Victoria Kajja: ‘Als preventiewerker kies ik ervoor condoomgebruik te promoten’

1 december Aidsdag

Victoria Kajja is aidspreventiewerkster in Oeganda. In het kader van een aidsprogramma werkt ze op dit moment voor Straight talk Foundation, een organisatie die de communicatie over seksualiteit en hiv/aids onder jongeren wil bevorderen. Yibeltal Assefa is directeur bij het Federal HIV/AIDS Prevention and Control Office in Ethiopië. Beiden behoren ze tot de winnaars van een essaywedstrijd voor ‘Emerging Voices’, georganiseerd door het Instituut voor Tropische Geneeskunde.

Wat zijn onder jongeren de belangrijkste redenen voor besmetting met hiv?

Victoria Kajja: ‘Jongeren gaan op zoek naar hun seksuele identiteit. Tijdens hun eerste seksuele ervaringen lopen ze het risico besmet te geraken. Jongeren weten wel dat ze een condoom moeten gebruiken, maar toch doen ze het meestal niet. Verder stijgt het alcohol-en druggebruik. Mijn broer is gestorven aan drugs. Voor hij stierf heeft hij me gezegd hoe erg het er tegenwoordig in scholen aan toegaat. Onder invloed hebben jongeren natuurlijk sneller onveilige seks. In conflictgebeiden als Noord-Oeganda, is de situatie compleet verschillend. Meisjes zijn er slachtoffer van seksueel geweld en door extreme armoede komen ze vaak in de seksindustrie terecht.

Yibeltal Assefa: ‘Jongeren hebben het er moeilijk mee om eigen keuzes te maken. Dat is een belangrijke reden waarom ze zo kwetsbaar zijn. Ze zijn op zoek naar uitdagingen en laten zich daarbij beïnvloeden door anderen. Ze geraken daardoor ook sneller verslaafd aan alcohol of drugs, wat onveilige seks in de hand werkt.’

Nemen jongeren ook meer risico’s omdat ze weten dat er medicijnen beschikbaar zijn?

Victoria Kajja: ‘Ik weet niet of wetenschappelijke studies dat al hebben aangetoond, maar vanuit mijn ervaring denk ik dat er inderdaad een tendens is naar gelatenheid. Vroeger waren jongeren bang dat anderen de symptomen van de ziekte zouden ontdekken of dat ze vroeg aan aids zouden sterven. Door antiretrovirale medicijnen kunnen mensen met hiv nog ongeveer twintig jaar een normaal leven leiden. In die tijd ontdekken wetenschappers misschien een nieuw middel tegen aids, waardoor ze nog eens twintig jaar langer kunnen leven. Jongeren zien aids dus alsmaar meer als een gewone ziekte. Dat kan tot meer risicogedrag leiden.’

Yibeltal Assefa: ‘In Ethiopië proberen wij mensen ook duidelijk te maken dat aids wel degelijk een ongeneeslijke ziekte is. We merken trouwens dat mensen die aidsremmers nemen hun gedrag niet meteen veranderen. Ze blijven onveilige seks hebben. Dat blijkt uit gegevens van ziekenhuizen. Veel hiv-positieven die aidsremmers nemen worden opgenomen omdat ze een seksueel overdraagbare infectie hebben opgelopen.’

U hebt uw essay geschreven over positieve preventie. Wat verstaat u daaronder?

Victoria Kajja: ‘Vroeger was preventie erop gericht te vermijden dat gezonde mensen hiv/aids zouden krijgen. We vroegen aan gezonde mensen om zich te laten testen en om een condoom te gebruiken. Nu nemen we hiv-positieve mensen als vertrekpunt voor aidspreventie. We geven hen psychosociale begeleiding en adviseren hen over medicatie, voeding en seksualiteit. We vragen hen om hun partner aan te moedigen zich te laten testen. En we sporen hiv-positieven aan om een condoom te gebruiken zodat ze anderen niet zouden besmetten.’

Is er in Ethiopië een specifieke aanpak voor aidspreventie?

Yibeltal Assefa: ‘Ethiopië heeft heel weinig middelen voor gezondheidszorg. Er is een tekort aan artsen en verplegers. Als we blijven rekenen op de loutere steun van buitenaf, geraken we zelf niet vooruit. Ik heb mijn essay geschreven over de rol van de lokale gemeenschap in aidspreventie. In Ethiopië moet de lokale gemeenschap medische zorgen helpen te verstrekken. Daarvoor is er training en toezicht nodig. De mensen die wij opleiden kunnen dan bijvoorbeeld anderen testen op hiv. Zo is het aantal mensen dat op hiv is getest al erg gestegen.’

