Europa op de rooster, in 'fraai' gezelschap

Blog

Europa op de rooster, in 'fraai' gezelschap

03 juni 2014
Europa op de rooster, in 'fraai' gezelschap
Europa op de rooster, in 'fraai' gezelschap

Vorige week startte in Genève de arbeidsconferentie van de Internationale Arbeidsorgansiatie (IAO). Tijdens deze conferentie moeten ook de Europese landen  Portugal, Griekenland en Kroatië spitsroeden lopen wegens schendingen van internationale arbeidsregels. Of hoe Europa niet moet onderdoen voor een reeks andere landen wereldwijd die de werknemersrechten met de voeten treden: van Qatar tot Swaziland, van Bangladesh tot de Verenigde Staten.

Van  28 mei  tot  12 juni loopt in Genève de 103de  conferentie van de Internationale Arbeidsconferentie (IAO). De IAO is een agentschap van de Verenigde Naties en kan je met wat goede wil ‘het wereldparlement van de arbeid’ noemen. In dit wereldparlement hebben vertegenwoordigers van regeringen, werknemers en werkgevers zitting.  Elk jaar komt op die Internationale Conferentie de commissie voor de toepassing van de normen samen.  Met daarin een belangrijke rol voor het ACV.  Tot 2011 was ik daar voorzitter van de werknemersgroep, vanaf 2012 is dat elk jaar Marc Leemans, voorzitter van het ACV.  Achter de schermen wordt hij bijgestaan door een sterk ACV-team: Andrée Debrulle en Paul Palsterman van de studiedienst, Véronique Rousseau van de dienst internationale betrekkingen en Gilbert De Swert, voormalig hoofd van de ACV-studiedienst.

25 landen op de rooster

De Commissie voor de toepassing van de normen houdt elk jaar een aantal schrijnende gevallen van schendingen van arbeidsrechten tegen het licht. Die schendingen zijn helaas wereldwijd verspreid, zoals bleek uit de net gepubliceerde ‘Global rights index’ van de wereldvakbond IVV, met landen waar het slechtst van al werken is voor de werknemers.

In het begin van de Conferentie moet daartoe een selectie van landen worden gemaakt, een 25-tal, vertrekkend van een lijvig rapport van een commissie van experts. Die selectie is elke keer weer een heikele evenwichtsoefening. De laatste jaren nog meer, wegens aanslepende onenigheid met de werkgevers over de interpretatie van de IAO-conventies over het recht te staken. Hetgeen in 2012 tot een open conflict heeft geleid. En zelfs geen overeenkomst kon worden bereikt over een lijst, waardoor de werkzaamheden van de commissie vervroegd moesten worden afgebroken.

Bont gezelschap

Net als in 2013 werd dit jaar een akkoord bereikt, zij het niet zonder slag of stoot. 25 landen zullen nader worden bekeken wegens overtreding van een van de conventies. Vanaf vorige zaterdag tot eind deze week passeert elk van die 25 landen de revue in de commissie. Met hoor en wederhoor van de werknemers en de werkgevers. En met steun of afkeuring vanop de regeringsbanken. Onderaan deze blog vindt u het volledige overzicht.

Whodunit

Opvallend in deze lijst: Europa gaat niet vrijuit. Griekenland, Portugal en Kroatië worden op het matje geroepen. Waarbij voor Griekenland en Portugal dan de vraag rijst welke verantwoordelijkheid de nationale overheden zelf hebben, dan wel wat eigenlijk dient verweten te worden aan de Troïka die deze landen zware sanerings- en hervormingsprogramma’s oplegde.  En zonder er acht op de slaan dat er ook zoiets bestaat als internationale arbeidsnormen.

De volledige lijst

1. Niger, voor schending van conventie 138 over kinderarbeid. Meer dan 50 procent van de kinderen van 5 tot 17 jaar zijn aan het werk, in meerderheid op het platteland. In 83 procent van de gevallen worden verboden activiteiten verricht. In 62 procent van de gevallen gaat het om gevaarlijke activiteiten. Het kreeg een speciale vermelding van de experts (“double footnoot”, in het IAO-jargon).

2. Swaziland, een habitué, wegens aanhoudende schending van de syndicale vrijheid, beschermd door conventie 87. Vorig jaar vroeg de Conferentie een missie op hoog niveau. Die zal wellicht in 2015 doorgaan.

3. Congo, wegens dwangarbeid, verboden door conventie 29. Inclusief gedwongen arbeid van kinderen en seksslavernij. Te situeren in het kader van de gewapende conflicten, zowel aan regeringskant als aan de kant van de rebellen.

