Breekpunt of scharnier?

Blog

Breekpunt of scharnier?

Vandaag blijkt dat een cactus in onze tuin ineens opnieuw is beginnen te bloeien. Ook de rozen krijgen knoppen en de rabarber steekt opnieuw haar kopje boven. En dat op een herfstdag waarop bomen en bloemen zich eigenlijk zouden moeten klaarmaken voor hun winterslaap. Rare tijden, hier in Bolivia.

1. Ook op politiek vlak is er heel wat aan de hand. Het is onbegonnen werk om in enkele lijntjes de situatie uit te doeken te doen. De laatste weken heb ik aan verscheidene bijeenkomsten deelgenomen die telkens begonnen met een kritische analyse van het huidige veranderingsproces. Als ik dacht iets te kunnen inbrengen, dan was het iedere keer ter verdediging van de Indiaanse bevolkingsgroepen, de “indígenas” of “originarios”.
 
2. Het is duidelijk dat het in de komende weken in het land op een of andere manier tot een krachtmeting komt tussen twee groepen: de regering van Evo Morales enerzijds en anderzijds economische machtsgroepen in Santa Cruz. De regering wil de onlangs opgestelde nieuwe grondwet via referendum aan de bevolking ter goedkeuring voorleggen. Deze wet laat verschillende vormen van autonomie toe, onder andere een op basis van cultuurgemeenschappen. In Santa Cruz daarentegen, wil men een regionaal referendum houden om de statuten voor een autonoom Santa Cruz ter goedkeuring aan de bevolking voor te leggen, zonder daartoe de toelating te hebben van de centrale regering. Deze statuten betekenen in feite een breuk met de Boliviaanse grondwet, leiden tot een nieuw staatsbestel. Tussen die twee extremen in, die vernesteld zitten in een kluwen van vragen rond (on)wettelijkheid en recht op zelfbestuur, wriemelt het van lokale, regionale en sectoriële stellingnamen en conflicten.
 
3. Voor deze krachtmeting of machtstrijd is een einddatum vooropgesteld: 4 mei, dag waarop men het referendum wil doorvoeren. Wordt het een breekpunt dat tot een opgesplitst Bolivia leidt of een historisch scharniermoment dat de deur opent naar een nieuwe faze in het aan de gang zijnde veranderingsproces?  Er kan nog veel gebeuren eer het zover is, binnen een maand.
 
4. Men kan niet zomaar stellen dat het subtropische Oosten tegenover de westelijke Andesstreek staat, dat het om twee gebieden gaat die gemakkelijk van mekaar los te weken zijn. Groepen mensen zijn vanuit de Andes en de valleien naar het Oosten getrokken en maken daar nu deel uit van de bevolking. Een brede volkslaag in Santa Cruz, vooral dan in de buitenwijken van de stad en rurale gemeenschappen, gaan niet akkoord met de plannen van de grootgrondbezitters en patroons. Eigenlijk wil vrijwel niemand een verscheurd Bolivia. Anderzijds is het ook zo dat in Oost en West om verscheidene redenen, waaronder de inflatie en prijsstijgingen, de steun aan de regering van Evo vanwege de middenklasse aan het afzwakken is.                 
 
5. Zoals reeds vaker gebeurde in crisissituaties alhier, wordt nu op de kerkleiding beroep gedaan om de twee partijen met mekaar aan de praat te krijgen en te houden. De bisschoppen willen geen bemiddelaars zijn, alleen maar de dialoog vergemakkelijken, zeggen zij. Eerst was het de oppositie die om de tussenkomst van de kerk vroeg. Nu is het eerder de regering zelf die op haar deelname aandringt, maar tegelijk vroeg en bekwam dat personaliteiten uit andere landen aan de gesprekken zullen deelnemen. Anderzijds is het ook zo dat de bisschoppen onlangs een document publiceerden over de huidige situatie die de tekst van de nieuwe grondwet op een (al te) afwijzende wijze op de korrel neemt. Komt het, in dergelijke omstandigheden, tot een dialoog met resultaten?
 
6. “Het is toch merkwaardig dat zij die steeds voorrechten genoten nu ineens opschrikken uit vrees dat ze iets van hun privilegies zullen verliezen”, titelt een artikel dat hier naast me ligt.
Daar gaat het nu blijkbaar om. Zullen zij zich goedschiks inpassen in het huidige onstuitbare veranderingsproces dat tot meer gelijkheid en participatie moet leiden? Of zal men moeten proberen hen er hoe dan ook toe te dwingen,… welke ook de gevolgen daarvan mogen zijn? Een weg terug, naar zoals het vroeger was, is er niet.
 
7. Het voorgaande kan de indruk wekken dat we alleen maar met dergelijke zaken bezig zijn.
Er staat inderdaad veel op het spel en we volgen het van dichtbij. Maar vandaag heb ik bevoorbeeld een samenwerkingsakkoord ondertekend tussen CEPA en de afdeling antropologie aan de universiteit. Volgende week doen we hetzelfde met de faculteit landbouw. Gisteren sloten we een driedaags simposium af over de aardappel met meer dan 200 deelnemers. We zijn immers in het Internationale Jaar van de Aardappel. Vorige zaterdag startte een langdurige vormingscyclus voor onderwijzers over milieu-educatie. We voorzagen 40 deelnemers. Er kwamen er zich meer dan 100 inschrijven en dus moeten we nu voor de helft daarvan een alternatief programma zoeken te organizeren. Vorige week bracht CORIDUP, die de door mijnbouw vervuilde rurale gemeenschappen groepeert, 1500 mensen op de been voor een protestmeeting. En zo van die dingen meer. Als er een tijdje geen Andeskrabbels kwamen, is de reden daarvoor niet ver te zoeken.
 
8. Maar het liefst ben ik dan toch bezig met het begeleiden van onderzoekswerk. Vandaag las ik de tekst van Alicia over milieubewustzijn en die van Tito over rurale gemeenschapsbedrijfjes. Vorige week hielp ik vier groepen bij de voorbereiding van een onderzoeksproject rond de gevolgen van de internationale migratie, vooral dan naar Spanje, voor de situatie hier in Oruro. (Dertig jaar geleden maakte ik deel uit van de studiegroep van Prof. E. Roosens aan de KUL over de migratie naar België en nu bekijken we hetzelfde fenomeen van de andere kant.) Volgende week lanceren we als CEPA een onderzoek over pendelmigratie (tussen rurale gemeenschappen en de stad) en nodigen we antropologie-studenten ertoe uit studies te maken die nuttig kunnen zijn voor de “casas de cultura” in de dorpen. Maar ik heb nog het meest mijn ogen opengetrokken bij het lezen van een rapport over wat er zoal leeft onder de jeugd van de 52 middelbare scholen die Oruro rijk is (een stadje van zo’n 200.000 inwoners). Welke toekomst is voor hen weggelegd?