In Oeganda rust op aids nog steeds een taboe. Hoe gaat u daar als preventiewerker mee om?

Victoria Kajja: ‘Wij proberen die taboes te doorprikken. Mensen met hiv/aids worden gestigmatiseerd, maar ze stigmatiseren ook zichzelf. Ze zijn beschaamd voor hun ziekte. Ze laten zich niet testen of weigeren medicatie te nemen omdat anderen dan te weten komen dat ze hiv-positief zijn. Ze blijven ook vaak onveilige seks hebben. Dat verhoogt natuurlijk de kans dat anderen besmet geraken. Daarom schakelen we jongeren in die al met hun ziekte weten om te gaan en die ervoor durven uit te komen. Zij kunnen andere positieve jongeren steunen en ertoe aanzetten dat ook te doen.

Ook op condoomgebruik rust een taboe. Moedigt u jongeren openlijk aan een condoom te gebruiken?

Victoria Kajja: Bij Straight talk Foundation werken we met jongeren tussen 10 en 24 jaar. Met jongeren tussen 10 en 14 jaar spreken we niet over condooms. Onze cultuur neemt aan dat die jongeren niet seksueel actief zijn. Bij jongeren tussen 15 en 24 jaar leggen we de nadruk op onthouding. Onze cultuur gaat er namelijk vanuit dat ook die jongeren nog geen seks hebben. Maar jongeren ouder dan vijftien komen naar me toe, zeggen dat ze seks hebben gehad en vragen me of ze zwanger kunnen zijn. Ze hebben dus al seks gehad. Ik kan hen toch niet zeggen dat ze zich moeten onthouden? Dan kies ik, als preventiewerker, ervoor het risico op besmetting te verminderen en condoomgebruik te promoten.’

‘Ook aan volwassenen kunnen we niet zeggen dat ze zich moeten onthouden. Van hen wordt verwacht dat ze trouw zijn aan hun partner. Cijfers tonen nochtans aan dat koppels er meerdere seksuele partners op nahouden. Om te vermijden dat ze hiv zouden overdragen, moedigen we ook hen aan een condoom te gebruiken.’

Oeganda is heel christelijk. Draagt dat ertoe bij dat seks, aids en condooms moeilijk bespreekbaar zijn?

Victoria Kajja: ‘Dat er niet openlijk kan worden gepraat over seks, aids en condooms hangt volgens mij meer af van de sociale context dan van de religieuze. In Oeganda zijn er wel veel religieuze organisaties die initiatieven voor aidsbestrijding steunen. Condoomgebruik promoten zij uiteraard niet. Dat kan wel een invloed hebben.’

Doen er bepaalde mythes over aids de ronde? Geloven mensen bijvoorbeeld dat ze van seks met een maagd kunnen genezen?

Victoria Kajja: ‘In Oeganda is dat niet echt het geval denk ik. Maar in sommige landen bestaan er inderdaad mythes die per gemeenschap variëren. Er zijn gemeenschappen die huwelijken met heel jonge meisjes promoten. Mannen hopen dat ze door seks met een jong meisje geen aids zullen krijgen of zullen genezen. Daarom is kennis zo belangrijk. We moeten die mythes proberen uit te roeien met kennis en feitelijke argumenten.’

Sinds de jaren ’90 heeft Oeganda een aidsbeleid. Hoe benadert de overheid het aidsprobleem?

Victoria Kajja: Het Oegandese aidsbeleid is gegroeid uit overleg. De overheid heeft hiv-positieven, hulpverleners en financiële steunverleners geraadpleegd. Zo is de A,B,C-aanpak ontstaan (Abstinence, Be faithful, Condom use). De overheid gelooft wel nog steeds dat de bevordering van condoomgebruik jongeren aanzet tot losbandig gedrag. Alleen bij getrouwde koppels zal de overheid misschien condoomgebruik promoten. Het officiële preventiebeleid concentreert zich dus op onthouding. Nochtans heeft de tijd aangetoond dat een beleid dat zich alleen concentreert op onthouding en echtelijke trouw niet werkt. Daarom moeten we studies uitvoeren over bijvoorbeeld het seksueel gedrag van jongeren. Als we de nodige bewijzen aanreiken, dan zal de houding van de overheid misschien veranderen.’

Verzet de overheid zich in Ethiopië ook tegen condoomgebruik?