4. Uganda, wegens overtreding van conventie 26 over de minimumlonen. Sinds 1984 onderging het minimumloon daar geen verandering.

5. Centraal-Afrikaanse Republiek, wegens schending van conventie 169 ter bescherming van autochtone minderheden, in case ten nadele van de Aka- en Mbororostam.

6. Dominicaanse Republiek, ook met een speciale vermelding van de experts, wegens aanhoudende discriminatie in strijd met conventie 111, in het bijzonder van de Haïtiaanse minderheid en de donkergekleurde Dominicanen.

7. Ecuador, dat de uitzonderingen op het stakingsrecht voor het overheidspersoneel bijzonder breed openrekt, in strijd met conventie 98 over het recht op organisatie en op collectief onderhandelen.

8. Verenigde Staten, wegens kinderarbeid beneden de 16 jaar in de landbouw, vaak in gevaarlijke omstandigheden, in strijd met conventie 182.

9. Colombia, wegens onderinvestering in de arbeidsinspectie, in strijd met conventie 391.

10. Venezuela, ook in overtreding met conventie 126 over de minimumlonen, in het bijzonder op het vlak van raadpleging van de sociale partners.

11. Bangladesh, overigens ook met speciale vermelding van de experts, wegens overtreding van conventie 81 over de arbeidsinspectie, waarbij de problemen zich het scherpst stellen in de export processing zones en in de bouwnijverheid. Belangrijk dossier in het verlengde van de ramp in Rana Plaza vorig jaar.

12. Cambodja, ook een bijzonder zwaar geval, met de moorden, het geweld en de intimidatie van vakbondsleiders, in strijd met conventie 87 over de verenigingsvrijheid, versterkt door de problemen inzake onafhankelijkheid van de rechters.

13. Korea, vorig jaar ook al op de lijst wegens discriminatie op basis van afkomst, geslacht op politieke overtuiging, strijdig met conventie 111 over discriminatie.

14. Maleisië, op de lijst voor dwangarbeid (conventie 29), in het bijzonder van migranten, met ook meldingen van mensenhandel.

15. Pakistan, vergelijkbaar met Bangladesh wat betreft onderinvestering in arbeidsinspectie, in strijd met conventie 81, en met in 2012 ook een zware brand in een confectiebedrijf.

16. Jemen, dat een speciale vermelding kreeg wegens kinderarbeid, in strijd met conventie 182, enerzijds wegens inschakeling van jongeren beneden de 18 jaar in gewapende conflicten, anderzijds wegens tewerkstelling van kinderen in gevaarlijke sectoren als de bouw of de mijnen.

17. Algerije, wegens diverse schendingen van de vakbondsrechten, in strijd met conventie 87, inclusief inperking van het stakingsrecht in geval van serieuze economische crisis.

18. Mauritanië, dat problemen heeft met de naleving van de conventie 122 over werkgelegenheid, in het bijzonder wat betreft betrokkenheid van de sociale partners.

19. Qatar, ongetwijfeld een van de blikvangers hier, met zijn overtredingen van de conventie 81 voor onderinvestering in de arbeidsinspectie, als een van de oorzaken van de inmiddels meer dan duizend dodelijke arbeidsongevallen in de opbouw van de voetbalstadion voor het Wereldkampioenschap voetbal in 2022.

20. Saoudi-Arabië, op de lijst wegens dwangarbeid in strijd met conventie 29, vooral naar migranten en in het bijzonder huispersoneel.

21. Griekenland, dit keer met speciale vermelding van de experts, voor de ingrijpende besparingsmaatregelen in de sociale zekerheid in het kader van de sanering van de openbare financiën, in strijd met conventie 102,

22. Wit-Rusland/Belarus, ook een vaste gast, en deze keer met een speciale vermelding van de experts, wegens aanhoudende schending van de verenigingsvrijheid, gegarandeerd door conventie 87. En dit ondanks de zware druk die de voorbije jaren werd gezet.

23. Kazakhstan, met vragen over de toepassing van conventie 111 over non-discriminatie, in het bijzonder van vrouwen.

24. Portugal, hier op het beklaagdenbankje wegens de nadelige gevolgen op de werkgelegenheid van het herstelbeleid zoals gedicteerd door de fameuze troika van ECB, Europese commissie en IMF. Met, net als bij Griekenland, de vraag wat je aan Griekenland, dan wel de troika, moet verwijten.

25. En tot slot, als derde Europees land, Kroatië, met een reeks van overtredingen van conventie 98 over collectief onderhandelen, enerzijds inzake de onderhandelingsvrijheid in de openbare sector, anderzijds wat betreft anti-syndicale discriminatie.

Tags