Islam en democratie – de angst voor het moderne; Fatima Mernissi

Blog

Islam en democratie – de angst voor het moderne; Fatima Mernissi

Bij het samenstellen van ons boekenlijstje voor Marokko stootte ik op een boek van Fatima Mernissi dat op één of andere manier nog ongelezen in mijn bibliotheek stond: "Islam en democratie - de angst voor het moderne." Het boek heeft me een tijdje bezig gehouden op reis. Hier volgt de bespreking.

Meer dan 15 jaar voor Foaud Laroui en Sami Zemni schreef de Marokkaanse sociologe Fatima Mernissie al een knap boek over de verhouding tussen Islam en democratie. Het was kort na de eerste golfoorlog en de angst voor het Westen kreeg door de oorlog een nieuwe impuls onder de volksmassa’s in het midden oosten en de Maghreb. De protesten werden echter heel éénzijdig voorgesteld door de Westerse media. De moslimwereld als monolithisch blok was geboren.
Nu, 15 jaar later, is dat beeld alleen maar verergerd en hebben de extremisten ook de armslag gekregen die ze toen enkel nog in theorie hadden. Ook het verhaal van Joris Luyendijk (“Het zijn net mensen”) wordt hier bevestigd: het verhaal van hoe de Arabische en Maghrebijnse régimes een status-quo handhaven: het handvest van de Verenigde Naties ondertekenen en thuis een dictatuur in stand houden waar onder meer gelijke rechten voor mannen en vrouwen een verre droom blijven.
Ze doen dat door de Arabische volksmassa’s er voortdurend van te overtuigen dat de Verenigde Naties een oord zijn van schijnheiligheid en manipulatie. De Islam is waarschijnlijk de enige monotheïstische godsdienst waarvan het wetenschappelijk onderzoek systematisch wordt ontmoedigd, om niet te zeggen verboden. Volgens Fatima Mernissi is dit omdat “een rationeel ingestelde islam niet in dienst kan gesteld worden door despoten.” Daarmee is meteen duidelijk hoezeer de krachtsverhoudingen in de regio leunen op een manipulatie van de samenleving.
Alles wordt gemanipuleerd door de machthebbers - een groot deel van de energie en de middelen die het land ter beschikking heeft gaat naar het controleren van de binnenlandse vijand. De taal en de religie zijn de belangrijkste instrumenten om de hoofden en harten van de bevolking op dezelfde lijn te houden. Voor Mernissi zijn de integristen van de moslimpartijen in die zin bondgenoten van de machthebbers die hen vaak heimelijk steunden. Maar ook dat ‘bondgenootschap’ is de leidende klasse in het gezicht terug ontploft.
Door het uitblijven van enig perspectief op deelname aan de macht zijn sommige strekkingen geradicaliseerd en hebben ze gekozen voor het extreme geweld dat we gezien hebben de laatste jaren. Hier in Europa breken we ons het hoofd over de vraag waarom mensen tijdens zg. ‘verkiezingen’ telkens weer kiezen voor meer van hetzelfde. Het adagium heet dan dat mensen de leiders krijgen die ze verdienen. Enerzijds kan je je afvragen of ze wel een keuze hebben. Bestaat er een serieuze oppositie dan is die vaak dusdanig gemuilkorfd dat ze in het publieke debat niet aan bod komt. Meestal is het kiezen tussen de pest en de cholera. Fatima Mernissi heeft nog een andere verklaring: “de angst voor het moderne” meteen de ondertitel van haar boek.

Danse Macabre rond de UVRM

“Het humanisme van de 20e eeuw, dat overal elders gevierd wordt als een triomf van de creativiteit en een ontplooiing van het individu, wordt ons verboden onder het voorwendsel dat het vreemd is. En het obscurantisme wordt ons voorgehouden als een ideaal dat verdedigd moet worden” Mernissi slaat de nagel op de kop. Als natuurlijk de waarden uit dat humanisme nog steeds worden voorgesteld als een westerse uitvinding waarop de westerse hemisfeer het patent heeft… Als vervolgens uitsluitend het westen de ‘correcte’ invulling mag bepalen dan blijven we ter plaatse trappelen.
De waarden waarvan sprake zijn geen kwestie van politiek: ze worden met name samengevat in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM). Het verhaal van hoe de moslimstaten omgaan met die UVRM is dan ook een echte maskerade, een ‘danse macabre’ voor de eigen bevolking. Alhoewel de Egyptische republiek de internationale verdragen heeft ondertekend deed ze dat onder het voorbehoud dat de regels niet in tegenspraak mogen zijn met de Sharia. Met haar eigen aanvullingen op de internationale teksten hebben ze een achterpoortje gecreëerd dat hen toelaat een zetel te hebben op de Verenigde Naties en tegelijk op het binnenlandse vlak de originele teksten bij te stellen waar het hun uitkomt.
En dat terwijl de regels van de UVRM helemaal geen nuancering verdragen. Voor hun eigen bevolking verliezen de verdragen ondertussen totaal hun geloofwaardigheid. En dat is precies de bedoeling. Het is pure manipulatie vanwege de régimes. Mernissi: “Wij beginnen ons leven met de overtuiging dat de vrijheid van mening begrensd is en streng bewaakt moet worden.” Het respecteren van de mening van een ander is m.a.w. een vreemde gedachte – het belang van de groep heeft immers voorrang. Dit laatste is een kenmerk van traditionele culturen maar in Islamitische landen stimuleren de régimes deze reflex ter hunner voordeel.
Het Islamitische sociale contract Wanneer Mernissi begint na te denken over de oorsprong van de Islam wordt het pas echt interessant. De auteur is niet voor niets sociologe, ze gaat dan ook op zoek naar de sociale omstandigheden ten tijde van de revolutionaire boodschap die de profeet Mohammed bracht. Het Islamitische sociale contract dat werd gesloten toen de profeet Mekka veroverde ging over vrede tegenover vrijheid. Die pre-islamitische vrijheid was die van het veelgodendom: de wanorde van de idolencultus waarbij iedereen zijn eigen afgod had. Een wereld waarin geweld tussen de Arabische stammen een alledaagse realiteit was.
Binnen de Oemma (de Islamitische gemeenschap) bestaat een heilige schrik voor een terugkeer naar de pré-islamitische wereld van geweld en chaos. Die schrik wordt uitgebuit door de régimes die de vrijheid waar het westen steeds mee zwaait vereenzelvigen met anarchie. Artikel 18 van de UVRM luidt nu net als volgt: “Eénieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst; dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen.” Deze vrijheid of ‘shirk’ is precies wat de Mekkannen in 622 afzworen.
In ruil daarvoor garandeerde Allah vrede in de stad waar het grootste probleem het geweld was. Volgens Mernissi bestaat het “geniale van de Islam” erin dat ze niets verwerpt, het gaat met name om een wankel evenwicht. De vrede wordt voortdurend bedreigt omdat het gevaar van binnenuit komt en inherent is aan de menselijke aard. Het gaat er dus niet om de menselijke begeerte buiten te sluiten of uit te roeien. Die begeerte moet zodanig in de hand gehouden worden dat ze de ‘hoedoed’ of heilige grenzen niet overschrijd. In normale tijden is binnen het kader van een bepaald evenwicht alles mogelijk, zolang de veiligheid van de groep niet in gevaar komt.
Individuele uitspattingen kunnen in bedwang gehouden worden. “Handel en weeg af” (bezint eer gij begint) zou zowat de belangrijkste boodschap zijn die Islamitische moeders en onderwijzers hun kinderen dagelijks inprenten. Dat verklaart de losse manier waarop vele moslims vaak omgaan met hun geboden zoals bijvoorbeeld rond alcohol of homoseksualiteit. De oplossing ligt in het vermogen van de groep tot onderling begrip en eenwording. Dit is het wat de islam volgens Mernissi haar “pragmatisch karakter”geeft. Daarom is het volgens de auteur zo moeilijk om Islam los te zien van politiek. Je kan zeggen dat de huidige machthebbers profiteren van die traditionele vermenging.
Een samenleving die echter enkel bezig is met het bewaren van het evenwicht neigt makkelijk naar immobilisme. Eén van de grote voordelen van de moderniteit is dat mensen hun samenleving organiseren volgens regels die ze samen afgesproken hebben. Die regels worden wel verondersteld om strikt gevolgd te worden maar als de consensus in de samenleving groot genoeg is dan is er steeds ruimte voor verandering. Zo’n systeem laat in theorie vooruitgang toe en nieuwe oplossingen voor nieuwe problemen in een samenleving die steeds evolueert.
Doorheen het hele boek geeft Fatima Mernissi talloze voorbeelden van hoe de régimes de taal misbruiken om begrippen zoals politieke partijen in diskrediet te brengen. ‘Hizb’ (partij) en ‘sjia’ (groep die een afwijkende mening heeft) zijn woorden met een sektarisch karakter die verwijzen naar het verzet tegen de Ene, door de tegenstanders van Mohammed de profeet. Politiek pluralisme als bedreiging voor de eenheid van de Oemma, een voorbode van de dreigende terugkeer naar de chaos van voor het jaar 0 van de Islamitische jaartelling. Aql, Raj en crisis
En toch bestaat er een traditie in de Islam die uitkomst kan bieden: de begrippen ‘aql’ (rede) en ‘raj’ (persoonlijke mening) zoals de Moetazilieten en de filosofen voorstelden. De Moetazilieten beargumenteerden zelfs dat de Koran niet eeuwig was… Hun glorietijd was een periode van pak weg drie en een halve eeuw waarin de Arabische filosofie absoluut superieur was aan alles wat er op dit gebied werd geproduceerd in het westen.
Die periode werd in de Middeleeuwen echter met geweld afgewezen en vooruitgeschoven naar de 20e eeuw. De nationalisten die na de onafhankelijkheid de idee van de parlementaire democratie wilden adopteren kregen snel het deksel op de neus: de nieuw ontstane staten legden de nadruk op het belang van eenheid, verklaarden de binnenlandse oppositie de oorlog, zette de oppositieleiders gevangen en censureerde de intellectuelen.
Wat dan met het fundamentalisme? Zoals iedere progressieve intellectueel is Mernissi keihard: “Het fundamentalisme verlaagt de intelligentie tot het niveau van de emotionele en dierlijke reflexen. Ze vernieuwt de geest van de Islam niet maar maakt het geloof tot een rouwstoet van verstarde dromen, die doodloopt in het woestijnzand.” Wanneer beweerd wordt dat het fundamentalisme alleen van binnenuit vernietigd kan worden gaat men er van uit dat de rest van de bevolking alles passief en zonder tegenwerking duldt. Daarmee wijst men in het westen elke verantwoordelijkheid voor de zaak af. De Islamitische volksmassa’s vechten dagelijks tegen onverdraagzaamheid en autoritair gezag. Om dat te weten moet je gewoon de rapporten van Amnesty International er op na lezen: daarin lees je over mensen die zich verzetten, hun stem laten horen, en alleen al daarvoor in de gevangenis belanden.
Dat sommige Arabische universiteiten recent kweekscholen zijn geworden voor militant fundamentalisme kan verbazend klinkend maar is precies te wijten aan de politieke ambivalentie tegenover de idee van vrijheid als zg. onverenigbaar met de Islamitische identiteit. En verder het gebrek aan investeringen in een wetenschappelijke infrastructuur. De Arabische régimes investeren liever in wapens en andere technologische producten uit het westen.

Islam en vrouwenrechten

Het meest problematische aan de islamitische wereld is wellicht de discriminatie van de vrouw. Mernissi schrijft ook deze toe aan een angst voor de ‘djahilija,’ de pré-islamitische chaos. Als vrouw die opgroeide in één van de laatste familiale harems in het Marokkaanse Fès kent Mernissi als geen ander het isolement van de Islamitische vrouw. Ze kent ook de binnenkant van de sluier. Haar hypothese over het ontstaan van die gewoonte om het vrouwelijke weg te stoppen achter een sluier heb ik nog nergens anders gelezen.
Het veelgodendom ten tijde van Mohammed kende volgens sommige bronnen nogal wat vrouwelijke godheden die bloeddorstig van aard waren. Er is sprake van mensenoffers en kindermoorden. Ook het levend begraven van babymeisjes zou bestaan hebben. Mernissi: “De idee van een godheid die de moord van een kind eist was onvoorstelbaar, en deze ‘fobische’ houding verklaart volgens mij waarom tot vandaag de dag de angst voor de djahilija zo groot is dat elk wetenschappelijk onderzoek naar deze periode wordt vermeden.” Met andere woorden, de Islamitische vrouw heeft haar isolement te danken aan haar voormoederlijke goddelijke alter-egos. Althans, dat is één mogelijke factor.
Discriminatie en repressie van vrouwen is een traditie in het historische kalifaat. Verschillende Kaliefen hebben zich tijdens hun regering bedient van de eenvoudige gelijkstelling ‘vrouwen en wijn = problemen.’ Dat maakte de oplossing voor elke crisis wel heel makkelijk: verbied wijn en hou vrouwen aan de haard. Die operatie stond bekend onder de naam ‘tathir’ – de rituele reiniging van het sociale lichaam. Mernissi: “Het verband in de historische herinnering tussen crisis, catastrofes en tathir is zeer sterk.”
In de 20e eeuw kende vrouwenrechten een opstoot in de Arabische wereld. Zo bestond in het Egypte van de jaren ’20 reeds een virulent feminisme dat niet onder deed voor de krachtigste stemmen van hun zusters in het westen. Na de tweede wereldoorlog kende de Islamitische wereld een ware stormloop van vrouwen naar de universiteiten. De percentages vrouwelijke professoren liepen gestaag op: 19% in Iran, 25% in Pakistan en 24% in Algerije (cijfers in 1984) – hogere percentages dan veel Europese landen op dat moment.
De aard van het instituut als een oord van relatieve vrijheid, intellectueel maar ook in het dagelijkse leven, een plek waar vrouwen respect konden afdwingen en waar ze van op hun academische minbar (kansel in de moskee)kon prediken, schrijven en protesteren. Een oord ook waar na de onafhankelijkheid het meeste aantal progressieve mannen te vinden waren en dus potentiële medestanders.
Dit zijn de vrouwen waar fundamentalisten evident het meeste schrik van hebben. Vandaar het verbale vitriool van hun woordvoerders. En tot ver in de jaren ’90 werden ze daar heimelijk in gesteund door de regeringen van moslimstaten die zich in crisis bevinden. Volgens Mernissi is de hijab (hoofddoek) zelfs een instrument van de régimes om aan arbeidsverdeling te doen. Door vrouwen te verplichten een hijab te dragen doen ze aan arbeidsverdeling omdat ze daarmee vrouwen van de arbeidsmarkt zouden verbannen: “Elke moslimstaat kan (op die manier) zijn officiële aantal werklozen met de helft verminderen.” Een bewering die wellicht overdreven is gezien ook in vele Arabische landen vrouwen met hoofddoek gaan werken.

De Universele Cultuur

Over de verantwoordelijkheid van het westen zegt de auteur: “de universele cultuur is de zaak van diegenen die de monopolies bezitten. Het westen kan alleen een universele cultuur creëren wanneer het afziet van zijn vlaggen. De dans rond de sterren, het wetenschappelijke en technologische feest, is niet universeel, het is een tribale dans rond de Amerikaanse vlag.” Op flessen getrokken natuurlijk maar niet onterecht. Het feit dat het westen angstvallig zijn technologische voorsprong bewaakt en bovendien de knapste koppen systematisch weghaalt getuigt van die houding.
Mernissi’s commentaar over het karakter van de elektronische technologie kan niet anders dan gedateerd klinken – “niets anders dan communicatie en een stroom van informatie.” In 1992 was het internet nog nauwelijks meer dan een embryo van wat het nu is, anno 2007. Hele ‘communities’ die ontstaan, nieuwe verbindingen tussen mensen – blogs en wiki’s, een duizelingwekkende hoeveelheid informatie aan je vingertoppen. Met websites in het Chinees, Arabisch en Swahili. Ook al is de technische basistaal vooralsnog Engels, in het dagelijks gebruik is de dominantie van die westerse taal tegen hoog tempo aan het verwateren. En die evolutie was in 1992 nog niet te voorspellen.
De Amerikaanse futuroloog Alvin Toffler zei dat “macht en rijkdom per definitie het voorrecht zijn van de sterksten en de rijksten, terwijl kennis de revolutionaire eigenschap bezit dat zelfs de zwaksten en de armsten haar kunnen verwerven. Zij is dus de meest democratische van alle bronnen van macht.” Mooi, maar wel evident theoretisch. Want het verwerven van kennis vraagt investeringen. In onderwijs en andere basisvoorzieningen. Een kind dat elke dag moet bedelen om te overleven zal nooit toekomen aan het verwerven van kennis.
Als Westerse staten hun invloed aanwenden om de status-quo te bewaren en de régimes te versterken in plaats van aan te zetten tot democratisering dan wordt het obscurantisme verheven tot het moderne erfgoed van de Arabische jeugd. De blinde gehoorzaamheid wordt dan geïnstalleerd als politieke basis. En zo waarschuwt Mernissi profetisch (in 1992!): “in dat geval is het westen grotendeels verantwoordelijk voor het geweld dat los zal barsten over diegenen die democratie eisen, met name de vrouwen.”
Islam en democratie – de angst voor het moderne; Fatima Mernissi - ISBN 90-5226-366-3. De pocket uitgave van De Geus dateert van 1996 maar is nog te bestellen in de handel.
http://koenstuyck.blogspot.com