerlingen heel weinig weten. Zij schrijft het lage niveau echter niet zozeer aan de leerkracht toe maar eerder aan de omstandigheden waarin die lessen plaatsvinden. ‘Er zullen wel leerkrachten zijn die zich niet genoeg inzetten’, zegt ze, ‘en dat geldt ook voor de andere vakken. Maar wat je moet weten is dat een leerkracht islamitische godsdienst geen gewone leerkracht is die alleen met zijn vak bezig is. Ik sta al 25 jaar in het onderwijs. Ik geef niet alleen les, ik geef ook raad en ik sta de kinderen bij als er problemen zijn.’

‘Een groot deel van mijn werk is opvoeden en begeleiden. Ik blijf de leerlingen wijzen op het belang van hun studies. Ik maak hen duidelijk dat ze dubbel zo hard moeten werken als ze iets in het leven willen bereiken. De school doet ook beroep op mij om van alles en nog wat te regelen: om te vertalen, om te bemiddelen, om allerlei problemen met leerlingen op te lossen. En ik sta in het lager onderwijs. In het middelbaar is de situatie nog moeilijker. Daar heb je te maken met nog grotere klassen en zijn de leerlingen niet even gemakkelijk. Probeer maar als leerkracht islam een klas van dertig leerlingen in het technisch onderwijs te boeien. Ik zeg niet dat het onmogelijk is maar het is stukken moeilijker dan in het basis onderwijs’.

‘Ik maak hen duidelijk dat ze dubbel zo hard moeten werken als ze iets in het leven willen bereiken’

‘In het middelbaar komen de leerlingen van allerlei netten en hebben ze verschillende trajecten achter de rug’, legt Ahmed Azzouz uit. ‘Er zijn er bij die van katholieke scholen komen. Sommigen hebben al islamles gehad, anderen weer niet. Sommigen gaan in het weekend Arabisch en islam in de moskee of in een vereniging volgen, anderen weer niet. Als leerkracht ben jij verplicht om met iedereen rekening te houden.’

‘Bovendien zit je met grote klassen. In het middelbaar is het niet gemakkelijk om iedereen te blijven boeien. Je hebt slechts twee lesuren per week. Dat is heel beperkt en bovendien is het coëfficiënt niet hoog. Het is geen vak dat telt voor je verdere schoolloopbaan. Dat is de realiteit. Met al die gegevens moet je als leerkracht rekening houden en proberen om toch iets door te geven aan de leerlingen.’

‘Je kunt leerlingen altijd boeien, ook wanneer de les niet zo van belang is voor de schoolcarrière en ook wanneer de jongeren behoren tot de minder goede leerlingen. Je moet alleen de juiste manier vinden om dat te doen. Met leerlingen in het beroepsonderwijs bijvoorbeeld breng ik deze onderwerpen in de vorm van een gesprek’, zegt Hacer Düzgün. En wat de opleiding betreft, vindt Hacer Düzgün dat de opleiding die aangeboden wordt door de Moslimexecutieve de leerkracht wel degelijk in staat stelt om les te geven. Het is dan aan de leerkracht zelf om zich verder bij te scholen of zich in bepaalde thema’s te verdiepen.

Bruggen bouwen

‘In de school heb je altijd bruggenbouwers tussen de school en de ouders nodig. Toen ik als leerkracht begon, kwamen er geen ouders naar de oudercontacten. Maar ondertussen komen ze wel. Ik heb me daar persoonlijk voor ingezet omdat het enorm belangrijk is voor de schoolloopbaan van hun kinderen. Ik let ook op het gedrag van de leerlingen. Als ik zie dat een leerling teveel spijbelt, ga ik in gesprek. Ik probeer hem of haar bewust te maken van het belang van een diploma en het nefaste effect van dat spijbelgedag op zijn of haar toekomst’.

‘Eigenlijk zijn we vooral met samenleven bezig’, zegt Nordin. ‘Je geeft basiskennis en je probeert de leerlingen te helpen hun weg te vinden in de diverse samenleving. Opvoeden en begeleiden zijn belangrijke elementen. Omgaan met pubers is niet gemakkelijk. Wanneer er moeilijkheden zijn met bepaalde leerlingen wordt er ook naar mijn mening gevraagd’, zegt Nordin.

‘Veel leerlingen zijn inderdaad moeilijk maar er zijn ook scholen waarin je als leerling voor de minste stommiteit buitenvliegt’, zegt van haar kant Najet. ‘Mijn man geeft islam in een school voor technisch onderwijs. Een van zijn hoofdbezigheden is ervoor zorgen dat leerlingen niet al te snel buitengezet worden’.

Radicalisering

Radicalisering is een aandachtspunt van alle leerkrachten, zegt Nordin. De alertheid is heel groot. Maar soms neemt de angst overdreven proporties aan. Het is genoeg dat een kind van acht of negen een term als oorlog of jihad in de mond neemt om iedereen te doen steigeren. In mijn school was er ook een leerling van achttien die op school wilde bidden. Hij eiste een gebedsruimte. Ik werd door de directie ingeschakeld. Ik ben met hem in gesprek gegaan en heb hem gezegd dat hij thuis kon bidden, na de schooluren. In feite heeft deze leerling een gedragsprobleem. Zijn vraag om een gebedsruimte was een manier om moeilijk te doen. Hij werd uiteindelijk van school weggestuurd.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur