Is er hoop in Lima? Wat is er gebeurd in de 4 maanden na het bloedbad in Bagua?

Blog

Is er hoop in Lima? Wat is er gebeurd in de 4 maanden na het bloedbad in Bagua?

Is er hoop in Lima? Wat is er gebeurd in de 4 maanden na het bloedbad in Bagua?
Is er hoop in Lima? Wat is er gebeurd in de 4 maanden na het bloedbad in Bagua?

Op 5 juni werd abrupt een einde gemaakt aan 55 dagen vredevol protest in het Amazonegebied van Peru. De confrontatie tussen de inheemse bevolking en de politie leidde tot de dood van 34 mensen. Nu, vier maanden later, is de kiem van het conflict nog steeds niet gesmoord. De inheemse bevolking heeft zijn strijd niet opgeheven, maar voorlopig gestaakt.

In Santa Maria de Nieva gaat het leven zijn gewone gang. De gebeurtenissen in Bagua lijken op het eerste gezicht weinig impact te hebben gehad op dit gezellige stadje aan de rand van de Rio Marañon. Maar schijn bedriegt, onder de blakende zon komen een twintig tal agenten onder luid gezang voorbij gejogd, wapens in de hand. Sinds 6 juni zijn een 50 tal militairen gestationeerd aan de rand van het dorpsplein. Ook gesprekken met voorbijgangers tonen dat de rust slechts schijn is. Leiders zijn aangeklaagd, gewonden nog steeds in revalidatie en de militaire aanwezigheid word als provocatie beschouwd. Er is veel geleden, het trauma is nog niet verwerkt. Nu vier maanden na de gewelddadige ontruiming van de ‘Duivelsbocht’ blijven vele vragen onbeantwoord.

Onafhankelijk onderzoek is nodig. Niet alleen de inheemse bevolking, maar ook de familie van de politieslachtoffers, wijst met een beschuldigende vinger naar de overheid. De communicatie van de overheid de eerste dagen na 5 juni was ronduit vals, misleidend en zelfs racistisch. De lijken van de agenten werden gebruikt om de inheemse bevolking af te schilderen als wilden. En bij de ontruiming werden inschattingsfouten gemaakt die de rechtstreekse aanleiding vormden voor het bloedbad.

Bij de inheemse Awajun en Wampis blijft de vraag spelen: ”Waarom is de politie niet langs de weg gekomen? Waarom hebben ze ons verrast door in het donker over de bergen te komen?” Deze strategie lijkt eerder geschikt voor een oorlogssituatie dan voor het vrijmaken van een weg. Ook de wapens en de zware munitie die werden toegewezen aan de agenten waren niet adequaat voor het ongedaan maken van een vredevol protest.

Daarnaast zijn er ook grove inschattingsfouten gemaakt in verband met de agenten die gestationeerd waren aan het zesde petroleum station van PetroPerú, nabij Imacita. Dit was de basis van de Awajun en Wampis. Van hieruit was een deel van de verzamelde inheemse bevolking afgezakt naar ‘de Duivelsbocht’. De 38 agenten hadden hier, al twee maanden, samen met de ingenieurs en de inheemse bevolking een vredevolle overeenkomst om het doorpompen van de olie te staken. Antropologische argumenten over de strijdcultuur van de Awajun en Wampis kunnen niet goed praten dat 11 agenten in koelen bloede werden afgemaakt volgens de wet: “oog om oog, tand om tand”. Wel had iedereen die de situatie ook maar een beetje kende, kunnen voorzien dat wanneer er iets zou gebeuren in de ‘Duivelsbocht’ dit reacties zou losweken aan het petroleumstation. Dat de agenten daar niet eens op de hoogte werden gebracht, laat staan versterkt of geëvacueerd werden, ondanks dit herhaaldelijk te hebben gevraagd, is dan ook een grove nalatigheid.

In en rond Imacita zijn de mensen nog steeds geschokt over wat er in het zesde petroleumstation gebeurd is. De Awajun en Wampis definiëren zich nog steeds als een strijdersvolk maar het doden van onschuldige agenten uit wraak is ook voor velen van hen onaanvaardbaar. Het thema ligt dan ook heel gevoelig in de regio.

Over het zesde petroleumstation mag dan niet graag gepraat worden, over de gebeurtenissen in de ‘Duivelsbocht’ des te meer. De mensen in de inheemse dorpen hebben bijna geen toegang tot informatie en na vijf juni deden de wildste geruchten de ronde. Wanneer we aankwamen in de dorpen werden we dan ook overstelpt met vragen. “Wat is nu de reactie van de overheid?“ “Hoe zit het met de decreten?“ “Komt er compensatie voor de weduwen en gewonden?“ en “Hoeveel doden zijn er nu echt gevallen?“

In de dorpen wordt het officiële cijfer - vijf doden bij de inheemse bevolking, vijf burgerslachtoffers in de steden Bagua en Utcubamba en 24 agenten (waarvan 11 in het zesde petroleumstation) - op veel ongeloof onthaald. Hoewel wij geen enkele aanwijzing hebben gevonden voor het bestaan van verdere vermisten, denken verschillende organisaties er anders over. Zo stelt IDL (Instituto de Defensa Legal), aan de hand van verschillende getuigenissen, dat de officiële cijfers niet overeenstemmen met de werkelijkheid. Deze getuigen verklaren onder andere een helikopter gezien te hebben die opsteeg met verschillende lijken aan boord. Ook wordt gewag gemaakt van slachtoffers die niet voorkomen in de officiële lijsten van de ‘Defensoria del Pueblo’. Bovendien is, tot op de dag van vandaag, het lichaam van Felipe Bazán, een majoor van de politie, nog steeds vermist.

Naast de vele vragen in de dorpen is er voornamelijk bezorgdheid. “Hoe moet het verder?” Roberto kan niet meer werken. Hij kreeg een kogel in zijn rechterarm. Nu, twee operaties later kan hij zijn arm bewegen, maar tillen lukt niet meer. Vanaf er gewicht aan te pas komt, wordt de pijn ondraaglijk. Hij is niet de enige, Roger, een ander voorbeeld, kreeg een kogel in beide benen. Vier maanden revalidatie zorgden ervoor dat hij terug kan staan. Maar hij zal nooit meer op het veld kunnen werken.
 
En wat met al de juridische problemen? Na de gebeurtenissen in Bagua zijn immers bijna 100 mensen aangeklaagd. De president van AIDESEP, Alberto Pizango, heeft samen met drie andere inheemse leiders asiel gekregen in Nicaragua. Maar in de dorpen verschuilen zich tientallen Awajun en Wampis, gezocht voor uiteenlopende aanklachten.

Vele van deze aanklachten ruiken naar een politieke afrekening. Enerzijds blijken ze bijna uitsluitend over mensen met een stem te gaan. Dit bemoeilijkt de eerlijke representatie van de inheemse bevolking binnen het debat. AIDESEP beschuldigt de overheid er dan ook van de dialoog onmogelijk te maken. Anderzijds blijken vele aanklachten op weinig feiten te zijn gebaseerd. Zo wordt de directeur van de school in Chiriaco ervan beschuldigd een belangrijke rol te hebben gespeeld in de gebeurtenissen aan het petroleumstation, terwijl hij in de hand werd geschoten in de ‘Duivelsbocht’ (6 uur daar vandaan) en later werd opgenomen in het ziekenhuis van Bagua. Ook de woordvoerder van ORPIAN, Carlos Navas, legde een gelijkaardige getuigenis af. Hij wordt ervan beschuldigd het commissariaat van Chiriaco in brand te hebben gestoken, terwijl ik hem interviewde in de ‘Duivelsbocht’ (5 uur daar vandaan). Een derde voorbeeld is Leandro, uit Villa Gonzalo, op 5 juni werd hij samen met tientallen andere protesterende Awajun en Wampis aangehouden en opgesloten in de militaire basis El Milagro in Bagua. Na twee weken kwam hij vrij en keerde terug naar zijn dorp. Enkele weken later kwam hij te weten dat hij wordt gezocht voor de moord op één van de agenten in het zesde petroleumstation, zes uur verwijderd van de basis waar hij was opgesloten. Deze voorbeelden, samen met andere getuigenissen, lijken erop te wijzen dat de overheid de inheemse leiders door middel van juridische vervolging tracht monddood te maken.

In de dorpen blijven mensen wachten op antwoorden, in Lima, een 24tal uur reizen van de zone, gaat de dialoog tussen de overheid en de inheemse afgevaardigden gestaag verder. Er zijn ondertussen vier werkgroepen opgericht die achtereenvolgend klaarheid willen brengen in de gebeurtenissen op 5 juni, de aangeklaagde decreten, de inheemse consultatie en de ontwikkelingsmogelijkheden in het Amazonegebied.

En er lijkt goede wil te zijn vanuit de overheid. Nadat de nu afgetreden premier Yehude Simon de regio had bezocht, zou nu ook de nieuwe premier Javier Velásquez Quesquén naar Nieva vliegen, in het gezelschap van 7 ministers en de president van het hoogste gerechtshof.
17 september, er heerste een uitgelaten sfeer in Nieva. Verschillende dirigentes (inheemse leiders) van de 5 rivieren waren afgezakt naar het stadje en de verwachtingen waren hoog gespannen. Een impressionante legermacht omcirkelde het grasveld waar de helikopter landde. Na het aanhoren van de klachten van de inheemse bevolking maakte de regering enkele beloftes; 10 beurzen zodat de slimste jongeren van de vijf rivieren naar de universiteit kunnen gaan, een breedband internet connectie tegen 2010, het verderzetten van de projecten die drinkbaar water en elektriciteit voorzien in de dorpen en de implementatie van de ’Núcleos ejecutores’ - een project waar kleine groepen geld kunnen aanvragen voor het zelf uitvoeren van kleine projecten.
Na de beloftes ging de stoet terug richting helikopter. Nieva bleef verweesd achter. Na de eerste verbazing daalde een diepe teleurstelling neer over het dorp. Er was niet gesproken over de gewonden en weduwen, niet over de aangeklaagde leiders, niet over de mijnbouw en petroleum en niet over de duurzame ontwikkeling van de regio.

Positieve signalen worden afgewisseld met diepe teleurstelling. De mensen weten niet meer wat te denken. Het gebrek aan informatie en duidelijke signalen heeft bij de inheemse bevolking gezorgd voor een diep wantrouwen in de overheid.

In het verre Lima zitten de inheemse leiders in een tweestrijd. Enerzijds is er eindelijk een beetje dialoog. Anderzijds is er nog maar weinig vooruitgang geboekt door de werkgroepen. Zo zijn er nog steeds geen garanties voor de akkoorden die worden afgesloten en heeft het lang geduurd voordat de regering ministers of afgevaardigden toewees aan de werkgroepen

Op 3 september hebben voor de eerste maal afgevaardigden van de nationale en regionale overheid samen gezeten met de afgevaardigden van de inheemse bevolking. Na twee maanden praten is een eerste stap gezet naar de effectieve werking van de werkgroepen. Sinds dan is een onderzoekscommissie samengesteld door de eerste werkgroep die 11 en 12 oktober ter plaatse is geweest om de gebeurtenissen van 5 juni verder te onderzoeken.

Ondanks de sterke druk van nationale en internationale organisaties gaat het heel langzaam. Al meer dan een jaar worden, in Lima, gesprekken tussen de Amazone bevolking en de Peruaanse overheid aangegaan en afgebroken, nog steeds zijn er weinig tot geen concrete resultaten. Maar misschien is er hoop. Hoewel het werk in de werkgroepen zich zeer traag vooruit sleept lijkt het verder te gaan. De inheemse leiders in Lima geven niet op.

In de gemeenschappen aan de vijf rivieren daarentegen groeit het wantrouwen. Het gebrek aan goede communicatie en duidelijke signalen leidt tot frustratie. Weduwen en gewonden wachten op nieuws, op compensatie. Gezochte leiders kunnen hun dorpen niet uit. Waar blijft de opvolging? Hoe moet het verder? Het diepgewortelde gevoel vergeten te zijn, duikt weer op.