Conflicthantering bij ons en aan de overkant

Blog

Conflicthantering bij ons en aan de overkant

Conflicthantering kan je leren. Ook in intercultureel perspectief. Maar zoals steeds is diegene die het goed kan uitleggen geen meester in het uitvoeren. Regelmatig bijt ik mijn tanden stuk. En als het weer even niet wil klikken, denk ik met weemoed terug aan de eenvoud van het kadertje dat we met CIMIC powerpointsgewijs op onze cursisten afvuren: "conflicten over culturen heen; individualistische versus collectivistische culturen." Oh, de schoonheid van het dichotome wereldbeeld.

Het begint al bij het ‘waarom’ van een conflict. In individualistische culturen zouden conflicten doorgaans over ‘de waarheid’ gaan. Men gaat er in zulke samenlevingen immers vanuit dat er zoiets bestaat als één exacte waarheid.Een waarheid die gegeven is en die je kan opzoeken, kennen en beschrijven. Neem een concreet voorbeeld: de zogenaamde ‘juiste’ prijs. Een onuitputtelijke bron van conflict tutssen Marokkanen en hun buitenlandse gasten. Neem nu de correcte prijs van een berbertapijt - wat is dat? Dat moet toch redelijk eenvoudig te bepalen zijn? Je neemt wol + kleurstof + man of vrouwuren + de commissie van de verkoper. Maar dat eenvoudige sommetje gaat dus niet op. Onveranderlijk voegt de middleman van dienst nog wat andere elementen aan de vergelijking toe. Dan begint hij over het patroon, de specifieke kleurcombinatie, vorm, enz. Wij krijgen dan al snel het gevoel dat hij een soort atistieke flou tracht te creeeren waarmee hij ons het zicht op de door ons zo felbegeerde juiste prijs wil ontnemen. Maar als ik het mooie kadertje moet geloven, zit het zo niet. Voor de verkoper bestaat er gewoon niet zoiets als die ene, vaste, correcte prijs. Het kadertje legt immers uit dat in collectieve culturen ‘waarheid relatief is.’ Of beter: de waarheid bestaat niet. In collectieve culturen is de waarheid dan ook geen onderwerp van gesprek of conflict. ‘Deugd,’ of bij uitbreiding, ‘goed gedrag’ en ‘het juiste doen’ is dat wel. Een veel ruimer centraal begrip dus, veel meer afhankelijk van context en moment. En dus verandert ook de prijs, wordt het de voor die dag, ontmoeting en plaats ‘goede’ of ‘deugdelijke’ prijs.

Iets om op te kauwen, maar dat doen we in die individualstische culturen liever niet. Dus blijven we met zijn alen hameren op dat idee van de juiste prijs en gaat men ons na verloop van tijd vlot naar de mond praten: “prix fixe, madamme”, mooi aangeduid op onderaan het tapijt vastgespelde papiertjes. En dat stelt gerust, want ook dat is een kenmerk van individualistische culturen: veel meer vertrouwen op de letter van het papier dan op het woord van de mens.

Niet alleen de aard van het conflict zou verschillen, ook de dynamiek en doelsteling ervan. Het kadertje legt uit:” in individualistische culturen zijn conflicten instrumenteel te noemen, in collectivistische culturen zijn ze expressief. Voor de eerste groep gaat het er dus om om op redelijk korte termijn een duidelijk afgelijnd pleit te beslechten. Voor de tweede groep is dat minder aan de orde: hoe kan je nu zeggen wie gelijk heeft en wie ongelijk als de waarheid niet bestaat? In een conflict speelt dus iets anders, meer bepaald het kanaliseren van spanning. Interpersoonlijke spanning, zoals dat in het kadertje dan zo mooi heet. En de grootste bron van interpersoonlijke spanning in Marokko, zo leer ik, dat zou ‘hshuma’ zijn, schaamte, in het bijzonder de schaamte die je wordt ‘aangekeken’ door anderen. Om hshuma te vermijden zou je bij wijze van spreke alles doen. Ook liegen, of beter, ‘kdiba bida’ vertellen, leugentjes om bestwil. Was het daarom dat de bediener van het draaimolentje in de Marjane van Marakech na verloop van tijd bijna begon te fabuleren? Over hoe ik hem twee stukken van vijf in plaats van tien zou hebben gegeven, terwijl we beiden heel goed wisten dat dat niet waar was? Mij ging het er in eerste instantie om gewoon even de puntjes op de ‘i’ te zetten en de zaak uit te klaren. Maar ondertussen had ik m’n stem verhoffen en drukke bewegingen gemaakt en kon iedereen zien dat er wat aan de hand was. Iedereen keek nu naar hem en hoe hij zou reageren. Hij klapte dicht en draaide in cirkeltjes. Ik begreep er niks meer van. Was dat nu de schaamte die ik in gang had gezet en die zich liet gelden?

Ondertussen was ook de wonderbaarlijke vermenigvuldiging ingezet: van een discussie partner waren dat er plots drie geworden en uiteindelijk stond ik tegenover vijf opgewonden standjes, het supporterende publiek niet meetellend. Wat hadden die er nu in godsnaam mee te maken? Waar moeiden ze zich mee? Vertwijfeld grijp ik in m’n hoofd terug naar het kadertje. Het antwoord vind ik in het rubriekje ‘de rol en het profiel van de bemiddelaar.’ In individualistische culturen kiezen we er voor onze eigen boontjes te doppen, dat klontje zelf te klaren. In collectivistische culturen niks van dat: het conflict is van de groep en de groep verwerkt het conflict. Dus oom, tante en buur hebben wel degelijk recht van spreken. Wat een gedoe, zucht ik.
Ah ja, je moet al het bovenstaande natuurlijk met de nodige korrels zout nemen. Maar ondertussen was het wel leuk om theorie en praktijk nog een tegenover elkaar te zetten. Het inspireert meer dan dat het frustreert en dan is de reis dus geslaagd.

Gunilla de Graef