Yibeltal Assefa: ‘Openlijk over seks praten is taboe, maar de overheid volgt wel de A,B,C-strategie. Het beleid legt zelfs de nadruk op condoomgebruik. We verspreiden folders met informatie en maken reclame via televisie en radio.’

PEPFAR, een Amerikaans steunprogramma opgericht onder president Bush, staat ervoor bekend dat het condoomgebruik afkeurt. Heeft PEPFAR geprobeerd het nationale beleid te beïnvloeden?

Yibeltal Assefa: ‘Ethiopië heeft zijn eigen nationale beleid. PEPFAR geeft financiële steun en is niet de leider van dat nationale beleid. PEPFAR heeft zeker geprobeerd dat beleid te beïnvloeden. In 2004 gaf PEPFAR voor het eerst financiële steun, bracht het zijn mensen hierheen en legde het zijn beleid op. Nu respecteert PEPFAR het principe van ‘country ownership’. Het geeft ons dus de ruimte om ons eigen beleid te voeren. Het geeft nog steeds geen geld voor condooms, maar het verzet zich evenmin actief tegen condoomgebruik.’

Er gaat veel aandacht en geld naar de bestrijding van hiv/aids in vergelijking met andere ziektes die ook veel slachtoffers maken. Staat dat de ontwikkeling van een universele gezondheidszorg in de weg?

Yibeltal Assefa: Zowel nationaal als wereldwijd worden sommige ziektes en aandoeningen genegeerd. In vergelijking met aids gaat er bijvoorbeeld te weinig aandacht naar malaria, tuberculose en moedersterfte. Sinds een jaar is er wel verbetering merkbaar. De internationale gemeenschap bekommert zich bijvoorbeeld al meer om moedersterfte. Maar ik wil vooral de nadruk leggen op de zogenaamde niet-overdraagbare chronische aandoeningen als diabetes. In ontwikkelingslanden worden steeds meer mensen daardoor ziek. Die aandoeningen treffen vooral productieve, hoogopgeleide mensen die de economie draaiende houden. De opmars van die ziektes heeft dus net zoals aids verregaande economische en sociale gevolgen.’

Victoria Kajja: ‘Er gaat veel aandacht naar hiv/aids ten nadele van andere ziektes. In Oeganda worden ook steeds meer mensen getroffen door niet-overdraagbare chronische aandoeningen als diabetes en hoge bloeddruk. Daar wordt niet genoeg op gefocust. Het is belangrijk dat we nu ingrijpen, zodat die ziektes geen grotere proporties aannemen. Verder is er te weinig belangstelling voor hepatitis en moedersterfte, die nochtans een invloed hebben op de ontwikkeling van het land. We moeten onze prioriteiten op het vlak van gezondheidszorg dus herformuleren en een evenwicht proberen te creëren.’

Volgens het Instituut voor Tropische Geneeskunde domineert het Noorden het globale gezondheidszorgdebat. Is dat aan het veranderen?

Victoria Kajja: ‘Het is belangrijk dat ontwikkelingslanden zelf kunnen beslissen welke maatregelen zij nemen om de gezondheidszorg te bevorderen. De noordelijke landen kunnen ons bijstaan, maar we moeten hun voorstellen aan onze context kunnen aanpassen. Aangezien de problemen zich bij ons afspelen, moeten wij ook gehoord worden. Ik merk dat die bottom-up benadering stilaan meer voorstanders heeft.’

Yibeltal Assefa: ‘Mensen uit de praktijk moeten inderdaad bij het beleid worden betrokken. Daarom is het forum dat het Instituut voor Tropische Geneeskunde ons nu geeft heel belangrijk.’

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3030   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Met de steun van

 3030  

Onze leden

11.11.1111.11.11 Search For Common GroundSearch For Common Ground Broederlijk delenBroederlijk Delen Rikolto (Vredeseilanden)Rikolto ZebrastraatZebrastraat Fair Trade BelgiumFairtrade Belgium 
MemisaMemisa Plan BelgiePlan WSM (Wereldsolidariteit)WSM Oxfam BelgiëOxfam België  Handicap InternationalHandicap International Artsen Zonder VakantieArtsen Zonder Vakantie FosFOS
 UnicefUnicef  Dokters van de WereldDokters van de wereld Caritas VlaanderenCaritas Vlaanderen

© Wereldmediahuis vzw — 2024.

De Vlaamse overheid is niet verantwoordelijk voor de inhoud van deze website.