Het meest aangrijpende gevangenisbezoek ooit

Blog

Het meest aangrijpende gevangenisbezoek ooit

Het meest aangrijpende gevangenisbezoek ooit
Het meest aangrijpende gevangenisbezoek ooit

Vrienden, ik stuur jullie een berichtje door van Alier en Lisbet, de neef van Gerardo en zijn vrouw, over wat ze gisteren meemaakten gedurende het gevangenisbezoek. Het laat nog maar eens zien aan welke gevaren Gerardo daar blootgesteld wordt.

En eigenlijk maar best dat hij kaal is, op zijn minst maakt dat het gemakkelijk om het onderscheid te maken in gevallen zoals dit…
groetjes
Adriana
Hallo, ik schrijf jullie opdat je zou weten wat vandaag gebeurd is tijdens het bezoek aan mijn oom, het vierde tijdens ons verblijf hier. Het is absoluut het meest impressionante bezoek ooit geweest, omwille van wat er is gebeurd. Hier mijn relaas..
Om 8u stipt kwamen we in de gevangenis aan. We gingen in de rij staan om binnen te gaan voor het bezoek. Ze lieten ons binnen in het gewone lokaaltje om de formulieren in te vullen.  Daarna gaven we aan de desk onze passen en de formulieren af en gingen we terug naar het wachtzaaltje waar je de oproep van de cipier moet afwachten om de gebruikelijke controles voor het bezoek te ondergaan. Meestal duurt dat zo’n 15 of 20 minuten voor ze je roepen, maar vandaag zaten we er na 45 minuten nog. Toen kwam de bewaker die ons opgevangen had binnen, we zaten daar intussen al met 15 man, de meerderheid vrouwen, en hij zei iets in het Engels.  Ze vertaalden het voor ons. De bewaker had gezegd dat er een urgentie was en dat ze ons moesten opsluiten in het lokaal.  We mochten niets zien noch buiten gaan. De bewaker sloot ons op en we konden niets anders doen dan wachten op wat zou gebeuren. Enkele vrouwen begonnen onmiddellijk te smeken ‘Please, no lockdown. Please, no lock down’, maar de bewaker antwoordde niet. (bij een lock down worden alle gevangenen voor onbepaalde tijd in hun cel opgesloten en wordt het bezoek opgeschort)
Sinds het vorig bezoek dat ik in januari met mijn tante bracht hadden ze langs de buitenkant gordijnen aan de vensters gehangen, zodat we geen zicht hadden op het aanpalende lokaaltje met de desk waar de bewaker zich bevond. Maar de vensters die naar buiten de gevangenis uitgeven waren niet afgeschermd en we konden dus perfect zien wat zich daar afspeelde.
Zo’n 5 minuten nadat ze ons opgesloten hadden reed een ziekenwagen voor aan de hoofdingang van de gevangenis.  Onmiddellijk stapten twee hulpverleners uit.  Met een draagbed kwamen ze de gevangenis binnen.  Twee gevangeniswagens waren intussen achter de ziekenwagen gaan staan.  Een groep bewakers ging eromheen staan, bewapend en met kogelvrije vesten. Wij bezoekers zagen dat gebeuren. We vroegen ons af wat zich afspeelde. Niemand informeerde ons. We bleven opgesloten.  Er ging een uur voorbij. Ik besloot Washington te bellen, zodat onze diplomatieke vertegenwoordiging op zijn minst zou weten dat hier iets aan de hand was. De consul vroeg ons rustig te blijven en hem elk half uur op de hoogte te houden.  Er ging een half uur voorbij en nog altijd niets. Dat draagbed spookte door ons hoofd. Voor wie zou het zijn?  Het is vreselijk te bedenken dat je binnen een geliefde hebt zitten, en niet te weten wie ze op dat draagbed naar buiten gaan brengen. Plots droegen ze het draagbed naar buiten, we zaten toen al meer dan een uur en 40 minuten opgesloten.  Op het draagbed lag een blanke man onder een wit laken. Je zag enkel zijn hoofd. Hij was geïntubeerd en zag er slecht uit.  Ik zweer jullie dat ik - toen ik zag dat hij blank was - er enkel nog in slaagde om op zijn hoofd te focussen. Toen ik zag dat hij niet kaal was ontsnapte me een zucht van verlichting, ik zweer het jullie.  Later vertelde Lisbet me dat ze net hetzelfde gedaan had: naar het hoofd van de man gekeken. De rest van de bezoekers had natuurlijk dezelfde zorg als wij. Gelukkig was het geen familielid van iemand van ons.  Een zwarte vrouw begon luidop in het Engels één of andere heilige uit haar religie te bedanken, toen ze zag dat het niet haar zoon was op de brancard.  Ze riep: bedankt (en de naam van de heilige) dat het de mijne niet is, en ze herhaalde dat steeds luider en begon steeds luider te wenen.  Een andere zwarte vrouw, bejaard al, zei iets gelijkaardigs met de naam van haar familielid en begon luidkeels religieuze liederen te zingen. Ik keek rondom mij. Alle vrouwen weenden luid of hadden tranen in de ogen. Ik probeerde me sterk te houden, maar de tranen schoten ook mij in de ogen. Intussen was de ziekenwagen vertrokken, maar wij bleven nog steeds opgesloten en met al die toestanden daarbinnen in dat lokaaltje.
Rond 10u openden ze de deur van het lokaal.  We dachten dat ze het bezoek gingen opschorten, maar ze zeiden ons dat we vanaf 11u binnen gelaten zouden worden en zo gebeurde het ook.
Toen we  Gerardo zagen omhelsden we hem stevig. Wat we beleefd hadden is natuurlijk een stuk van het leven daar binnen in die gevangenis, het kan constant gebeuren, maar ik verzeker je dat het erg zwaar is om mee te maken.    
Gerardo vertelde ons dat vorige donderdag een blanke gevangene van zijn eenheid problemen gemaakt had met een blanke van een andere eenheid.  Hij was er naartoe getrokken en had hem neergestoken met een mes.  He slachtoffer was opgenomen in het hospitaal van de gevangenis, maar was vandaag plots in kritieke toestand geraakt en moest overgebracht worden. Dat was wat wij hadden meegemaakt.        
Goed, tot hier het onaangename nieuws.  Het bezoek verliep verder normaal, van 11u tot 14u30.  We praatten over van alles. Hij vertelde over het leven daar binnen en vroeg ons naar nieuws i.v.m. Cuba en de familie.

Alier en Lisbet